Het Lepelblad, dat is het restaurant waar Bart in de begindagen van Netlash vrijwel elke middag ging eten: een simpele dagschotel of een pastagerecht.
Intussen was het jaren geleden dat we er geweest waren en is het restaurant ook wel verveld naar een hogere klasse, met een voorgesteld menu, maar ook à la carte. En worst met puree en appelmoes ga je er niet meer vinden, nee.
Bart had als bedanking voor het een of het ander een tegoedbon van 150 euro voor het Lepelblad gekregen, en dat wilden we vanavond dan ook inzetten.
Het werd een kort wandelingetje door de stad – de kans op regen was te groot om met de fiets te komen – en een aperitief, voorgerecht, hoofdgerecht en dessert. Lekker, zeer zeker, maar niet wow. En de wachttijd was nogal lang, vrees ik: ze waren het bestelde hapje bij het aperitief vergeten, waardoor wij lang over dat aperitief deden in de veronderstelling dat het alsnog ging komen, en zij ons het voorgerecht niet wilden brengen zolang de aperitief nog niet op was. Tsja.
Als afsluiter gingen we nog even kijken bij ons appartement: de ramen zitten erin, de relingen aan het terras staan er, maar we kunnen pas eind september ook echt een kijkje gaan nemen, omdat pas dan de vloer erin zal liggen. Bleh.
“Goh”, zei Bart, “ik heb iets voor ons gereserveerd op het einde van mei, om samen te gaan eten; het staat in uw agenda”.
Ik wist dus hoegenaamd niet wat ik moest verwachten: ik wist dat het in Knokke was en dus redelijk chic, maar niet overdreven. Dacht ik. Want toen we binnenkwamen in Cuines 33, bleek het een sterrenrestaurant te zijn met amper 16 couverts. We werden ontvangen in een soort gezellig salon, en twee van die Franstalige kakdames besloten dat het toch niks voor hen was en bolden het meteen weer af. Daar ging de opbrengst van de avond voor het restaurant, want met 16 couverts komt dat wel aan, ja. Misschien dat ze ook beter een voorschot beginnen vragen?
Daarna werden we via een sluisje – waar we in een nis nog een extra hapje kregen – naar het eigenlijke restaurant gebracht. Je zit er met 16 man rond een grote toog waar de koude gerechten worden samengesteld en je dus een schitterend zicht hebt. Bijzonder aangenaam zitten.
Tussendoor werden we even meegenomen naar de keuken om daar te zien hoe alles in zijn werk ging. De chef is trouwens een bijzonder gedreven, aimabele man die, doordat er maar 16 gasten zijn, ook de tijd neemt om even een praatje te slaan, wat extra uitleg te geven, over zichzelf te vertellen, dat soort dingen. Hij is bijzonder gepassioneerd en dat merk je in alles. En de gerechten? Subliem, echt waar. Ik snap niet dat dit restaurant niet bekender is, dat het trouwens geen twee sterren heeft. Voor mij staat dit vlotjes naast mijn favoriet tot hiertoe, Castor, en mag het er eigenlijk zelfs boven staan. Ik heb echt fantastische dingen gegeten…
En toen volgde nog een reeks friandises bij de koffie.
Man, ik heb zo ongelofelijk lekker gegeten… Bart en ik keken naar elkaar en waren het er over eens: hier willen we terugkomen. Misschien eerst nog eventjes sparen – al valt het voor deze kwaliteit ongelofelijk goed mee – maar ja, hier komen we terug. Echt.
BTW, het menu?
Bon, als ge dus iets te vieren hebt, ge weet waar naartoe. Alleen op tijd reserveren, dacht ik zo.
We laten het altijd te lang liggen, onze keuze van restaurant. Gwen en ik leggen onze datum altijd vast op het moment dat we naar huis gaan bij de vorige afspraak, kwestie van zeker nog een leeg plekje te vinden in onze agenda. Maar de keuze van restaurant, da’s een ander paar mouwen.
Vanmorgen legde ik dus nog Beiruti vast, een Libanees restaurant in hartje Gent, in de Voldersstraat. Gwen kende het, maar was er nog nooit geweest omdat Erik dat zo niet zag zitten. Het zou dan ook redelijk authentiek moeten zijn, en alcohol kan je er niet krijgen. Nu, dat laatste was voor ons totaal geen probleem natuurlijk.
Het gebouw zit geprangd tussen enkele andere grote gebouwen, maar het is er verrassend ruim, met ook nog eens een tuin met terras, al was het daar nu toch te fris voor. Maar ook binnen is het ferm gezellig. De menukaart was voor ons wel degelijk Libanees, en dus gingen we voor een verrassingsassortiment, met een huisgemaakte limonade bij. We hebben het ons niet beklaagd: er zat zowat vanalles tussen, en vooral ook meer dan genoeg. De foto heb ik maar halverwege de maaltijd genomen, ik was dat compleet vergeten.
En daarna ben ik nog even gaan rondlopen op de Kouter voor een nachtelijke labcache, al kon ik die niet voltooien omdat ik bepaalde details op een gevel niet kon zien in het donker. Maar het was er wel, zoals altijd, mooi.
Het hoeft niet altijd een etentje ’s avonds te zijn, vonden Gwen en ik, en dus gingen we nog eens ontbijten. Ze stelde Take Five voor, beneden aan de Grote Huidevettershoek, met zicht op de Krook. Altijd fijn, natuurlijk.
Aangezien we allebei met de fiets waren, reden we op mijn vraag nog even naar de Kluyskensstraat, in de lente de mooiste straat van Gent door de bloeiende kerselaars. Jammer genoeg waren we blijkbaar toch een week te laat, want ze waren misschien nog niet helemaal uitgebloeid, maar de groene blaadjes piepten er al overal door en het algemene effect is daardoor jammer genoeg weg.
Ter vergelijking: een foto van op exact dezelfde dag vorig jaar:
Onze agenda’s zaten de vorige weken overvol, maar deze week maakten Gwen en ik met plezier nog een avond vrij om samen te gaan eten. Zij koos Revue uit, op de hoek van de Nederkouter en de Ketelvest, iets waar Ernest toch redelijk enthousiast over was.
We hadden weer tot het laatste moment gewacht om een restaurant te zoeken, zodat we een plaatsje aan de bar kregen, maar op het moment zelf bleken we ook beneden te mogen zitten, op het terras langs het water, maar wel netjes afgeschermd met dikke plastiek en terrasverwarmers. En ja, het was er best aangenaam zitten, ja.
En het eten? Niet goedkoop, maar echt bijzonder goed. We namen een alcoholvrije aperitief en deelden gefrituurde scampistaarten met een excellent sausje bij. Daarna namen we allebei een kortgebakken stuk tonijn met gemengde groenten en een soort wilde rijst: om bij te kruipen, geloof me. Echt, maar echt lekker. Geef die kok een andere omgeving en een betere presentatie, en die haalt een ster, echt waar.
Een dessert hoefde niet, maar de bijzonder charmante jonge ober – fijn gesprekje gehad over toprestaurants – raadde met klem de tarte tatin aan, en jawel, die loste de verwachtingen in: met yoghurtijs en een dikke stroperige karamel.
De rekening was behoorlijk (80 euro per persoon), maar we hebben ook echt wel genoten. Dit is eentje dat ik ook aangeraden heb aan Bart, intussen.
Soit, we liepen samen terug naar de parking in de Savaanstraat en zagen dat het goed was. Wie immer.
Ik geef toe, ik kende dit tweesterrenrestaurant niet, zelfs niet van naam. Eigenlijk is dat niet zo een goed teken, maar toch reden Bart en ik deze avond naar Izegem.
Het dessert was zelfs… ruw, zonder enige verfijning: een vanillecrème, daarop enkele frambozen, dan een stevig stuk meringue, een sorbet van roos, met een soortement koekje met roos, en dat was het. Tsja. We moesten vechten om de meringue in twee te krijgen.
Vrijdag, en Kobe eet in de Ikea – SID-inbeurs, vandaar – Bart eet ergens te velde, en Wolf eet thuis nog iets warms. Ik had dan ook geen zin om nog om half twee thuis brood te eten, en ging – eindelijk nog eens – eten in de Villa Ooievaar. U weet wel, dat sociaal restaurant op een kilometer of twee van ons deur, waar het altijd lekker is, gezellig en goedkoop.
Vandaag kreeg ik er witloof gevuld met gehakt, in een jagerssausje, met puree. Ik denk dat ik dat thuis ook eens ga proberen maken, want man, dat was lekker!
Op een goed half uur was ik weer buiten, 16 euro armer en een fijn ontspannen gevoel rijker. Meer moet dat niet zijn, zo op vrijdagmiddag.