Leeswoede, steeds meer en meer, zo blijkt.

Damn. Ik heb daarstraks vastgesteld dat ik aan boek 50 van 2020 zit, met een gemiddelde van 400+ pagina’s. Zotjes.

Nooit gedacht dat ik opnieuw zo graag zou lezen én daar de tijd voor zou vinden. Als kind en tiener heb ik massa’s boeken verslonden, en toen was dat plots gedaan. En was ik bijna trots op mezelf als ik op een jaar 5 boeken gelezen kreeg. Ergens in 2016 ben ik weer echt beginnen lezen.

Geen idee waar ik dit jaar ga eindigen, maar tegenwoordig zie je me nooit meer zonder mijn Kindle. Dat ding ligt overal waar ik ben en zit heel vaak ik mijn handtas als ik het huis uit ga. Zelfs naar school heb ik hem meestal bij, want er is altijd wel een springuur of zoiets.

Yup.

Ik heb het vermoeden dat ik wel graag lees, ja.

Lectuur: “To Kill a mockingbird” van Harper Lee

Zoals gezegd wissel ik fantasy en science fiction af met klassiekers, en in mijn lijst stond deze hoog aangeschreven.

En jawel, ik was redelijk van mijn sokken geblazen, ja. Het gebeurt niet zo vaak dat ik moet huilen bij een boek, maar bij deze heb ik dat dus wel gedaan. Een paar keer. Damn, zo mooi…

Het uitgangspunt is vrij simpel: een klein meisje in het zuiden van de Verenigde Staten in de jaren dertig vertelt over haar leven met haar broer, haar beste vriend en haar vader. Haar moeder is blijkbaar overleden, en vader is een advocaat die op een bepaald moment een zwarte moet verdedigen die beschuldigd wordt van verkrachting. Alleen al het feit dat hij zwart is, maakt hem in veel blanke ogen per definitie schuldig.

Het verhaal wordt verteld vanuit het standpunt van de zesjarige Scout, waardoor het allemaal een zekere onschuld en naïviteit vertoont, maar in feite gaat het hier om een keiharde aanklacht over vooroordelen, rassendiscriminatie en de enggeestigheid van kleine samenlevingen. Of hoe een klein meisje nog niet die bekrompenheid van een volwassene bezit.

Het verhaal is prachtig geschreven, in een heerlijke vertellende stijl, zonder te dramatiseren. En het is net die eenvoud die het uiteindelijk zo ongelofelijk ontroerend maakt.

Met heel veel recht en reden een klassieker. Eentje die ik wellicht ooit nog wel eens zal herlezen.

Pleidooi voor de Kindle

Sinds ik weer gigantisch aan het lezen ben, is mijn Kindle voor mij onmisbaar.

Indertijd was ik niet helemaal overtuigd: ik hou wel van het gevoel van een papieren boek, en ik hoor ook dat als voornaamste argument bij veel mensen: ik wil een boek kunnen voelen.

Vergeet dat dus maar. Ik dacht dat ook. Maar laat mij even de voordelen opsommen van een e-reader:

– het weegt minder dan het gemiddelde boek.
– op één toestel kan je makkelijk 1000 boeken meenemen. Geen gezeul meer in de valies voor op vakantie, en je hebt altijd keus te over.
– op een minuut of drie heb je vers leesvoer. Geen gedoe meer met bibliotheken of boekhandels: ofwel leen je het boek van iemand anders en sleep je de file gewoon naar je ebook, ofwel koop je het en verzendt Amazon het automatisch naar je Kindle. Meestal ook voor minder geld dan de papieren versie.
– het is milieuvriendelijker, en je hebt geen plaats in je boekenkast nodig.
– de lichtfunctie: je scherm licht op in een intensiteit die je zelf kiest. Ik kan probleemloos lezen in de volle zon zonder dat het stoort, maar ik kan ook in bed liggen lezen op de zwakste lichtsterkte zonder dat het Bart stoort. En als je in de zomer op je terras zit en het begint te schemeren, hoef je ook geen licht te halen of aan te steken.
– de woordenboekfunctie. Serieus. Ik lees vrijwel uitsluitend in het Engels, en elk woord dat ik niet ken, klik ik gewoon aan: onmiddellijk krijg ik de Engelstalige definitie. Dat werkt trouwens nog beter in het Frans, aangezien mijn Frans stukken slechter is en ik “La Peste” van Camus, of “La Carte et le Territoire” van Houellebecq toch in de originele taal wilde lezen. Zodra je een boek in een bepaalde taal op je Kindle zet, installeert hij ook automatisch het juiste woordenboek. De kinderen hebben me daar trouwens al gigantisch mee uitgelachen: ik was een papieren boek aan het lezen, en tikte volautomatisch op de pagina voor een mij onbekend woord. Juist ja.
– het is waterdicht, dus ook geschikt om buiten tijdens een pasjescontrole te staan lezen als het regent. Of buiten in de zomer in een zwembadje.
– het is praktischer in bed: niet alleen hoef je geen nachtlampje aan te steken, maar als je, zoals ik, vaak van die dikke turven leest, dan zijn die bijzonder onpraktisch om op je zij in bed te liggen lezen. Zo’n Kindle dus niet.

Nadelen:
– het is vrij duur in aanschaf (140 euro momenteel).
– je moet het om de twee weken (afhankelijk van hoeveel je leest natuurlijk) opladen, en dat vergeet ik soms wel. Maar gelukkig laadt het ding bijzonder snel op.
– het is kwetsbaarder dan een gewoon boek.

Dat laatste heb ik nu dus mogen ondervinden: ik had de mijne al van begin 2013, heb hem al overal meegezeuld en intensief gebruikt, en nu zat hij plotseling gebarsten in mijn tas. Toegegeven, zonder hoesje – ik heb er twee en vergeet ze meestal – en dat was dus blijkbaar geen goed idee.

Ik heb me meteen een nieuwe besteld bij Amazon.de, en die zou over een paar dagen moeten toekomen. Gelukkig heb ik nog papieren boeken genoeg liggen zodat ik niet zonder lectuur val, maar toch: ik mis mijn Kindle.

Nooit gedacht, destijds, dat ik dit nog zou zeggen.

Warrior Cats

Kobe is de laatste tijd “in zijne lees”, en veel hangt af van de boeken die hij vindt. Soms leest hij tijden niks, dan weer verslindt hij boeken, zoals nu de reeks “Warrior Cats” van Erin Hunter, een schrijverscollectief. Het is zelfs zo erg dat ik al tot aan de bibliotheken van Mariakerke en de Bloemekeswijk ben gereden om de boeken te halen: reeks 1 had 7 boeken plus twee extra dikke superedities, en nu zit hij volop in de tweede reeks. Zijn boekopdracht op school ging ook over een van die boeken, en daardoor had hij zitten opzoeken. Tot zijn grote ontzetting moest hij vaststellen dat reeks drie wel al geschreven was, maar nog niet vertaald.

Oh jee…

Waarop ik hem, half al lachend, voorstelde om ze in het Engels te lezen. Ik stelde zelfs voor om al even eentje te zoeken in het Engels, digitaal, op mijn Kindle, om te zien of hij ze wel al kon lezen. Tien minuten later stond het boek dat hij momenteel aan het lezen is, op mijn e-reader, en jawel, hij was verkocht. De papieren versie ligt opzij, hij is het Engels aan het lezen want dat is beter geschreven, vindt hij. Het helpt natuurlijk wel dat zo’n Kindle een vertaalwoordenboekfunctie heeft, waarbij je maar op het woord te duwen hebt en je na een klikje of twee de vertaling krijgt.

Maar hij is dus tien, en hij leest Engelse boeken. Dikke Engelse boeken. Engelse boeken die niet op beginnende lezers gericht zijn, en eigenlijk nog niet zo makkelijk geschreven zijn.

Mijn Kobe.

Ge wilt niet weten hoe trots ik ben.