Kerstavond

Sinds een paar jaar is kerstavond afwisselend bij mijn oudste broer en bij ons. Vroeger ging Jeroen met zijn gezin naar zijn schoonouders, maar die mensen zien dat echt niet meer zitten. Ons ma en pa kwamen al een paar jaar bij ons, en toen werden er enkel hapjes gegeten, of gewoon wafels, want mijn ma was daar verzot op. Roeland gaat standaard naar Sarahs ouders, die is er dus nooit. Maar het was dus wel de eerste keer zonder ons ma… Ik geloof dat vooral ons pa daar serieus last van had, maar al bij al viel het bijzonder goed mee.

Bart was vroeg opgestaan, en stond al om acht uur – en blijkbaar lang niet als enige – aan de Delhaize om boodschappen te doen. Hij heeft het hele menu in elkaar gezet én gekookt, ik heb zelfs geen potje afgewassen. Mijn taak was het om het huis toonbaar te krijgen en de tafel feestelijk te dekken. De kamers van de kinderen hebben een serieus tijdje in beslag genomen, maar de missie mocht wel geslaagd genoemd worden. We moesten ons nochtans een beetje haasten, want de jongens werden rond half twee opgehaald door hun nonkel, om samen met Alexander naar Star Wars Rogue One te gaan. Feest!

Tegen drie uur was eigenlijk alles zo goed als klaar, en deed Bart zowaar een tukje in de zetel. Komt dat tegen! Compleet stressvrij en al.

En toen was het tijd voor het grote geweld, en veel te veel cadeautjes en hapjes. Bart had zowel gewone chips voorzien – voor de kinderen – als hapjes met garnalen, met gamba’s, met zalm, met gerookte makreel…

Als voorgerecht had hij een sublieme truffelrisotto gemaakt, compleet met échte verse truffel. Een zeer overheersende smaak, maar wel bijzonder lekker.

Het hoofdgerecht was hertenfilet in een wildsausje met boschampignons, met dan gestoomde babygroenten, een witloofstronkje, en pommes duchesse. Maar lekker, maat!

En toen moest het dessert nog komen: een toren van mini-éclairs en soesjes, en chocoladebekertjes gevuld met lemon curd, met een grote kom slagroom erbij.

Ons pa is er bijna bijgekropen…

Intussen speelden de kinderen vrolijk boven, was er af en toe een cadeautjesronde, en genoot ik met volle teugen.

Ons ma, die zou het fantastisch gevonden hebben. Serieus waar.

Rare dag, en stikkapot

Het was me het dagje wel vandaag.

Om kwart voor negen was ik op school, om nog snelsnel de rapporten in elkaar te vijzen. Die mocht ik tussen negen en half tien uitdelen en becommentariëren.

En toen, toen bleken mijn examens nog in de doos op de livingtafel te staan, klaar om mee te nemen. Ik ben dan maar met een grote zucht naar huis gereden, heb ze opgevist, en ben meteen terug gereden. Slim. Enfin, de leerlingen hebben examens ingekeken, ik heb uitleg gegeven, en toen zijn ze gewoon in het klaslokaal komen zitten om toch érgens te zitten en te babbelen. En was het plots half twaalf voor ik het me goed en wel realiseerde.

Ik ruimde op, probeerde bruikbaar internet te vinden om een schoolfilmpje up te loaden, en schoof mee aan het buffet dat kokkin Anja voor ons had bereid.

Met al het heen-en-weergeloop was het ook alweer twee uur voor ik dat goed beseft, en mocht ik me nog reppen om op tijd in mijn klaslokaal te zijn voor het oudercontact. Ook dat bleek alweer goed gevuld te zijn. Gelukkig waren er leerlingen van de leerlingenraad op zwier met mijn fototoestel, zodat ik nog wat heb om op de schoolwebsite te zetten.

Ik repte me naar huis, maar kon toch de kerstviering om half zes niet meer halen, daarvoor was het blijkbaar te druk op de weg. De pastoor had me woensdag gebeld met de vraag of ik weer, zoals vorig jaar, wilde voorlezen. Willen wel, maar blijkbaar dus geen tijd. Tsja.

Ik plofte thuis heel even in de zetel, en prees me gelukkig dat er geen rugby was vanavond. Rond half zeven waaiden Lorre en Koen nog wel even binnen, op weg naar Gent centrum (parking op ’t Van Beverenplein, een aanrader). Ze hadden afgesproken met de tweeling, en het was de bedoeling dat ook ik nog meeging, maar ik wilde eerst nog eten met de kinderen, en ging eventueel wel achterkomen.

Rond zevenen kwam dan ook Vero nog even binnen, om nog wat kleren van ons ma te bekijken. Ze ging terug weg met een stevige doos vol, en dat stemt mij dan weer blij.

En toen ging ik even in de zetel liggen, kwestie van de rug wat rust te gunnen, en werd ik rond half elf wakker. Tot zover dat glas gaan drinken met mijn maten. Dju toch.

Maar ik was moe. Ik ben moe. Die vakantie komt geen dag te vroeg, integendeel.

And so it begins…

Ik had vandaag de hele dag klassenraad, Bart was op kantoor, en de kleintjes zaten op school. En Wolf? Tsja, Wolf was gewoon thuis. Enfin, hij had al voor de examens afgesproken met een paar klasgenoten om de stad in te trekken. Geen probleem voor mij: hij is zelfstandig en verstandig genoeg. Eerst was het plan om samen naar de Pizza Hut te gaan, maar uiteindelijk bleek hij pas om half één afgesproken te hebben bij Quinten, en dan om één uur aan ’t school met de rest. Ik had niet de laatste klassen van de voormiddag, zodat ik tijd genoeg had om naar huis te gaan en samen met hem te eten.
En daarna ging hij de fiets op, en reed ik met de auto ook terug naar school. Hij had tien euro gekregen, als extraatje om te spenderen, bovenop zijn zakgeld van tien euro per maand. En de uitdrukkelijke wens dat hij ten laatste om half zeven zou thuis zijn, en dat hij helm en fluovest zou dragen. In het donker met de fiets, ’t is niet alles.

Enfin, om half zes kwam hij thuis, slungelig als alleen een échte puber kan, en plofte in de zetel. Toen ik vroeg hoe het was geweest en wat hij gedaan had, haalde hij zijn schouders op: “Oh, we zijn naar de film geweest”. Mijn wenkbrauwen gingen prompt de hoogte in. “De film? Jullie gingen toch naar ’t stad? Enne, de film met de fiets???” Hij schoot in de lach: “Maar nee, mama, een van de jongens werd afgezet met de auto, en die mama stelde voor om naar de film te gaan, en we zijn met haar allemaal meegereden, tiens! En we hebben er een muts van Coca-Cola gekregen, en ik heb dus een drankje gekocht met mijn eigen geld, en dat geld van u gebruikt voor het ticket, en het was Assassin’s Creed, ge weet wel, van dat videospel, en ’t was wel wijs!”

Juist ja. “Enne, ge vondt niet dat ge mij dat moest laten weten, die verandering van plannen?” Verontwaardiging: “Maar ja, mama, ik wilde dat wel, maar mijne gsm verstuurt dat berichtje maar niet, kijk maar! Allez, nu juist precies wel, maar dat zal aan de wifi liggen!” Waarop ik fijntjes opmerkte dat hij misschien wel in de gaten kon houden hoeveel er op zijn gsm nog stond aan belwaarde, en dat dat eigenlijk zo’n beetje compleet op nul stond. Ik heb dan maar zijn gsmkaart opgeladen, en er verder het mijne van gedacht.

Hij wordt zo snel groot…

Niet opgeven…

Koppig zijn, ’t is ook niet altijd gemakkelijk. Neem nu gisteren. Ik wilde mijn examenpunten binnen hebben voor middernacht, ook al kon het eigenlijk ook nog deze namiddag. Maar rond negen uur ’s avonds begon mijn rug weer serieus veel pijn te doen, en besloot ik dat het beter was om te gaan liggen, en het voor gezien te houden. De lumbago op zich zit weer op zijn plaats, maar alle spieren errond doen gemeen veel zeer. Ik ben maandagnamiddag nog naar mijn kinesiste – mijn lieve en zeer bekwame nichtje – gegaan, toen er daar iemand had afgebeld, en ook gisterenmorgen mocht ik nog langsgaan. Eigenlijk had ik toen toezicht op school, maar nadat de directie me had zien rondlopen, compleet scheef, met een grimas van de pijn, leunend op mijn stok en af en toe even gaan liggend in de zetel, vond die het helemaal geen probleem dat ik niet drie uur op een stoel kwam zitten. Want dat is nog steeds het ergste: zitten. Rondlopen en staan doen pijn, maar doen ook veel goed, want het is maar zo dat alles weer op zijn plaats komt. Dankzij de stevige massages trokken alle spieren minder tegen, en kroop de vermaledijde discus terug op zijn plaats.

Enfin, gisteren rond negen uur ben ik dus languit in de zetel gaan liggen, en heb ik naar iets op tv gekeken. En toen begon het toch weer te kriebelen om die laatste negen examens alsnog te verbeteren. De rugpijn was weer zo goed als weg, ik vond dat ik dus nog wel even mee kon.

Om tien voor middernacht was ik rond, oef. En dacht ik: de commentaren voor de klassenraad zullen toch voor morgen zijn, en ik zette dat ook op Facebook. Waarop een vriend commentarieerde: “Allez, tien minuutjes pauze dus”. Ik repliceerde: “Nee jong, echt niet”. En effectief een goeie tien minuten later zette ik erop: “Och zwijgt!” Ik lag effectief in bed om kwart voor één, maar met alle vakcommentaren ingetikt en alle klassenraadcommentaren doorgestuurd. Oef.

Deze morgen was het iets rustiger: ontbeten met de kinderen, rustig mijn spullen samengeraapt, en richting ’t stad gereden, voor Fantastic Beasts and where to find them, de film in de wereld van Harry Potter. Heerlijke, pretentieloze avonturenfilm met prachtige beestjes, en vooral ook rustige leerlingen. En daarna naar huis gereden, snelsnel macaroni met hesp en kaas voor de kinderen, een collega en mezelf gemaakt, en naar school gereden met de twee kleinsten mee.

Voor de eerste keer was er namelijk op woensdagnamiddag zelf kinderopvang voorzien voor ons. Want als leraars zijn we natuurlijk doorgaans zelf thuis op woensdagnamiddag, en ook al zit je te verbeteren of voor te bereiden, je bent er wel voor je kinderen. Niet als je klassenraden hebt, natuurlijk. Directie had drie zesdejaars bereid gevonden om te komen babysitten, en Merel en Kobe zagen dat compleet zitten. Ze hebben film gekeken, spelletjes zoals Twister gespeeld, pannenkoeken gegeten, enfin, blijkbaar zich goed geamuseerd vooral.

De klassenraden waren net op tijd gedaan om naar huis te rijden, de jongens zich te laten omkleden, boterhammen te smeren, en richting rugby te rijden. Voor Kobe was het een teambuilding avond: klimmen, in plaats van rugby spelen. Merel en ik hebben hem daar afgezet, hebben mijn fototoestel in iemands handen gestoken, en zijn zelf in de motregen gaan picknicken. Het heeft wel iets, in het pikdonker onder een grote paraplu boterhammen zitten eten… We reden terug naar het clubhuis, pikten er een klein stukje training van Wolf mee, reden terug naar huis, en ik ging plat. Als in: in slaap gevallen na een half uur.

Tsja…

 

Vogeltjes

Het is eigenlijk onnozel hoe goed gezind ik word van vogels, en meer bepaald roodborstjes in de tuin. Vorige week had ik een aantal mezenbollen en een nootjesrekje opgehangen, zoals elk jaar. Het is altijd bijzonder leuk om zien hoe de vogels daar op afkomen, maar dit jaar viel dat precies wat tegen. Te warm nog, zeker?

Enfin, vandaag had ik me aan de keukentafel gezet, en begon ik erop te letten. En jawel, mussen, meesjes en zelfs een roodborstje. En mijn humeur, ondanks de nog steeds ietwat tegenstribbelende rug? Dat ging prompt omhoog.