Jawel, dat doet immens deugd, zeker als het van een leerlinge komt die in de klas nauwelijks iets zegt, altijd zeer stil is en blijkbaar weinig uitdaging vindt op school.
En helemaal in mijn kleuren!

Acta Diurna de muliere ludenti
Dinsdagmiddag sprak een collega me aan: in welk lokaal de leesclub straks doorging? Ik viel uit de lucht: de datum van de leesclub, die ik nota bene zelf had vastgelegd, was me compleet ontgaan. Goed bezig, Rombaut!
Gelukkig had ik geen andere verplichtingen, zodat die leesclub wel gewoon kon doorgaan. We waren met niet veel: de 650 bladzijden waren toch wat te veel voor de meesten. Ik schrijf zelf nog wel eens een bespreking, maar schreef er het volgende over voor de website van de school:
“We wisten dat het een uitdaging ging zijn, dit boek van 650 bladzijden in het Frans en blijkbaar rond de 800 in het Nederlands, maar hadden er uiteindelijk toch voor gekozen. Dat bleek voor de meesten toch een beetje een zelfoverschatting, tussen alle andere verplichte schoollectuur door.
Enkele leerlingen hadden dus afgehaakt, eentje had net de laatste vijftig pagina’s niet meer kunnen lezen, een ander zat halfweg, eentje nog maar aan 100 pagina’s en één iemand moest er eigenlijk nog aan beginnen maar vond het niet erg om erbij te zijn en te luisteren wat wij ervan vonden. De enigen die het helemaal gelezen hadden, waren de twee aanwezige leerkrachten, mevrouw Vermeire en mevrouw Rombaut. Mevrouw De Clercq had het ook uitgelezen, vond het prachtig, maar had helaas andere verplichtingen.
Bij de bespreking namen de leerkrachten dan ook het voortouw en vatten de plot nog even samen, met een duidelijke spoilerwaarschuwing die hier niet nodig is. Het verhaal gaat over Emile, een jonge gast van 26 die de diagnose krijgt van jong-Alzheimer, waardoor hij weet dat hij langzaam zijn geheugen en dus ook zichzelf zal verliezen, en waarbij hij nog maximaal twee jaar te leven heeft voordat ook zijn lichaam het opgeeft. Hij weigert als proefkonijn in de steriele omgeving van een ziekenhuis te sterven, koopt een camper, zet een advertentie voor een reisgezel in de krant en ontvlucht zijn familie. Hij krijgt het gezelschap van de bijzonder zwijgzame Joanne, een jonge vrouw die duidelijk zelf de nodige trauma’s met zich meedraagt. In het begin loopt dat stroef en dat merk je ook aan het boek: het begin is traag en bij momenten moeilijk om verder te lezen, iets wat ook de leerlingen meegaven.
In de loop van het verhaal komt er een verstandhouding tussen Emile en Joanne, krijg je via flashbacks zowel het verleden van Emile als Joanne te weten, en begin je beter en beter te begrijpen waarom ze zijn wie ze zijn en waarom ze soms vreemde reacties hebben. Wanneer Emile een aanval krijgt en in het ziekenhuis verzeilt, waarbij de autoriteiten niet anders kunnen dan zijn ouders waarschuwen, vluchten ze weg uit het ziekenhuis en besluit Joanne om met Emile te trouwen, zodat zij als zijn echtgenote alle verantwoordelijkheid over hem krijgt. Het wordt een formaliteit, maar met de nodige impact op hen beiden.
Zo kabbelt het verhaal verder en wordt Joanne steeds zelfzekerder, terwijl Emile wegzakt in zijn verleden.
De leerlingen vonden het boek te lang en te traag: het mocht gerust met de helft ingekort worden. De leerkrachten waren het daar niet mee eens: bepaalde passages konden misschien korter, maar het is net het trage dat zorgt voor de sfeer, het emotionele waar het boek op drijft. Het is wel duidelijk dat Da Costa weet waarover ze schrijft, wellicht heeft ze zelf deze vroegtijdige dementie meegemaakt. Het zorgt voor enkele bijzonder pakkende momenten, het is een boek waarbij je het echt niet droogt houdt.
Dat verschil in mening werd ook duidelijk bij de vraag of je het boek zou aanraden: de leerlingen zouden dat niet aan leeftijdsgenoten aanraden, maar wellicht wel aan volwassenen, maar ook dan enkel als dat geoefende lezers zijn. Dit aantal bladzijden lees je niet zomaar even tussendoor. De leerkrachten volgden hen hierin: het boek is een aanrader, maar dan enkel voor wie echt van lezen houdt of daar graag de tijd voor neemt. En nee, niet meteen aan jongeren, wellicht heb je de nodige maturiteit nodig om een boek als dit ten volle te smaken.
Maar hadden de leerlingen spijt dat ze het (bijna) gelezen hadden? Nee, dat niet.
Als volgende boek kozen we een non-fictiewerk, en behoorlijk wat korter: Just Kids van Patti Smith: “In Just Kids, Patti Smith’s first book of prose, the legendary American artist offers a never-before-seen glimpse of her remarkable relationship with photographer Robert Mapplethorpe in the epochal days of New York City and the Chelsea Hotel in the late sixties and seventies. An honest and moving story of youth and friendship, Smith brings the same unique, lyrical quality to Just Kids as she has to the rest of her formidable body of work–from her influential 1975 album Horses to her visual art and poetry.”
Met een goeie 250 pagina’s is dit net iets haalbaarder, dachten we. Daarvoor komen we graag samen op dinsdag 25 maart, de week voor de GWP’s, om 15.30 uur in lokaal 1.23. Ook nu zijn niet alleen leerlingen en leerkrachten, maar ook oud-leerlingen, ouders, grootouders, broers en zussen meer dan welkom.
Hopelijk tot dan!”
Frans is nooit mijn lievelingsvak geweest, en dat is een understatement: ik was er notoir slecht in. De grammatica was geen probleem, ik was de enige die daar altijd alle punten op scoorde en me daarmee de woede van de rest van de klas op de hals haalde, want ik bewees dat het kon. Tsja, altijd al een grammar nazi geweest, zeker?
Maar die woordenschat, en dat le/la, serieus… Nee, ik deed het niet graag.
Maar intussen heb ik al meermaals vastgesteld dat mijn humanioraopleiding blijkbaar toch zijn vruchten heeft afgeworpen: ik kan dus veel beter Frans dan ik eigenlijk dacht, ik kan me perfect redden in behoorlijke volzinnen, met uiteraard frequente foutjes, maar hey, mijn Frans is beter dan de gemiddelde Parisien zijn Nederlands, toch?
Wat dus ook gigantisch helpt, is het lezen in het Frans. Voor mijn collega’s Frans is dat een open deur intrappen natuurlijk: zij beweren dat continu, maar krijgen daarmee niet noodzakelijk hun leerlingen ook aan het lezen. Het probleem is bij mij het vinden van de juiste boeken. Voor de leesclub hebben we nu Tout le bleu du ciel gelezen, en dat is hedendaags Frans. Bij Camus is dat net iets ouder, en bij Le Passe-Miroir was dat in passé simple en zo.
Ik zoek dus nog goeie fantasy in het Frans, zoals Le Paris des Merveilles of voornoemde Le Passe-Miroir. Geraard had me nu ook Le Bureau des Affaires Occultes aangeraden, en die neem ik dan wel ter hand na de Alkibiades.
Maar mocht iemand toevallig van die romantische niemendalletjes hebben, vooral dan zelfs nog romantacy in het Frans, op een zeer eenvoudig niveau voor Merel, dan hoor ik het graag. Ze wil graag ook in het Frans beginnen lezen, maar ik zou niet weten waar te beginnen. In het Engels leest ze op hoog niveau, maar nu dus nog Frans… Niveau derde-vierde middelbaar.
Suggesties welkom!
Kobe kwam aanzetten met drie kortverhalen die hij moest lezen voor Frans: de in Frankrijk alom gekende Arsène Lupin, zowat de evenknie van de Scarlet Pimpernel of the Saint. Lupin, bij velen intussen gekend door de serie op Netflix, is dus een gentleman-dief voor wie niets ooit te moeilijk, te lastig of te veel is. De plot zit ingenieus in elkaar en Lupin is vooral een meester in het vermommen en het voor de gek houden.
Goh, dacht ik, als Kobe twee verhalen moet lezen, dan lees ik ze ook, maar dan meteen maar het hele boek kortverhalen. Ik begon eraan, en ik verschoot: de boeken zijn geschreven begin 20ste eeuw in een toch wel behoorlijk moeilijk en uitdagend Frans, met een quasi archaïsch taalgebruik. Lang leve de woordenboekfunctie op mijn Kindle, moet ik toegeven. Ik vond het een hele uitdaging voor Kobe, maar toen bleek dat hij ze in hertaalde en dus vereenvoudigde versie mocht lezen. Dat verklaarde veel!
Maar ik wilde me niet gewonnen geven, mijn Frans is al bij al niet slecht, en dus las ik vrolijk verder met uiteraard de passé simple maar vooral een zeer uitgebreid en kleurrijk vocabularium. En jawel, ik genoot er best wel van. Het is natuurlijk geen hoogdravende lectuur, maar dat moet ook niet. Elk verhaal toont hoe Lupin de politie toch weer net te vlug of vooral te slim af is, en elk verhaal zit echt wel goed in elkaar. Ik moest denken aan Sherlock Holmes, om eerlijk te zijn.
Aangezien de drie verhalen in twee verschillende boeken waren opgenomen, heb ik ze dan maar meteen alle twee gelezen. Noblesse oblige, n’est-ce pas?
In december was Wolf bij mij gekomen met een zekere wanhoop in zijn ogen: hij moest een aantal hoofdstukken lezen uit een Frans boek, en het lukte hem aan geen kanten. Vooral zijn gebrek aan woordenschat speelt hem parten. We hebben ons dan samen in de zetel geïnstalleerd en samen gelezen, waarbij hij telkens aangaf waar hij vastliep. Tsja, als je al niet zo sterk bent in talen en niet graag leest, dan is zoiets echt wel een zware opdracht, zeker als er veel spreektaal in verwerkt zit.
Maar mijn interesse was gewekt door het vijftal hoofdstukken: wat een boek! Zo hard!
Toen dus mijn reeksje van de Codex Alera uit was en ook dat Nederlandstalige, nam ik dit Franse boek ter hand, en dat heeft me geen seconde gespeten.
Maar man, wat een hard boek zeg! Het heeft wel enkele dagen door mijn hoofd gespookt, ja. Eerst dacht ik trouwens dat het zich een honderdtal jaar geleden afspeelde, denk aan ‘Peaky Blinders’. Maar blijkbaar is het begin de jaren 2000, heel recent dus. Het verhaal speelt zich trouwens af in Noord-Frankrijk, nog niet eens zo ver van ons vandaan, en dat maakt het net zo confronterend.
Eddy vertelt namelijk over zijn jeugd in een van de armste, meest achtergestelde dorpen van Frankrijk. Een raam dat breekt, wordt vervangen door een stukje karton. Het weinige geld dat er is, gaat op aan goedkope pastis, en als je als man geen alcoholist bent, is er iets mis met jou, want hoe ga jij dan om met je miserie? Meisjes verlaten heel vroeg de school omdat ze zwanger zijn, een toekomst is er niet. De wereld die Louis schetst, is bijzonder ruw, rauw, en lijkt zo weggelopen uit een film van de gebroers Dardenne of Ken Loach.
In dat milieu wordt Eddy geboren, een jongetje dat al van kleins af heel erg vrouwelijk is in uiterlijk, gedragingen, gebaartjes, stem en speelgoedvoorkeuren. Eddy is nog geen tien als hij al perfect weet dat hij afwijkend is, dat hij homo is, en dat dat in zijn milieu absoluut niet aanvaard wordt. Hij wordt gepest, mishandeld en uitgescholden, zelfs door volwassenen. Voor hem is er al helemaal geen toekomstperspectief, en hij probeert ook echt om een ‘dur’ te worden, een echte man. Quod non.
Zijn ouders proberen wanhopig hem aan een meisje te koppelen, maar dat loopt faliekant af. Alleen op het einde is er een sprankeltje hoop…
Ik moet zeggen, lang geleden dat ik nog zo’n rauw boek gelezen heb. Het deed me in zekere zin denken aan The Grapes of Wrath, ook al zo’n verhaal van extreme armoede en uitzichtloosheid. Maar ik kon het bijna niet wegleggen, terwijl ik bij The Grapes of Wrath soms moeite had om me erdoor te worstelen.
Een aanrader? Heel erg. Maar je gaat er wellicht even niet goed van slapen.
Lang slapen, en zo wat rondlummelen, dat is voor mij het ultieme zondaggevoel. Nog de laatste loodjes weggewerkt, alles verbeterd, punten ingediend, vakcommentaar geschreven, commentaren doorgestuurd naar de klastitularissen… We zijn er!
Tegen de middag waren ook ons pa en Nelly er, en het blijft me verwonderen hoe goed die twee overeenkomen. Bart had weer succulent gekookt, en het werd zowaar even stil aan tafel.
Wolf moet dan misschien geen examens doen, maar Kobe heeft wel de pech dat hij grote toetsen heeft, en dus onderwierp omaly hem aan een derdegraads ondervraging over zijn Frans, het dutske. Gelukkig kon hij probleemloos op alles antwoorden, maar ik had ook niks anders verwacht, om eerlijk te zijn.
En verder? Verder werd er een gigantisch kamp gebouwd met de nieuwe poef die Bart gisteren is gaan afhalen. Er zit wel degelijk een klein kleurverschil op, maar bon, daar is niks aan te doen, dat wisten we op voorhand. Hij is in elk geval al goed gebruikt ^^.
Mijn vaders moeder, mijn oma dus, is intussen 102. Ze zit sinds een paar jaar in een tehuis, niet omdat ze het niet echt meer aankon om alleen te zijn, maar omdat ze gevallen was, en we het sindsdien niet meer vertrouwden.
Ze heeft twee hoorapparaten, dat wel, maar heeft nog altijd geen bril nodig om te lezen.
Zo zat ze vorig week in een dik boek te lezen toen mijn ouders binnen kwamen. Het bleek dan ook nog een Franse turf te zijn, waarbij ze al aan pagina 350 of zo zat. Uiteraard kwam de vraag waarom ze in het Frans zat te lezen. Het antwoord kwam snel:
“Ha ja, toen ik jong was, moesten we veel Frans spreken. En het zou toch jammer zijn dat ik dat zou kwijtspelen. Want ja, als ik een woord niet meer weet, dan zoek ik het op in mijnen dictionnaire! Ik heb dat, zulle!” en trots hield ze het woordenboek omhoog.
Stel u voor zeg, dat ze haar Frans zou verwaarlozen! Zie dat ze het nog nodig heeft in haar volgende job!
Juist ja.
Ik heb het, geloof ik, van niet verre.