Tweiclub

knitting-gift1

Met pijn in het hart moet ik de tweiclub, die morgen gepland stond, afzeggen. Ik heb net een serieuze keelontsteking achter de rug (eigenlijk nog niet eens achter de rug, maar dat wil ik niet geweten hebben, zo op de laatste lesdagen van het jaar) en ik sta ’s avonds nog te wankelen op mijn benen.

En hoe graag ik ook brei en klets en de twee combineer met een glas en een knabbel erbij: ik zie het gewoon niet zitten.

Dus bij deze: geen tweiclub morgen. Jammer.

Waarom?

Waarom zijn de antibioticapillen die je moet slikken bij een keelontsteking, altijd zo onmogelijk groot?

Je kan zo al met moeite wat water doorslikken, laat staan een pil van meer dan twee cm lang en een halve cm doorsnee.

En wie ooit al met amandels gezeten heeft de grootte van pingpongballetjes, zal me gelijk geven als ik zeg dat je verslikken geen goed idee is op zo’n moment. Laat staan dat dan zo’n mega kutpil in je keel blijft vastzitten tussen die bewuste amandels.

De farmaindustrie kan een beetje usability wel gebruiken, mijn gedacht.

Grmbl.

Slecht.

Donderdagnacht vreselijk liggen woelen in bed, en op een bepaald moment zelfs liggen klappertanden.

Ik vond dat dat eigenlijk al niet veel goeds beloofde.

Edoch, een leerkracht kan zich in de laatste weken voor  de examens eigenlijk niet permitteren ziek te zijn, dus raapte ik mezelf samen gisterenmorgen en schopte mezelf naar school.
Twee uur Zeno, Empedocles, Anaxagoras, Socrates en Plato later zag ik het niet meer zitten. Nog even wat bezigheidstherapie gegeven in de derdes, en naar huis. Om elf uur op school vertrokken, om twintig na lag ik al in bed, gene zever.

Ik heb als een blok geslapen tot vijf uur, en toen voelde ik me ronduit ellendig. Bart zat vast in een vergadering, en ik heb dan maar mijn ma opgetrommeld (de duts was net bij haar ma toegekomen, en toen moest ze alweer weg) om de kinderen op te halen, eten te geven en in hun bed te steken. Zelf kon ik amper nog op mijn benen staan: zware koppijn, keelpijn, oorpijn, spierpijn in gans mijn lijf, het ene moment rillen van de kou en het andere moment straaltjes zweet over mijn voorhoofd, en kotsneigingen. Griep dus, dacht ik.

Deze morgen deed mijn keel exponentieel meer pijn, kon ik nog amper slikken en had ik ook meteen meer dan 39° koorts, dus een dokter was wel op zijn plaats. De Gentse huisartsenwachtpost stuurde me een allercharmantste knappe jonge dokter, die mijn verwaarloosde uiterlijk, zweetgeur en wellicht breath from hell hoffelijk negeerde, een halve seconde in mijn pijnlijke grote muil tuurde, en meteen zijn conclusies trok. Een bijzonder enthousiaste amandelonsteking, in de volksmond ook wel angine genoemd. Hier leek antibiotica meer dan op zijn plaats, en dat schreef hij dan ook fluks voor.
Mijn allerliefste is meteen na het terugkomen van de zwemles naar de apotheker van wacht getrokken, en met een fikse dosis paracetamol ging ook het gevoel elk moment te kunnen doodgaan langzaam weg.

Ik heb zowel vrijdag als vandaag eigenlijk vooral geslapen. Maar best ook, praten was niet aan me besteed. Eten ook niet trouwens. Het enige wat ik eet, is om dan die antibiotica te kunnen slikken. Want ja, ook mijn maagmedicatie is net op, en ik verga dus van de maagpijn. Maar ik ga voorlopig nog niet dat benodigde attest zoeken, dat zie ik nog even niet zitten.

We zien morgen wel weer. Nu nog even niet.

Duif

Heh, ik post gisteren nog iets over de merels in de kleine tuin, en ik merk vandaag dat er in de tuin vooraan wel degelijk leven is: in het kleine boompje is namelijk een koppel duiven aan het broeden!

De kinderen vinden het schitterend: vooral Kobe kan vanuit zijn stoel aan de keukentafel de bewuste boom zien, en ziet voortdurend papa duif af- en aanvliegen met eetbare (vanuit duivenstandpunt dan toch) dingen. De boom zelf is nogal duister natuurlijk, maar toch kan je mooi de contouren van het nest en de broedende duif zien.

Zelf heb ik gemengde gevoelens bij die beesten: een duif is nog geen merel. Zowel Barts auto als die van mij (die staat voorlopig ook buiten, nu de garage begint te dienen als opslagplaats) staan onder een boom op de oprit, en zijn voortdurend ondergescheten. Het zijn effectief diezelfde schijtduiven die ons het leven lastig maken.

Maar om ze daardoor weg te jagen, met nest en al, uit die boom? Nee, dat krijg ik niet over mijn hart. Als Bart dat wil, moet hij dat zelf maar doen.

En dus weet ik, dat wij straks jonge duifjes in de tuin zullen hebben. Tenzij de kat van de buren nog eens passeert natuurlijk.

Merel

Helaas, ik vrees dat de kat van de buren hier moet gepasseerd zijn: sinds een paar dagen is alle gevlieg van de merels opgehouden, en is het weer stil in dat kleine stukje tuin.

Hoewel de rhodondendron er nu prachtig staat te bloeien, kan ik er toch niet onverstoord van genieten. Ik vond het véél leuker toen ik nog wist dat er mereltjes konden zitten.

Oh well…

Het is de natuur, zeker? Maar daarom vind ik het nog niet leuk.

Carmina

Soms vind ik het vervelend dat ik geen klaslokaal voor mezelf heb, zoals de meeste andere vakken, maar dat ik het moet delen met muziek.

Echt lastig is dat niet: ik kan al mijn lessen in mijn lokaal geven, behalve vijf uur op vrijdag. Het is dus wel compleet ingericht met historische kaarten, posters, mythologische monsters enzoverder. En met afbeeldingen van muziekinstrumenten en een piano.

Maar soms heeft het ook zijn gigantisch goeie kanten, en die zijn echt wel meer waard dan de minpuntjes. Want dit lokaal is akoestisch geïsoleerd (en wie me kent, weet dat dat een pluspunt kan zijn :-p ) en heeft een schitterende muziekinstallatie. Ik mag dus gerust eens mijn boxen openzetten zonder dat ik anderen stoor, of collega’s de stuipen op het lijf jaag.

En dus kan ik ook, zoals vandaag, mijn leerlingen even achteruit blazen. De Carmina Burana van Orff, weet u wel. En daar geniet ik dus intens van, van dat stevige geluid dat uit die boxen knalt, en de Latijnse tekst perfect verstaanbaar weergeeft.

En weet je waar ik nog meer van geniet? Dat ik de leerlingen achteraf in de gangen nog de Carmina hoor neuriën :-p

Kunstbende

In de vorige post schreef ik dat Hannah de Kunstbende had gewonnen in de categorie txt. Bij deze ben ik nog haar tekst verschuldigd ook natuurlijk. Ik vind hem bijzonder knap voor een meisje van 15…

Meneer Morose op tuinierend pad.
Er is slechts één iets waar Meneer Morose bijzonder goed in is
en dat doet hij dan ook iedere morgen:
Opstaan
alsof er niets aan de hand is,
nooit iets aan de hand is,
zelfs als er absoluut iets aan de hand is
op een bijna opwindende dag als
vandaag.

Een beetje waarhoofdig heeft hij zijn gestreepte pyjamabroek opgerold en daarna voette hij naar het venster toe, om de herfstsfeer te bekijken.
Toen hij klaar was, dronk hij kaneelthee, want ook thee drinkt hij met seizoenen.

Zijn hark is oud en roestig en Meneer Moroses’ enige vriend.
Je zou kunnen zeggen dat hij danst met de steel, lichtvoetig in het gras, zoals clichés dat zo vaak doen met kapstokken;
maar dat mag u niet, want Meneer Morose houdt niet van lichte voeten en zelden van dansen. Alleen walsen met de hark van de buurvrouw vindt hij aangenaam, een kleine innerlijke prettigheid die hij zichzelf eens per jaar toestaat op een onbewaakt moment.Wanneer de buurvrouw haar hark subtiel in zijn tuin laat staan,
bijvoorbeeld.

Na de thee ging Meneer Morose voor zijn kastje staan, netjes volgestapeld met ooit gegeven cadeautjes. Hij heeft er zijn zwembroek uitgehaald, gekregen van een andere buurvrouw. Zij wou hem overhalen toch maar eens met haar in zee te gaan.Omdat het hem zo goed zou doen.
Meneer Morose woont aan de kust, weet u.
Hij heeft het nooit gedaan.

Vandaag heeft hij zijn zwembroek boven zijn pyjama getrokken, voor het geval zijn geliefde streepjesbroek nat zou worden. Het regent vaak in november, zo dacht hij bij zichzelf. Hij heeft ook een dure trui uit de bovenste lade gehaald, en dikke sokken uit de onderste, allebei geschikt voor de rest van de dag.
Rond de sokken heeft hij schoenen geknoopt.

Buiten haalde hij zijn hark om de herfst bijeen te harken. In zijn hoofd speelde het blauwe liedje. Roeshoofdig hemelend harkte hij blaadjes op hoopjes, in de hectaren van zijn tuin, in de hectaren van zijn geheugen.

Na een paar hoopjes liet hij zijn hark liggen in het mos. Dan bekeek hij  alleblaadjes, voelde ze met zijn handen. Hij bracht de miezerige blaadjes naar binnen, om ze te drogen tussen de bladzijden van een telefoonboek. Altijd slurpten ze de inktletters gulzig op, waardoor ze na een tijdje een andere eigenaar -en bijhorend adres- op hun nerven geprint kregen.

Maar ook de andere blaadjes verzorgde hij, en hij kleurde ze herfst. Een voor een maakte hij ze torenhoog en verspreidde de stapeltjes over de tuinen van beide buurvrouwen, overal precies evenveel, omdat hij de ene niet liever wou zien dan de andere. Daarna maakte de wind zijn meesterwerk af. En zo maakte hij de mensen gelukkig.

Nu ligt Meneer Morose in de zetel. Hij heeft zijn schoenen opgeknoopt en laat de wereld langzaam aan hem voorbijdraaien. Moe is hij, een beetje. Navrant.
Ook zijn rug doet pijn, want ten slotte is zijn hark al oud.

Hij dankt een god en hoopt dat de herfst nog lang zal duren, want in de tuin van zijn hoofd moet nog veel gestapeld worden.

Kunstbende

Eén van mijn leerlingen heeft de Kunstbende gewonnen!

Jawel, eentje van de mijne: ze heeft twee jaar bij mij gezeten, maar zit nu toevallig bij een collega. Dat maakt voor mij eigenlijk niks uit, dat blijven dan toch mijn leerlingen.

En ze heeft de Kunstbende gewonnen!

Proficiat Hannah! Ik ben er 100% zeker van dat het meer dan verdiend was!