Bijna dood

Nee, niet ik, gelukkig maar, maar wel onze Nazgûl. Hadden we 24 uur langer gewacht, was hij dood geweest.

We hadden het maandag voor het eerst opgemerkt: kleine druppeltjes in huis op de vloer, maar niet meer dan dat. Ik wilde even afwachten. Gisteren was het erger, of zoals Wolf zei: Nazgûl lekte. Hij liet overal druppels achter en allemaal liepen we achter zijn gat met keukenpapier want hij liet zelfs een spoor achter, wat niet normaal is.

Wolf belde naar de dierenarts en Ulrike zei meteen: “Dat zijn weer blaasproblemen”, tot haar grote verwondering want een paar maanden geleden zijn er urineblaassteentjes weggenomen en hij krijgt speciale voeding. We mochten hem deze morgen dus binnenbrengen. Ik moest gelukkig niet naar school en had dus tijd om hem te brengen. Een uur later kreeg ik al een berichtje: dat hij effectief een verstopte pisbuis had en dat hij ei zo na dood was geweest, maar doordat we er op tijd bij waren, is er hopelijk nog geen nierschade. Ze hadden hem meteen gesondeerd en een urinestaaltje opgestuurd naar het labo, want het is vreemd dat hij nu alweer problemen heeft. Het vermoeden is dat het nu om een ander soort kristalletjes gaat. Ik begin zo langzamerhand wel te snappen dat blaasproblemen de grootste doodsoorzaak is bij katertjes.

Soit, ’s avonds kreeg ik zowaar een heel verslag van Ulrike via berichtjes en zelfs al een fotootje van een Nazgûl die er toch wel eventjes niet goed van was.

Maar hij at en hij dronk en hij kon alweer plassen. Hij moet er nog blijven tot vrijdag voor de zekerheid, maar wellicht is er geen probleem meer.

Oef.

Operatie voor Nazgûl

Zoals ik al eerder zei, moest Nazgûl onder het mes voor het verwijderen van blaassteentjes, iets wat makkelijk fataal kan zijn voor een katertje.

Wolf bracht hem maandagmorgen binnen, ik mocht hem gisterenmiddag alweer ophalen, helemaal versuft, kaalgeschoren op zijn buikje en met een megaschattig kraagje aan. Hij had dat deze morgen overigens al uit gekregen, ik moet het netjes weer vastmaken en hij is er niet gelukkig om, maar hij laat het me wel doen. Vertrouwen, heet zoiets dan.

Ik heb het gevoel dat hij zich wel wat beter voelt: hij gaat op de kattenbak en heeft nog een klein plasje achtergelaten, maar niet meer die plasjes overal uit pure miserie. En ja, ik heb hem ook al even buiten gelaten, want ver loopt hij toch nooit, hij is in essentie een binnenkat. En een dure vogel ook: 750 euro heeft het geheel ons gekost, met een eerste onderzoek, foto’s, medicatie en alles inbegrepen. Maar bon, wie een huisdier neemt, moet daar ook de volledige verantwoordelijkheid voor dragen, toch?

Kafkaiaans verhaal over Gandalf

Onze Gandalf, onze grote grijze kater van intussen twaalf jaar oud, is een zeer eigenzinnig beest. Hij slaapt zeer graag binnen op de bedden van de jongens, maar zit verder vooral graag buiten. In weer en wind, in de regen, dat stoort hem niet.

Hij is ook bijzonder dominant: hij gaat in alle huizen binnen, eet daar iets, doet een tukje, wandelt verder. Hij is nog steeds heer en meester van de buurt en durft zelfs honden uit te dagen als ze te veel op zijn terrein komen. Zo kennen we hem al twaalf jaar en we laten hem doen: hij is ook al een tijdje bij een buurvrouw gaan wonen die hem enorm verwende. Tsja, je kan een kat niet dwingen.

Dinsdag was hij thuis gekomen met een dik oog. Ik had er even naar gekeken en de etter weggeveegd – dat laat hij me duidelijk doen want ik ben zijn baasje/mama – maar dacht nog even af te wachten, want hij vecht nogal graag. Nu, woensdag was dat er niet bepaald op gebeterd, integendeel. Wij dus met een luid protesterende Gandalf naar de dierenarts, die vaststelde dat zijn hoornvlies flink beschadigd was. Wellicht van een tak of zo, want er was echt een schelletje af, niet zomaar een kras als van een nagel. Hij kreeg een antibioticaspuit, en man, dat heb ik nog nooit gehoord! Zelfs de dierenarts schoot in de lach, en in de wachtkamer hoorden we ook iemand lachen: Gandalf heeft daar zowat de luidste miauw gegeven die ik ooit gehoord heb. Zoals de dierenarts zei: “Dramaqueen!” Hij doet zich stoerder voor dan hij is, want hij liet zich gewillig behandelen. Het scheelt ook dat ik erbij ben, want mij vertrouwt hij gelukkig wel. Soit, een paar dagen pillen, en vooral vier keer per dag oogzalf, in de hoop dat hij het oog zal kunnen behouden en niet blind wordt.

Nu, hij zit regelmatig in het appartementsblok bij de buren. Wie hem daar binnenlaat, weet ik niet, maar hij zit er vaak, dat weet ik. Woensdagavond laat – bijna elf uur – gaat hier de bel: de buurvrouw, met een briefje in haar handen. Dat hing beneden op de deur bij hen, zei ze: “De kat niet buiten laten, want hij heeft een oogontsteking en moet binnen blijven”. Huh? Gandalf zit vaak bij haar, maar zij wist zelf van niks en kwam vragen of wij dat opgehangen hadden. Euh, niet dus? Nu, sinds een paar maanden is er een nieuw gezin komen wonen – de zoon van de nieuwe eigenaar – maar ze gaven geen antwoord. Ik hing dan zelf maar een briefje beneden aan de deur en op de deur van die buren: “De grote grijze kater heet Gandalf, woont hiernaast op nr. 2 en heeft geen oogontsteking maar een oogbeschadiging. Gelieve hem geen eten te geven en niet binnen te laten slapen, zodat hij naar huis komt eten en slapen en wij hem kunnen behandelen.” Met daaronder mijn naam en telefoonnummer.

In de loop van de volgende voormiddag kwam Gandalf op zijn gemak aanwandelen om te eten, te slapen en hij kreeg netjes de nodige pillen en oogzalf. De tussentijdse details zal ik u besparen, maar tegen zeven uur ’s avonds kreeg ik bericht van de buurman dat Gandalf bij hen zat en dat ik hem mocht komen halen. Bon, ik naar ginder. Man, mijn kat is de max!

Hij zat binnen op de vensterbank naast de voordeur, terwijl buurman zeer sceptisch in het deurgat stond. Ik kwam aanwandelen, keek naar Gandalf en zei: “Awel, maat? Wat zijn we van plan, dan? Kom maar hier!” Waarop Gandalf doodgemoedereerd van de vensterbank sprong, naar buiten wandelde en naast mij ging zitten, terwijl hij keek naar de buurman. Zo van: “Voilà, dit is nu mijn mens.” Like a boss!

Wat was er nu gebeurd? Die mensen hadden Gandalf al heel vaak buiten zien lopen, ook in de regen, hadden rondgevraagd – alleen niet bij ons dus – en wisten dat hij van ons was, maar hadden te horen gekregen dat wij intussen een andere kat hadden en dat die niet overeen kwamen, en dat Gandalf intussen verwaarloosd werd. Waarop zij, zonder contact op te nemen, met Gandalf naar de dierenarts waren gegaan, die dacht dat hij een oogontsteking had en een jaar of zes was. Euh? Maar ze vond wel dat hij precies wel doorvoed en gezond was.

Die mensen waren dus van plan hem binnen te houden en hem daarna naar het asiel te brengen, want hij was niet gechipt. Ze wisten nochtans goed genoeg dat hij van ons was! Allez, wie doet dat nu, met andermans kat naar de dierenarts gaan???

Alleen was dat dus buiten de kat gerekend, want hij had wel daar rustig geslapen, maar was toen in de voormiddag alles bij elkaar beginnen miauwen en uiteindelijk gewoon ontsnapt. Ha ja, Gandalf binnen houden tegen zijn zin? Zal niet lukken, nee. Dat hadden ze nu ook gemerkt.

Toen buurman zag dat Gandalf allesbehalve bang was van mij, wel integendeel, was hij er gerust in, zeker toen hij hoorde dat wij kattenluiken hebben, dat Gandalf altijd binnen kan, altijd eten en drinken heeft en altijd bij ons kan slapen, en dat hij er haveloos uitziet omdat hij intussen twaalf jaar is.

Die mensen hebben dat dus gedaan uit dierenliefde, dat snap ik, maar verder? Wie doet dat nu? Wie gaat er nu met de kat van zijn buren ongevraagd naar de dierenarts en is daarna van plan hem naar het asiel te brengen? Alsof wij niet voor hem zorgen, of wa? Dat beest heeft dus twee keer antibiotica gekregen, twee keer oogzalf en twee keer een onderzoek. De dierenarts vond het wel vreemd dat hij, verwaarloosde kater, net ontvlooid bleek te zijn, maar had daar verder niet bij stilgestaan.

Soit, het oog begint er intussen al beter uit te zien, hij laat ons netjes de zalf en druppels toedienen en hij eet en slaapt vrijwel uitsluitend hier. En ja, hij zit nog steeds buiten in de regen naar de vogels te kijken, dat ook.

Gandalf bij de dierenarts

Het is al de tweede keer dat we met Gandalf bij de dierenarts zitten: hij krabt de hele tijd, ook al wordt hij nauwgezet ontvlooid. De eerste keer had ze hem een lichte dosis cortisone gegeven en het advies om andere voeding te geven. Sindsdien eten ze beiden van dat speciale voer om urinaire problemen te vermijden,

Helaas, het krabben bleef, het werd zelfs erger, zodat hij overal kleine wondjes kreeg.

Bon, ik heb hem probleemloos kunnen pakken – hij komt toch altijd netjes aangelopen wanneer ik hem roep – en ze heeft hem nog eens onderzocht. In zijn vacht zat veel zand en andere rommel – wat normaal is voor een buitenkat – maar ook, volgens haar toch, uitwerpselen van vlooien. De beestjes zelf waren niet te bespeuren. Wellicht zijn die rotbeesten intussen immuun aan de Frontline, zodat ze ons een ander antivlooienmiddel heeft meegegeven, en ze heeft hem ook een zwaardere dosis cortisone ingespoten tegen de jeuk.

Nu maar hopen dat het helpt, want hij was behoorlijk pissig omdat hij in zijn reisbox moest. Aan de andere kant: hij weet dat we hem proberen helpen en hij kwam ’s avonds toch alweer een streel vragen.

Katten: ’t is een bezigheid.

Dierenarts voor Gandalf

Vorige week zat ik nog met Nazgûl bij de dierenarts wegens een blaasontsteking en de bijhorende plasjes overal.
Vandaag ben ik met Gandalf even langsgeweest: hij moet zijn ‘stokjes’ niet meer hebben en loopt precies vrij mager. Het is niet dat hij meer slaapt dan anders, hij blijft dezelfde grote zaag, maar we waren er niet helemaal gerust in.

Ik kan niet zeggen dat hij moeilijk deed toen ik hem in de kattendraagmand zette, maar ik moet wel zeggen dat hij verdomd luid kan miauwen! Enfin, de dokter onderzocht hem, zei dat hij eigenlijk zeer gezond was, dat zijn tanden in orde waren, maar dat de kans groot was dat hij wormen had wegens eigenlijk in de laatste 8 jaar nooit ontwormd. Hmmm, dat zou inderdaad best wel eens kunnen.

Ik terug naar huis van Lovendegem met Gandalf, en zijn ongenoegen over de kattenmand werd zo mogelijk met nog meer decibels geuit. Ik had dan ook verwacht dat hij er onmiddellijk zou uitspringen, maar nee hoor: ik zette de mand neer, deed ze open, en Gandalf bleef eventjes gewoon zitten kijken. Toen stapte hij er omzichtig uit en besnuffelde het vermaledijde ding grondig. Om het dan hooghartig de rug toe te keren en, met de staart kaarsrecht in de lucht, aan de deur te miauwen om naar boven te mogen.

Katten. Bah.

Dierenarts

Als je een redelijk strakke maar perfect haalbare timing hebt – 10.00 uur als eerste bij de dierenarts met een zieke kat, twintig na buiten, 10.35 uur weer thuis, een dikke twintig minuten speling, en om 11.00 uur vertrekken naar school om om 11.15 uur les te geven – dan valt dat nogal tegen als de dierenarts 35 minuten vertraging heeft bij haar eerste consult wegens dubbele boeking.
Het is gelukt, maar het is alweer niet goed voor mijn tikker.

Positief: ik heb geen koffie meer nodig ^^

En de kat? Nazgûl liet plasjes achter overal waarin telkens een klein beetje bloed zat, en jawel, hij heeft een blaasontsteking, zoals ik al vermoedde. Een inspuiting met antibiotica en nog wat siroop – dat wordt nog een uitdaging – en dat zou moeten opgelost zijn.

Knippe de poeze!

Ik geef het toe, ik was vandaag behoorlijk ongerust. Saruman werd gisteren namelijk netjes ontdaan van zijn edele delen en voorzien van een chip, en vond dat niet bepaald zo aangenaam. Heel begrijpelijk, overigens. Ik was hem gisterenavond tegen zessen gaan ophalen, en het viel nog behoorlijk mee: hij installeerde zich niet echt in mijn armen, maar wel op een van zijn gebruikelijke plekjes, op een poef aan mijn voeten. Rustig en wellicht nog een beetje onder de indruk, maar bon.

Toen ik ging slapen, lag hij dus nog mooi ergens in de zetel, voor zover ik weet. Ik had het kattenluik naar de berging en zijn kattenbak open gelaten, maar dat naar buiten dicht gehouden, op aanraden van de dierenarts.

Deze morgen was hij echter nergens te bespeuren. Tiens. Zelfs toen Chantal (de kuisvrouw) hem zijn gebruikelijke snoepje wilde geven – iets waar hij normaal gezien al op voorhand voor gaat staan miauwen – kwam hij niet aanlopen. De hele dag bleef hij vermist: hoe ik ook riep of vers eten aanbood: geen Saruman te zien. Was hij nu toch buiten geraakt op een of andere manier, en was hij versuft ergens onder een auto gelopen, of zat hij ergens anders binnen? Geen idee…

Wolf riep, Kobe riep, ik ging op alle kattenplekjes kijken, maar nee, geen Saruman.

Rond een uur of vijf belde ik ongerust naar de dierenarts met de vraag of dit wel normaal was, en ook zij vond het verdacht. Niet meteen een antwoord dat me geruststelde, geef ik toe.

Maar nog wat later zaten Kobe en ik in de zetel, allebei te lezen. En plots riep Kobe: “Ey mama, ik hoor Saruman snurken!” Wat bleek? Het beest zat al de hele dag achter de zetel onder de hangkast, en had zich gewoon nog niet willen laten zien, boos als hij was op mij.

We hebben de zetel verschoven, kat opgevist, en hem bij ons gelegd. Waarop hij prompt, verontwaardigd met de staart in de lucht, zich een eind verder ging leggen, maar niet zonder eerst wat te eten.

Mysterie opgelost, gezin opgelucht.

En nu nog afwachten hoe lang Saruman nog boos blijft op ons…