Reparatietochtje

Morgenvroeg vertrekken we naar Bordeaux, en dus wilde ik eigenlijk nog graag al mijn caches in orde zetten. Sommige waren nogal lang verwaarloosd omdat ik er gewoon niet geraakte. Die in het park in Mariakerke had ik eerder deze week nog eens in orde gezet. Allemaal goed en wel, dat geocachen, maar daar kruipt wel werk in, en als niemand zelf caches zou leggen, zou er simpelweg niks te cachen vallen.

Ons pa en ik reden vanmiddag daarom eerst even tot aan de Gaardeniersbrug en voorzagen daar een nieuw exemplaar. Aansluitend waagde ik me in de Wondelgemstraat waar ik wonderwel een vrije parkeerplaats vond, en we samen fruit gingen inslaan. Ik vond er aardbeien voor 3 euro per kilo, nog genoeg, maar bon, en ons pa sponsorde want het was de bedoeling er confituur van te maken.

Daarna reden we verder richting ’t stad om aan de Oude Beestenmarkt de cache te vernieuwen. Ons pa keek zijn ogen uit naar de Scaldissluis en de kajakpassage en we wandelden ook verder langs de opengelegde Reep tot aan het standbeeld van Willem.

Daarna reden we nog even tot aan de Brusselsepoort om daar de sluis te bekijken en een nieuwe cache te hangen, en dat was dat.

Ons pa was blij dat we toch vertrokken waren, ook al regende het toen hij thuis wegreed en had hij gehoopt dat ik hem niet mee op sleeptouw zou nemen. Maar hij moet wandelen, hij moet bewegen, en dat doet hij thuis niet of nauwelijks, en dus verplicht ik hem. Stiekem denk ik dat hij het nog zo erg niet vindt ^^

Lepelblad

De lockdown is versoepeld voor restaurants, maar vorige week was er gewoon niks meer vrij. Gisterenavond had Bart wél nog een plekje kunnen bemachtigen, meer bepaald in het Lepelblad, Barts vaste stek toen hij nog met zijn bedrijf aan de Ajuinlei zat, en de locatie waar Merels geboortedrink doorging.

Helemaal in onze nopjes gingen we dus, eindelijk, op restaurant. Het concept van het Lepelblad is wel veranderd: enkel de menu met de keuze uit maar een paar gerechten meer, geen uitgebreide kaart met pasta’s en slaatjes, maar veel beknopter, en ook wel wat prijziger, ja. Maar wel nog steeds zeer lekker, en nog steeds dezelfde mensen.

We hebben er in elk geval van genoten, mijn lief en ik. Het deed eens deugd, opnieuw gewoon met ons tweetjes op stap. Het voelde bijna normaal aan…

 

Blaarmeersen!

Sinds een paar weken heeft Wolf opnieuw één keer per week rugbytraining. Twee keer lukt niet wegens het feit dat ze maar in groepen van max. 20 personen mogen trainen, en dus zijn er twee groepen. Tsja. Full contact mag ook nog niet, voorlopig is het conditietraining, balbeheersing, kicken, en tactiek: ze “tackelen” door elkaar een lel te geven met zo’n zwembadworst: op afstand, niet pijnlijk, maar wel prima voor het spel. ’t Is ne keer wat anders!

Vandaag had hij training van kwart na zeven tot kwart na acht, en Merel en ik namen de gelegenheid te baat om een wandelingetje over de Blaarmeersen te maken. Je mag er opnieuw rondlopen maar nog niet op het strand of in het water. Begrijp ik ergens wel. En overal waren er buitensporters, aangezien je binnen nog niet in groep mag sporten. Maar wij hadden ons boek mee en hebben ons toch even op een bankje geïnstalleerd. Het was een zalig warme avond.

Bad karma?

Zucht. Bart is daarstraks gestruikeld over de kabel van mijn naaimachine, waardoor die nu definitief de geest heeft gegeven. Als in: de kabel is uit de gesealede behuizing van de naaimachinestekker gesnokt. Drie machines in huis en geen van drie nog bruikbaar wegens dode pedalen/stekkers. En geloof me, als je nog een pedaal kan vinden van zo’n oud beestje, vragen ze er meer dan 100 euro voor, vlotjes. Daarvoor kan ik al een goedkope nieuwe machine vinden tegenwoordig.
Maar bon, ik belde naar de Singerwinkel hier in Gent, en die heeft niet alleen een zeer enthousiaste verkoper, maar ook gewoon de juiste stekker in huis. Vandaag binnensteken, morgen afhalen, zei hij. En ik mocht ook de oude Bernina meenemen waarvan de pedaal kortsluiting geeft. Hij wou de machine zelf ook zien, want blijkbaar zijn die oude Bernina’s allemaal verschillend en kan een universele pedaal ervoor zorgen dat die motor zichzelf opblaast. En laat dat nu net de kracht van dat oude beestje zijn, die sterke motor.
Dat ding weegt wel ongeveer 15 kilo, de fiets was dus geen optie. Maar Merel en ik kleedden ons beiden op, trokken een bijpassend mondkapje aan, en reden fluks naar de Steendam.
Geef toe, we zagen er fantastisch uit, toch?

Daar wist de man ons te vertellen dat het niet echt zo heel erg druk was en dat hij eigenlijk de pedaal wel kon repareren binnen het half uur. Ik stemde meteen opgetogen toe en stelde Merel voor om in ’t stad te gaan. Toen ik haar zei dat er wellicht geen ijsjes gingen zijn, verzekerde de volgende klante me dat ze wel open waren hoor, ook de Damass. Merel en ik dus daar naartoe, en effectief: ijsjes! Met afstand en handschoenen en mondkapjes, maar ijsjes, yay! We liepen dan maar naar de Graslei en gingen vijf minuten zitten op het muurtje. Ja, we wisten dat het niet mocht, en effectief, er zijn zowel zwaantjes als Draken als een gewone politieauto gepasseerd, dus stonden we meer recht dan dat we zaten.

En we kwamen ook wel wat bekenden tegen, dus al bij al werd het een uur voordat we terug waren. Niet dat dat erg was in dat zalige weer. Het deed vooral ook gigantisch veel deugd om eindelijk eens een vleugje normaliteit te hebben: rondlopen in ’t stad en een ijsje eten. Ook al waren alle winkels nog dicht, waren er geen terrasjes en zag je overal mondmaskers. Het deed gewoon deugd.

We hadden een bijzonder fijne namiddag én ik heb opnieuw een werkende naaimachine! Dik in orde, toch?

Mondmaskertijd

Ik had het al een tijd zitten zeggen dat ik mondmaskers ging maken. Bart had er niet veel vertrouwen in en bestelde er zelf al een aantal, maar intussen ben ik er – zij het met enige hindernissen – aan begonnen. Ik had nog een paar stofjes liggen, maar de jongens en Bart vroegen vooral zwart, en dat had ik niet meer. Tenzij in van die dikke dikke stof, en dat is ook niet de bedoeling of je kan niet meer deftig ademen.

Merel en ik gingen daarom deze middag de fiets op. Allez ja, ook weer een regeling zoals de vorige keer: we fietsten samen tot aan de voet van de fietsbrug, zetten daar haar fiets stevig op slot, en dan ging ze achterop, de brug over, het ziekenhuis door en zo naar de Sleepstraat. Alwaar, tot mijn verbazing, geen rij stond. Voor 18 euro heb ik twee meter zwarte katoen, een meter paarse katoen, een meter streepjes, een meter paarse bolletjes en 10 meter ronde zwarte elastiek. Ik vind dat persoonlijk  niet slecht, nee.

En toen fietsten Merel en ik terug naar haar fiets en vonden we dat het dringend tijd was voor een koekje. Of twee. Of drie :-p

Enfin, ik heb nu dus stoffen en ik kan eraan beginnen. Ik heb er intussen wel al een paar, kijk maar. Een blauwtje en een knalroze voor Merel, ook al hoeft zij dat eigenlijk niet te dragen. En Wolf probeerde het even op een alternatieve manier, maar vond dat precies niet zo comfortabel.

 

De eerste echte lentedag!

Gisteren en vandaag was het eindelijk goed weer, en het leven verplaatste zich spontaan naar buiten. De tuin, welteverstaan. Wolf had eerder deze week al het terras schoongespoten met de hogedrukspuit, gisteren haalden we ook al de tuinkussens en de Fatboy uit, en Merel en ik installeerden ons met ons boek.

En vandaag was het nog beter, waardoor we ook onze zondagse taart buiten aten. Geen goed idee, overigens, als uw taart een merveilleux is en alle chocoladestukjes op uw zwarte broek waaien waar ze ogenblikkelijk smelten. Hmpf.

Ik maakte mijn broek zo goed zo kwaad mogelijk schoon, zag dat het een verloren zaak was, en sprong dan maar op de fiets om twee caches te repareren – alweer. Die van de Brusselsepoortsluis was weer eens verdwenen, maar de cachende buur ging er een oogje op houden. En de Sint-Agnetesluis, aan de Coupure, was grofweg losgesnokt. Daar had ik meer geluk: aangezien een vroegere cache in de buurt gearchiveerd is, kon ik hem eindelijk op een betere plaats leggen, vlakbij de eigenlijke vroegere sluis. Happy me!

En intussen fietste ik door bevreemdend lege straten.

En ’s avonds, toen aten we ook gewoon buiten. En Gandalf zag dat het goed was.