Katten

Een kattenpost, een échte, niet zomaar een foto, het moet ook een keertje kunnen.

Eerst en vooral is er Fientje, de kattin van mijn ouders. Geen idee hoe oud het beestje intussen is, ik schat een jaar of vijftien. Regelmatig denkt mijn vader dat ze gaat sterven, maar blijkbaar is daar niks van aan. Zondag heb ik ze even vastgelegd voor het nageslacht, want daar zijn niet echt veel foto’s van, denk ik. Ze ligt graag op de vensterbank in de woonkamer, boven de chauffage, ofwel op de kerkstoel die daar al altijd staat.

En dan zijn er natuurlijk hier in huis nog steeds Gandalf en Nazgûl, en we hebben de namen blijkbaar goed gekozen, want ze komen nog steeds niet overeen. Maar het is gelukkig wel al een tolereren geworden, niet van harte, en Nazgûl moet ook niet te dicht komen of Gandalf begint te blazen, maar bon.

Maar vooral: ze kunnen allebei net op dezelfde manier verschrikt kijken.

Het zijn vooral ook twee heel verschillende karakters, wellicht ook door hun leeftijd. Gandalf is nu negen jaar en echt een grumpy cat: hij is dominant, een grote zaag, is liefst alleen en is nog steeds boos omdat Nazgûl er is. Hij ligt heel veel boven op de bedden van de jongens te slapen.

Nazgûl daarentegen is met voorsprong de meest ‘mensachtige’ kat die we al gehad hebben: hij ligt heel graag naast mij te slapen in de zetel, komt af als je hem roept, is wild van eten – ook al staat er altijd een bak korrels klaar – is heel erg nieuwsgierig, volgt me soms als een hondje, durft soms zelfs te apporteren, enfin, ne wreed wijzen.

“De hond heeft mijn huiswerk opgegeten!”

Bovenstaande titel is een eeuwenoude smoes, maar in mijn geval is het ooit waar geweest. Enfin, het waren – gelukkig – nog niet ingevulde examens, en Catullus zat er ’s morgens vroeg bijzonder schuldbewust bij te kijken, in zijn stapel papiersnippers, maar bon, het gebeurt dus echt.

Dat Nazgûl soms denkt dat hij een hond is, dat wisten we ook al lang. Maar deze morgen moesten we echt lachen. Wolf was tijdens het ontbijt nog even zijn chemie aan het overlopen, en zijn papieren lagen dus gewoon op tafel. Nazgûl kwam naast hem op de stoel zitten en viel, jawel, die cursus aan. Niet alleen in een typische kattenpoging om die cursus met zijn pootje op de grond te trekken, nee, hij viel echt aan en beet in het papier.

En toen kon ik het niet laten om toch nog snel een filmpje te maken ook, ook al was hij het tegen dan bijna beu…

Nieuwe huisgenoot: Nazgûl!

Na de dood van Saruman wilden we eigenlijk vrij snel een nieuw katje, en tot onze grote verbazing sputterde Bart niet eens tegen.

Eerst dachten de jongens om pas tegen het einde van de vakantie eentje te zoeken, na onze reis naar Spanje, maar ik wilde eigenlijk tegen dan al lang dat beestje getraind hebben, zodat het in september, wanneer er niemand meer in huis is overdag, zelfstandig zijn ding kan doen.

Ideaal dus: na de examens. Dan is er nog een maand lang vrijwel continu iemand thuis, en tijdens Spanje hebben we zeer fijne housesitters, dus da’s ook in orde.

Via Ulrike, onze dierenarts die ook in het kattenasiel van  Evergem werkt, kregen we zicht op een allerschattigst zwart katertje, een lief beestje, zei ze. Ideaal voor woensdag, dachten we, want dan zijn de examens achter de rug. Alleen bleek de ideale afhaaldag zaterdag te zijn, zodat ook de kooien per nest leeg waren. Euh, allez dan maar, zeker?

In de late namiddag togen we, gewapend met kattenreismand, naar Evergem. En jawel, een prachtig, klein, rustig mormeltje werd prompt Nazgûl gedoopt – het moest passen bij Gandalf – en mocht mee naar huis. Hij kostte ons wel 170 euro, maar dat is helemaal normaal, want gevaccineerd, ontwormd, gechipt én gecastreerd.

Hij is vooral onwennig en voorlopig bijna onrustwekkend kalm, maar dat zal wellicht nog wel veranderen, vermoeden we. En zelfs Bart is al helemaal gecharmeerd.