Frankfurt: de bedenkingen

We hebben heel vaak de vraag gekregen: waarom Frankfurt??? Wel, Bart heeft eigenlijk gekeken naar alles wat binnen een cirkel van drie uur per HST lag. Ik word nog steeds zo slecht als een hond op alles wat beweegt, ik vermijd dus het vliegtuig als het enigszins kan, en de trein is best doenbaar. Vandaar ook Bordeaux vorig jaar.  Het wachten in een luchthaven is ook niet ideaal voor mijn rug, vrees ik.

Soit, Frankfurt dus.

  • Frankfurt lijkt wel het Wall Street van Duitsland: live hard, play hard. Massa’s banken en de bijhorende hoogbouw, flitsende pakken, dure auto’s, en zoals wij dus ondervonden hebben, hippe feestjes. Ik denk dat de stad draait op cocaïne.
  • Utilitair tot in de hoogste graad. We hebben er heel wat rondgefietst en er is – uiteraard ook door de oorlog – weinig mooie architectuur, weinig warmte. Alles moet zijn nut hebben, kregen wij de indruk. Residentiële wijken zijn er om te slapen, alles is functioneel.
  • Koning Auto regeert er nog steeds met strakke hand. Er is intussen behoorlijk wat fietsinfrastructuur – al is sommige ervan oppervlakkig en puur esthetisch en ben je als fietser compleet verward waar je nu precies verondersteld wordt te rijden – maar de fietsers volgen voorlopig nog niet. Enfin, dat komt hopelijk wel, kijk maar naar Gent.
    Maar de hoeveelheid patserbakken dat daar rondrijdt, je houdt het niet voor mogelijk. Echt. Ons hotel had twee hotelporsches, er stond standaard een Lamborghini en zo voor de deur… Ik heb er een paar gefotografeerd, maar de grootste Volvo’s en zo staan er niet op.
  • Ik ben jaloers op de  Mainsuver, aka de zeer brede, boulevardachtige oevers van de Main. Vroeger moeten er wellicht loodsen en dergelijke gestaan hebben, want hier en daar hebben ze de treinsporen laten liggen. Daarnaast ligt er op vele plaatsen een stevige verhoging, bijna als een dijk, waarop dan eerst een baan ligt en pas dan de huizen.
    Dat zorgt ervoor dat je een prachtig park hebt met zowel wandel- als fietspaden en heel veel ruimte rond het water. Dat mis ik wel in Gent, waar ze tot aan het water hebben gebouwd. Je ziet hier zo in de vorige eeuwen de dames en heren flaneren langs het water…
  • Je kan bijna nergens een gewone hotdog met Frankfurter worst kopen, tot onze verbazing :-p
  • Veel daklozen, zowat overal. Ik ben natuurlijk verwend in Gent waar er blijkbaar niet zo veel zijn of ze tenminste niet in het oog springen, maar hier vielen ze echt wel op. Denk Noordstation, maar dan quasi overal.
  • Ze hebben hier de meest bizarre winkelstraat, stijl Veldstraat: 1.2 kilometer lang de ene winkel na de andere, met in het midden een reeks bomen. We hebben die vakkundig gemeden.
  • Corona? Het zal hen worst wezen. Op papier gelden ongeveer dezelfde maatregelen als hier bij ons, maar je ziet heel veel mensen zonder mondmasker. In ons hotel droegen de receptionisten hun masker altijd, maar de portier, de kuisploeg, de maître d’ van het restaurant? Nee hoor.
    De laatste middag gingen we nog iets drinken op een terrasje, en toen ik binnen naar ’t toilet ging, stond het personeel gezellig te kletsen zonder masker.
    In de Main Tower was er beveiliging met een scanner en röntgen en al, stijl luchthaven, en werd er naar onze coronapas gevraagd. Bart toonde even de app, wat meer dan voldoende was: data zijn niet nagekeken.
    Bij Gustav geloofden ze ons op ons woord, bij The Seven Swans werd er zelfs niet naar gevraagd. Nergens, eigenlijk. Ze zijn het hier duidelijk even moe als bij ons.
  • Compact. Ik denk niet dat het groter is dan Gent, integendeel. Op vijf kilometer van het centrum zaten we eigenlijk al in Offenbach, terwijl je hier dan nog maar in Wondelgem of Mariakerke of zo zit.

Is het een bestemming om naar terug te keren? Nee, net zoals Bordeaux vorig jaar. Blij dat we het gezien hebben en de treinrit is amper drie uur, maar we hoeven het niet nog eens te zien. Het is duidelijk geen Londen, Parijs of New York.

En volgend jaar? Nog geen idee, ik laat dat aan Bart over.

Frankfurt: slot

We sliepen andermaal vrij lang, ruimden op, en om elf uur ging ik alsnog een uurtje de fiets op, in de andere richting van de Main deze keer. Het regende net niet, maar het scheelde eigenlijk niet zo heel veel. Geen nood, ik ontdekte een meer industriële kant die ook echt wel mooi was, met een heel knap landtongetje en minihaventje. De aanwezige caches werden niet allemaal gevonden, maar ook dat gaf helemaal niet.

Iets over twaalf werden onze fietsen opgehaald en wandelden wij nogmaals richting de Willy Brandtplatz om iets te eten te zoeken. Het werd Italiaans, gevolgd door het Museum voor Moderne Kunst aldaar. En modern was het wel, ja.

Omdat het toen nog amper twee uur was en onze trein maar ging om half vijf, liepen we nog even tot aan de Goetheplatz om daar nog een laatste koffietje te drinken. We zaten zowaar zelfs in de zon!

Enfin, een klein uur op voorhand waren we in het station, zodat Bart gerust was én ik daar nog wat caches kon oplossen.  Of zoals Bart zei: “Ice Ice baby!”

Drie uur later waren we in Brussel, om half negen in Gent, en kwart voor negen gezellig in onze eigen zetel bij onze twee jongens.

Blij, overigens, dat de meegebrachte cadeautjes goed werden bevonden. Kobe kreeg een T-shirt van Carthartt met een fosforiserende chip op, en Wolf een fijn gevlochten lederen armbandje met zilveren sluiting. Ze waren allebei content: Wolf droeg het meteen en Kobe gaat zijn T-shirt morgen meteen dragen, zei hij. Oef.

Frankfurt: dag vier

Voor vandaag was er eigenlijk vooral regen voorspeld, maar in de praktijk bleek dat eigenlijk nog zeer goed mee te vallen.

We wilden ervan profiteren nu het niet regende en gingen nog eens de fiets op, nu via een ganse tocht doorheen residentiële wijken richting het plein aan de oude opera, dat er eigenlijk bijzonder aangenaam en zonnig bij lag, en dus een terrasje met koffie verdiende.

We reden opnieuw via een omweg naar de overkant van de Main om er nog een cache op te pikken die ik gemist had, en keerden terug via de lokale “pont d’amour”, een slotjesbrug. Er hing een cache tussen die ik wel vond maar niet openkreeg. Tsja.

Verder dan opnieuw de stad in om er aan de Pauluskerk iets te eten en cadeautjes voor de kinderen te zoeken.

Aansluitend wilden we nog de tentoonstelling van Gilbert and George bekijken. Subtiliteit is hen vreemd, maar man, af en toe komt de boodschap toch ook keihard binnen.

Aangezien het weliswaar bewolkt was, maar nog steeds warm bleef en niet regende, wilde we er nog een extra fietstochtje aan breien. Helaas, toen begaf Barts fiets het. Allez ja, toch zijn elektrische aandrijving, terwijl de batterij aangaf nog niet leeg te zijn. Hmpf.

Bart heeft dan de kortste weg naar het hotel genomen, terwijl ik nog wat labcaches her en der wilde beantwoorden. En toen begon het eerst zachtjes te regenen. Goh ja. En toen, terwijl ik aan de andere kant van de stad zat, begon het te gieten, zoals verwacht. Mijn jas zat natuurlijk in Barts fietstas, maar ik had gelukkig mijn hoedje nog, en het was ook nog steeds niet koud. Ik heb dan maar verder gecached, maar bij sommige caches echt een fotolog moeten nemen omdat het echt veel te hard regende om papiertjes tevoorschijn te halen. En ik heb zowaar een eigen standbeeld in deze stad!

Enfin, tegen half zes was ik terug op de kamer, al een klein beetje opgedroogd aan de buitenkant – de zon was weer beginnen schijnen – maar wel letterlijk nat tot op mijn ondergoed. Niks dat een heerlijk warm badje en verse kleren niet verhelpen, gelukkig maar.

Kwart voor zeven was het gelukkig alweer droog, zodat we, netjes opgekleed, alweer richtig een sterrenrestaurant wandelden. Alleen hadden we deze keer geen idee wat we moesten verwachten: hun website was bijzonder mysterieus en heel erg weinig zeggend. Wat we wel wisten, was dat het om een veganistisch restaurant ging met één ster, gelegen in het smalste huisje van Frankfurt. Menu noch prijs was ergens te zien.

Tsja. We gingen binnen in een bar met reggaemuziek waar je eerder een bende alterno’s zou verwachten, via een zeer smal gangetje naar de kleinste lift waarin ik al gestaan heb. Met twee kon je er net in, als je je adem inhield tenminste.

We kwamen aan in een schoendoos van een kamer met wel volledige ramen naar buiten. Alleen zat daar al een ander gezelschap, zodat wij gewoon in het midden van de kamer zaten. Het rook er muf en was er warm, maar al snel ging de airco aan en moesten we vrijwel allemaal een vestje aantrekken.

Ik vermoed dat je al door heb waar ik naartoe wil: het kader was het niet, nee. De tafels waren net iets te laag om comfortabel te zijn en de stoelen waren ronduit slecht. Ik ben verschillende keren gewoon een tijdje gaan rechtstaan om mijn rug toch wat te kunnen strekken. De muren waren gigantische spiegelende glazen waarachter een grote tekening met ledlichten zat. Die gingen afwisselend af en aan met verschillende kleuren, wat echt wel een wijs effect gaf en ervoor zorgde dat de kamer groter leek dan ze was. Alleen was dat, naast een kaarsje op onze tafel, het enige licht dat voorzien was. Tijdens het predessert – ja, da’s blijkbaar een ding – heb ik, toen ze het kwamen opdienen en presenteren, gewoon het lichtje van mijn telefoon aangezet om mijn bord te kunnen zien. En tegen dat ik dat doe, ik met mijn kattenogen, is het al ver gekomen. Alleen werd de hint volkomen genegeerd.

Ook de bediening was niet meteen onze stijl. Dat Mario getatoeëerd was, met een rode bandana rond zijn kletskop, was totaal geen probleem. Maar hij kwam maar heel af en toe binnen om op- of af te dienen, wat ervoor zorgde dat hij uiteraard totaal niet aanvoelde dat noch wij, noch het andere gezelschap comfortabel waren. Het duurde ook immens lang: we waren er om kwart over zeven, hadden blijkbaar zes gangen en waren net voor middernacht weer buiten. Op oncomfortabele stoelen is dat niet alles, nee.

En het eten dan? Ja, dat was wel degelijk uitmuntend. Niet alle gangen waren even goed, maar er zaten een paar schitterende dingen tussen, zoals de tomaten (die helaas meteen onder een espuma verdwenen, zodat het oogstrelende effect weg was) of het ronduit prachtige erwtentaartje.

Al hun ingrediënten kweken ze ofwel zelf, ofwel komt het uit een kring van 20 kilometer rond Frankfurt, heel erg bewust. Het zorgt er ook voor dat ze eigenlijk geen koffie schenken :-p

Klein detail: bij het afrekenen kregen we een minibloempotje met daarin een zelfgekweekt raapje, nog geen cm hoog. Volgens de ober heet hij Günther :-p Benieuwd of we hem heelhuids naar Gent krijgen. Ik vond het snoezig.

Met een aperitief voor Bart en twee glazen biologische wijn, twee glazen sprankelend druivensap voor mij en water à volonté betaalden we 311 euro, wat ik niet weinig vind. Maar zet dit restaurant in het correcte kader met comfortabele meubels en een goed tempo, en je hebt al helemaal iets anders.

Jammer, eigenlijk.

Frankfurt: nacht drie

Hmmm.

Laat ons zeggen: afgelopen nacht was het niet helemaal.

Roomers is echt wel een fijn, chic boetiekhotel: veel zwart, alles tot in de puntjes afgewerkt, een chopper in de traphal, loungy muziek, paarse accenten, Vitra badkamers, Marshall bluetoothspeaker op de kamer, enfin, hip dus.

Alleen…

Wat we niet wisten, is dat er beneden echt een club is. Als in: massa’s Frankfurts jong volk, taxi’s die standaard een rij vormen voor de deur, mensen die in en uit lopen, en vooral: luide clubmuziek met zware bassen.

Bassen die door het hele hotel te horen zijn, dus. Of misschien beter nog: te voelen. Rond half twee belde ik de receptie met de vraag of ze oordopjes hadden, die ze dan ook prompt met verontschuldigingen kwamen brengen. Maar eigenlijk hielpen die geen zier, aangezien je de bassen vooral ook kon voelen.

Tegen kwart voor twee had ook Bart het meer dan gehad: hij trok zijn kleren aan en ging naar beneden. Resultaat: om twee uur stonden we beiden onze spullen in te pakken om te verhuizen naar een andere, grotere kamer op de vijfde verdieping aan de andere kant. De nachtmanager was behoorlijk zenuwachtig: blijkbaar, tot mijn grote verbazing, krijgen ze dit soort klachten niet vaak.

Enfin, kwart over twee lagen we dus opnieuw in bed, nog steeds met de bassen zacht hoorbaar maar tenminste niet meer voelbaar. Slapen ging dus deze keer wel.

De kamer is een upgrade maar wordt ons niet aangerekend: Bart is daarstraks met de hotelmanager gaan praten. We mogen deze kamer twee nachten houden, op vrijdag is ze helaas ook verhuurd zodat we opnieuw moeten verhuizen. Ze bood ons ook nog gratis ontbijt aan, en een gratis maaltijd in het restaurant, maar onze avonden zijn al ingenomen. Bart heeft daarstraks onze treinen omgeboekt: we moeten zaterdagmiddag om half twaalf op Bo’s communiefeest staan en gingen zaterdagochtend dus al om half zeven of zo de trein moeten nemen. Aangezien het hotel vrijdagavond weer vollen bak zal zijn, nemen we nu vrijdagmiddag om half vijf al de trein naar huis terug. Geen lastige nacht vrijdagavond, geen extra vroeg opstaan zaterdagmorgen, geen gehaast en gedoe om op tijd op dat communiefeest te zijn.

Bart wist me ook nog te zeggen dat het beneden inderdaad vol jong, hip volk liep waarvan er regelmatig koppeltjes naar boven trokken. Juist ja.

Maar dat vind je niet op hun website terug, natuurlijk.

Frankfurt: dag drie

Was het gisteren overdag nog rotweer, vandaag stonden we – vrij laat – op in stralende zon. Ik had dat op voorhand al bekeken en een fijne fietstocht gepland. Alleen wilde ik eerst langs de fietsenverhuurdienst, want de fietsen die we gekregen hadden, waren van die half sportieve dingen waarop je standaard voorover gebogen zit. Complete zelfmoord voor mijn rug, dus. Gelukkig hadden ze een tiental verschillende modellen, kon ik aan de telefoon al uitleggen wat ik nodig had, en stond er tegen elf uur een perfecte elektrische damesfiets te blinken voor mij.

Aansluitend wandelden we door Alt Sachsenhausen daar vlakbij: denk het Patershol meets studentenbuurt: oude huisjes met de ene feestlocatie naast de andere pub. Meh. Ik zocht er wat labcaches en had gisteren al gelezen dat er heel veel bronnen waren op die locatie, waaronder eentje waarbij een standbeeld van een oude vrouw op onregelmatige tijdstippen water spuwde. Alleen was ik dat alweer compleet vergeten, waardoor ik plots een heuse straal bronwater in nek en oren kreeg. Ugh!

Opdrogen deden we dan maar op een terras met een foccacia, in de schaduw zelfs.

En toen vertrokken we voor een fietstocht langs de Main: daar ligt een pracht van een fietspad langs de oever en een stuk door natuurgebied. In Offenbach stopten we even voor een verfrissing – en een ijsje – aan het mooie kleine haventje.

Ondertussen pikten we links en rechts een cache op – niet te veel, want Bart houdt niet van cachen en van dat voortdurende stoppen. Maar terug aan het haventje in Offenbach ging hij even een paar flesjes water halen, checkte ik de caches in de buurt en merkte dat er eentje lag die ik eerder die dag niet zien liggen had. Net uitgekomen, dus! We repten ons richting de cache 200 meter verder en haalden een first to find ^^

Rond vier uur waren we terug in de binnenstad, maar Bart was moe en wilde nog een paar mails beantwoorden. Ik had nog zin in wat extra caches en dus deed ik dat, zodat ik een 28 kilometer later moe maar zeer tevreden op de kamer terugkwam.

Een goeie douche later en met onze chique kleren aan gingen we per fiets naar Gustav, een tweesterrenrestaurant. We passeerden langs de Alte Operplatz waar het licht op dat moment prachtig was.

De locatie van Gustav was… ietwat vreemd, vonden wij. Een gewoon huis naast een pittazaak in een drukke straat. De voordeur bleef open staan en dus was er continu geraas van auto’s. De drie tafeltjes buiten op het terras waren jammer genoeg bezet, zodat we binnen zaten, maar wel in hele comfortabele stoelen en eigenlijk prachtige tafels. Ik geloof dat ik verliefd ben op een tafel.

En het eten? Ronduit fantastisch. Dit restaurant heeft door zijn eigenzinnige inrichting en de wellicht niet héél erg strakke hand van de gastvrouwe geen drie sterren, vermoeden we, want het eten verdient dat wel. Dit kon zonder problemen naast Hertog Jan staan qua smaken. Echt.

Vooral het gerecht met de spitskool en cantharellen was… wow. Dat was ook mijn eerste opmerking: ik nam een hap en zei spontaan wow. Bart, die nog moest beginnen, keek me vragend aan. “Proef gewoon”, zei ik. En jawel, ook zijn ogen gingen meteen een beetje verder open. Echt, een explosie van smaak zoals ik nog nooit eerder gegeten had.

Vlak voor het hoofdgerecht heeft de gastvrouwe ons trouwens verzet: ze zag ons vanuit onze hoek kijken naar de open dresseerbar en bood aan om ons aan een tafeltje met perfect uitzicht op de keuken te zetten, wat we dankbaar aannamen.

Echt, ongelofelijk goed. En voor die prijs eet je bij ons nog niet eens in een éénsterrenrestaurant, om eerlijk te zijn. Het tempo zat perfect, de bediening was top.

Als we ooit terug in de buurt van Frankrijk komen, weet ik waar we nog eens gaan eten. Echt.

Om kwart voor elf fietsen we gezapig terug naar ons hotel en genoten van de rit. Alweer.

Een fantàstische dag!

Frankfurt: dag twee

Nope, het was het niet helemaal toen we deze morgen opstonden: het was namelijk aan het gieten. En dan bedoel ik gieten: er was onweer- en wateroverlastwaarschuwing voor Frankfurt. Hmpf…

We zijn dan maar rustig op ons kamer gebleven: mijn rug, mijn blog en mijn echtgenoot vonden dat niet erg. Maar tegen half twaalf – het was nog steeds zacht aan het regenen – besloten we om misschien toch maar in actie te komen. Regenjassen en goede schoenen aan, museum gereserveerd, en wij weg. De fietsen lieten we thuis, in dit weer. We liepen over de voetgangersbrug hier vlakbij, zochten een paar caches en vonden een pastahuisje voor een lunch. En toen zagen we een enkele zonnestraal en was het inderdaad gestopt met regenen.

Een vruchteloze cachezoektocht later stonden we aan het Stadelmuseum, en dat was eigenlijk wel de moeite, ja. Een paar prachtige Renoirs, Chagalls, Picasso’s, een enkele Bacon of Delacroix… En een knappe hedendaagse verzameling ook.

Toen was het half vier en trokken we weer de andere oever op, richting een paar caches en het Euroteken, waar ik deze keer de cache wél vond. Uiteraard was er ook een koffie op het inmiddels wel droge terras.

A propos, het is in de meest linkse toren op de foto hierboven dat we gingen eten ’s avonds.

Tegen vijf uur waren we moe en nat op ons kamer terug, ideaal voor een tukje, wat lezen, wat bloggen en een douche.

Tegen half acht wandelden we dan richting Main Tower om er op de 53ste verdieping te eten en te genieten van het uitzicht. Koud was het niet, maar wel nog bewolkt. Maar wat een uitzicht zeg, ook vanuit het restaurant zelf!

En het restaurant, wel, we wisten niet goed wat we moesten verwachten, maar het overtrof alle verwachtingen! Héél lekker eten, goeie bediening en vooral dat uitzicht…

Eén groot minpunt: we waren om kwart voor acht in het restaurant en in het begin ging het vlot, maar toen viel het ergens stil. Ons hoofdgerecht hadden we stipt om elf uur, het dessert daarna om kwart voor twaalf. Serieus zeg!

Maar qua eten was het top, ze gaan morgen hun best mogen doen om dit te verbeteren.

Een wandelingetje van een kwartier later stonden we weer op ons kamer met een zeer fijne ervaring rijker.