Beleefdag op karakter

Vandaag kwamen meer dan 300 leerlingen uit 11 verschillende lagere scholen, verdeeld over 16 klassen, een dagje les volgen bij ons op school. Omdat we maar met twee leerkrachten Latijn zijn en dus maar 10 klassen kunnen onderwijzen, werd al op voorhand gevraagd de leerlingen wat in te delen.

Onze eigen leerlingen van 1-3 hadden afstandsonderwijs, aka. taken, de vierdes waren de hele dag op uitstap in Gent, oa. onderzoek in de bibliotheek, en vijf en zes hadden gewoon les. De mijne hadden dan wel herhalingstoets, ik moest er iets mee doen.

Lucie – mijn collega Latijn – en ik waren de enige die vijf lesuren moesten geven, omdat het ook niet anders kon. Gelukkig hadden we andere collega’s die dan het onthaal, de toezichten, de middagactiviteiten en dergelijke overnamen, want geloof me, zo’n lesuur kleintjes proberen enthousiasmeren, dat vraagt gigantisch veel energie.

Laat die energie nu net zijn wat me vandaag nog ontbrak. De koorts en misselijkheid waren grotendeels weg, maar ik voelde me nog steeds het equivalent van een gebruikte dweil. Maar gelukkig waren er mijn vrienden paracetamol, ibuprofen en koffie. En karakter, dat ook. Ik denk niet dat die leerlingetjes gemerkt hebben dat ik ziek was, ik ben er volledig voor gegaan. Het helpt ook wel dat ik die lesjes al ettelijke keren heb gegeven, en dat ik er dus niet meer hoef bij na te denken.

Maar bon, twee groepen, en in het kwartier pauze gewoon even gaan liggen en bekomen. Dan nog twee groepen, een kwart broodje, en een half uurtje plat. En dan mezelf weer samengeraapt voor nog een laatste groep.

En toen? Toen ben ik naar huis gereden en lag ik binnen de paar minuten te slapen. Batterijen die eigenlijk al zo goed als leeg waren bij het begin, weer opladen. Of toch een poging doen tot.

En nu maar hopen dat er bij zijn die geïnspireerd zijn door de lesjes, zodat het niet voor niets was.

Afstandsonderwijs

Vandaag kwamen er liefst 400 zesdestudiejaartjes bij ons over de vloer, en ik heb de hele dag dus lesjes gegeven aan die kleintjes. Doodvermoeiend, maar voor Latijn wel bijzonder belangrijk.

De vijfdes en zesdes hadden gewoon les, maar één tot en met vier had afstandsonderwijs, aka. de hele dag taken thuis. Er waren effectief 18 leerkrachten les aan het geven de hele dag, met ondersteuning links en rechts, en vooral: we hadden de lokalen nodig.

Merel deed plichtsgetrouw haar taken, en eentje daarvan was een opdracht voor LO: ze moesten er met de fiets op uit en foto’s nemen met 10 verschillende voorwerpen, waaronder een postbus, een blauwe auto, hun favoriete plekje, een grote boom, en een paard. Jawel, een paard. In dit weer staan er nauwelijks van die beesten buiten momenteel, het is veel te nat.

Ik zag gisteren al op de facebookgroep van Wondelgem de vraag passeren of iemand een paard wist staan, en ik moest lachen. Maar nee, er werd een ezel gesignaleerd wat verderop, maar geen paard.

Vanmiddag sprak ik de collega LO er al lachend op aan, dat ze wel wat teweeg had gebracht met haar vraag voor een paard. Ze moest zelf lachen, en zei dat ze daar zo niet had bij stilgestaan, maar dat een knuffel van een paard ook goed was, of een schaap of zo. En nog wat later kwam ze zelf al lachend af: haar dochter zit ook in het tweede, en die had haar een bericht gestuurd: “Mama, weet jij waar er een paard staat???”

Enfin, Merel en Lieze hadden het creatief opgelost: er staat namelijk een namaakpaard op ware grote bij de (vroegere) brillenwinkel, en ze hadden dat dan maar gefotografeerd.

Maximum van de punten, overigens.