Lectuur: “En finir avec Eddy Bellegueulle” van Edouard Louis

In december was Wolf bij mij gekomen met een zekere wanhoop in zijn ogen: hij moest een aantal hoofdstukken lezen uit een Frans boek, en het lukte hem aan geen kanten. Vooral zijn gebrek aan woordenschat speelt hem parten. We hebben ons dan samen in de zetel geïnstalleerd en samen gelezen, waarbij hij telkens aangaf waar hij vastliep. Tsja, als je al niet zo sterk bent in talen en niet graag leest, dan is zoiets echt wel een zware opdracht, zeker als er veel spreektaal in verwerkt zit.

Maar mijn interesse was gewekt door het vijftal hoofdstukken: wat een boek! Zo hard!

Toen dus mijn reeksje van de Codex Alera uit was en ook dat Nederlandstalige, nam ik dit Franse boek ter hand, en dat heeft me geen seconde gespeten.

Maar man, wat een hard boek zeg! Het heeft wel enkele dagen door mijn hoofd gespookt, ja. Eerst dacht ik trouwens dat het zich een honderdtal jaar geleden afspeelde, denk aan ‘Peaky Blinders’. Maar blijkbaar is het begin de jaren 2000, heel recent dus. Het verhaal speelt zich trouwens af in Noord-Frankrijk, nog niet eens zo ver van ons vandaan, en dat maakt het net zo confronterend.

Eddy vertelt namelijk over zijn jeugd in een van de armste, meest achtergestelde dorpen van Frankrijk. Een raam dat breekt, wordt vervangen door een stukje karton. Het weinige geld dat er is, gaat op aan goedkope pastis, en als je als man geen alcoholist bent, is er iets mis met jou, want hoe ga jij dan om met je miserie? Meisjes verlaten heel vroeg de school omdat ze zwanger zijn, een toekomst is er niet. De wereld die Louis schetst, is bijzonder ruw, rauw, en lijkt zo weggelopen uit een film van de gebroers Dardenne of Ken Loach.

In dat milieu wordt Eddy geboren, een jongetje dat al van kleins af heel erg vrouwelijk is in uiterlijk, gedragingen, gebaartjes, stem en speelgoedvoorkeuren. Eddy is nog geen tien als hij al perfect weet dat hij afwijkend is, dat hij homo is, en dat dat in zijn milieu absoluut niet aanvaard wordt. Hij wordt gepest, mishandeld en uitgescholden, zelfs door volwassenen. Voor hem is er al helemaal geen toekomstperspectief, en hij probeert ook echt om een ‘dur’ te worden, een echte man. Quod non.

Zijn ouders proberen wanhopig hem aan een meisje te koppelen, maar dat loopt faliekant af. Alleen op het einde is er een sprankeltje hoop…

Ik moet zeggen, lang geleden dat ik nog zo’n rauw boek gelezen heb. Het deed me in zekere zin denken aan The Grapes of Wrath, ook al zo’n verhaal van extreme armoede en uitzichtloosheid. Maar ik kon het bijna niet wegleggen, terwijl ik bij The Grapes of Wrath soms moeite had om me erdoor te worstelen.

Een aanrader? Heel erg. Maar je gaat er wellicht even niet goed van slapen.

Zondag

Lang slapen, en zo wat rondlummelen, dat is voor mij het ultieme zondaggevoel. Nog de laatste loodjes weggewerkt, alles verbeterd, punten ingediend, vakcommentaar geschreven, commentaren doorgestuurd naar de klastitularissen… We zijn er!

Tegen de middag waren ook ons pa en Nelly er, en het blijft me verwonderen hoe goed die twee overeenkomen. Bart had weer succulent gekookt, en het werd zowaar even stil aan tafel.

Wolf moet dan misschien geen examens doen, maar Kobe heeft wel de pech dat hij grote toetsen heeft, en dus onderwierp omaly hem aan een derdegraads ondervraging over zijn Frans, het dutske. Gelukkig kon hij probleemloos op alles antwoorden, maar ik had ook niks anders verwacht, om eerlijk te zijn.

IMG_0474

En verder? Verder werd er een gigantisch kamp gebouwd met de nieuwe poef die Bart gisteren is gaan afhalen. Er zit wel degelijk een klein kleurverschil op, maar bon, daar is niks aan te doen, dat wisten we op voorhand. Hij is in elk geval al goed gebruikt ^^.

IMG_0476

Cent deux

Mijn vaders moeder, mijn oma dus, is intussen 102. Ze zit sinds een paar jaar in een tehuis, niet omdat ze het niet echt meer aankon om alleen te zijn, maar omdat ze gevallen was, en we het sindsdien niet meer vertrouwden.

Ze heeft twee hoorapparaten, dat wel, maar heeft nog altijd geen bril nodig om te lezen.

Zo zat ze vorig week in een dik boek te lezen toen mijn ouders binnen kwamen. Het bleek dan ook nog een Franse turf te zijn, waarbij ze al aan pagina 350 of zo zat. Uiteraard kwam de vraag waarom ze in het Frans zat te lezen. Het antwoord kwam snel:

“Ha ja, toen ik jong was, moesten we veel Frans spreken. En het zou toch jammer zijn dat ik dat zou kwijtspelen. Want ja, als ik een woord niet meer weet, dan zoek ik het op in mijnen dictionnaire! Ik heb dat, zulle!” en trots hield ze het woordenboek omhoog.

Stel u voor zeg, dat ze haar Frans zou verwaarlozen! Zie dat ze het nog nodig heeft in haar volgende job!

Juist ja.

Ik heb het, geloof ik, van niet verre.