Amerikaanse pancakes

Je kent ze wel, die kleine dikke pannenkoekjes die je altijd ziet in Amerikaanse series, zo op een stapeltje overgoten met maple syrup. Wel, ik had die jaren geleden al eens met succes gemaakt, maar was dat zo’n beetje vergeten.

Ik had ze leren kennen in Schotland waar ze ze crumpets noemen, ook al is dat eigenlijk nog iets anders. Wij hebben er niet echt een aparte naam voor, en in die voornoemde series worden ze altijd vertaald als pannenkoeken, terwijl ze dat niet echt zijn.

Gisterenavond hadden we  nog maar eens vastgesteld dat één groot brood tegenwoordig voldoende is voor het avondeten, maar dat er dan niks meer overblijft voor het ontbijt. En terwijl de kinderen normaal gesproken altijd fan zijn van cornflakes, hadden ze daar intussen wat genoeg van. En dus stelde ik voor: “Wat als ik morgenvroeg eens van die pancakes bak?” Meteen enthousiaste gezichten, dus deze morgen zocht ik nog even het recept van Nigella Lawson dat ik destijds had gebruikt. Simpeler kan eigenlijk niet. Ik geef het even mee.

Ingrediënten:

  • 2,5 theelepel bakpoeder
  • snuifje zout
  • 1 koffielepel suiker
  • 2 losgeklopte eieren
  • 30 gr. boter (vloeibaar of gesmolten en afgekoeld)
  • 300 ml melk
  • 225 gr gewone bloem
  • een beetje boter om in te bakken
  • Het gemakkelijkste is – en dat heb ik ook gedaan – alles gewoon in de blender doen en mixen, en dan heb je meteen ook een kan. Maar als je het met de hand doet, maak dan een kuiltje in de bloem, doe er het bakpoeder, zout en suiker bij, klop er de eieren door, de gesmolten boter en melk, roer goed totdat er geen klodders meer zijn, en giet het in een kan, dat werkt veel beter dan een pollepel. Je giet dus telkens een geut in een pan tot je iets hebt van zo’n 8 cm à 10 cm doorsnede.
  • Bak ze in een goed hete pan in een klein beetje boter. Wanneer bij het bakken de bovenkant wat belletjes vertoont maar nog niet helemaal gestold is, kan je ze al omdraaien. De andere kant heeft ook maar even nodig, dus let op dat ze niet aanbranden.
  • Als je het echt op de Amerikaanse manier wil doen, stapel ze dan op een bord – ze blijven echt lang warm – en overgiet ze met warme esdoornsiroop. Wij aten ze met kandijsiroop, veel lekkerder!

De calorieën mag je niet tellen, maar man, het was gigantisch lekker!

Lasagne van courgetterolletjes

Ik ga proberen om dit jaar op donderdagavond zelf te koken. Wolf eet sinds dit jaar buiten school – omdat al zijn vrienden dat ook doen – en eet dus doorgaans ’s middags een broodje. Kobe eet wel nog warm en Merel, tsja, die eet warm, maar haar vriendinnen eten boterhammen en dan wil ze graag ook een keertje bij hen zitten.
Op maandag en dinsdag kan Wolf nog een maaltijd krijgen van de zaterdag en de zondag, Bart maakt extra porties. Op woensdag kook ik zelf, en op donderdag ga ik dus ook proberen te koken, zodat Wolf dan ook op vrijdag nog iets warms te eten heeft. ’t Is allemaal een kwestie van planning.

Ik had nog twee courgettes in de ijskast liggen van Marc, en die mochten stilaan op. Ik ben even gaan zoeken en kwam uit op een soortement lasagne met courgettebladen in plaats van pasta. Allez ja, ’t zijn rolletjes, maar dat maakt niet uit.

Een aanrader, wel eventjes werk, maar zeer lekker bevonden. Ik geef het recept hier even mee, voor vier personen.

Voor het gehakt:
500 gr gehakt
1 ei
2 teentjes look, geperst
250 gr ricotta
1 handje basilicumblaadjes
Voor de lasagne:
2 courgettes
2 blikken tomatenblokjes
1 el oregano
2 teentjes look, geperst
100 gr gemalen kaas
2 el geraspte Parmezaanse kaas
peper
zout

Bereiden:

Neem een grote kom en meng daarin het gehakt met het ei, de teentjes look, de ricotta en de basilicumblaadjes.

Snijd met een dunschiller dunne sliertjes van de courgettes.

Leg twee sliertjes naast mekaar en leg er een lepeltje van het gehaktmengsel op. Maak er nu rolletjes van.

Neem een grote ovenschaal. Giet er de tomatenblokjes in en breng deze op smaak met peper, zout, oregano en look.  Schik er de courgetterolletjes in en bedek met een laagje gemalen kaas en geraspte Parmezaanse kaas.

Plaats de schotel gedurende 40 minuten in een voorverwarmde oven van 180 graden.

Worstjes met boontjes en patatjes

Sommige recepten zijn zo van die nostalgische dingen, gerechten die ons ma maakte, die misschien niet altijd even verantwoord zijn, maar die wel ongelofelijk hard onder de noemer comfortfood vallen.

Iets waar wij kinderen ongelofelijk zot van waren en dus gigantisch vragende partij, was dus worstjes met boontjes en patatjes. Ons ma kon dat niet genoeg maken, als het aan ons lag. Gelukkig is het iets dat niet zo veel tijd of werk vraagt.

Eind augustus bleef ons pa bij ons eten op een doodgewone woensdag, en ik dacht: waarom maak ik dit niet? Hij was enthousiast, en de kinderen ook trouwens.

Bon, recept dus. Allez ja, richtlijnen ^^

  • gebakken patatjes. Best de gekookte patatjes eerst goed laten afkoelen voor je ze bakt. Ze mogen goed lekker bruin gebakken worden.
  • boontjes. Ik neem, voor ’t gemak, altijd een blik bonen, maar ik stoof eerst een stevige ui voor ik er de bonen bij kiep om ze op te warmen. Peper en zout uiteraard ook.
  • worstjes: doodgewone zwanworstjes in drie stukjes gesneden. Ik weet het, dat is eigenlijk niet echt verantwoord vlees, maar geef toe, dat is toch machtig lekker voor een keertje?

Wanneer alles goed warm is, gewoon samen in één pot kieperen en opdienen. Om een of andere reden deden wij daar thuis massa’s azijn bij. Wolf vond dat vreemd, maar probeerde het even, en gaf ons groot gelijk: met azijn bij is dat extra lekker.

Laat eens weten of je het uitgeprobeerd hebt, en of het in de smaak is gevallen.

Cake met wortel en speculoos

Ik had deze namiddag afgesproken om koffie te gaan drinken bij Charlotte en Thomas en vooral hun stralende baby Athena te gaan begroeten. Zo geschiedde, en het werd vakkundig vastgesteld dat het inderdaad een pracht van een baby is, een ode aan de godin waardig.

We kletsten honderduit, dronken koffie en aten cake. Niet zomaar cake, nee, ik had er deze namiddag nog met Merel gebakken, zodat ik met een nog warme cake kwam aanzetten bij Charlotte.

Hij werd geproefd en goedgekeurd, het was op aanraden van Chantal, mijn kuisvrouw.

Het recept vond ik terug op Njam, maar ik heb er, zoals bij al mijn cakes, nog een scheut melk aan toegevoegd. Dat maakt de cake net iets smeuïger, iets minder droog. Ik zou zeggen: doe er uw voordeel mee!

Oh, en blijkbaar is het verplicht om er de mop van de worteltjestaart bij te vertellen. *rolt met ogen*

Ingrediënten

400 gr zelfrijzende bloem
4 eieren
100 gr blonde kandijsuiker
100 gr griessuiker
200 gr boter
200 gr fijngeraspte wortelen
200 gr fijngemalen speculaas

Bereiden:

Klop de boter samen met de twee soorten suiker tot een romige massa, voeg er een voor een de eieren aan toe onder voortdurend kloppen.

Meng de zelfrijzende bloem onder het beslag en spatel er tot slot de fijn geraspte wortelen onder.

Vet een cakevorm in met wat gesmolten boter en bestrooi met een beetje griessuiker, klop de overtollige suiker uit de vorm.

Lepel een laag van het cakebeslag over de bodem van de bakvorm en bestrooi met wat fijngemalen speculaas, herhaal dit tot het beslag en de speculaas zijn opgewerkt. Haal een mes door het beslag om de cake mooi te ‘marmeren’.

Verwarm de oven voor op 170°C en bak de cake in circa 40 minuten af in het midden van de oven. Controleer of de cake gaar is door er met een mes of breinaald in te prikken, wanneer er geen beslag meer blijft aankleven is de cake gaar.

Laat de cake afkoelen op een rooster.

Pita-pizza met spinazie en rode ui

Pita-pizza’s: het was al serieus lang geleden dat ik dat nog eens gemaakt had.  Het is nochtans vreselijk simpel en snel klaar: je zet je oven op 180°, legt vier pitabroodjes, waarin je met een scherp mes een kruis in hebt gesneden, op een bakplaat, je wrijft ze in met een klein beetje olijfolie, en belegt ze zoals een pizza. Vijf minuten later: voila!
Het recept van Weight Watchers is met rode ui en spinazie: twee rode uien in ringen, met twee fijngesnipperde teentjes knoflook bakken in een een beetje olijfolie, en dan een ganse zak spinazie erbij laten slinken. Daarmee de pita’s beleggen, afwerken met geraspte fontinakaas, en klaar. Simpel, snel en lekker. En zelfs nog vegetarisch. Maar eigenlijk kan je er alles op kwijt. De volgende keer ga ik er ananas bij leggen voor de kinderen, daar zijn ze allebei zot van.

Glossofiel

Ik kan het niet helpen, ik heb het voor talen, uitdrukkingen, woordspelingen, woordklanken, stijlfiguren of gewoon mooie woorden. Mijn zesdes zeggen dat af en toe, dat ze in mijn les meer woordenschat Nederlands leren dan in de les Nederlands zelf. Ik gebruik nu ook eenmaal graag die archaïsche woorden, die onbekendere of iets meer dialectisch gekleurde uitdrukkingen.

En toen ik een tijd geleden recepten zocht van wat ik kon doen met een butternutpompoen, kwam ik op dit prachtige Afrikaanse recept. De taal is Afrikaans (en dus niet Zuid-Afrikaans, zoals sommigen lijken te denken) maar wel perfect verstaanbaar, en zo heerlijk mooi verwoord. Vooral de sampioene doen het hem…

3 butternuts – 1 pakkie gesnyde bacon (swoerdloos) – 2 pakkies sampioene – 500 gram kaas (of minder) – sout – peper – witsous
 
Bereidingswijze

Kook butternuts met sout – nie te sag nie. Maak witsous en rasper kaas by. Braai sampioene en bacon apart. Pak één laag butternut, één laag sampioene en één laag bacon. Gooi peper en knoffelsout. Gooi witsous. Begin weer by butternut. Wanneer al bestandele klaar is gooi kaas bo-oor en bak in die oond.

Geen idee hoe het smaakt, ik moet het nog eens uitproberen, maar ik werd er nù al goed gezind van.

Speculaasbrood

Dat het lang geleden was dat ik nog eens speculaasbrood had gemaakt. Maar nu had ik nog speculaas staan die Bart had gekregen uit Hasselt, maar die nogal stevig doorsmaakt naar kaneel, en die de kinderen dus niet lusten.

Zonde om die weg te moeten gooien, en dus ging die in een brood.

IMG_3970

De speculaas viel misschien niet in de smaak, het brood des te meer: ik heb ervoor moeten schermen :-p

Het recept is er trouwens een van S.O.S. Piet, en hier te vinden. Een dikke aanrader!

Una giornata Italiana

In 2013 deden we het ook al eens: themadagjes, maar toen op zondag. Zo hadden we toen ook een Italiaanse dag.

Vooral Kobe had er nu ook al naar gevraagd, maar op zondag is dat wat moeilijk, aangezien Bart dan kookt en ons pa hier dan is.

Maar vandaag, vandaag was het dus Italiaanse dag. Toegegeven, we hebben wel ontbeten, enkel koffie zoals de Italianen, is een brug te ver. Maar de kinderen hebben wel degelijk koffie gedronken hoor!

Enfin, ze begonnen te knutselen aan een reeks Italiaanse vlagjes, ik hing een vlaggenlijn op, en zette Italiaanse muziek op. Italiaanse folkloremuziek, met accordeons en zo, werd al na drie liedjes afgevoerd, en vervangen door Eros Ramazotti. Ook niet mijn favoriet, maar wel al pakken beter. Bart had zaterdag spaghettisaus gemaakt, het eten was dus niet moeilijk.

Intussen was het min of meer gestopt met regenen, en trokken Merel, Kobe en ik naar de winkel, voor verdere Italiaanse dinges. In het terugrijden kwamen we ook nog Rhune tegen, en dus zaten iets later vier kinderen tegelijkertijd tiramisu en Amarettikoekjes te maken.

Die koekjes, dat zijn trouwens de simpelste koekjes die er zijn om te maken: tien minuten werk, kwartier in de oven, klaar. En ideaal als aanvulling bij de tiramisu, want daar heb je twee eierdooiers voor nodig, en voor de koekjes twee eiwitten.

Het recept heb ik gehaald van Dishcover, maar herhaal ik hier even omdat het zo simpel is.

Klop twee eiwitten stijf, spatel daar voorzichtig 120 g. amandelpoeder, 60 g. amandelschilfers (eventueel nog wat fijner gehakt) en 150 g. suiker onder, en giet er eventueel een scheut Amaretto bij. Maak van dat deeg kleine bolletjes, leg die op een bakplaat met bakpapier, en bak op 160° tot ze mooi bruin zijn (zo’n kwartiertje). Dat is het.

Toen werd er opgeruimd, nog wat gespeeld, en ’s avonds was er ciabattabrood met Italiaanse charcuterie. En als dessert tiramisu, natuurlijk.

La vita è bella!

Kalkoenrollade met ananas

Ik zag ze een tijdje geleden liggen in de winkel: zo’n diepgevroren kalkoenrollade. En meteen schoot er een recept door mijn hoofd, eentje dat ik vroeger wel eens maakte, toen we nog in de Forelstraat woonden. Lang, lang geleden dus. Ik leerde toen net koken, en zocht vaak recepten op in het kookboek van de Boerinnenbond. Ik had er zo eentje gekregen van mijn schoonmoeder, in echte Vlaamse traditie, en het was mijn bijbel.

IMG_8664

Enfin, het recept dus. Poepsimpel, eigenlijk. De rollade aanbraden in een klein beetje boter, en dan een klein uur op 200° de oven in pleuren. Dan haal je het netje en alle folie eraf – ha ja, dat is samengesteld uit restjes van de kalkoen, op zich wel lekker vlees, maar niks mee aan te vangen anders – doe je er een flinke geut porto bij, het sap van een blik ananasschijven op sap (duh), en laat je het nog tien minuutjes in de oven staan. Af en toe eens omdraaien en de saus erover lepelen is een aanrader.

Vlees uit de schotel vissen, saus indikken, vlees in mooie schijven snijden, afwisselen met de opgewarmde ananas, en serveren met kroketjes.

Er is goed van gegeten, ja.