Omen Valckensteyn, deel 2

Mijn tweede rol was die van Drusilla, een Orestiaanse handelaar die vooral dan met Koens personage speelde. Dik in orde, want ik beschouw Koen echt wel als een van mijn vrienden, en hij had met zijn groep ook een fantastische tent: een hele grote ronde yurt met in het midden een vuurschaal en een rookgat. Ik heb er quasi de hele tijd gezeten, alle gesprekken gehoord en op die manier ook alles doorgegeven aan de vijand. Ha ja, ik was de grote sponsor van de troepen van de Ram, maar niemand heeft de moeite gedaan om ook maar een paar woorden met me te wisselen. Ik heb links en rechts hele duidelijke hints gestrooid, maar bon. De gezichten op het eindgevecht waren dan ook mooi toen ik gewoon van de spelerskant naar de overkant wandelde, de officier van dienst een zoen gaf en toen een knuffel aan koning Fintan IV. Tsja…

Wolf speelde intussen ofwel een spook, een schildknaap die op zoek was naar het zwaard van zijn meester, ofwel een jonge edelman die zijn zus probeerde te redden. Veel is er van die laatste plot niet in huis gekomen – ook hier beten de spelers niet – en heeft hij vooral diverse vechtrolletjes gespeeld. Ik hoop dat hij zich toch een beetje geamuseerd heeft…

Omen Valckensteyn

Ik heb lang getwijfeld of ik wel zou gaan, naar Omen. De rug is echt niet oké, ik ben niet voor niets in ziekteverlof. Aan de andere kant dacht ook de dokter dat het geen slecht idee zou zijn, op voorwaarde dat ik voldoende rekening hield met mijn eigen lijf en dus op tijd ging zitten of zelfs liggen. Zo’n larp is namelijk compleet stressvrij. Allez, er is stress als je aangevallen wordt door een ork of zoiets, maar dat is compleet anders dan anders.

En dus ja, ik laadde Wolf en Jarne – mijn vaste compagnon – in de auto en reed naar Hechtel-Eksel, nota bene via Brussel want Antwerpen was weer eens compleet onmogelijk.

Ik genoot van de avondrol als dokter-non, maar helaas was ik vrij snel uitgespeeld: ze hebben mijn patiënten vermoord maar mezelf als compleet onbelangrijk weggezet, terwijl mijn personage heel veel info had als ze me ondervraagd hadden, en ik ook heel veel dokterskills had kunnen doorleren als ze het simpelweg gevraagd hadden. Jammer genoeg ben ik zodanig afgeblaft dat ik het dan maar afgebold ben, met openlijke verklaring dat ik dan maar naar een van de rebellenkampen ging. Ik werd vrolijk genegeerd :-p

Ach ja… Ik ben dan maar mijn andere rol gaan spelen en heb heerlijk rustig in een tent gezeten, zodat de rug niet eens protesteerde.

Poort 37

Dat het toch zo ongelofelijk snel gaat, allemaal. Er is alweer vier maanden voorbij sinds de vorige larp, en het lijkt allemaal zo lang niet.

En dit nieuwe personage, Eleonora, is intussen ook alweer een jaar oud. Het vorige heeft eigenlijk geen exit gekregen, is gewoon verdwenen, de verhaallijn was tussen de plooien gevallen op het vorige weekend. Jammer, maar intussen een volledig afgesloten hoofdstuk. De kleren zijn uit elkaar gehaald en hangen netjes op de kapstok.

Vorige ingame avond zijn de krijtlijnen voor het personage uitgezet, en heeft ze zich bewezen. Vandaag heeft ze bevestigd: ze is blijkbaar al een vaste waarde en een aanspreekpunt, en ik vind het heerlijk. Uiteraard heeft veel te maken met het feit dat ik outgame wel gekend ben als ancien, maar toch, zelfs de nieuwe spelers komen naar me toe.

Het ligt me wel, dit nieuwe personage. Alleen is nog steeds niet duidelijk waar het naartoe gaat. Ik heb – tot mijn spijt, eigenlijk – weinig samengespeeld met de rest van mijn amazones, we deden zowat allemaal ons eigen ding. Ik speel redelijk wat met een priester van Gnu, maar dat niet alleen, er was voortdurend vanalles te doen, en we zaten zowat overal bij.

Alleen dood- en doodjammer dat ik vanavond al naar huis moest: morgen is er een herdenkingsmis voor Jeroom, met een familiediner eraan gekoppeld, en dat wil ik uiteraard ook niet missen. Er zijn belangrijker dingen in het leven dan spelletjes.

Mja.

Hopelijk gaat het personage nog wel eventjes mee, want ik amuseer me alvast te pletter. En maart kan niet snel genoeg komen, wat dat betreft. Mijn batterijen zijn alvast weer wat opgeladen.