Gemengde gevoelens

Het was een dag van uitschieters vandaag, van extremen.

In de voormiddag stilgestaan bij de broosheid van het leven, en bij het intense verdriet dat het plotse verlies van iemand kan veroorzaken. Bij de sterfelijkheid van ons allemaal. En van het feit dat de dag dat ik mijn ouders zal verliezen, steeds dichterbij komt, en dat ik daar nog helemaal niet klaar voor ben.

In de namiddag heb ik genoten van mijn kinderen: samen gespeeld, onnozel gedaan, gevloekt op het rotslechte weer, tv gekeken en geknuffeld. Vooral ook dat laatste.

En ’s avonds hadden we afgesproken met vrienden van vroeger, met wie we minstens één keer per jaar bij een van ons samen eten. Het was een verbaal steekspel zoals altijd, zoals eigenlijk alleen maar kan als je elkaar al zolang kent en samen een verleden hebt. Wanneer je elkaars knopjes en zwakke plekken weet zitten, gevoeligheden en stokpaardjes. Bijzonder lekker gegeten, dat ook.

Het was een fijne avond, een mooie afsluiter van een rare dag.

Een dag vol vrienden, in goede en slechte tijden.

Kunst, iemand?

In de auto had ik daarstraks een toch wel bizarre conversatie met Kobe. Niet bizar op zich, wel omwille van het feit dat Kobe nog altijd maar vier jaar is.

– Mama?

– Ja?

– Zie jij graag Paul Klee?

– Huh?

– Ik vind Paul Klee wel mooi, maar ik vind Miró nog mooier. En Kandinsky is moeilijker om zelf te tekenen, maar die heeft wel zo mooie kleuren…

– Euh *mond efkes vol tanden* Hoe kom jij daarbij, Kobe?

– Op school (tweede kleuterklas dus) leren we over schilderkunst, en we maken dan ook dingen zoals die schilders.

– Aaaahh. Enne, zijn er ook schilders die je niet mooi vindt?

– Ja, die met zijn lijnen en vierkantjes en zo, die enkel maar zwart en wit en geel en blauw gebruikt. Oh, en soms ook rood. Maar ik kan niet op zijn naam komen.

– Piet Mondriaan?

– Ja, die, mama. Die vind ik niet zo mooi, veel te weinig kleuren. Het liefst van al zie ik Miró.

– Serieus? Wij hebben daar thuis boeken van, hoor. Misschien niet van Miró, maar zeker van de anderen.

– Oooh mama, mag ik daar thuis dan eens naar kijken? Please?

Thuis waren we dat uiteraard al lang vergeten. Ik toch. Want iets later vroeg Kobe effectief nog naar die boeken, en ben ik samen met hem naar de boekenkast op ons kamer gegaan, en heb hem een boek van Paul Klee gegeven. Waarin hij dan zeer geïnteresseerd heeft zitten kijken, en af en toe gegiecheld heeft met de tekeningen.

Tsja, die zoon van mij, die ook altijd de autoradio op Klara zet – “maar geen opera mama, ik hou niet van dat zingen van die vrouwen” -  dat is een speciaal geval. Met een olifantengeheugen. Wij gaan daar nog wat mee tegenkomen.

Van het kastje en de muur

Aangezien er een kink in de kabel van onze verbouwingen was in de vorm van een verkavelingswijziging, ben ik al maar wat papierwerk beginnen doen. Lees dat eigenlijk maar als: loopwerk.

Een maand of twee geleden was ik langsgegaan bij Stedenbouw, maar wist ik niet dat de diensten standaard in de namiddag enkel op afspraak te bezoeken zijn, en niet vrij. Ik mocht van de balie van het dienstencentrum naar de dienst Stedenbouw bellen, legde het probleem uit, en kreeg prompt het antwoord dat ze het betreffende verkavelingsplan gingen opsturen. En effectief, een paar dagen later zat er een grote envelop in de bus, met daarin het netjes gekopieerde en zelfs op de correcte manier aan elkaar geplakte verkavelingsplan. Yay! En dat zonder kosten en al. Van service gesproken.

plan1

De week daarop ging ik langs bij het kadaster, want ik had nu wel het (serieus gedateerde) verkavelingsplan, maar daarmee nog niet de namen van de eigenaars. Er zaten zeven wachtenden voor me, en het ging maar niet vooruit. Na een uurtje (en nog steeds zes wachtenden) ben ik maar doorgegaan, ik moest de kinderen van school afhalen.

Toen waren er een paar weken waarin ik echt geen tijd had om een paar uur te gaan wachten (paasvakantie en zo), maar vandaag heb ik het er nog eens op gewaagd. Gewapend met ereader en al, en me er mentaal op voorbereidend dat ik een paar uur ging moeten wachten. Niks daarvan. Er zat geen kat, en ik kon meteen bij de ambtenaar binnen. Die luisterde bijzonder vriendelijk naar mijn verhaal, en samen hebben we op zijn computer alle panden aangeklikt waarvan we, op basis van het oude plan, vermoedden dat ze in de verkaveling zaten. Een euro per adres, en 11 euro voor het bijhorende plannetje, jawel: 100,40 euro. Voor iets dat uit zijn computer rolde, en waar nog geen tien minuten werk aan was. En waarvoor ik nog door de gietende regen – al een chance dat er paraplu’s bestaan – een halve kilometer verder naar een bankautmaat mocht gaan, want bancontact, dat kenden ze daar niet – tot ’s mans grote ergernis, moet ik er wel bijvoegen.

plan2

Hij overliep snel even de gegevens, stelde vast dat er veel eigendommen met vruchtgebruik en verdeelde eigendom tussenzaten (en dus meerdere adressen van de eigenaars) en raadde me aan om terug naar Stedenbouw te gaan, en daar eens te luisteren wat de procedure nu precies is. Is het voldoende dat ik de lijst laat aftekenen voor akkoord, en dus bij de mensen zelf langsga, of moet ik ze echt allemaal aangetekend aanschrijven? Wat overigens een dure lol zal worden. Mag ik stoppen zodra ik twee derden voor akkoord heb, of moet echt iedereen op de hoogte zijn? En wat moet er precies in de brief staan?

Stedenbouw dus. Ik maak morgen een afspraak. Poeh.

Steven Mahieu

Maandagavond naar een optreden van de stand up comedian Steven Mahieu geweest, en ik moet zeggen: ik had kramp in mijn kaken van het lachen. Lang geleden dat ik nog eens zo gigantisch had moeten lachen.

We waren er op uitnodiging van Unizo, met dus allemaal zelfstandigen uit regio Gent-Meetjesland, en we zullen het geweten hebben. Ik kan me voorstellen dat spelen voor een publiek dat jou niet kent, maar gratis binnenmag, niet alles is, ook al was de Minard volledig volzet. Mahieu heeft dat schitterend aangepakt: al van in het begin gaf hij serieuze stekken richting zijn publiek. Zijn materiaal an sich is zeker niet slecht, maar man, ik heb vooral gelachen met zijn impromptu tussenkomsten op opmerkingen en gedragingen en dergelijke vanuit het publiek. Mahieu is gigantisch gevat, en kan dat schitterend uitspelen. En dat het een Unizo publiek was, dat heeft hij ons meermalen doorgestoken, tot grote hilariteit.

Ik kende hem niet, die Steven Mahieu. Maar bij deze: het is een aanrader. Ik zeg het u, het is lang geleden dat ik nog eens kramp in mijn kaken heb gehad van het lachen, en dat was hier toch wel het geval, ja.

Een ouwe kapelle…

Ik heb vreselijk moeten lachen vandaag, maar mijn dag was eigenlijk ook wel meteen goed.

Ze zijn hier al anderhalve week aan het werken in de straat: vernieuwen van de totaal verkalkte waterleidingen. Concreet betekent het een hoop lawaai, een hoop modder, alle voetpaden die opengebroken liggen, alle auto’s die ergens anders moeten parkeren, en een hoop malcontente mensen. Ik vind het ook niet leuk, maar daar kunnen die werkmannen ook niet aan doen, het is hun job en het moet gebeuren. En dus zeg ik altijd vriendelijk goedemorgen, en lach ik eens naar die mannen.

Dat had de voorman ook opgemerkt, en die zag mij blijkbaar wel zitten: al de hele week kwam hij aanbellen als er iets scheelde, om iets mee te delen, sprak hij me aan voor een babbeltje, enzovoort. Ik heb de indruk dat het een Italiaan is, of toch zoiets. Blijkbaar hield hij ook nauwlettend in de gaten wat ik droeg, want hij sprak me er lachend op aan dat ik ’s morgens nog een bril droeg, en later niet meer. Dat soort dingen dus.

Deze morgen kwam hij deemoedig melden dat ze het water in de straat hadden afgesloten, maar dat ze mij en de overbuurvrouw niet verwittigd hadden, omdat wij gedomicilieerd zijn in de andere straat, maar blijkbaar ons water betrekken uit deze straat. Ach ja. Ik heb dan maar flessenwater gedronken, douchen hadden we gelukkig allemaal ’s morgens vroeg gedaan.

Rond een uur of twee stond hij opnieuw aan de deur: dat het water terug was. En dat het zijn laatste dag hier was (het terug aanleggen van de bestrating is een andere ploeg), dat ze de werf aan het opkramen waren. En dat hij het dus jammer ging vinden dat hij me niet meer ging zien. Want, ha ja, “zo’n vriendelijkheid en mooiheid (sic) in één vrouw, dat ziet ge niet veel. Ofwel zijn ze heel mooi, maar dan zo vies en lastig, of omgekeerd”. En dat het niet eerlijk was dat ik gewoon alletwee had. Ik schoot in de lach, en zei dat mijn man dus geluk had. Wat hij volmondig beaamde, mij nog een stralende glimlach schonk (had ik al gezegd dat hij eigenlijk niet onknap was?), en weg was hij.

En ik, ik stond te grijnzen. Zeg nu zelf…