Vorig jaar had ik al een compleet kapotte tand laten vervangen door een implantaat. Tevreden van? Van de kwaliteit wel, ja, maar de vorm is niet ideaal, want er kruipt altijd eten tussen die tand en de tand erna, en daar kunnen ze dus niks meer aan veranderen. Meh.
De tand ervoor was helaas ook al lang redelijk dood. Als in: al lang ontzenuwd, stukjes van afgebroken, intussen ook helemaal bruin, maar door de tandarts nog wat bijgeslepen omdat ik anders een dubbel gat in mijn mond had. Het was een kwestie van tijd voor die ging afbreken, zei ze, maar dat gingen we dan wel weer zien. Nu wilde ik dus ook voor een implantaat gaan, en die tand moest er dus uit, maar de tandarts wilde zich daar liever niet aan wagen. Te veel risico dat hij ging afbreken, en dan werd het sowieso een werkje voor de kaakchirurg, die ik toch moest zien ter voorbereiding van dat implantaat.
Vandaag dus richting ziekenhuis om die tand te laten trekken. Ik hield mijn hart vast, want het kon wel eens gepruts worden. Maar tot mijn grote opluchting en – jawel – grote verbazing van de kaakchirurg ging de tand er zonder protesteren, zonder problemen gewoon uit. Nikske breken, nikske versplinteren, gewoon eruit. Het was inderdaad maar een zielig tandje meer, toen ik hem zag liggen in een schaaltje, maar wel nog een stevige wortel.
Enfin, nu eerst alles laten genezen, en dan in september de vijs erin, zodat ik dan ergens in november weer een volledige mond tanden heb. En dan maar hopen dat dat nog even zo blijft.



