Kinesist

Wolf heeft een dikke maand geleden zijn rug bezeerd. Niks ernstigs, gewoon een verkeerde beweging bij de rugby, bij een nieuwe techniek. Ze leren namelijk de line-out, en daarbij moeten twee spelers een derde zo hoog mogelijk in de lucht steken, zodat die een ingeworpen bal kan pakken. Maar die middelste speler had er precies niet zoveel zin in, en hield zich slap, in plaats van zijn spieren op te spannen. Resultaat: je steekt precies een zware zak patatten in de lucht.

Enfin, Wolf had na de training gezegd dat zijn rug pijn deed, en ik zei dat het wel zou overgaan. Niet dus. Want na een week of drie klaagde hij er echt over, en begon het precies meer en meer pijn te doen. We zijn dan naar de dokter geweest, en die stelde vast wat ik vermoedde: niks aan het beendergestel of zijn ruggengraat, wel spier of pees. En dat zou ook gerust wel kunnen, gezien het feit dat hij nog steeds explosief aan het groeien is. Voorlopig even geen rugby of L.O.

Kinesist dus. Blijkbaar zit er effectief vanalles vast in die rug van hem, en zetten ze het los.

Simultaan ga ik ook naar de kinesist – ze werken er met vijf, dat kan dus – want bij mij is gans mijn rechterschouder vast. De trapezius zit verkrampt, waardoor gans mijn arm pijn doet, mijn nek, enfin, alles. De eerste keer heeft de kinesist enkel gewerkt op mijn nek, de volgende keer was het gans mijn schouder en rug. De derde keer heeft ze dan de pees en het aanhechtingspunt aan mijn schouder onder handen genomen: auw.

Maar we leven in de hoop dat het werkt.

Compliment, of toch niet?

Merel kwam daarstraks tegen mij aangekropen.

– ‘Mmm, mama, jij bent zo lekker zacht!’

– ‘Ja hé. Ik vind dat alle mama’s zo lekker zacht zouden moeten zijn. Dan ligt dat zo lekker voor alle kindjes!’

– ‘Dat niet alleen, he mama, ze moeten ook dik zijn, zoals jij!’

– ‘Euh?’

– ‘Ja, want jij bent ook zo’n leuke trampoline! Daar kunnen mijn popjes dan zo lekker op springen!’

Wolf rolde uit de zetel van het lachen, die kwam niet meer bij.

Zucht…

Nonkel Staf werd 73…

En zoals altijd spraken we eerst bij hem thuis af, maar zónder aperitief deze keer, om dan samen naar het restaurant te gaan. Nelly had opnieuw gekozen voor ’t Raadsel, gewoon omdat het eten er goed is, en de kinderen buiten kunnen spelen. En jawel, het weer liet gelukkig toe dat de trampoline bijzonder druk gebruikt werd.

Wolf was er niet bij, want die was vanmorgen al om 8.00 uur opgehaald door zijn gitaarjuf. Hij heeft een gitaardag in Zaventem vandaag, die onder andere door zijn juf wordt georganiseerd, en zag het helemaal zitten. En dus stond ik vanmorgen om half acht al roerei te bakken voor hem, want hij moest eten meehebben.

Iets na de middag kreeg ik een bijzonder enthousiaste sms van hem: “Ik heb net op een theorbe gespeeld. Google zelf maar”. Ik moest lachen, en googelde effectief. Bleek het een gigantisch instrument te zijn:

633d9eda57920ada491aceadad7def40

Enfin, toen hij ’s avonds rond negen uur terug thuis stond, was hij doodop, maar wel laaiend enthousiast. Hij had bijzonder veel bijgeleerd, en zich echt wel geamuseerd, zei hij, ook al had hij geen vrienden of zo mee. Dapper, noemde zijn juf hem, en dat geloof ik graag.

Wij zaten ondertussen aan de dis, praatten over vanalles, en zagen dat het goed was. En lekker.

Zoals altijd hadden we veel te veel gegeten, en hadden de kinderen stevig gespeeld.

Dik in orde.

Februari

Nieuwe pokémon, en wat doet ne volwassen mens dan? Een ommetje maken in ’t stad, en beestjes vangen. En langs de Hema gaan, voor lijmstiften en scharen en passers en stroopwafels en zoute drop en een eierschilderset en een grote doos stiften. En nog meer pokémon vangen, en blij zijn dat ge beestjes vindt die ge nog niet hadt. Zo van die nieuwe.

En dan stelt ge vast dat blijkbaar het toeristisch seizoen al in februari begint, want het liep vol met gegidste groepen, dagjesmensen die de weg vroegen, en zelfs de eerste koetsen.

In februari. Om half elf ’s morgens. Op een zaterdag. Jawel.

Lentegevoel

Nu die vrieskou voorbij is en de zon erdoor komt, lijkt het wel even lente. Enfin, woensdag en gisteren toch: zestien graden, en een vrolijke Merel op de schommel. Meer moet dat toch niet zijn?