Eindelijk mijn auto

Ik had eerder al gezegd dat ik mijn auto moest inleveren, na vier jaar lease, om hem dan over te kopen. Volgens de garage – niet onze standaardgarage, maar wel eentje aangesteld door de leasemaatschappij, in Eke – ging het een tiental werkdagen duren, maar het kon ook minder zijn.

Bart voerde me op dinsdag 01 juli en ik had gehoopt hem terug te hebben tegen Big Rivers, twee weken later. Niet dus. We hadden zelfs nog steeds niks gehoord.

Bon, ik belde de dinsdag, en kreeg de uitleg dat het aan de leasemaatschappij lag, dat die heel nonchalant waren met hun papierwerk en dat daar dus de vertraging zat, maar dat ze op vrijdag (de 11de dus) de papieren hadden binnengekregen. Het kon dus snel gaan. Hmm. Als de platen op tijd konden aangevraagd worden – voor de middag dus – gingen ze de volgende dag geleverd zijn en kon ik de auto ophalen. Maar daarvoor moest eerst de keuring afgewerkt zijn en de roze kaart er zijn.

Ik belde dus nog eens donderdag, in de hoop mijn auto op vrijdag te hebben. Ja, de roze kaart was er, en die mens ging dat op zijn gemakske in de namiddag afwerken. Platen gingen dus pas vrijdag kunnen aangevraagd worden en mijn auto was dus ten vroegste dinsdag beschikbaar. Ha ja, de 21ste zit daar tussen.

Hmm. Ik drong aan, en hij ging alsnog de papieren eerst in orde brengen. Ik kreeg de roze kaart doorgestuurd om half twaalf en kon alles onmiddellijk doorsturen naar het verzekeringskantoor, dat maar open was tot 12.15 uur. Zalige mensen, en dat zeg ik niet omdat het het kantoor van mijn broer is, want die zit momenteel op de Dominicaanse Republiek. Ze namen het dadelijk op en de platen waren nog op tijd aangevraagd.

Bon, de planner van de garage geloofde daar blijkbaar niet al te hard in, want ik kreeg het voorstel om de auto alsnog dinsdag op te halen. Hmpf.

Ik belde deze voormiddag, de platen waren binnen, en ik kon de auto tegen twee uur ophalen, zeiden ze. De verzekering sprong meteen mee op de kar en kon me iets later de voorlopige verzekering doorsturen. Damn!
Jammer genoeg was Bart niet beschikbaar op dat moment, zodat ik in de warmte een goed uur gefietst heb naar Eke, maar wel langs mooie wegen, zelfs een stuk door een bos.

Ik was nogal bezweet toen ik er toekwam, maar dat vond ik niet erg: mijn auto stond netjes te blinken, letterlijk, want net gewassen. Een jongeman van de verkoopsafdeling heeft me nog geholpen om de fiets in de auto te krijgen, en ik heb me snelsnel naar huis gerept want ik moest om half drie bij de dokter staan.

Maar ik heb dus mijn auto, mét nieuwe platen, de HaHaLol, zoals Wolf zei.

Oef.

Autoperikelen

De rug mag dan om zeep zijn, sommige afspraken zijn nogal moeilijk om te annuleren. En dus hees ik me gisterenmorgen met stok en al in mijn auto – autorijden gaat gelukkig wél nog zonder problemen –  en reed naar de garage voor jaarlijks onderhoud en keuringsnazicht. Tsja. Gelukkig reed Bart meteen ook mee, zodat ik er niet hoefde te blijven – dat was eigenlijk wel voorzien, met een leenfiets en al – want dat zou met de rug nu gewoon niet lukken. Een drie kwartier later lag ik dus alweer in de zetel, oef. Een halve dag en een stevige rekening later had ik een auto die in orde stond, of dat dacht ik toch.

Want toen ik deze namiddag op het afgesproken uur – met stok en al, of wat dacht je – aan de keuring stond, bleek hij op twee punten afgekeurd te zijn! Eén: de roetuitstoot. En laat dat nu net zijn waarom hij op onderhoud is geweest en de filters en zo vervangen zijn. Hmm.
Twee: het plastiek kapje van mijn rechter spiegel is eraf, maar de spiegel zelf werkt wel nog perfect. Wait, what? “Ah ja”, zei de controleur toen ik ernaar vroeg: “Ziet dat er iemand tegen valt en zich pijn doet?” Euh, ik rij met een machine van een paar ton, die spiegel gaat echt het verschil maken.

Nu, ik wist natuurlijk wel dat dat kapje eraf was, maar dacht niet dat ze daar gingen moeilijk over doen, en de garage ook niet. Per slot van rekening is het een auto van tien jaar oud die over een paar maanden vervangen gaat worden. Hmpf. Morgen een venijnig telefoontje richting garage, me dunkt.

En zo blijft ne mens bezig, natuurlijk. Soit, het is niet alsof ik veel anders kan behalve plat liggen en af en toe op mijn tanden bijten.

Auw.

Sla anders ne keer lompweg uwe voet om in uw eigen garage. Auw. En ’t is niet alsof we hier al 23 jaar wonen, toch? En dat ik dat boordje zou moeten weten zijn, toch?

Enfin, eventjes met poot omhoog, ijs erop, en voorzichtig zijn. Het staat alleen een beetje dik, ziet niet blauw, dus het zal wel meevallen zeker.

Het is gelukkig niet zo erg als in Pompei, destijds, maar mijn voeten, het blijft toch een zwak punt. Al een chance dat ik niet gevallen ben, want dat zou dan weer funest zijn voor de rug. Ik ben wel eventjes op mijn knieën gaan zitten om zeker te zijn dat ik niet zou wegdraaien van de pijn en alsnog zou vallen.

Een goed functionerend lijf, ’t is een gerief, heb ik me laten vertellen.

Gentbrugse omzwervingen

Dat het vroeg was deze morgen: om kwart voor acht stond ik al in Gentbrugge in de Fordgarage: tijd voor jaarlijks onderhoud en keuring. Het ging een uurtje of twee duren, en ze hadden niet meteen een reservewagen, maar ik mocht gerust een fiets lenen.

Ik had mijn boek mee en dacht eerst van gewoon te blijven zitten suffen en lezen, maar het zuurstofgehalte in zo’n garage lokt nu niet meteen jubelkreten uit, dus ging ik na een kwartier of zo toch in op het fietsaanbod.
Wel, ik kan u verzekeren, als ge gewoon zijt van elektrisch rond te hotsen, is zo’n gewone, zware fiets niet ideaal. Ugh. Maar ik geraakte probleemloos in het atheneum Gentbrugge, waar Sofie al lang weer ter plekke was en ik gerust mocht langswaaien voor een korte babbel – ze hebben binnenkort doorlichting en dus nog veel werk – een koffie en eens rondneuzen wat er allemaal veranderd is in al die jaren sinds ik er weg ben.

Ik moet toegeven, ik ben wel jaloers op hun nieuwe leraarskamer: groot en licht, en met een nieuwe keukenblok. Daar kunnen wij alleen maar van dromen… En toen ben ik ook nog even wat foto’s gaan nemen van mijn oude lokaal dat ik ooit geschilder heb, en waar ik nog steeds trots op ben.

Er zijn echt nog knappe hoekjes, zoals de traphallen.

Maar toen was het kwart over negen en had ik nog wel wat tijd te doden. En het is niet alsof er al ergens een terrasje open was om me daar te zetten lezen. En wat doet ne mens dan? Geocachen, toch? Er waren gelukkig nog een paar caches in Gentbrugge die ik nog niet gedaan had, maar eentje moest ik laten voorbijgaan wegens onder een loopbrug en dus veel te laag voor mijn rug.

En toen kreeg ik een telefoontje: dat mijn remblokken en remschijven ook moesten vervangen worden, maar dat dat wel eventjes langer ging duren, en net iets duurder worden ook. Hmpf. Enfin, nog twee uur langer rondfietsen en wandelen, lezen en zoeken,  en in totaal 900 euro kwijt.
Om 11.58 uur kreeg ik een smsje dat mijn auto klaar was, en dat de garage gesloten was van 12 tot 12.45 uur. Maar echt, serieus??? Ik ben toch teruggefietst en gelukkig was er een vriendelijke jongeman die nog net niet gaan eten was en die me kon helpen.

Ik was pas terug in Wondelgem om kwart voor één, bijna drie uur later dan geanticipeerd, en ik had uiteraard geen eten klaar staan, laat staan boodschappen gedaan. Ik heb de kinderen in de auto gepropt en ben naar ’t Kolleke gereden, waar ze duidelijk nog steeds de beste frietjes van de omtrek hebben.

Daarna zijn we nog even langs school gepasseerd om mijn lesrooster op te halen, en daarna langs Wolfs werk om een extra scherm op te halen dat anders toch in de container ging belanden.

En toen vond ik het welletjes voor vandaag en hadden we een zwemmetje wel verdiend.

Van garages, Ikea en geocaches

Mijn auto was afgekeurd halverwege juli: toen heb ik meteen de banden laten vervangen, maar was ik nog niet in de garage geraakt. Er is toen ook niet mee gereden, want mijn rug speelde spelbreker.

Vandaag mocht ik hem binnensteken voor algemeen onderhoud, vervangen van de nodige filters en dergelijke, en nazicht voor keuring. Dat ging een paar uur duren, dus ik huurde een vervangwagen voor een halve dag, en reed met de kinderen naar de Ikea. Aangezien we de auto maar konden afgeven om 12.45 uur, waren we pas tegen kwart over één in het restaurant van de Ikea. Ik had gedacht dat de rijen dan wat minder gingen zijn, maar nee hoor, ik heb nog een respectabele 25 minuten moeten aanschuiven. Ja santé mijn ratse!

Niet dat we veel moesten hebben: de kinderen wilden nieuwe hoofdkussens, nu ze die extra dikke en zachte in Rhodos hadden ervaren. Daarna hadden we nog tijd over, en dus reden we naar Zwijnaarde, naar het mij onbekende Henri Storypark en de belendende Leebeekvijver, vlak naast de Coca Cola, voor een mooi rondje Leebeek.

Helaas had ik voor één keer geen batterij mee voor mijn gsm, konden we cache nummer 6 nog net loggen met 2%, maar viel de gsm onherroepelijk plat voor de bonus. Tsja, die is dan voor een volgende keer.

Tegen zessen haalden we onze eigen auto op, reden naar huis en stapten quasi meteen weer in voor een bibliotheekbezoekje en snelle boodschappen in de Delhaize.

Dat leverde meteen een mooie 13.293 stappen op voor vandaag. Goed bezig!

Van borelia, banden en baden

Eigenlijk wilde ik vandaag met Merel naar de Gentse Feesten, maar die auto gaat voor natuurlijk: ik wil geen risico lopen. Gelukkig begrijpt ze dat, en zijn er nog dagen die volgen. Gisteren lag ook al moeilijk, omdat ik een doktersafspraak had in de namiddag. Die tekenbeet van 1 juli – allez ja, een van de drie, de andere twee zijn volledig genezen – blijft namelijk maar op mijn scheenbeen staan. Nu, ik weet uit ervaring dat wondjes op mijn schenen sowieso moeilijk genezen, maar het is nu al meer dan twee weken, en er is wat uitslag rond gekomen, min of meer in cirkelvorm. Ik had Bart dus moeten beloven dat ik naar de dokter ging gaan, wat ik gisteren dus gedaan heb.

Ze keek even, vond het absoluut niet duidelijk, temeer dat je de rode uitslag perfect kon wegdrukken (wat je blijkbaar bij borelia niet kan), trok bloed, en gaf me een voorschrift voor cortizonezalf en antibiotica mee. Met die laatste moest ik nog wachten op de uitslag van het bloedonderzoek, en daarvoor mocht ik vandaag bellen. Goed nieuws dus: geen borelia, alleen een allergische reactie. Met die zalf moet het snel wegtrekken.

Tegen drie uur waren we dan netjes in de bandencentrale. Tegen dik half vier ging ik even informeren aan de balie: hoe lang het nog zou duren, want ik had een afspraak om drie uur, en ze waren er nog niet eens aan begonnen? Euh, zei de man schaapachtig, ze hadden het heel druk want er was nogal wat werk tussengekomen, maar bon, ik had een afspraak, en dus gingen ze mijn auto er meteen tussen nemen. Intussen zat ik rustig een boek te redigeren en liet Merel haar creatieve schrijftalent de vrije loop.

 

Tegen kwart over vier waren we er buiten, net op tijd om thuis een vieruurtje binnen te spelen en de zwempakken te halen: het zwembad van Ertvelde is open tot zes uur!

We hebben dus inderdaad een uurtje gezwommen en daar veel deugd van gehad. Merel kan nog niet echt goed zwemmen, en ik wilde daar iets aan doen tegen dat we naar Rhodos gaan. Als we nu bijna elke dag kunnen gaan zwemmen, dan kan ze het tegen dan, en met zwembandjes aan mag dat dan geen probleem meer zijn.

We ploeterden, plensden en plonsden, en hadden vooral heel veel lol.

En eenmaal thuis waren we allebei pompaf. Dirk kwam nog wel een geredigeerd stuk manuscript ophalen, maar aangezien we intussen elkaar zó gewoon zijn, gaat het overlopen van de wijzigingen ook een pak vlotter dan eerst.

Alweer een gevulde dag dus, maar wel met een vakantiegevoel. En dan morgen Gentse Feesten!

Van hot naar her

Om acht uur stond er vanmorgen al eentje te blinken aan het station:

IMG_3325

Aansluitend reed ik naar de garage om mijn auto daar even te tonen: hij is eergisteren afgekeurd omdat er speling op het linker stuurhuis vooraan zat, en ik heb een afspraak in de garage volgende week, maar ze vroegen of ik eerst niet even langs kon komen, zodat ze zeker de juiste stukken in huis hadden. Nog een chance: blijkbaar zat mijn uitlaat maar met één vijs meer vast, en kon hij er elk moment afdonderden. Ze hebben die dan maar meteen deftig vastgezet. Ik heb dan nog een geocache opgepikt, en ben dan naar huis gereden. Boodschappen hoefde ik gelukkig niet meer te doen: er was nog meer dan genoeg eten over van gisteren.

En toen laadde ik zowel Wolf als Merel in de auto, en reed ik door de regen richting solden in Oostakker: Wolf heeft dringend nieuwe T-shirts nodig. Het joch is zodanig gegroeid, dat ze allemaal te kort geworden zijn. En het heeft geen zicht, zo’n gast van 13 met een blote navel…

Enfin, wij eerst de C&A binnen, en daar vond hij meteen drie T-shirts die hem aanstonden, een nieuwe bermuda en een nieuwe gilet. Merel vond er een ‘wrijfT-shirt’ en een felroze gilet  die ze ook nodig had. En dacht je dat daar ook maar één stuk van in de solden was? Uiteraard niet. Maar ik heb in totaal voor 7 stuks 65 euro betaald, mij hoor je niet klagen.

’t Was dus nogal de moeite dat ik tot daar was gereden, ik had evengoed naar de Wondelgemstraat kunnen rijden, dat was een pak dichter geweest. Nu ja…

Tegen dan was het weer tijd dat Wolf ging liggen, dus reed ik maar opnieuw huiswaarts. ’t Is toch nog echt niet in orde met hem, al kan hij met die nieuwe medicatie wel wat meer. Maar ik hoop vooral dat de kinesie begint aan te slaan.

Arme jongen…

 

Uitbollen…

De deliberaties zijn achter de rug, alle punten zijn binnen, nu enkel nog een pak verslagen schrijven, rapporten maken en uitdelen, een proclamatie, leerlingencontact en oudercontact overleven, en we zijn er. Oef.

Vandaag stond er geen school op het programma, enfin, toch niet ginder ter plekke, alleen wat administratie.

Tegen tien uur zat ik bij de kine, tegen half twee opnieuw in de garage: de wisselstukken waren toegekomen. Om te blijven zitten had ik echter geen zin, en ik moest trouwens nog op een missie: een knaloranje vestje vinden voor een afscheidnemende collega. Ik begon dus te wandelen, daar op de Brusselsteenweg, en zag eerst een Brantano – geen geluk qua deftige sandalen – en een Zeb: ook niks. Ik stak de straat over naar de Zeeman, en lo and behold: daar hing een knaloranje (naar het koraalrode af) fleece trainingsvestje, in exact de goede maat! Chance!  Ik liep nog wat verder, zag dat er een Marleentje was en liep dus nog wat later verder met een prachtige paarsrode passiflora en een papyrusplant, beide voor geen geld. En zo waaide ik de Wibra binnen, en dat moet ik eigenlijk vaker doen: metalen haken om het tuingereedschap op te hangen, een zonnezeil (als we het ooit nodig zullen hebben), een paraplu, en nog een hoop kleine dingetjes.

Behoorlijk zwaar beladen liep – strompelde? – ik terug naar de garage, weerstond aan de verleiding van de slechte koffie, en zette me te lezen. En tegen half vijf was de auto klaar en ik 1398 euro armer. Ugh.

In het passeren pikte ik nog, dankzij een tip van de legger, een cache op, en reed fluks naar huis.

En ’s avonds, ’s avonds speelden we onze eerste echte Cthulhusessie in tijden. Xavier had er een vintage pareltje van gemaakt, met alle juiste sfeerschepping, donkere schilderijen, beesten in het water… Wolf speelde mee, en genoot intens, en de anderen hielden zich niet in omdat hij erbij zat. Dat zou ik ook niet willen, want de groep is per slot van rekening niet opgezet om Wolf een plezier te doen, maar wel om echt te spelen. Het was bijwijlen intens, bijwijlen hilarisch! Alleszins een fijne avond gehad, en Wolf glunderde toen hij ging slapen. Hij heeft verdomd goed gespeeld, trouwens.