Stil

Het gaat hier even wat stiller zijn. Misschien gewoon een paar fotoposts of zo.

Ik ben namelijk aan het verbeteren, en dan wil ik met rust gelaten worden. Ik heb het dan al lastig genoeg :-p

Doe daar dan nog even die nakende verbouwing bij en het feit dat alles in dozen moet, en ik heb al helemaal geen zin meer om ’s avonds nog te schrijven.

U bent dus gewaarschuwd.

Na de examens ben ik terug. Hoop ik.

Verbouwing

Volgende week wordt onze woonkamer en mijn bureau verbouwd.

– De vroegere inkomhal, die een hap uit de woonkamer wegneemt, wordt afgebroken en bij de living gevoegd.

– Het tussenvenster naar mijn bureau gaat weg, zodat de ruimte ook groter en opener wordt. Dat venster staat toch altijd open, vandaar.

– Het donkere houten plafond (spuuglelijk) gaat eruit en er komt een gewoon effen plafond in een bleke kleur.

– de gebarsten en vroeger prachtige natuurstenen tegels worden bedekt met een parket van grijze eik. Iets waar ik al zolang naar uitkijk.

– De deuren naar keuken en hal worden vervangen door matglazen exemplaren, zodat ook daar meer licht is.

– Alle kasten gaan eruit, en er komen op maat gemaakte nieuwe kasten, waarbij de televisie aan de schuine muur waar nu de klok hangt, wordt bevestigd.

Voor ons houdt dat in dat alles uit de woonkamer moet worden weggehaald. De kasten gaan naar een vriendin, een hoop dingen zijn al de vuilbak ingevlogen, een paar dingen gaan naar de kringloopwinkel, en de rest staat in grote stapels kartonnen dozen in de logeerkamer. Daar kan voorlopig nog amper een kat binnen.
De meubels gaan we tijdelijk in onze garage zetten, en zelf wijken we uit naar onze alternatieve woonkamer in onze grote slaapkamer, waar ook een zetel, een tv en een salontafeltje staat.

De werken zouden amper anderhalve week mogen duren, schilderen niet inbegrepen.

Poeh. Ik kijk uit naar juli, dan is alles achter de rug.

Constantia et labore

Dit weekend viel mijn oog op de volgende column in De Standaard, van de hand van Steven De Foer. Het kan niet meer ‘right up my alley’ zijn, ofte, misschien beter, ‘meis moribus’.

RARE JONGENS — Nadat Bart Somers stante pede mea culpa had geslagen over dit annus horribilis, reed Bart De Wever linea recta naar de tv-studio’s om er veni, vidi, vici te zeggen. Zijn magnum opus was geschreven, hij dronk een ad fundum.

De vaste eindredacteur van de cultuurpagina’s zal nogal geknarsetand hebben bij het lezen van deze openingszinnen. Hij houdt niet van Latijnse citaten: hij vindt ze snobistisch, omdat niet iedereen ze begrijpt, en schrapt ze vaak manu militari uit teksten. Dat hij de aanhef van dit stukje toch in extenso heeft laten staan, bewijst nochtans dat deze dode taal vaak springlevend en perfect begrijpelijk is voor bona fide Vlamingen.

En dat zal in de nabije toekomst zeker niet veranderen, nu de coolste politicus van het moment sine ira et studio Latijnse citaten loopt rond te strooien, naar het voorbeeld van zijn grote idool Julius Caesar. Constantia et labore, begon Bart De Wever zijn overwinningsspeech zondag. (Als ik hem goed verstaan heb in het geroezemoes, vertaalde hij het zinnetje verkeerdelijk als ‘volharding en arbeid’ en niet als ‘mét volharding en arbeid’, alsof labore geen ablatief is. Maar laat ons daar niet over muggenziften of de eindredacteur krijgt een angina pectoris. En bovendien: errare humanum est, ook voor een politicus.)

De jongste maanden valt ook zonder De Wever moeilijk te ontkennen dat het Latijn aan een renaissance bezig is. Zelfs in kringen die niet meteen als intellectuele bastions bekendstaan, zoals de voetballerij. De Anderlechtspits Jonathan Legear tatoeëerde vini, vidi, vici op zijn arm (‘van de wijn, ik zag en ik overwon’). Aanvankelijk werd aangenomen dat dit een schrijffout was, vini in plaats van het gebruikelijke veni. Sinds zijn botsing, op de terugweg van dancing Carré na de verloren bekerfinale, weten we dat Legear inderdaad soms zijn overwinning in de wijn zoekt. Op zijn andere arm laat hij nu victus, potus, laesus (‘overwonnen, beschonken, gewond’) tatoeëren. Waarbij het mooie is dat als hij zich nogmaals vergist en vectus, potus, laesus schrijft, het óók klopt (‘rijdend, beschonken, gewond’). Een grapje dat er in de kleedkamer van RSCA zeker goed in zal gaan.

Want dat Legear niet de enige voetballende Latinist is, bewijst a fortiori ook het spandoek, onlangs te zien op de Beerschottribune, met het opschrift Tene quod bene, ‘behoud wat goed is’. Dat was volgens insiders een boodschap aan het clubbestuur dat het gedaan moet zijn met ieder jaar de beste spelers te verkopen aan de meestbiedende. We hebben het hier over dezelfde spionkop die ‘joden’ als scheldnaam gebruikt en die toen Beerschot tegen het (Afrikaans getinte) SK Beveren speelde een pluchen slingeraap door het stadion gooide. Fijnzinnig volk kortom. Maar wel Latijn gebruiken, want Latijn is cool. Het zou me niet verbazen, in het licht van de enquête van deze week, dat op de kleedkamers van eersteklasseclubs een bordje hangt met cave hominem, ‘pas op voor de homo’.

Als u nog niet overtuigd bent dat Latijn op korte tijd sterk gedemocratiseerd is, weet dan dat een ijverige leraar onlangs een Latijnse versie van het ad nauseam op de radio gedraaide ‘Mia’ van – horresco referens, ‘ik huiver als ik eraan denk’- Gorki heeft opgenomen. Zelfs kinderen die geen Latijnse volgen, spreken dankzij Harry Potter een mondje potjeslatijn mee: ze weten dat Draco dormiens numquam titillandus (de wapenspreuk van Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus) ‘kietel nooit een slapende draak’ betekent.

Ik vind het wel iets hebben. In plaats van dat eeuwige Engels dat onze taal inpalmt, zouden we allemaal eens wat vaker moeten teruggrijpen naar dat statige historierijke Latijn. Zodat verliefde mensen niet langer het lichtjes onnozele maar onder de jeugd populaire ‘NWLY’ (‘never wanna lose you’) sms’en, maar wel nil nequit amor (‘liefde kan alles’). Dat heeft toch veel meer decorum?

Als krant zouden wij het voorbeeld moeten geven. Neem nu de verkiezingen van vorige zondag, de stembusslag waarin behalve CD&V en N-VA alle partijen hun wonden likten. ‘Triomf voor Peeters en De Wever’ kopte De Standaard maandag, en hoewel dat aardig de verkiezingen samenvatte, is het toch een gemiste kans. Hoeveel stijlvoller en prikkelender zou Rari nantes in gurgite vasto niet zijn geweest, ‘hier en daar houdt er één zich drijvend in het geweldige diep’? Wat zegt u, snobistisch? Denken dat je betere titels kunt verzinnen dan Vergilius, dát is pas snobistisch.

Ceterum censeo Carthaginem esse delendam. Dat moet u maar eens googelen, als het u niets zegt.

Steven De Foer schrijft tweewekelijks over wat hem opviel in cultuur en media.

Jammer dat het schooljaar gedaan is, of het werd verplichte lectuur voor mijn leerlingen. Op kopie, met uitgeblokte vertalingen, dat spreekt :-p

Fijne mens :-)

Toen ik vorige week zaterdag met mijn ouders van een heerlijke huwelijksreceptie uit Leuven naar huis terug reed, zat ik – zoals altijd, iedereen die ons kent, zal dat beamen – oeverloos te kletsen met mijn ma.
Ik zat aan het stuur van Barts auto, en ik geef toe, ik reed te snel op de autostrade, toch tegen de 140. Mijn ogen waren echt wel op de weg gericht, daar niet van, maar zeker in die ‘bolide’ was ik niet echt acht aan het slaan op mijn snelheid.

En toen kwam ik ter hoogte van Merelbeke. Jawel, daar staat een vaste flitser, maar ook daar had ik even, druk aan het kletsen zijnde, niet bij stil gestaan.

Tot me plotseling een motorrijder op een racebanaan voorbijging, terug invoegde vlak voor mijn auto en trager ging rijden. Ik vloekte en remde, en vroeg me af wat die kerel in godsnaam bezielde. En toen zwaaide hij met zijn arm naar links, en zag ik de flitscamera staan. En bleek ik netjes 120 te rijden, dankzij hem.

Ik flikkerde even met mijn lichten, stak mijn duimen omhoog, en toen vloog hij er weer vandoor. Een pak sneller dan mijn initiële 140 :-p

Beste motorrijder, de kans dat je dit leest, is echt wel klein, dat weet ik. Maar voor het geval dat dat toch zou lukken: bedankt! Je hebt me niet alleen een hoop geld bespaard, je hebt me een grote glimlach geschonken en een hernieuwd geloof in de goedheid van de mens.

Enne… rij toch maar voorzichtig. Want met die snelheid wil je niet over een dikke kiezel rijden :-p

Chocoladefondue

Om de veertien dagen speel ik met zes vrienden op woensdag een tafelrollenspel, Call of Cthulhu.

Gisteren was onze game master echter niet te vinden: hij antwoordde niet op mail, zijn GSM stond op voicemail… Alleen moest Anthony, bij wie we gingen spelen, wel stilaan weten of hij knabbels moest voorzien. Drank had hij in huis. Ik twijfelde, maar toen hij het woord ‘chocoladefondue’ liet vallen, was voor mij de kogel door de kerk: we gingen spelen!

Afhankelijk of de GM nog opdaagde, konden we dan Cthulhu spelen, en anders gingen we er gewoon een spelletjesavond van maken. Ik had Carcassonne mee (na anderhalf jaar nog steeds in de verpakking), en Kim die spelletjes verzamelt, had onder andere Macchiavelli mee. Die beide spelletjes hebben we dus gespeeld, met veel plezier overigens.

En Anthony had dus zijn chocoladefondue op tafel gezet, en ons overigens nog dik verwend ook: er waren verse gehalveerde aardbeien, stukjes heerlijk zoete ananas, appel, meloen, dikke druiven (die er uitzagen als kleine pruimpjes) en zelfs nonnenbillen. We hebben het niet eens opgekregen, en ik heb nochtans flink mijn best gedaan.

Ik denk dat ik ook zo’n ding wil. Of nee. Toch maar niet. Want dat komt gewoonweg niet meer goed dan :-p

Fox in a box

fox

Laat me even het concept uitleggen.

Je hebt al tijden geleden met vrienden afgesproken dat ze vrijdagavond komen eten bij jullie. Het was alweer veel te lang geleden, want jullie hebben het allemaal zo vreselijk druk en zo.
Nu blijk je intussen die bewuste vrijdagnamiddag nog een vergadering te hebben waar je niet onderuit kan. Geen tijd dus om boodschappen te doen. Ha ja, want je kookt echt wel graag, maar alleen met echte deftige verse ingrediënten. Wat nu?

Op restaurant gaan? Da’s niet hetzelfde, niet die ongedwongen sfeer waarbij de jongens onderuitgezakt in de zetel liggen te kletsen over de laatste nieuwe Mac en jij op je pantoffels rondhost.

Traiteur laten komen? Nah, da’s ook zo stom. En pizza’s, dan kan je meteen rechtstreeks aan je vrienden zeggen dat je geen moeite wil doen voor hen…

Wel, dan heb je meteen het ideale concept: Fox in a Box! Je kiest op de website de menu die je wil klaarmaken, en op de gewenste dag wordt netjes een doos afgeleverd, met alles erop en eraan. Kraakverse ingrediënten, voorgesneden en verpakt, met een prima handleiding (of recept, zo je wil). Alles zit in de doos: pakjes boter, flesjes olijfolie, voorgesneden verse kruiden, eventueel zelfs handschoenen en touwtjes voor een rollade. Het enige wat je nog nodig hebt, is een keuken en peper en zout. Geen geloop meer naar de winkel, geen oeverloos snijden en afwegen, dat is al allemaal gebeurd. Het enige wat je moet doen, is het effectieve koken. Je kotert de heren uit de zetel, zet iedereen aan tafel met een glas wijn, doet de ene persoon het vlees peperen, laat de andere het eiwit kloppen, en zelf leg je meteen de coquilles in de pan. Succes gegarandeerd, en 100% stressvrij. Je kan gerust zelf meekletsen en van je glas nippen, en je schotelt je vrienden een topmaaltijd voor zonder gedoe.

Persoonlijk zie ik maar één nadeel: het is niet echt milieuvriendelijk wegens het grote aantal potten en potjes, maar het is dan ook niet alsof je elke dag gaat foxen.

Bon, waarom nu die uitleg? Wel, Fox is al een tijdje op de markt, en was een beetje in zijn gat gebeten door het feit dat een aantal sterrenchefs nu met hetzelfde concept op de markt komen, hetzij dan enkel op bepaalde dagen. Daarom werden twee keer acht personen uitgenodigd om te foxen en dan daarover te bloggen. Bij deze dus :-p

Dinsdagavond werden daarom in Zottegem netjes zes zwarte auto’s naast elkaar geparkeerd, evenveel elektronische speeltjes te voorschijn gehaald, en gingen zeven girl geeks het concept uitproberen. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat Bart en ik al eerder hadden gefoxt (oudejaarsavond 2007, met de kinderen) en dat toen bijzonder goed hadden bevonden.
Fox en zijn vrouw waren zelf aanwezig, en hadden voor een verrassing gezorgd: champagne, door de gastvrouw te sabreren met een echte vossensabel! Monica was er niet gerust in, maar bijzonder opgetogen met het resultaat.

Even later gingen zij door en verkasten wij naar de keuken, waar de dozen vakkundig werden opengemaakt.

Bij deze het enige echte uitpakfilmpje: kan je meteen ook zien wat er precies in zo’n doos zit.


Uiteindelijk hadden we als voorgerecht gekaramelliseerde sint-jacobsvruchten met beetgare paksoi en een saus van limoen, gegarneerd met bieslook. Yup, zelfs de bieslook zit er versneden bij in een potje.

Als hoofdgerecht was er rollade van ossenhaas, ingewreven met een kruidenmengeling, aangebakken in de pan en gegaard in de oven, met verse frietjes, panzanella, en een heerlijke soort mayonaise, opgewerkt met versgeklopt eiwit. Lekker!

Het nagerecht was gewoon pure fun: kleine vuurvaste potjes crème brûlée, een goeie dosis bruine suiker, grappa, en lucifers. Ja, zelfs die zijn voorzien. We hebben dus aan tafel zitten flamberen, en dat geeft effectief wel een goeie brûlée :-p

Enfin, het was een schitterende avond, niet alleen door het exquise voedsel, maar ook door het gezelschap. Zeven dames onder elkaar, dat kón niet anders dan fout gaan qua gespreksonderwerpen :-p

Bedankt, Monica, Clo, Sofie (en Lola), Saskia, Sofie en Imke!

Ochtendconversatie

Deze morgen, aan tafel.

Wolf tegen Kobe: “Ben jij English?”

Kobe, met veel overtuiging: “Neuh! Kobe nie meisje, Kobe jongen!”

LOL. Wolf en ik gaan dus op die piste verder: “Is Wolf een meisje?”

Kobe: “Neuh, Wolf ook jongen!”

Ikke: “En papa, is die een meisje?”

Kobe: “Neeeeee!”

Ikke: “Wat is papa dan?”

Kobe, na even denken: “Papa giraf!”

Dan vraagt ne mens zich toch af wat er in dat hoofdje omgaat! Wij lagen alvast plat…

Kaartje

Wolf had op voorhand al uitgebreid in zijn klas verteld dat hij naar Plopsaland mocht. Daarop had de juf een hele goeie suggestie: geef je kind een kaartje mee waarop niet alleen zijn naam staat (dat weet hij/zij doorgaans wel) maar ook de telefoonnummers van de ouders of degenen met wie hij mee is. Als hij dan verloren loopt, kan er gebeld worden, en moet er niet omgeroepen worden en zo. Op die manier bespaar je een hoop paniek en gezoek.

Wolf had dus in zijn binnenzak zo’n kaartje zitten, op zijn eigen uitdrukkelijke verzoek. Hij voelde zich meteen een pak geruster.

Die juf van Wolf, die is nog zo dom niet 🙂

Tellen

Jawel, als lid van het onderwijzend personeel was ook ik opgeroepen mijn burgerplicht te gaan doen vandaag.

Helaas was ik, in al mijn onachtzaamheid, mijn papiertje met de coördinaten kwijtgespeeld. Ik steek het op de nakende verhuis en het feit dat zowat alle kasten al verdwenen zijn uit de living :-p
Gelukkig kon ik me nog de locatie herinneren: het Atheneum Wispelberg. Ik heb dan maar samen met nog een warhoofd alle telbureau’s afgelopen op zoek naar het juiste nummer, en bij ongeveer het tiende bureau had ik prijs. Letterlijk, want ik bleek effectief bijzitter te zijn, en niet zomaar reserve. Bij mijn vijfde oproeping moest ik dus wel degelijk dienst doen.

De voorzitter, een ingenieur, had alles minutieus voorbereid, en had al enige ervaring in het runnen van een telbureau. We werden ingezworen (gene zever!) en konden beginnen.
Eerst werden alle stapels stembrieven geteld, in gevouwen toestand, en nog eens herteld. We zaten ergens rond de 1500 stuks (drie stembureau’s) en dat bleek te kloppen.

We hadden een hoop tafels rondom ons gezet in een vierkant, met overal plakkertjes met de dertien lijsten. Op die manier konden we de brieven netjes sorteren per lijst, en daarbinnen ook nog per lijststem/naamstem. Twee uur later, een hoop geloop, en van mijnentwege een hoop opengevouw (zo kon ik blijven zitten en had ik geen last van mijn voet) hadden we 26 stapels (en stapeltjes) verzameld. Ook die werden opnieuw geteld en in een excelbestand gegoten. Het totaal klopte.
De lijststemstapels vlogen opzij, en de naamstemstapels werden in drie soorten gesorteerd per lijst: een stapel met enkel voorkeurstemmen voor effectieven, een stapel met enkel voorkeurstemmen voor opvolgers, en dan eentje met zowel effectieven als opvolgers. En jawel, dat moet zo, want die moet je apart doorgeven en zelfs inpakken achteraf.

Soit, pas op dat moment konden we beginnen met per twee echt streepjes te trekken op daartoe voorziene bladen: de ene las de nummers voor, de andere zette streepjes. Voorkeurstemmen dus. Alles werd netjes bijgehouden door de voorzitter, die zich intussen een weg probeerde te banen doorheen zijn papieren.

Tegen zeven uur waren we klaar. Dachten we. Want toen bleken er nog stapels inpakpapier te liggen, waarin elke stapel vakkundig moest gedraaid worden. Vakkundig werd het niet, wel praktisch :-p Per lijst vier stapels, dus 52 stapels en dan nog de blanco’s/ongeldige.

Onze voorzitter had gelukkig snel de magistraat van dienst gevonden, die de stapels kwam tellen, aftekenen, in een reusachtige juten zak deponeerde, toebond met een strokoord, en waar ondergetekende zich dan als een klein kind mocht amuseren door zegelwas op de knoop te druppelen.

Negentien uur vijftig: klus geklaard. Bijna zes uur aan een stuk doorwerken dus, en dat voor de vergoeding van 15,60 euro (waarvan ik eerlijk gezegd niet eens wist dat ze er was). Ja, er waren broodjes en drank, maar die kwamen er pas door tegen vijf uur, en bleken te bestaan uit een fles spuitwater, plat water en gele limonade, en een bak vreselijke broodjes: hamburgerbroodjes met een sneetje kaas, hesp of salami tussen. Ja, er waren er genoeg, maar we hebben meer dan de helft weggegooid wegens niet te vreten. Dan liever wat minder maar van aanvaardbare kwaliteit.

Enfin, ik ben dus weer een ervaring (en stijve armspieren) rijker. Maar ik geef toe, de volgende keer ga ik toch ook een geldige reden proberen zoeken om er vanonder te muizen. Want zo fijn vond ik het nu ook weer niet.

Plopsaland

Deze morgen was Wolf, ondanks de schoolreis van de dag voordien (waarover ik trouwens een bijzonder onsamenhangende uitleg heb gekregen, iets met een ouwe geit en krokodillen en twee glijbanen waarvan er eentje gevaarlijk was en een heksenbos) toch weer vroeg wakker. Ook nu zal de anticipatie er wel voor iets tussen gezeten hebben: zijn peter en zijn tante kwamen hem rond negen uur halen voor een dagje Plopsaland, samen met Branko, het tienjarig neefje van tante Else.

Toen ze binnenkwamen stond hij letterlijk te springen van opwinding en toertjes te crossen door de keuken. En geloof me, toertjes crossen in onze keuken met nog vijf man in, is niet eenvoudig, zelfs niet als je vijf bent.

Hij kreeg zijn regenjasje aan, stevige schoenen, en weg waren ze. Rond een uur of elf kwam er een fotootje in de inbox: Wolf die uitgebreid stond te grijnzen naast de figuur van Plop.

Ik had ze rond een uur of acht terugverwacht, maar het was net geen tien uur toen ze terug voor de deur stonden. Wolf zag er hondenmoe uit, maar met pretlichtjes in zijn ogen en blosjes op zijn wangen, en stoere verhalen natuurlijk. Ze hadden op alle mogelijke attracties gezeten (waar hij opmocht, tenminste) en ze waren zelfs natgespat, stel je voor! Om zes uur sloten de attracties, was er een receptie en broodjesmaaltijd en blijkbaar ook een buffet voor alle gasten van het interimkantoor (op wiens uitnodiging zij daar ook waren), en een uurtje later gingen een aantal attracties opnieuw open. Dat verklaarde meteen waarom ze zo laat waren.

Ze stonden daar allevier te glunderen, het was blijkbaar mooi geweest.

Nog geen drie minuten later viel Wolf met een diepe zucht in zijn bed. Ik vermoed dat hij al sliep tegen dat ik zijn kamer uit was. Maar hij glimlachte wel 🙂