Scoutskampen

Kobe en Merel zijn allebei op scoutskamp geweest, elk in hun eigen bubbel. Normaal gezien gingen zowel kabouters, welpen als kapoenen tegelijk op kamp zijn, maar dan waren de bubbels te groot, en dus bleven de kleintjes gewoon hier op ons eigen, gelukkig onverhuurd terrein en zat Merel ergens in Limburg, netjes afgescheiden van de welpen.

Kobe kon gewoon naar de Ardennen voor tien dagen, zo’n tentenkamp in openlucht is al iets minder vatbaar voor virussen, én de bubbel was ook klein genoeg.

Het is normaal dat je tijdens zo’n kamp niks van hen hoort, maar gelukkig is er tegenwoordig sociale media en durft de leiding al eens iets posten. En achteraf zijn er de kampfoto’s. Van Merel vond ik meteen ook nog een aantal losse foto’s van op de zondagse vergaderingen.

En Kobe, die heeft ook zichtbaar genoten…

Bordeaux: slot

Die laatste dag hebben we eigenlijk niet veel van Bordeaux gezien: we zijn opgestaan om zeven uur, zaten om acht uur in de Über en hadden dus nog tijd om te ontbijten aan het station, want de trein vertrok kwart over negen.

In Parijs namen we een taxi tot aan het Noordstation, waar we in het café er tegenover een smakelijke steak tartaar aten, vaststelden dat er een zeer bizar scheef huisje voor het station stond dat een kunstwerk bleek te zijn, en dan maar de trein namen tot in Rijsel.

Daar geraakten we vlot in de parkeergarage, iets minder vlot eruit – het systeem accepteert geen buitenlandse betaalkaarten – en dan zeer zeer vlot in Gent, waar we mooi op tijd waren om om half vier onze kampdochter op te halen. Moe, zeer hees, maar proper gewassen en heel erg tevreden: meer moet dat niet zijn na zo’n kamp.

Thuis werden de valiesjes uitgeleegd en de was verzameld, en dat was dat.

Maar het was wel een zalige vakantie, een paar dagen echt weg, en dat deed deugd.

 

Scoutskamp

Merel was er, zoals altijd, niet gerust in. Ging ze zich wel amuseren, ging ze wel kunnen slapen, ging het wel goed zijn, dat kamp? Mijn eeuwige twijfelaartje had er zelfs stress van.

Maar deze morgen stond ze wel te glunderen aan het station: ze had er helemaal zin in! Pas toen Lieze de gebruikelijke traantjes liet vloeien, deed ze even mee. Wat al even gebruikelijk is, eigenlijk.

En nu is ze dus vertrokken voor een weekje, mijn jongste kuiken.

Van Italiaans eten, geocachen en kampterugkeerders.

Kobe was nog op kamp, Wolf zat bij vrienden, en dus zijn Bart, Merel en ik lekker Italiaans gaan eten. Als in: deftig Italiaans, geen Bolognese of pizza’s.

Dik in orde.

Daarna wilden Merel en ik nog een geocachetochtje doen, maar helaas, al na een paar caches begon het te druppelen en zijn we maar op onze stappen teruggekeerd. Jammer, want het was eigenlijk wel een hele mooie wandeling. We doen de rest wel een volgende keer!

En tegen half zes stonden we met ons drietjes – Wolf was ook mee – aan het station om Kobe op te halen van zijn kamp. Eindelijk, we hebben hem allemaal serieus gemist. Hij was vrolijk en bruin en moe, en vooral ook een wasbeer van totem. Zijn beschrijving was er trouwens knal op, ik moest echt lachen. Knap gedaan van de leiding.

En nu zijn dus alle drie mijn kuikens weer netjes thuis, en dat doet deugd. Ik mag dan graag mijn eigen ding doen, mijn moederinstinct blijft sterk.

Kampgangers

Dat het vanmorgen vroeg was: Kobe moest gepakt en gezakt om 7.40 uur aan het station staan, en dat op een zondag!

Maar hij zag het gelukkig volledig zitten:

Deze namiddag om half vier stond ik terug op datzelfde stationsplein: Wolf kwam na tien dagen eindelijk terug! Het nonchalante staan met de handen in de zakken is een thema, precies.

De jongens hadden elkaar gelukkig even gezien op het kampterrein, want ze moeten elkaar 24 dagen missen: eerst Kobes muziekkamp, en ondertussen vertrok Wolf voor tien dagen, en aansluitend dus Kobe voor tien dagen. Tsja.

Ook van Merels kamp was er trouwens een leuke foto:

Drukke zondag

Voor een zondag was het vandaag eigenlijk behoorlijk hectisch. We moesten deze middag namelijk gaan eten in Kruishoutem voor nonkel Stafs verjaardag, maar Kobe is op scoutsweekend, en kon maar afgehaald worden tegen half twaalf ten vroegste.

Iets voor negenen stond ik dus op, bakte de verse croissantjes, gaf en passant de eenden nog eens eten, schminkte me al volledig, en stapte tegen half elf al in de auto. Langs mijn neus weg zei ik tegen Bart nog dat hij me maar moest bellen als hij me nodig had. Waarop hij: “Goh, ik denk dat ik het wel alleen af kan…”

Ik was een half uurtje vroeger vertrokken om in de stralende zon nog een paar caches daar in Sint-Niklaas te zoeken, en dat deed ik dus. Ongelofelijk zalig weer!

Maar terwijl ik daar ergens aan een bosrand liep, ging de telefoon: “Schat, de douchekraan is kapot, ze blijft maar stromen! Wat moet ik doen?” Oi! De thermostaat van die kraan is al een jaar of twee kapot, denk ik, maar de service van Villeroy en Boch is nu niet meteen om over naar huis te schrijven, je moet dit hallucinante verhaal nog maar eens lezen. Toch had ik een maand geleden een poging ondernomen om iemand te contacteren, maar helaas. Nu was het ding blijkbaar helemaal gesneuveld. “Euh, het water uitzetten misschien?” “En hoe doe ik dat?” Ik overwoog even om een uitleg te beginnen over het zoeken een klein leidingkraantje achteraan de cabine, maar dacht toen dat het misschien simpeler kon tot ik weer thuis was. “Zet de hoofdkraan uit?” “En waar vind ik die hoofdkraan?” ’t Is dat mijne vent voor de rest zo ne zaligen is, want voor zijn praktische kant ben ik niet met hem getrouwd, nee. Enfin, hij kreeg het water toch afgesloten, en vertrok op zijn eentje al richting Kruishoutem zo rond half twaalf. Wij gingen dus wel achterkomen naar het restaurant zelf.

Ik pikte Kobe op die nog niet klaar stond, zoals eigenlijk beloofd, en we zaten dus een kwartiertje achter op schema. Ach ja… Thuis draaide ik de hoofdkraan weer open zodat Kobe kon douchen, kleedde ik me om, laadde mijn auto vol kinderen, en reed naar ’t Raadsel in Kruishoutem. De kleintjes konden niet snel genoeg op de trampoline buiten zitten, terwijl wij genoten van het heerlijke eten, het gezelschap, en het humeur van mijn schoonmoeder.

De drie grote – Louis, Margaux en Wolf – wilden tussen voor- en hoofdgerecht snel een cache zoeken die vlak in de buurt lag, maar lieten zich meeslepen naar de volgende caches, en verdwenen bijna drie kwartier van de radar, goed om de start van het hoofdgerecht te missen. Het restaurant vond dat gelukkig niet erg, maar Nelly was ziedend. Tsja, pubers, dat was in onze tijd niet anders, ik heb daar ook nog voor onder mijn voeten gekregen op familiefeesten.

Enfin, tegen half vijf vertrokken we opnieuw, en Merel en ik hadden zin om de rest van het lokale cacherondje af te werken. Alleen… intussen was het beginnen motregenen. Goh, niet erg, dachten we, ’t zal wel stoppen. Ja gij… Waren we bij de eerste cache nog relatief droog gebleven, dan was het bij de tweede cache al serieus aan het regenen, en dan vonden we het ook gewoon niet meer leuk. We zijn dan maar naar huis gereden, onze pyjama’s aangetrokken, en gezellig in de zetel gekropen. Ideaal einde van een drukke zondag.

Oh ja, en tussendoor zijn Bart en ik er toch nog in geslaagd om met vereende krachten, zoekwerk en denkwerk de douchecabine toch van het waternet af te sluiten, zodat de rest van het huis weer water heeft. Lang leve afsluitkraantjes op logische plaatsen… *roloog*

Een zomerse zondag, met de verloren zoon

Zondagen, ne mens wordt er niet magerder van. Bart hield er al altijd van om iets extra’s te koken op zondag, maar sinds ons pa hier elke zondag komt eten, is het al helemaal altijd met voorgerecht, hoofdgerecht, dessert en taart. Jawel. Een voorbeeld…

IMG_1375

Mijn pa laat het zich allemaal welgevallen, maar intussen begin ik hem wel in te schakelen voor allerhande taakjes. Zo heeft hij een paar weken geleden krieken ontpit, en vandaag heb ik hem buiten aan tafel kousen zitten doen binnenste buiten keren, en sorteren. Wat hij weliswaar traag, maar grondig deed. Nog een gemak om in huis te hebben :-p

Daarna begonnen de kinderen met Kobes chemiedoos te spelen, en was wat grootouderlijk toezicht ook wel interessant. En toen, toen was er taart natuurlijk.

En ’s avonds, toen was er Wolf! Jawel!

Toen ik hem maandag bracht, had ik nooit durven denken dat hij tot het einde ging kunnen blijven! Donderdag was de gewenste moment, want dan was de totemisatie afgelopen. Ze hadden speciale opdrachten voor hem voorzien, die hij fysiek wel degelijk moest aankunnen. Raadsels, een brug bouwen, dat soort dingen. En vanaf donderdag stond ik dus klaar om hem eventueel op te halen, maar zijn fantastische leiding hield me nauwgezet op de hoogte: hij sliep goed, deed de meeste dingen mee, en als het niet lukte, ging hij in zijn stoeletje zitten. Ik had mijn idiote campingstoel daar achtergelaten, zo’n ding van 10 euro dat standaard in mijn koffer ligt, en vooral dient voor de rugby. Blijkbaar is het dus goed gebruikt. Enfin, hij is dus wel degelijk tot het einde kunnen blijven, en toen bleek er nog plaats te zijn in de auto van een van de foeriers, Seppe. Ik moest dus gelukkig niet vijf uur in de auto zitten om hem op te halen, hij kon gewoon mee! De bedoeling was dat ze dan wel om kwart over zeven aan het station zouden staan om samen af te sluiten, maar rond zes uur kreeg ik telefoon: dat ze al in Gent waren, en dat het eigenlijk onnozel was om dan nog een uur te staan wachten. Seppe zou hem maar meteen thuis afzetten, dan kon hij zelf ook al even langs huis gaan om gerief uit te laden.

Helemaal mooi dus: kwart over zes stond er hier dus een doodvermoeide Wolf, ietwat humeurig wegens vermoeidheid en pijn, maar verder wel blij om thuis te zijn, met een deftig toilet, een goeie warme douche, propere kleren en een zachte zetel.

En ik, ik was blij dat hij thuis was. Echt veel zorgen had ik me niet gemaakt, omdat ik wist dat hij in goeie handen was, maar toch… Blij dat al mijn kuikens terug onder mijn dak zijn.

Oh, en zijn totem? Slechtvalk. Knap gezien van die leiding.