Meh
“Goh”, zeiden ze, “laat die wijsheidstand maar uithalen”, zeiden ze, “dat gaat u een hoop pijn besparen!”
Het doet verdomme serieus veel zeer! Ik heb er donderdag de hele dag ijs op gehouden, en Ibuprofen geslikt, maar ik heb toch niet echt veel moeten slapen van de pijn, vrees ik. Echt serieus, maar zeer dat dat doet! Voor mijn rug heb ik eigenlijk nooit pijnstillers gepakt, maar ik zit nu al drie dagen aan de stevige pillen, en het wordt precies alleen maar erger.
Nu, op mijn briefje stond dat het al zou moeten gestopt zijn met sijpelen, maar dat doet het nog wel. De zwelling zou vandaag het ergste moeten zijn, maar dan stilaan afnemen. Oordeel zelf.
Ik voel me ook ellendig: ik kan nauwelijks eten, die pijn overheerst alles, en ik heb er intussen ook nog Dafalgan bij, bovenop die Ibuprofen, om het een beetje draaglijk te houden.
Het was deze middag zelfs zo erg dat, toen Bart thuis kwam met Wolf, we naar het ziekenhuis gereden zijn. Ik ben er namelijk zeker van dat dit meer is dan gewone zwelling, je voelt echt een bol, dit is dus een stevige ontsteking met dik abces. Zoals de vorige keer dus.
En waarom dan ziekenhuis? Omdat ik, zoals op mijn papieren stond, belde naar de afdeling en ze me naar Spoed lieten komen. Het was misschien toch beter de tandarts van wacht geweest, maar alla.
Daar kwam een huisartse in opleiding poolshoogte nemen, even voelen, prikken voor ontstekingswaarden in mijn bloed, en concluderen dat het een abces was, een stevige ontsteking, en dat ik misschien wel antibiotica kon nemen, Augmentin 400. Oh, en voor de pijn er Tramadol bovenop.
Verder kon ze er niks aan doen, ik moest zondag of maandag dan maar contact opnemen met de tandarts. Juist ja.
Die Tramadol werkt wel, de pijn is zo goed als weg, maar ik ben er zo mottig van als een ei.
365 – 09 juni 2018 – paaskonijn
Bekijks
Ik moest vandaag wel degelijk lesgeven. De chirurg had me nochtans gezegd dat ze me een paar dagen thuis ging zetten omdat rust belangrijk is, maar zo de laatste lessen van het jaar overslaan? Vergeet het maar. Dus stond ik vandaag wel degelijk op school, met ongelofelijk veel rare blikken tot gevolg natuurlijk.
Ik zie er namelijk, ongeacht de hoeveelheid ijs die ik gisteren op die kaak gehouden heb, als een volwassen hamster uit. Of, zoals een collega omschreef, alsof ik een grote snoep in mijn kaak zitten heb. Het ziet er niet blauw uit, alleen heel erg dik.
En lukte het praten? Goh ja, eigenlijk wel. Ik kan mijn mond niet verder dan een centimeter openen, dat niet, maar goh ja, ça va. Een beetje suf van de Ibuprofen, maar we redden het wel.
365 – 08 juni 2018 – hamsterig
Wijsheidstand nummer drie
In 2006 had ik aan de linkerkant al mijn twee wijsheidstanden laten uithalen, want die waren gemeen pijn beginnen doen.
Nu was ook de onderste tand aan de rechterkant beginnen pijn doen: hij zat namelijk met een heel klein hoekje achter mijn kaakbeen gehaakt, en begon te duwen. “Tsja”, had de tandarts gezegd, “laat die gewoon uithalen: dat zal niet veel werk zijn, maar het gaat u een hoop pijn besparen, want als dat plots begint pijn te doen, begint dat meestal meteen serieus veel pijn te doen.”
Afspraak bij de stomatoloog dus, in het Sint-Lucasziekenhuis. Dat ziekenhuis had ik nog niet gehad, dus waarom ook niet. Oorspronkelijk lag dat volgende week, tussen de examens door, maar blijkbaar was er een conferentie tussen gekomen, en was het verplaatst naar vandaag.
Soit, om 13.35 uur meldde ik me aan aan de balie voor een afspraak om kwart voor twee, maar… Niks in de agenda! Bleek het in de andere vestiging te zijn, een beetje verderop, de vroegere Volkskliniek. Intussen was het al kwart voor, en heb ik een sprintje getrokken naar de andere gebouwen. Daar moest ik dan weer wachten om me aan te melden, en het was dus iets over twee tegen dat ik boven stond.
Blijkbaar zat dokter De Latte volledig op schema, en had ze al de volgende patiënten genomen. Maar bon, ik kon ertussen: ik kreeg een spuit, en tien seconden later was de hele kaak al verdoofd. Een kwartier later stond ik alweer buiten, een stevig grote tand en een stukje kaakbeen armer, en een verdoofde mond en een zakje ijs rijker. Oh, en een ganse waslijst met richtlijnen, waaronder spoelen met mondwater, en pijnstillers.
Ik hield nog de hele avond ijs op de kaak, en langzaam was die aan het wakker worden, maar met die Ibuprofen viel dat nog mee.
Allez bon, ik ben benieuwd, met mijn historiek van ontstekingen.
365 – 07 juni 2018 – ataraxia
Cakedag?
Veel taartdagen zijn er dit jaar eigenlijk niet geweest: de gewoonte is in de zesdes precies zo’n beetje weggevallen doordat ik zo lang ziek was, maar de vijfdes hebben die op een bepaald moment wel overgenomen.
Traditie vereist dat ik dat de laatste keer doe, want dan zijn zij al volop aan het studeren en neem ik even over. Alleen was ik dat zo’n beetje vergeten, had ik les om 10.10 uur, en viel mijn euro rond negen uur. Gelukkig had ik alles in huis, ben ik als een zotte beslag beginnen maken, en heb ik nog snelsnel een cake in de oven geschoven. Eigenlijk heeft hij net niet lang genoeg kunnen bakken, maar ik heb hem heetgaweg rechtstreeks uit de oven in een tas gestoken en zo in mijn fietszak, zodat hij nog wat verder gaarde terwijl ik aan het fietsen was.
Gelukkig had ook Emma nog voor cupcakes gezorgd, zodat het een zeer aangename, chille laatste les werd. Met extra snoeperij dus.
365 – 06 juni 2018 – mijn zesdekes
Zeeklimaat?
Wolf klaagde erover, de voorbije weken, dat het ginder aan zee zo ongelofelijk slecht weer was: hier zaten we met 28° in de stralende zon, hij zat ginder met 15° in de mist en motregen. Vreemd, hij had zelfs zijn winterjas aan vrijdag, maar eergisteren heb ik het zelf aan den lijve ondervonden.
We waren hier vertrokken bij een zalige 24° rond een uur of zeven, maar toen we de kust naderden, begon het te betrekken. En jawel, in Bredene leek het wel of het regende! Er waren zodanig laaghangende wolken, dat mijn voorruit effectief nat was, mijn haar alle kanten op krulde, en het zicht zelfs beperkt bleek.
Om maar iets te zeggen: bij het fameuze beeld op de dijk kon je zelfs de zee niet zien.
Ik was van plan geweest om in Bredene zelf te cachen, maar aangezien het er hoop en al 15 graden was, ben ik maar terug wat meer het binnenland ingereden, en heb onder de zon in Jabbeke een paar caches gezocht, en sommige amper gevonden. Maar wel prachtige plekjes gezien!
Cachen, ne mens komt al eens ergens…








