Zeeuwse zichten

Ook al is het vakantie, het is de laatste tijd best druk geweest. Vooral het gebrek aan regelmaat speelt mij dan parten.

Omdat Bart dit weekend verhuisweekend heeft met Wijs – ze gaan van de Voorhavenlaan naar de Foreestelaan, dubbel zoveel plaats – moest Merel met mij mee naar De Haan om Wolf op te halen. Niet dat dat zo erg was, maar bon. We pikten hem op, en gingen prompt een ijsje halen bij de Australian, zoals de traditie intussen vereist.

Daarna gingen we nog een paar caches doen in Oostende, maar een paar vonden we niet. Drie stuks gelukkig wel ^^

Maar ’s avonds had ik zin om alleen te zijn en uit te waaien. Allez ja, Wolf zou meer dan welkom geweest zijn, maar zijn rug staat dat nog niet toe, en dus laadde ik rond 20.00 uur de fiets in de auto en reed naar Westdorpe, net over de grens met Zelzate.Ik was er zeker van dat ik daar niet echt veel volk zou tegenkomen, en dat was nog een understatement.

Ik fietste daar doorheen de prachtige polders, zag prachtige weidse zichten, merkte hoe de ondergaande zon alles in een gouden gloed baadde, en haalde liefst 30 caches op. Oh, en fietste tot het stikkedonker was, dat ook.

Helemaal zen nu.

Een mama-dochterdagje

Tsja, als ge er niet aan denkt dat de bibliotheek op  11 juli gesloten kan zijn, dan staat ge blijkbaar voor een verrassing.
Traditiegetrouw sluiten alle Gentse bibliotheken tijdens de Gentse Feesten, en dat wist ik wel, maar we dachten dat we woensdag nog tijd gingen hebben. Dinsdagavond waren we het rats vergeten, en er waren boeken die dringend binnen moesten, en we wilden ook nog boeken lenen om mee te nemen naar Rhodos.
Woensdag dus. Niet dus. En we konden ook niet meer de dringende boeken in de boekenschuif steken, want onze bib hier in Wondelgem is maar open op dinsdag, woensdag en zaterdag, en dan zouden die pas geregistreerd worden op 31 juli, wanneer de bib hier weer opent.
Gelukkig kan je sinds kort je boeken in gelijk welk Gents filiaal uitlenen en in gelijk welk Gents filiaal terugbrengen. Merel en ik gingen dus maar naar de hoofdbibliotheek, die wél nog open was vandaag.

Enfin, het was half twaalf tegen dat we aanzetten, met het idee om dan maar eerst ergens rond de Zuid iets te eten, en dan naar de bib te gaan. Maar toen we aan het rijden waren, zei ik tegen Merel dat we eigenlijk niet zo ver waren van papa’s nieuwe kantoor dat ze nog steeds niet gezien had. Wij dus eerst naar daar, waar ik haar de hele toer van het gebouw gaf, en ze even de diva mocht uithangen op het terras.

Tegen dat we er buiten waren, was het half twee en zagen we allebei blauw van de honger. We zijn dan maar in de buurt iets gaan zoeken, en verzeilden op het terras van de Montmartre aan de De Pintelaan. Aanrader? Goh, het eten was lekker, maar het duurde vrij lang, en de bediening was bij momenten ronduit arrogant. Bij mijn salade moest normaal gezien brood komen, en toen ik het vroeg nadat de salade toch al eventjes geserveerd was, kreeg ik een snerend antwoord: “Ja, ik ging dat nét brengen, het is nogal druk, voor moest ge dat niet gezien hebben.” Helaas, geen brood… Ik kon het niet laten om er bij het afrekenen toch een opmerking over te maken tegen de bazin, waarop ze haar werknemer een soortement standje gaf, maar de rekening toch maar mooi de rekening liet, en die was naar de dure kant. Tsja.

Enfin, we reden fluks naar de parking van de Zuid, en gingen quasi meteen naar de bib. Ha ja, rondlopen met die zware boeken, dat is het toch niet. Merel keek haar ogen uit in de Krook: de kinderafdeling is er minstens even groot als de hele wijkafdeling hier in Wondelgem! Al snel had ze een paar nieuwe boeken voor zichzelf, en terwijl ik er een paar uitzocht voor Kobe, installeerde ze zich met trots in een van de leeshoekjes, of hoe moet je zoiets noemen?

Daarna liepen we wat rond in het winkelcentrum van de Zuid, al is het tegenwoordig meer H&M en een paar andere winkels. Veel vonden we er niet echt, tenzij dan een coole nieuwe boekentas met emoticons voor haar. Ze is het roze van Frozen wat ontgroeid, en de rits van die boekentas werkte ook niet meer zo goed…
Maar uiteraard was er wel tijd voor een ijsje: zo hoort dat, in de zomer.

We zijn nog wel eventjes de Smatch binnengelopen om brood en vooral een grote fles water: in dit weer zou ne mens van minder dorst krijgen!

Tegen vijf uur waren we thuis: meer dan lang genoeg, tijd om even wat af te koelen en daarna me klaar te maken voor de generale repetitie van Djiezes!, al meteen in de Protestantse kerk tegenover het Glazen Straatje. Ik kijk ernaar uit!

L’Air du Temps

Mijn lief weet me wel te verrassen, ja. Niet alleen was er gisteren die prachtige liefdesverklaring, maar hij had me ook al een tijdje geleden gezegd dat ik de avond moest vrijhouden. Dat ik eigenlijk koorrepetitie had voor de concerten volgende week, dat ik een haakje moest zoeken voor Merel en dat Kobe deze morgen om acht uur op kamp vertrok, dat was bijzaak, maar wel niet zo heel erg praktisch. “Ha ja”, zei Bart, “kan ik er toch niet aan doen dat wij getrouwd zijn op den 11ste, toch?” Daar zit ook wat in, natuurlijk.

De koorrepetitie werd afgezegd, Kobe mocht gaan slapen bij zijn peter Dirk, die hem dan ook om acht uur per taxi aan het station afzette, en Merel mocht gaan slapen bij Wolfs liefje Arwen, jawel. Ik had de zondagavond Arwen ginder afgezet, en had vol trots gesproken over onze huwelijksverjaardag, en dus ook terloops de praktische kant ervan aangesneden, en toen zei Ann dat Merel gerust ginder mocht gaan logeren. Merel zag dat helemaal zitten, en Arwen trouwens ook. Al zei Merel: “Goh, da’s toch een beetje raar, he mama, zo gaan slapen bij het liefje van uw broer…”

Enfin, rond half vijf vertrokken we naar Eghezée, anderhalf uur rijden normaal gezien, ergens tussen Leuven en Namen. Lang leve Waze die ons netjes rond de compleet stilstaande ring rond Brussel stuurde – dank u, Europese top… – zodat we effectief iets over zes een paar caches in Liernu en zelfs aan L’ Air du Temps zelf oppikten. Dank je, liefje, om me te laten doen!

We kregen een hele mooie minimalistische kamer.

Bart douchte, ik las wat, en iets over zeven staken we, opgedirkt, de binnentuin over. Grappig was wel dat de spiegel ginder lichtjes concaaf en dus heerlijk vermagerend was. Ik wou dat ik er altijd zo uit zag :-p

Enfin, we gingen eten dus: een verwelkoming met een paar ‘snacks’ in een aparte antichambre, dan het restaurant zelf, met een keur aan hapjes en gerechten. Ik ga ze niet allemaal apart beschrijven, maar ze waren wel prachtig! Lekker, dat ook, maar vooral visueel verbluffend. Kijk zelf maar…

Ik was wel blij dat we bleven slapen, want we waren allebei helemaal plat, tegen het einde van de avond, en we hadden geen van twee alcohol gedronken.

We sliepen, het moet gezegd worden, heerlijk, en werden allebei wakker door een smsje van Dirk die ons iets over achten liet weten dat Kobe prima vertrokken was. Ook het ontbijt was meer dan in orde, en het geheel zorgde ervoor dat we hier wel nog willen terugkomen, ja.

Aangezien we maar tegen ’s middags terug in Gent moesten zijn, was er nog tijd voor een paar caches in de buurt, en Bart ging gewillig mee, en hielp me zelfs door bijvoorbeeld fluks in een gracht te springen en een emmer uit een afwateringsbuis te halen, jawel.

Tegen half een waren we in Gent, aten nog samen lunch hier niet veraf, en daarna sprong Bart andermaal op de fiets richting kantoor, en ik ging Merel halen, en nam haar daarna mee naar de koorrepetitie die al om vijf uur begon.

Te lang…

Goh, Jeroom, ik heb het net echt even moeten opzoeken, want ik kon gewoon niet geloven dat het vandaag al vijf jaar is. Ik kijk naar je zoon, en ik zie de pretlichtjes in jouw ogen. Meer nog, ik kijk naar Wolf en ik zie diezelfde pretlichtjes.

Je zou trots zijn, Jeroom. Bijna zo trots als Bart zou zijn, mocht hij jou zijn nieuwe kantoren kunnen laten zien, of een uitleg geven rond de expansie van zijn bedrijf.

Maar je zou nog veel trotser zijn, mocht je je kleinkinderen zien. Je zou ze niet meer herkennen, Jeroom, zo gegroeid en veranderd zijn ze, en elk met een heel eigen persoonlijkheid.

Je zou knikken, Jeroom, en het goed vinden.

Ik mis je, schone vader. Het leven zou mooier zijn, zou voller zijn, mocht je er nog zijn. Maar in ons hart ben je er nog steeds bij, weet je. En meer kan ik momenteel niet verlangen.

22 jaar is onvoldoende.

Bart schreef deze morgen op mijn Facebook:

22 jaar is onvoldoende.

Ik kan er namelijk niet genoeg van krijgen om je graag te zien.

Hoe je met je tong klakt en ‘Tsk, alleé, geeft dat hier’ zegt als ik worstel met een fysieke taak en hoe je die doos dan als vanzelfsprekend gewoon open doet.

Als ik bij het avondeten grappig meen te zijn, hoe je dan toch giechelt als een bakvisje met mijn dad-jokes terwijl de echte tieners rond de tafel met hun ogen rollen.

Hoe je aanvoelt dat ik even alleen moet zijn als ik na een werkdag zotgeraasd thuiskom.

Dat je ondanks mijn neurotische voorkeur voor clean desks en lege oppervlakten er toch volhardend in blijft slagen van ons huis een warm nest te maken.

Ik weet dat ik ’s avonds vaak al uitgeteld in bed lig te slapen op het moment dat jij pas energie krijgt om nog duizend dingen te doen en te vertellen. Maar als ik ’s morgens (of zoals jij het noemt: ’s nachts) aan mijn dag begin, lig ik eerst nog even te kijken naar de slapende jou, hoe je lippen Morpheus zelf lijken te kussen en hoe je dijen van tussen de lakens glooien, en ik kan er niet genoeg van krijgen.

Jij hebt geen werk en hobby’s; jij Geeft Les! en Onderhoudt de Website! en Geocacht! en Zingt! In! Een! Koor! en Larpt! en ik kan niet genoeg krijgen van de intensiteit waarmee jij leeft. Diezelfde hoofdletters en uitroeptekens voel ik ook elke dag in je zorg voor onze kinderen en mij.

Ik kan er niet genoeg van krijgen hoe je met getuite lippen en gekantelde heupen aan me vraagt over kleedjes en hoedjes en bloesjes ‘Is dit mooi?’ en ach dan ben ik waardeloos want ik vind ze allemaal mooi op jou.

Ik kan je niet beloven dat ik er de rest van jouw leven zal zijn om je graag te zien; maar ik zal dat vol overgave doen voor de rest van het mijne.

22 jaar is onvoldoende.

Ik krijg er niet genoeg van om je graag te zien.

Ik las het, en schreef terug:

Dan slaap je op je trouwdag tot negen uur, kom je met een slaaphoofd aan je computer om te kijken of de bib vandaag nog open is, en lees je de prachtigste ode aan jezelf. En dan zit je, nog in je slaapkleedje en helemaal slaapwarm, te huilen voor je scherm.

Dank je, mijn lief.

Dank je, om mijn rustpunt te zijn. Al heel mijn leven raas ik maar door omdat ik overloop van energie, enthousiasme, ergernis en frustratie, maar zodra ik bij jou ben, ben ik als een ballon die leegloopt, een puddinkje dat inzakt. Ik hoef maar eventjes je armen rond me te voelen, en mijn wereld is weer oké.

Dank je, om mijn rots in de branding te zijn, wanneer mijn lijf het weer eens opgeeft. Hoe vaak heb jij nu al met mij in het ziekenhuis gestaan? Voeten, enkels, rug, stem, kaak… En jij kijkt naar me, schudt je hoofd, en bent er. Ook als ik twijfel of het dit keer nog wel goed komt.

Dank je, om zelf een tomeloos vat van doorzettingsvermogen te zijn. Twaalf jaar geleden bespraken we het nog samen: of het een goed idee was om als zelfstandige in bijberoep te beginnen, en of we dan de zolder konden inrichten als kantoor. Ja, zei ik vanuit mijn hart, ga ervoor, liefje, want dat is jouw passie. En twaalf jaar later loop ik met mijn vader door een gloednieuw gigantisch kantoor waar al meer dan honderd man onder jou werkt, en springt mijn hart bijna uit mijn borstkas van trots. En heb ik mijn pa wel een keer of tien aangestoten: da’s die van mij, hé! De mijne!

Dank je, om al 22 jaar te blijven proberen orde in mijn chaos te brengen. Ik doe mijn best, liefje, maar clean desk zal me echt nooit lukken. Dat zit niet in mij, vrees ik. Maar telkens wanneer ik de garagepoort hoor opengaan, en jij iets later de woonkamer binnenkomt, maakt mijn hart een sprongetje. Je zucht, puft, zet je spullen weg, en ploft in de zetel. Dan weet ik dat ik je even moet laten bekomen van die zotgeraasde dag, en dan ben ik blij dat er dit rustgevende, zij het rommelige huis is.

Dank je, om telkens opnieuw van die onnozele opmerkingen en dwaze grapjes te maken. Je doet me lachen, en da’s niet om jouw woorden, maar om dat kleine twinkeltje in je grijze ogen, en dat krullen van je ene mondhoek. En je gevatte opmerkingen, die doen gewoon mijn hart smelten.

Dank je, om me telkens weer voor voldongen feiten te stellen als het op plannen aankomt. Als het aan mij lag, zouden we nooit georganiseerd ons kot uitkomen. Maar jij, jij stuurt me bericht dat ik een bepaalde avond vrij moet houden, en dan doe ik dat. Zeg ik plannen af, probeer ik haakjes te vinden om de kinderen aan te hangen, mensen te zoeken met wie ze kunnen meerijden, dat soort dingen. Want aan de praktische kant had je alweer niet gedacht, liefje. Maar dat los ik met plezier voor je op. En ook wel een beetje grommelend, dat ook.

Dank je, om me geduldig mijn ding te laten doen. Om in je broodnodige weekends toch de kinderen voor je rekening te nemen, zodat ik ergens in een of ander Vlaams bos het stof uit wat orken hun gat kan kloppen, of een weekend de longen uit mijn lijf kan zingen, of god-mag-weten-welke onnozeliteit kan uithalen.

Dank je, mijn lief, om 22 jaar geleden met mij ervoor te gaan. Ik kijk om me heen, en zie een warm huis voor drie kinderen en onszelf, een gelukkig gezin. Dit is meer dan waar ik 22 jaar geleden had van durven dromen.

Ik weet niet waar we over 22 jaar zullen staan, mijn lief. Wellicht niet meer hier, want mijn rollator zal niet compatibel zijn met die trappen, en tegen dan is dit huis ook veel te groot voor ons. Maar ik weet wel dat het samen zal zijn. En weet je? Dan maakt het me eerlijk gezegd ook niet veel uit waar we zijn. Zolang ik maar bij jou ben.

Want je hebt gelijk, mijn lief. 22 jaar is onvoldoende.

Vakantiegevoel. Allez ja, buitenlandse vakantie.

’t Moet er natuurlijk weer om doen: de dag dat we met de fiets op zwier willen, is het amper 16° en hangt er een motregen. Allez ja, zelfs geen mot, maar bon. We klagen hoegenaamd niet over het water in de lucht, dat mocht zelfs  bakken meer zijn, maar uitnodigend was het niet, zeker niet als ge een auto staan hebt.
We hebben na de middag die dan maar gepakt, want ik wilde toch nog even langs de C&A om te kijken of ze nog een zwarte korte jeans hadden voor Wolf – de zijne is foetsie, spoorloos verdwenen. Ik wilde zelf eigenlijk ook wel eens een bermudajeans: ik heb spuuglelijke benen, maar ik trek me er niet te veel meer van aan, en wil in Rhodos niet altijd met een jeans lopen.

Dus ja, twee van die broeken gekocht in de C&A, niks meer voor Wolf, en dan zijn we maar doorgereden naar de Wondelgemstraat: donderdag vertrekt Kobe op kamp, en zijn haar was alweer op het langste. Dat groeit, man, dat groeit, ik ben daar stikjaloers van.

Het leuke aan de Turkse kapper is dat ge daar in het rijtje kunt wachten zonder fysiek aanwezig te zijn ^^ We wipten binnen, zagen dat er nog twee man voor ons was, vroegen om ons daarna te noteren, en gingen dan maar vieruurtjes halen bij de Turkse bakker, en karpouz (watermeloen) bij de Turkse kruidenier, en dan nog wat kleinigheden in de Zeeman, zoals nieuwe cachepotjes. Toen we terug bij de kapper kwamen, zat er al drie man achter ons :-p

Enfin, met een versgeknipte en stralende Kobe weer naar huis, en een zuiders vakantiegevoel.