Toneel: “Familie” van Milo Rau

Vrijdag of zo kreeg ik een berichtje van Patricia: of ik zondagmiddag niet mee wilde naar een toneelstuk in het NTG. Goh, ik zag geen reden waarom niet, ik was vrij en het was alweer veel te lang geleden dat ik nog een toneelstuk had gezien.

Zondag kwart voor drie wandelde ik het Sint-Baafsplein op, en nog wat later zat ik tussen twee bekenden in de theaterzaal. Of ik wist waarover het stuk ging? Euh nee, niet meteen. Mijn gezelschap schrok: “Oh, jij komt naar deze voorstelling zonder voorkennis? Oei.”

Bleek het om een behoorlijk controversieel stuk te gaan. Ik haal even de perstekst van de website van het NTG:

“In 2007 pleegde een voltallig gezin zelfmoord in Calais: de ouders en hun twee kinderen. Er is nooit een motief gevonden. De afscheidsbrief meldde enkel: ‘We hebben het verkloot, sorry.’ Familie is een experiment, een etnologische studie van een hedendaags privéleven, een tentoonstellen van het alledaagse. In de banaliteit doemt de grote vraag op: Waarom zijn we hier? Op het podium: een echte familie.

Dit familiedrama wordt opgevoerd door een echte familie: acteurs An Miller en Filip Peeters treden niet alleen samen op als koppel, voor het eerst in hun carrière staan ze op het podium samen met hun twee tienerdochters Leonce en Louisa – en hun honden. Op scène zien we het huis van de familie Demeester, of is het het huis van de familie Peeters/ Miller? Samen reconstrueren ze de mysterieuze case van de familie Demeester, daarbij houden ze hun eigen gezin tegen het licht en stellen ze de constructie van het gezin, als kern en oorsprong van onze wereld vandaag, in vraag.

Fictie en realiteit worden vermengd. Op het podium zien we een gezinsavond zoals er vele zijn, behalve dat het dit keer de laatste is. We zien een gezin eten, douchen, Engels studeren, film kijken. We zien hen praten over alledaagse zaken, telefoneren, naar muziek luisteren, opruimen, herinneringen ophalen. En in dit tonen van het gewone, ontstaat de grote vraag: waarom zijn we hier? Waarom ben ik hier? Zou het niet beter zijn als we zouden verdwijnen?”

De recensies waren zeer gemengd, vertelde Patricia: sommigen vonden het bijzonder afstandelijk gespeeld.

Wel, ik kan u verzekeren: afstandelijk is het niét!

Ik geef eerlijk toe: het eerste kwartier vroeg ik me af waar het heen ging, wat ik daar zat te doen, en of ik niet beter buiten van het mooie weer zou genieten. Want ja, je kijkt binnen in een gewoon huis, waarbij de gezichten van de spelers gecapteerd worden door een aantal camera’s en je zo perfect kan meevolgen.

En de spelers doen doodgewone gezinsdingen, precies zoals bij ons thuis het geval zou zijn. Maar gaandeweg ontdek je dat er meer, veel meer aan de hand is. En uiteindelijk zie je ook de vier personages effectief zichzelf ophangen.

Het stuk is… bevreemdend. Beangstigend. Verkillend. Na het applaus bleef het griezelig stil in de zaal: vrijwel niemand sprak een woord. Ook wij stonden alweer beneden in de hal, met onze jassen aan en al, voor we ook maar iets zeiden tegen elkaar. Want dit stuk komt binnen. Keihard. Verregaand nihilisme, en toch ook weer niet. Het feit dat ik zelfs beneden nog bij verschillende mensen tranen in de ogen staan, logenstraft de uitspraak als zou het afstandelijk zijn.

Chapeau voor de acteurs, en vooral voor de twee jongedames die dit toch maar weer avond na avond opvoeren. Ik weet niet of ik het zou kunnen.

Stof om over na te denken. Een stuk dat aan de ribben hangt. De moeite, jawel.

Ik ben nog een uur op mijn eentje gaan rondwandelen in het invallende duister, vooraleer ik mijn wederhelft opbelde om me te komen halen. Tegen dan stond ik al op de Blaisantvest. Om maar te zeggen…

Oudejaarsavond

Voor het eerst in jaren vierden we nog eens écht oudejaarsavond. Vorige jaren bleven we gezellig thuis met de kinderen, aten massa’s hapjes en keken films. Dit jaar had Gwen mij en Sofie een berichtje gestuurd: of we geen zin hadden om af te komen met de kinderen.

We zeiden uiteraard geen nee, en wij zorgden voor de hapjes en het dessert, Gwen maakte het hoofdgerecht, en Sofie had soep, taart en drank mee. Allemaal dik in orde dus!

Tegen zeven uur waren we bij hen, en het werd een zeer gezellige avond. Hapjes met hopen en kilo’s, dankzij mijn allerliefste echtgenoot. Hij doet dat graag, en mijn rug deed weer eens moeilijk. Intussen heb ik het verschil leren kennen tussen “Ga liggen en BLIJF!”  en “Kom van uw luie kont en beweeg ne keer een beetje!”

Dit was het laatste, en dus nam ik in de namiddag nog de fiets richting Gent om er een oudejaarscacheke op te pikken aan de Sint-Salvatorkerk. En dan ben ik maar verder gefietst tot aan Sint-Jacobs om er in de Italiaanse winkel een cadeautje voor Gwen te halen, en dan via de Reke (en mijn cache die daar ligt) terug naar huis.

In totaal zo’n tien kilometer op de elektrische fiets dus, en het deed behoorlijk veel deugd: de rug deed het weer. Gevoelig, dat wel, maar in orde.

Bart had intussen zowel hapjes als dessert gemaakt, en beide werden zeer gesmaakt, net zoals de soep die Sofie had gemaakt, en de hertenstoofpot met gevulde appeltjes en een zeer lekker soort kroketachtige dingen.

Tussen dessert en taart schoot het ons plots te binnen: het vuurwerk! We trokken jassen aan, Erik nam een zak mee met glazen en een fles bubbels, en we begonnen te stappen aan een stevig tempo richting stad. Alleen… we waren net iets te laat vertrokken, zodat we de Portus Ganda niet meer haalden, maar aan de Sint-Machariuskerk bleven staan, vlakbij ons vroegere kot. We stonden er op een bijzonder goed plekje tussen een hoop ander volk en genoten.

Daarna moesten we natuurlijk wel nog twintig minuten terugstappen. Tsja… Maar toen was er gelukkig nog taart ^^

Enfin, tegen twee uur waren we terug thuis, maar ik kon helaas nog lang niet slapen. Ik vond het in elk geval een zeer fijne avond. Voor de jongens was het wellicht wat minder, maar bon, dat hoort er dan maar bij.

Wij zijn in elk geval het nieuwe jaar goed ingezet.

Maak er een schitterend 2020 van!

 

Hoofdbib

Merel zat al een paar dagen zonder bibliotheekboeken, maar ons wijkfiliaal is dicht. En donderdag was de hoofdbib ook dicht, zo bleek. Gisteren had ik totaal geen zin om uit mijn kot te komen, zodat we vandaag maar richting Gent trokken. Geen geniaal idee, zo bleek: Gent was een beetje vol. Stampvol: alle parkeergarages waren volzet. Gelukkig ken ik zowat mijn weg, zodat we in de Abeelstraat nog een plekje vonden en we via het Glazen Straatje naar de Zuid liepen. Ha ja, want ook dat is opvoeding, vind ik.

We haalden fluks bibliotheekboeken, wandelden rond De Krook, pikten een cache op aan de brug, Merel at een ijsje en Kobe en ik een warme wafel, we gingen broeken kopen voor Kobe, een legging voor Merel en we wandelden terug naar de auto.

Kort maar krachtig en zeer effectief. Voilà!

Hoe strijk je een mastel?

Een aantal larpvrienden blijft met me lachen omdat we hier in Gent al eens ons eten durven strijken. Ze vinden dat hilarisch, en misschien is het dat ook wel een beetje. Maar ik dacht: ik film dan maar eens hoe het moet. Het licht sarcastische toontje moet je er maar bij nemen.

Er zat een vlieg in de bib

Eigenlijk had ik gisteren met Merel naar de Wondelgemse bibliotheek willen gaan – haar boeken zijn nog maar eens op – maar toen kwam Julie spelen, wat uiteraard nog veel leuker was.

Vandaag ging ik dan maar met Merel en Kobe richting de Krook gaan, want hier is de bib pas weer open op zaterdag. Alleen… in de voormiddag deed de rug echt lastig, als in: de wandelstok uithalen om naar de Delhaize te kunnen gaan en zelfs lichtjes scheef lopen. Ik begon het ergste te vrezen, maar hier thuis kon ik weer liggen en begon het zachtjesaan te beteren. Geen idee wat het veroorzaakt had, maar ik was er toch even niet gerust in.

Het zorgde er wel voor dat we niet met de fiets, maar wel met de elektrische auto de stad in gingen. Allez ja, stad… Het werd de bib, waar ze elk een aantal boeken kozen en dan de Speurtocht van Vlieg gingen oplossen, wat hen een tsjoepke als beloning opleverde. Ik was zowaar jaloers!

We liepen nog even doorheen het Shoppingcenter, namen wat bucht uit de Hema mee, gingen een ijsje halen bij Pierino op de Zuid zelf, en reden toen naar huis. We stopten nog even langs de C&A in de hoop nog korte broeken voor Kobe te scoren, maar dat bleek een ijdele hoop. Merel kreeg wel nog een bikini en ikzelf had een steenrode broek mee.

Tegen half zes waren we thuis, met alweer een bijzonder relaxte vakantiedag.