Jawel, ons pa heeft het weer eens zitten: er zit een stukje kip vast in zijn slokdarm en hij heeft alweer sinds zondag niet gegeten. Hmpf.
We eten al maanden op zondag enkel gehaktschotels en dat soort dingen, dus niks met grote stukken vlees. Nu riskeerde Bart het zich toch eens om kipfilet te bakken met appelmoes en kroketjes, een Vlaamse klassieker. Van ons pa mocht ik zijn vlees niet snijden, hij ging dat zelf wel doen. Goed, had ik gezegd, maar dan echt wel kleine stukjes snijden, en goed kauwen, want in het WZC krijgt hij enkel gemixte voeding.
Tot ik hem dus een groot stuk kip – ook te groot voor mij, ik zou het in twee gesneden hebben voor mezelf – in zijn mond zie steken, drie keer kauwen, en slikken.
En toen zat het vast. Moh. Vreemd.
De rest van de middag verliep dus zeer gezellig met een vader die de hele tijd slijm zat over te geven, met bijhorende geluiden, en die toch telkens weer een hapje eten nam, waarna hij uiteraard nog meer slijm overgaf. Tot ik, zoals bij de kleine kinderen, zijn bord gewoon wegnam.
Toen ik hem om vijf uur naar huis bracht, had hij nog steeds niks gegeten. Het gevaarlijke daaraan is dat hij ook zijn medicatie niet kan nemen op die manier.
Bon, ik ging het wel horen, zeker? Dinsdag stuurde Jeroen dat hij langs was geweest en dat ons pa nog steeds niks had gegeten. De verpleging wist me te vertellen dat hij gezegd had dat hij geen dokter wilde, het ging wel overgaan. Ik ben woensdagvoormiddag dus even langs gegaan en hij zat nog in zijn ondergoed, zonder hoorapparaten, zonder tanden: hij ging weer in zijn bed kruipen. Drinken ging min of meer, maar hij had nog steeds sinds zondag niks gegeten.
Uiteraard trek ik mij van een veto niks aan, want anders zitten we binnen de kortste keren weer op spoed met een ondervoeding en dehydratatie. Juist.
Ik ben dus beginnen bellen, en gelukkig kent dr. Sas zijn pappenheimers ook wel een beetje, want na een hoop geregel en geschuif mochten we dus vandaag al langsgaan, om 13.00 uur, zoals gewoonlijk, om het stukje eruit te halen en een eventuele dilatatie te doen. Alweer.
Uiteraard moest hij nuchter blijven, zoals afgesproken met de hoofdverpleegster van de Vroonstalle, maar ginder leest ook niet iedereen zijn briefing even goed, zodat ik deze voormiddag een schuldbewust telefoontje van een van de verzorgers kreeg: dat hij per ongeluk ons pa toch zijn ontbijt had gegeven, en dat ons pa dat vrolijk naar binnen had proberen spelen. En even vrolijk weer had overgegeven, natuurlijk. Veel kwaad kon het dus wellicht niet. Hij weet het nochtans zelf goed genoeg, maar had er uiteraard niet aan gedacht.
Bon, het was niet zijn vaste dokter, maar een andere die effectief bevestigde dat ze er een stukje kip had uitgehaald, maar dat er geen verdere dilatatie meer mogelijk was en dat het eigenlijk best oké zou moeten zijn. Ze ging voor ons pa zitten en spelde hem de les. Waarop hij zei dat hij niet had geluisterd, want een dame in de wachtzaal was rechtgestaan om haar tas te pakken en dus was hij afgeleid. Serieus, plaatsvervangende schaamte, het is een ding, geloof me. De dokter herhaalde nog eens: bij voorkeur gemixte voeding, en anders kleine stukjes en goed kauwen. “We zullen zien”, zei ons pa. Ik had goesting om door de grond te zakken.
Maar het zal simpel zijn: ik ga niet blijven alles op haren en snaren zetten omdat meneer te koppig is. In het WZC wordt het wellicht weer gemixte voeding, en ik ga hier, zoals bij de kindjes, alles fijn snijden. En dan zal hij wel zien.







