Omen XI Witfort: de bedenkingen

Dit was wat ik na het weekend neerschreef op de Facebookpagina van het evenement:

Geloof me, niks zo goed om uit de Omenbuzz te geraken dan u in gala te moeten opkleden. En dan kleedt ge u weer om, opent ge uwe FB, en komt die buzz keihard terug.
Ik heb me gi-gan-tisch geamuseerd.
– Dank u, spelleiding, om me de kans te geven dit fantastisch personage te mogen neerzetten. Het voelt veel meer aan als een speler dan een figurant, zij het dan eentje met doelen die voor mij bepaald worden, maar verder zelf ook geen flauw idee van wat er staat te gebeuren. Héérlijk.
– Uiteraard een dikke knuffel voor mijn Korda crew. Serieus gasten, gulder mist allemaal een paar vijzen. Een audiëntietent? Voor Olga, ingericht en al? Bende zotten. Het was fantastisch om met jullie te mogen spelen, en ik hoop dat Olga jullie niet al te veel heeft doen afzien. Ik voel me zo ongelofelijk welkom, bedankt. Echt.
– Glashtyn. Dat er bij jullie een vijs los zit, dat wist ik al lang. Commodore, bedankt voor de brutale eerlijkheid, de Golyndische visie, om me nog meer te doen twijfelen. Voor het vertrouwen rond de kinderen, voor het bezorgen van een trauma. En voor de tranen met die laatste opmerking. Klootzak
– Isabella, voor die maffe bevalling. Gij gestoord wijf gij ^^
– Eph, voor de intensiteit. Om Eph te zijn.
– Roys, voor het fijne rollenspel.
– Kentigern, om zo fantastisch mee te spelen, ook al waren we u nogal aan het ambeteren.
– Prins Harald, voor de verstandhouding en de gesprekken. Eindelijk een prins die me ligt.
– Dames, voor het fruitbuffet. Ik kan al niet wachten op de Westerlandse boomgaarden.
– iedereen die aan mijn vuur is komen zitten. Het was er druk, maar het was er gezellig en divers. Ook al werden de aanzetten tot feestjes keer op keer brutaal verstoord.
– een speciale vermelding voor mijn ridder Olaf. Ge weet wel waarom, Wim. Hartjes.
– al de rest die ik vergeten ben, want dat is altijd opnieuw zo.

Ik had een superweekend, ik ben helemaal opgeladen voor de komende examens. Merci allemaal.

Schizofrene dag

Deze ochtend liep ik nog rond als Olga, een vikingvrouwe, met lijfwacht om me heen, een grote bek opzettend tegen een of andere jonker.

Rond de middag sprong ik in mijn auto, reed gezwind huiswaarts, at iets, nam een douche, tutte me uitgebreid op, en reed richting de Machariuskerk om er een klassiek concert te zingen. En te presenteren zonder micro, dat ook. Ugh.

Ik kan je verzekeren: ik ben nog nooit zo snel uit een LARPvibe geraakt als vandaag.  Het concert was goed, gelukkig, en de presentatie, welja, ik heb mijn best gedaan om tot aan het einde van de kerk te geraken met mijn stem.

Maar het contrast was groot. Echt Jeckyll-Hyde, geloof me. En Bart en Merel zijn komen luisteren en vonden het goed, en dat deed me echt veel deugd.

 

Omen XI: Witfort

Dat het echt toch mijn favoriete larp blijft, zeker als ik Olga Vedorsdotter mag spelen, burggravin van Korda.

En al zeker sinds er de Korda Boys zijn. De jonker was dan wel niet mee, zijn entourage wel, en vooral ook ridder Olaf. Die voor Olga gewoon een audiëntietent voorzien had, compleet met tafeltje met kandelaars, attributen en een koninklijke stoel. Goed zot, die mannen! Ik was bijna van plan om ook in de tent te slapen, Wim had zelfs mijn bed mee, maar aangezien er geen elektriciteitskabels mochten liggen en mijn elektrisch dekentje dus niet bruikbaar zou zijn, heb ik het maar zo gelaten. Misschien maar best ook, want het was behoorlijk koud.

Maar verder?

Een moeilijk geval, met een koning en een kroning en vuige plannen en twijfels en keiharde gesprekken en nog meer twijfels. Olga, die voelt echt aan als een speler. Met door spelleiding opgelegde doelen, dat wel, maar verder mag ik zo volkomen mijn goesting doen, met het volste vertrouwen van spelleiding.

Zalig, echt zalig. Een beter verjaardagscadeau dan dit soort dingen kan ik me niet wensen.

Verjaren, het is een ding.

Mja. 48.

Oud worden, het is echt wel een ding. Maar in dit levensjaar heb ik er een hoop jonge larpvrienden bij die me toch het gevoel geven dat ik nog een pak jonger ben. En die me vooral helpen om het vege lijf toch nog een beetje te ontzien zodat ik kan blijven larpen.

En verder? Goh… De kinderen zien opgroeien, beseffen dat je er zelf niet jonger op wordt, dat je nu eindelijk misschien eens van de gedachte af moet “Later, als ik groot ben…”

Beseffen dat een hoop deuren intussen onherroepelijk dicht zijn, en dat het aantal deuren dat in de plaats daarvan nog open gaat, eigenlijk toch wel een pak kleiner is. Dat je een pak beperkter bent in wat je nog kan. Of wat je ooit nog zal doen. En daar af en toe een dikke middenvinger naar op steken, maar daar ook regelmatig gewoon in berusten.

Het is dan maar zo.

En dan op je verjaardagsochtend een heerlijk ontbijt krijgen, en een heel leuk cadeautje. Eentje dat tegelijkertijd zegt: “Hou rekening met wat je niet meer kan” en “Fuck dees, we blijven gaan voor vrolijk paars”. Een heel mooi, pruimenpaars rolkoffertje van Delsey om al mijn spullen die te zwaar zijn om te dragen, in te vervoeren.

Het is niet omdat ik oud word, dat ik saai moet worden. Carpe that fucking diem.

Hartjesmelk

Ik schreef het twee weken geleden al: op donderdag ga ik tijdens Merels blokfluitles meestal rustig naar de Labath een caffé lattè drinken. Soms ga ik in ’t stad, maar ik moet lang niet altijd iets hebben natuurlijk.

Vorig jaar waren we een half uur later en ging de Labath dicht op het moment dat haar les klaar was, maar nu is ze klaar om half zes, net op tijd voor de last call. En Merel neemt dat met beide handen aan: ze komt vrolijk richting het café dartelen, staat dan aan de overkant te springen tot ik haar zie – ik probeer het natuurlijk in de gaten te houden – en dan steek ik haar over op het zebrapad. Op zich zou ze dat zelf moeten kunnen, maar dat is daar een zodanig gewriemel van voetgangers, fietsers, auto’s en bussen, dat ik dat liever niet heb.

En dan komt ze met een grote glimlach bij mij zitten en bestelt een warme melk met honing. Véél honing, want die zit in zo’n “ketchupfles”, zoals ze het zelf noemt.

Dat zijn zo van die kleine gestolen momentjes tussen mijn dochter en mij, en ik geniet er volop van.