Overvloed
’t Is misschien erg om te zeggen, maar we hebben intussen een beetje genoeg van aardbeien. Die uit onze tuin zijn fantastisch lekker, maar ze geraken gewoon niet meer opgegeten. Erg, hé…
Ik liet dat weten aan Véronique, en die stond hier prompt met Léonore én een boeketje bloemen uit eigen tuin. Zalig, toch, zo’n ruilhandel? Zij blij met een bakje verser-dan-verse biologische aardbeien, en ik een boeket op mijn tafel. Win-win, zou ik zo zeggen.
365 – 14 juni 2018 – enthousiaste hibiscus
Zangexamen en gipsvoetjes
Wat hebben die twee met elkaar te maken? Wel, nog redelijk wat, eigenlijk feitelijk.
Vorige week, toen ik klaar was met lesgeven, zag ik beneden plots een aangeslagen Sofie zitten: ze was omver gereden met haar fiets aan de Heuvelpoort. Een van de andere directeurs had haar naar onze school gebracht, omdat de fietsenmaker hier in de buurt is, en Sepp haar hier makkelijker kan ophalen. Maar haar rechter enkel stond serieus dik, en dus reden ze naar de spoed. Verdict: een stevige verstuiking, dus een goed verband, krukken, en voorzichtig stappen.
Gisteren contacteerde ze me weer: ze was op controle geweest, en blijkbaar zit het gewricht verschoven, en wordt het dus toch een echte gips. Yay… Alleen zijn ze heel haar straat aan het openleggen, als in: riolen herleggen, en dus totale onbereikbaarheid wegens afgegraven tot een goeie meter diep, en dus zand en stof overal. Geraak daar maar eens door met een gips en op krukken. Ik ben haar deze voormiddag op haar vraag mijn orthopedische laars gaan brengen, aka. afneembare plaaster. Ik vond dat al bizar, als ze al in de plaaster zat, maar bon. Bleek zij het mis op te hebben: ze dacht dat het een loopvoetje was. Ha nee, laars is laars, toch? Maar nen ezel verslijt eerst aan zijn poten, en ik ben duidelijk nen ezel, want ja, zo’n loopding voor onder een plaaster heb ik ook liggen.
Deze middag zijn Merel en ik eerst een doodzenuwachtige Kobe gaan afzetten in Evergem voor zijn muziekschoolexamens, en zijn dan meteen doorgereden naar Lovendegem: we waren toch al halverwege. Daar hebben we ons een weg gebaand door de zandhopen – ik had Merel speciaal gesloten schoenen doen aandoen, en terecht – tot bij Sofie, die hier heel blij mee was: zo kon ze tenminste een beetje uit de voeten.
Een dik uur later stonden we weer bij een opgeluchte Kobe: op theorie en dictee zal hij vrijwel maximum hebben, zei hij, en zijn zang was al bij al nog niet helemaal slecht, denkt hij. Ach ja, we zien wel.
365 – 13 juni 2018 – zangexamen
Anaeroob
Oei, zei ook de specialist daarnet. Ze vond dat de kaak wel serieus dik en blauw – eigenlijk geel – zag, spoelde alles zeer grondig, en verklaarde het een kanjer van een infectie, eentje die intussen vooral in het kaakbeen zat. No shit, Sherlock.
Ik krijg dus nog een tweede soort antibiotica erbij, tegen anaerobe bacteriën, moet heel veel spoelen, ze heeft alle draadjes er weer uitgehaald zodat er tenminste drainage is, en moet volgende week terug op controle. Bleh. Ik heb me overigens niet geriskeerd en heb toch maar de auto genomen: ik wilde niet flauwvallen op de fiets.
De pijn is iets minder, maar niet spectaculair beter. Het lesgeven vanmiddag ging dan ook niet bijzonder goed, vrees ik. Da’s een beetje vreemd: gisteren al mondeling examen afgenomen in vijf en zes, vandaag nog les aan de eerstes. Tsja, die beginnen nu eenmaal vier dagen later aan de examens, maar da’s toch een beetje schizofreen.
Nu liggen. Echt. Ik ben echt nog niet in mijnen haak. Gelukkig heb ik woensdag en donderdag geen examens.
365 – 12 juni 2018 – poëzie?
Abces
Hmpf. Dat moment waarop ge al een Tramadol binnen hebt, en nog een Dafalgan 1000 komt bijhalen omdat ge niet kunt slapen van de pijn. Meh. Het probleem is dat het dan nog minstens een uur duurt voor dat ook echt werkt. Lang leve Candy Crush in het midden van de nacht…
Maar bon, deze morgen moest ik de hele voormiddag mondeling examen afnemen. Een beetje suf, maar de pijn was haalbaar, en dus kon ik me gelukkig toch voldoende concentreren. Oef. En de resultaten waren allemaal prima.
Tussendoor had ik snel naar de tandarts gebeld, en die had gelukkig nog een plaatsje voor me om vier uur.
Ik dus naar ginder, enne, als zelfs uw tandarts verschiet van uw dikke kaak, dan weet ge dat het niet zo goed is. Ze keek, spoelde, en verklaarde dat het abces te diep zat, en dat ze het niet kon openen. Zwaardere antibiotica zou het werk moeten doen. Zucht. Toen ik echter voor haar neus aan haar bureau zat om te betalen, bleef ik een mega slechte smaak proeven, en had ik het gevoel dat de druk in de kaak lichtjes afnam. Toen ik dat voorzichtig opperde, sommeerde Saar me onmiddellijk weer in haar stoel: bij het spoelen bleek het plots toch opengegaan. Ze spoelde en duwde er zo veel mogelijk pus uit – god, vréselijk, het idee alleen al! – en ik voel me meteen al veel beter nu de druk weg is. Maar slecht dat dat smaakt, ge hebt er geen idee van…
Enfin, met de Augmentin 875 zou het toch moeten beteren, zeker in combinatie met de zware pijnstillers. Ze was er toch niet gerust in, want belde naar de stomatologe voor een snellere afspraak in plaats van pas vrijdag. Ik mag morgenmiddag gaan. Poeh.
Een gemak, jong, die wijsheidstanden…
365 – 11 juni 2018 – nog meer chemicaliën als ontbijt
Vaderdag
Door zo ellendig te zijn, vrees ik dat ik Barts vadertjesdag een beetje verpest heb.
De kinderen hebben me lang laten slapen – ik was vannacht andermaal wakker van de pijn, ondanks de Tramadol – en netjes gewacht om hun cadeautjes te geven. Ik had er geen, vrees ik, ik was van plan gisteren nog iets te halen dat ik in gedachten had, maar dat is er dus niet van gekomen. Meh.
Merel had een papieren taart gemaakt met in elk stukje een leuke wens. Van Kobe kreeg hij een hele leuke kaart in de stijl van Wijs, en drie glazen potjes met op het deksel een diertje geplakt in de juiste kleuren – rood, wit, zwart – en uiteraard gevuld met snoep. Ha ja.
Voor de rest heeft hij helaas alles zelf moeten doen: ik ben in de zetel blijven liggen. En net zoals ik gisteren Wolf niet gehaald heb, heb ik hem vanavond ook niet terug naar zee gebracht: het ging gewoonweg niet.
Blah.
Rommel en brol!





