Stereomoon in de Arenberg!

Toen Stereomoon hun tweede concert in de Arenberg aankondigden – het vorige was twee jaar geleden, toen ik niet eens kon staan met mijn rug – bestelde ik vrij snel tickets. Sinds hun doortocht op Ottertrotter is ook Mathias enorme fan, en hij wilde perse perse mee. Zelfs al was het net dat weekend een Korda mini, we zouden wel heen en weer rijden, zei hij. Bon, ik bestelde twee kaarten, maar annuleerde de mini, want half oktober in een vochtig weer in een tent, nee, dat ging niet goed komen voor de rug.

Nu, ik ging ervan uit: afgesproken is afgesproken, ik maakte me dus klaar, stuurde nog een messenger berichtje naar Mathias, en vertrok. Geen antwoord van Mathias. Ik belde dan maar: geen antwoord. Hmm?
Halverwege de E34 belde hij terug: waarom belde ik? Hij zat blijkbaar op een trouwfeest en was gans het concert compleet vergeten. Tsja… Die moet dus dringend eens een agenda of een lief met structuur aanschaffen.

Soit, ik ging even parkeren en postte op mijn FB dat ik dus nog een kaart over had, en reed vrolijk door. Ik zou sowieso ook op mijn eentje gegaan zijn, en ik was er zeker van dat ik er nog mensen ging kennen.

Wat ook het geval was: ik verzeilde bij Didier en Kara, mensen van de larp, en zij hadden een vriendin bij die niet aan een ticket was geraakt – het was dan ook uitverkocht – en dolgelukkig was met Mathias’ exemplaar.

De Kleine van de Arenberg is een klein – you don’t say – zaaltje voor 150 à 180 staanplaatsen, denk ik, en dat was dan ook volledig gevuld met familie en vrienden van de zes bandleden.

En het concert? Wel… Het plezier spatte eraf, Linus zijn stem blijft magisch, en de vijf anderen speelden de pannen van het dak. En het publiek genoot. Intens.
Maar kijk gewoon even mee.

Verrassingsfeestje

De uitnodiging had ik al maanden geleden gekregen: Koen en Lorre waren vier jaar getrouwd én Koen verjaarde nog eens ook, en dus gaf Lorre een uitgebreide drink in de Geeky Cauldron. Ik heb het al gezegd: ik heb gewoon een stamcafé in Antwerpen!

Wolf was zowaar ook uitgenodigd en glunderde, en dus trokken mijn oudste zoon en ik vrijdagavond naar Antwerpen. Daar kende ik zowat vijftig man, denk ik, en Wolf toch ook een stuk of twintig. Ik heb de hele avond gezellig zitten kletsen, vooral met Mathias, en het was dik in orde.

Maar één feit heeft mijn avond nog meer dan goed gemaakt: er kwam een jongedame even babbelen. Ze had er niet direct bekenden, maar dat stoorde haar niet: ze legt nogal makkelijk contacten. Op een bepaald moment vroeg ze vanwaar ik kwam, en ik zei dat ik met mijn zoon – ik wees even naar Wolf, wat verderop – uit Gent was gekomen. Heel verbaasd zei ze: “Moh, is dat uw zoon, of wa? Allez jong, ik had gedacht dat gij zowat mijn leeftijd waart.” Waarop ik uiteraard naar haar leeftijd informeerde, en ze 28 bleek te zijn. Ik lag strijk…

Maar bon, zo van die feestjes, dat mag wel vaker. Alleen… kon The Geeky Cauldron nu niet in Gent zijn, hmm?

Euroclassica

Elk jaar wordt er een conventie gehouden van classici, afwisselend in twintig verschillende landen van de EU, blijkbaar. Om de twintig jaar is dat dus in België, en laat het nu vandaag in Antwerpen zijn. Lid zijnde van het certaminacomité kon ik eigenlijk niet niét gaan, en dus stond ik tegen acht uur in het station van Dampoort. Nu, dat klinkt iets vanzelfsprekender dan het eigenlijk was: Bart had me de avond voordien, maar blijkbaar al lachend, gevraagd wanneer hij me wakker moest maken. Kwart voor zeven, had ik gezegd, en ik had mijn wekker dus niet gezet. Alleen… ik ben wakker geschoten vijf over zeven, in sneltempo gedoucht, raprap een boterhammetje binnengestampt en om vijf over half acht zat ik op de fiets richting Dampoort. Blijkbaar kunt ge dus wreed rap fietsen als het echt moet. Ik had nota bene nog dik tien minuten over en was zelfs eerder in het station dan Gwen.

Al tetterend stapten we naar het perron, en zodra de trein aankwam, stapten we op. Een dikke vijf minuten later zie ik staan: “Volgende halte: Beervelde”. Huh? Zaten wij niet op een intercity? In al ons getetter hadden we er niet bij stilgestaan dat er blijkbaar vertraging op de lijn zat, en dat er eerst nog een trein naar Lokeren halt hield, ene die inderdaad te laat was geweest. Zucht. Maar gelukkig waren we eigenlijk, zo wist een medereiziger die ons had horen sakkeren te vertellen, de trein naar Antwerpen gewoon voor en ging die vijf minuten later wel stoppen in Lokeren. Oef, toch nog op het gewenste schema.

We stapten in Antwerpen gezwind naar het universiteitsgebouw en waren nog mooi op tijd om de mensen te helpen opvangen. Ha ja, Gwen was ingeschakeld en ik hielp dan ook maar mee.

Eerst waren er drie sprekers in plenum. Professor Mark Janse had echt wel de max van een verhaal. Hij was Cappadocisch gaan bestuderen, een taal die verwant is met het Grieks maar toch een eigen taal is. Overal staat die taal geattesteerd als intussen uitgestorven: de laatste paar sprekers zijn overleden. De Cappadociërs woonden oorspronkelijk in huidig Turks gebied.  Er is in 1924 een gedwongen switch geweest tussen christenen die in Turkije leefden en moslims in Griekenland. Daardoor voelden die mensen zich eigenlijk helemaal ontheemd: ze spraken een andere taal dan de rest, wel verwant, maar alla, en ze verborgen die taal eigenlijk. In Turkije stierf ze effectief uit, maar groot was de verbazing toen Janse in Griekenland toch onder oude mensen nog de taal ontdekte. Een heilige graal, als het ware! De max, toch?

De tweede spreker was, goh, in het Frans en is me niet eens bijgebleven. De derde spreker was prof. Christian Laes die het had over polyglotten in de oudheid, maar dan wel in het… Latijn! Die mens spreekt eigenlijk even vlot Latijn als ik Engels: hij sprak voor de vuist weg en met ontegensprekelijk gemak. Zo wijs, maat!

Enfin, er was lunch, er waren de nodige computer- en beamerproblemen waarbij ondergetekende een handje toestak, en ik volgde nog twee seminaries, eentje over een onderzoek waarom veel leerlingen na het tweede jaar afhaken, en eentje over hoe je eigenlijk best gewoon les geeft in het Latijn, uiteraard zelf ook in een rad en humoristisch Latijn.

Eigenlijk ben ik gewoon jaloers op die mensen!

Ik dronk nog snel een glas op de afsluitende receptie, had tijd voor een snelle ice tea in de Geek Street Summer Bar, en repte me naar het station. Alwaar mijn trein afgeschaft bleek en ik alsnog een half uur zat te koekeloeren. Ik was beter wat langer in de Geek Street blijven hangen, me dunkt!

Enfin, zware dag, interessante dag, maar of hij daarom 100 euro waard was? Hmm…

Ontbijten en geocachen in Dordt

Om negen uur gingen de wekkers af, maar waar ik op tien minuten klaar ben – als ik niet moet douchen tenminste – doen de beide dames hier in huis er vlotjes anderhalf uur over. Tsja. Ik ben geen ochtendmens, maar als ik wakker ben, moet het wel vooruit gaan.

Kwart over negen liep ik dus met een blije Ella langs een hele mooie vliet een beetje verderop, een ochtendwandeling van zo’n drie kwartier.

Bij mijn thuiskomst waren de dames nog verre van klaar, en we hadden tegen elf uur afgesproken bij Hanneke, zo’n drie kilometer verderop. Ha, dacht ik, ideaal voor een fietstochtje en intussen wat geocaches oppikken!

Ik ging dus de fiets op en genoot van het toch wel groene Dordrecht: het stadscentrum is eigenlijk niet zo heel groot, maar de rand wel. Ik vermoed dat het te vergelijken is qua grootte met Gent. En ja, wel een paar caches gevonden.

Tegen half twaalf zaten we met zijn allen aan tafel bij Hanneke, die een meer dan royaal ontbijt/brunch had voorzien: rozijnenbrood, wit brood, kadetjes (of hoe die dingen ook heten), bruin brood, drie soorten toost, gekookte eitjes, gesneden tomaat en komkommer, een massa beleg, zowel zoet als hartig… Ik heb, zoals eigenlijk al het hele weekend, weer veel te veel gegeten, maar het smaakte ook zo…

Tegen tweeën kwam Arend Mireille ophalen en reden Caterina en Sabrina ook naar huis. Ik volgde op de fiets, maar toch net iets trager.

Tegen kwart voor drie zat ik met fiets en al in de auto, maar omdat ik nog mijn cacheboek wilde ophalen in Antwerpen, niet wist of Philip het zelf al opgehaald had en ik niet meteen antwoord kreeg, reed ik nog even de impressionante Dordtse brug over om in Zwijndrecht nog een paar fijne caches te vinden.

Kwart over vier stond ik in Antwerpen aan het Galgeweel om er in het cafetaria mijn geliefde cacheboek terug in handen te krijgen, zocht ik nog een drietal caches op Linkeroever, en draaide ik tegen zessen de straat in.

Doodop, ook al had ik bijzonder goed geslapen ’s nachts.

Maar zo’n weekenden, daar zeg ik niet nee tegen!

Introductie Antwerpen

Eind mei, na het concert van Anouk, had Philip vastgesteld dat ik écht wel geen bal kende van Antwerpen, als ik zelfs bij het zien van de voetgangerstunnel verbaasd uit de lucht viel. Ja, ik wist dat die bestond, nee, ik had die nog nooit gezien. En ik wist al helemaal niet dat dat ding zo’n megaliften had.

We spraken toen af dat hij me vandaag een rondleiding voor beginners zou geven in Antwerpen. Ik had meteen voorgesteld om de fiets mee te brengen, want dan kan je veel meer zien. Hij had dan ook minutieus alles voorbereid, een hele route uitgestippeld en me vooral de architecturale parels laten zien, zoals ik aangegeven had.

Het begon al goed: ik vond de park&ride niet van Linkeroever. Tsja, op een bepaald moment staat die niet meer aangegeven en mijn gps stuurde me de andere richting uit. Maar bon, kwart over tien stapten we beiden op de fiets om te beginnen met de nieuwbouwwijk naast de Blancefloerlaan met de namen van de opvarenden van de Belgica. Al meanderend kwamen we uit aan het Galgeweel, waarvan het me verwonderde dat het eigenlijk zo dicht bij Antwerpen centrum (of dorp) ligt. En daar zochten we, jawel, een geocache! Philip had het vroeger ooit al wel eens gedaan en wist dat ik een fervent cacher ben, en dus had hij meteen ook een aantal caches in de route opgenomen. Maar hoe lief, hoe de max is dat zeg!

We fietsten verder langs Linkeroever, namen de fietserstunnel naast de Kennedytunnel – zot jong, nooit geweten dat daar nog een extra tunnel lag! – en hadden daarna het meest indrukwekkende zicht op Antwerpen over de Schelde heen. Jong, een gids als Philip die alle plekjes weet zijn én er dan ook nog stapels weetjes over kan vertellen: onbetaalbaar! Zeker als ge ondertussen ook nog dik onnozel doet, de hele tijd zit te lachen en u de max amuseert.

We fietsten langs de nieuw aangelegde kaaien ’t stad binnen, en hij liet me allerhande mooie gebouwen en pleintjes zien, waaronder uiteraard het standbeeld van Nello en Patrache van aangetrouwde familie Batist Vermeulen (hij is getrouwd met de zus van mijn schoonzusje, getrouwd met mijn jongste broer).

De kathedraal staat deels in de steigers, maar er stond wel een knap gedicht op de omheining.

De Vlaeykensgang was nog zoiets waar ik nog nooit van gehoord had, behalve dan het restaurant natuurlijk.

En toen dachten we er plots aan dat we misschien wel Lorre in zijn nekvel konden stekken voor een lunchke. Hij had al gegeten, maar zag het volledig zitten om mee een terrasje te doen. We liepen eerst tot aan de Stadsfeestzaal, maar behalve heel mooi was het er ook drukkend warm, zodat we toch maar terugkeerden naar de Graanmarkt en er iets aten in de Wasbar.

Intussen had ik vastgesteld dat ik mijn cachelogboek blijkbaar vergeten was op een elektriciteitskot aan het Galgeweel, waarop we Philips nauwkeurige planning door elkaar gooiden en opnieuw naar Linkeroever reden, deze keer via de roltrap van de voetgangerstunnel. Knap!

Helaas, geen cacheboek meer te bespeuren. Ik heb grondig gevloekt en ik hoop maar dat iemand het meegenomen heeft en me contacteert, mijn gegevens staan erin.
We staken opnieuw de Schelde over via de fietserstunnel en reden terug de stad in voor meer mooie gebouwen en uitzichten, inclusief het Steen, het oudste houten gebouw van Antwerpen, de Carolus Borromeus – fijne akoestiek in de kapel – en een speciale graffito.

Toen was het tijd voor koffie, dus reden we naar Coffeelabs.

En toen ging de tocht verder, door een stukje unief, langs prachtige gebouwen, tot iets voor zessen in de brouwerij De Koninck. We dronken iets en tegen half zeven zaten we aan tafel in “The Butcher’s Son” voor een bijzonder lekkere maaltijd. Goeie keuze, Philip.

Waarom aten we nu zo vroeg? Wel, Philip had plannen met het avondlicht, en hij had groot gelijk! Eerst verloren we een dik uur op de Cogels-Osylei – die gebouwen! Die poëzie! –  iets wat ingecalculeerd was, en dan verder via Berchem naar het water, richting het Eilandje.

Daar gingen we niet naar de top van het MAS – dat kende ik al – maar gewoon de zonsondergang over het water. Machtig.

Als afsluiter gingen we nog iets drinken op de Stadswaag, fietsten toen door de voetgangerstunnel terug naar Linkeroever, pikten er nog in het donker een laatste cache op, en tegen half een zat ik in mijn auto richting Gent. Met een grote glimlach op mijn gezicht en zo’n 40 kilometer op de teller.

Philip, mocht ge het nog niet weten: ge zijt de max!

Half dagje Antwerpen

Nu ja, Antwerpen: ik stond rond half twaalf bij Lorre in Ter Hagen, deelgemeente van Rumst. Onderweg was ik nog een paar caches tegengekomen, onder andere een wel fijne in Temse.

We reden fluks door naar Antwerpen, want daar moest Lorre om drie uur zijn nieuwe contract tekenen, yay!
We zochten ons een gezellig hipsterrestaurantje, Fabrik, en zaten heerlijk op het terrasje in de zon te tetteren.

Ik  gooide hem om de hoek af aan zijn nieuwe kantoor en ging zelf – ik had nog een dik uur op overschot, ik wilde om vijf uur in Gent zijn voor Merels blokfluitles – geocachen in het stadspark. Mooi park, mooie beelden, lekke vijver :-p

Bij dat laatste beeld had ik trouwens touche: drie twintigers die uiteraard benieuwd waren wat ik daar liep te zoeken, en na de uitleg me gerust wilden helpen, en vooral om de halve minuut vroegen of ik wel oké was, daar in het struikgewas. En dat ik voorzichtig moest zijn. En dat ze ouder waren dan dat ze eruit zagen, en dat ik een knappe dame was, enzovoort enzoverder. Heel respectvol en best wel grappig!

Ik reed naar huis, pikte Merel op en samen gingen we nog snel naar de blokfluitles, voor de laatste keer (volgende week zit ik op klassenraden).

Aangename dag, zowaar!

Proclamatie van de Certamina

Ik had het al een paar keer over de Certamina, de verschillende olympiades van Latijn en Grieks.

Vandaag was het ‘de grote dag’: de prijsuitreiking en plechtige proclamatie in de universiteit van Antwerpen. Ik sprak af met Gwen rond twaalf uur aan het station, we knabbelden samen ons broodje op, tetterden honderduit, ze nam deel aan mijn traditie van ijsjes op een fijne dag, en we wandelden via een geocache en de knuffel van een vriend naar de universiteit.

Daar werd het een drukke bedoening met een paar speeches, een zeer fijne bijdrage van Patrick De Rynck, de eigenlijke uitreiking en daarna ook vooral nog de receptie buiten in de binnenplaats. Een verslag heb ik hier geschreven.

Fijn gebouw, trouwens, die UA, allez, toch de buitenlocaties. Ik liet er meteen ook een foto nemen van het certaminacomité: veel oudere mensen, maar aan de andere kant: ik ben nu ook niet bepaald piepjong meer.

Daarna wandelden we een eindje verder naar de kaaien, naar de Griekse Taverne. Bijzonder aangenaam zitten en lekker gegeten, maar de rug deed me tegen dan een beetje dood, waar ik ook voor gevreesd had.

Plots kwam Gwen bij me: dat we snelsnel weg moesten als we de trein nog wilden halen. We vertrokken op een holletje, namen een eindje de tram, maar helaas, we misten net de trein. En de volgende was blijkbaar pas een uur later, het station was grauw en de toiletten gesloten. Niet bepaald een echt fijn uur, daar in dat station. Maar voor de rest was de dag zo fijn geweest dat het eigenlijk niet eens gaf.