Ham-preigratin

Toen ik donderdag bij Mireille bleef eten, had ze een receptje uit het magazine van de Albert Heyn gemaakt, simpel, snel en lekker. Beetje zwaar, misschien, maar bon.

Gisteren had ik geen inspiratie en maakte ik het dus maar opnieuw, maar wel met zalm in plaats van ham. Dik in orde, ik mag het nog maken, zei het gezin hier. Ik deed het wel met gemalen mozzarella in plaats van jonge kaas, maar bon ^^

Eventjes dus het recept toevoegen voor mezelf, en uiteraard ook voor u.

Zoute karamel en aanverwanten

Nog maar eens een druilerige vakantiedag, en dus sloegen Merel en Kobe aan het bakken.

Kobe maakte nog maar eens die flinterdunne wafeltjes waarvan ijshoorntjes zijn gemaakt en vouwde ze tot kommetjes. Intussen maakten we ook voor het eerst zelf zoute karamel. Niet moeilijk, gewoon een werkje van geduld, want je mag er eigenlijk echt niet in roeren.

Het resultaat is super! Boterzacht, nog net vloeibaar…

Ik draaide intussen vers vanille-ijs, en Merel sneed snel ook nog een paar bananen in schijfjes. Ik geef het u op een briefje: wat een zalig vieruurtje! Versgedraaid ijs in een zelfgebakken wafelkommetje met schijfjes banaan en zelfgemaakte, nog warme karamel.

De calorieën tellen we niet, en dit is echt wel voor herhaling vatbaar.

Kaneelbroodjes

Geen idee waarom, maar plots kreeg ik zin om nog eens zelf iets te bakken. Op tv hadden ze het gehad over kaneelbroodjes, mmm. Alleen lusten ze hier thuis niet echt kaneel. Maar van die zoete broodjes zonder kaneel: toch ook lekker, toch?

Ik vroeg Bart rozijnen en pecannoten mee te brengen, en toen we met zijn allen naar de film ‘Soul’ begonnen te kijken, zat ik deeg te kneden. Goh ja, ne mens moet iets doen, zeker?

Het recept pikte ik van leukerecepten.nl:

Ingrediënten
1 ei
320 gr bloem + om te bestuiven
125 ml melk, warm (niet te heet)
30 gr suiker
1 zakje vanille suiker
1 zakje a 7 gram gedroogde gist
Snufje zout
40 gr boter
Vulling
4 eetl rozijnen
100 gr bastersuiker donkerbruin
2 theel kaneelpoeder
50 gr pecannoten, grof gehakt
40 gr zachte boter + in te vetten + om te bestrijken
Materialen
Ronde ovenschaal of springvorm van ca 22 cm doorsnede
Schone vochtige theedoek
Mixer
Bereiding
Doe de gist bij de warme melk en roer een paar keer om zodat er klonters ontstaan. Smelt de boter en mix deze samen met de suiker, zout, vanillesuiker en het ei tot een romige massa. Schenk de melk met gist er bij en mix kort. Voeg de bloem er bij en kneed met je handen tot een soepel deeg. Bestuif een kom met een beetje bloem en doe de deegbal er in. Dek af met een schone vochtige theedoek. Zet de kom op een warm plek en laat het deeg ongeveer 45 min rijzen. Mocht het niet lukken dan kun je de (ovenbestendige) kom ook in de oven zetten op 35 graden totdat het deeg verdubbeld is.
kaneelbrood1
Bestuif een werkblad met bloem en rol de deeg bal uit tot een rechthoek van 20 x 30 cm. Bestrijk de bovenzijde met zachte boter. Meng de rozijnen, basterdsuiker, kaneel en pecannoten door elkaar en verdeel over de laag boter. Rol het deeg vanuit de lange kant op en druk de naden zachtjes tegen elkaar. Snijd de deegrol met een scherp mes in 8 stukken. Leg ze op hun kant in een ingevette ronde ovenschaal of springvorm. Leg er eentje in het midden en leg de andere deegrondjes er om heen, laat wel een paar cm afstand van elkaar. Bedek met een vochtige theedoek en laat nog 30 minuten op een warme plek rijzen.
kaneelbrood2
Verwarm ondertussen de oven op 200 graden. Bak de broodjes in 18 minuten goudbruin. Haal ze uit de oven en bestrijk met een beetje boter voor een mooie glans. Ze zijn het lekkerst als ze nog een beetje warm zijn. Om te bewaren kun je ze het beste afdekken met aluminiumfolie en de volgende dag en paar minuutjes opwarmen in de oven.
Bij mij zag dat er dan zo uit:
Ik vond ze wel lekker, maar nogal zwaar en naar de droge kant. Tsja.
Maar ze zijn op geraakt hoor!

Soep voor de olympiade

Tegenwoordig zorg ik dat er altijd verse soep in huis is: een kwestie van warme drank en vitaminen, zou ik zeggen.

Daarnaast is het deze middag Latijnolympiade, en ook al heb ik maar twee deelnemers, ze mochten kiezen welke ‘snack’ ik meebracht. Zoals elk jaar zijn ze voor de soep gegaan, en dus kreeg Bart de opdracht van mij: “Breng ne keer soepgroenten mee?”

Blijkbaar was dat iets te vaag om goed te zijn, en dus bracht hij een soeppakket mee om pompoensoep te maken. In tegenstelling tot wat ik dacht zijn dat dus geen afdankers qua groenten, een manier om hun ‘oude’ groenten weg te werken – zoals dat thuis eigenlijk wel het geval is – maar wel kraakverse ingrediënten, in casu een kleine flespompoen, twee wortels, drie sjalotten, een stukje gember, 2 bouillonblokjes en – tot mijn verbazing – een appel en een appelsien. Vooral naar die twee laatste was ik benieuwd, maar ik moet zeggen: best wel een lekkere soep, zij het vrij zoet. Ik ga er een volgende keer geen ganse appelsien meer bij doen.

En de olympiade? Er werd gezwoegd en gezweet, en een van de twee gaf halverwege op, het vlotte aan geen kanten. De andere had er net twee uur  chemie olympiade op zitten maar ging ook voluit voor het Latijn.

Blij trouwens dat ik die soep bij had: het was daar ferm koud, met de ramen open en zonder verwarming…

Pasta vongole

Ik had dat al een paar keer op restaurant gegeten, en ik was eerlijk gezegd niet zo’n fan van pasta vongole.

Maar vandaag kondigde Bart aan dat hij dit op het menu had gezet. Ik trok de wenkbrauwen op, dat geef ik toe. Maar ik was wel dankbaar dat hij, zoals vrijwel elke dag, kookt voor het gezin. Niet dat ik niet wil koken, hé, ik kookte tot hiertoe altijd standaard zelf op woensdag en in de vakanties. Maar koken is iets zoals pakweg de was doen: het hoort erbij, ik haat het niet, maar het is niet alsof ik sta te juichen. En ik gebruik ook vaak deze boutade: ik maak eten, Bart kookt. Pas op, soms maakt hij ook doodgewoon worst met wortels en puree, daar niet van, maar op zondag maakt hij er bijvoorbeeld altijd iets speciaals van, met een klein voorgerechtje en speciale sausjes en zo. En hij zal al zappend al eens op Njam! blijven hangen, zoals ik op Dobbit TV. Tsja…

Maar sinds het begin van de coronacrisis is Bart dus véél meer thuis en koken ontspant hem, zegt hij: hij doet het graag, het verzet zijn gedachten, hij verwent zijn gezin en hij wordt er rustig van. Hij zal zelfs zelden of nooit de keukenmachines gebruiken: groenten met de hand snijden is zen.

Soit, pasta vongole dus. Hij had venusschelpen en mosselen voorzien, maar de mosselen gingen te veel geweest zijn. Awel, bijzonder, bijzonder lekker! Echt!

Ik had er iets van op mijn Facebook gezet en ik kreeg prompt vragen naar het recept. Toen ik even polste bij Bart, krabde die even in zijn haar: het was grotendeels improvisatie, zei hij. Maar het ging toch ongeveer als volgt:

– in wat olijfolie en boter een ajuintje en knoflook fruiten, dan de schelpen erbij, wat witte wijn en water, een drietal minuten laten koken tot ze open gaan.
Na één minuut er de zeekraal bij zodat die blancheert.
– Alle vaste dingen uit de pan vissen en het vocht met wat room, peper, zout, verse basilicum en citroensap indikken.
– Alles er weer inkieperen en vermengen met gekookte linguine.

Ongeveer. Zoiets.

Proberen.

Pitapizza’s

In de categorie “snel klaar en super lekker” de pitta-pizza van Weight Watchers.

Het is vreselijk simpel en snel klaar: je zet je oven op 180°, legt vier pitabroodjes of kebabbroodjes, waarin je met een scherp mes een kruis in hebt gesneden, op een bakplaat, je wrijft ze in met een klein beetje olijfolie, en belegt ze zoals een pizza. Vijf minuten later: voila!
Het recept van Weight Watchers is met rode ui en spinazie: twee rode uien in ringen, met twee fijngesnipperde teentjes knoflook bakken in een een beetje olijfolie, en dan een ganse zak spinazie erbij laten slinken. Daarmee de pita’s beleggen, afwerken met geraspte fontinakaas, en klaar. Simpel, snel en lekker. En zelfs nog vegetarisch.

Ik had geen rode uien, en het werden dus gewone uien, en er zat bij mij nog hesp bij, en de fontina werd vervangen door mozzarella, maar het was minstens even lekker. En klaar op een kwartiertje.

Dik in orde!

Amerikaanse pancakes

Je kent ze wel, die kleine dikke pannenkoekjes die je altijd ziet in Amerikaanse series, zo op een stapeltje overgoten met maple syrup. Wel, ik had die jaren geleden al eens met succes gemaakt, maar was dat zo’n beetje vergeten.

Ik had ze leren kennen in Schotland waar ze ze crumpets noemen, ook al is dat eigenlijk nog iets anders. Wij hebben er niet echt een aparte naam voor, en in die voornoemde series worden ze altijd vertaald als pannenkoeken, terwijl ze dat niet echt zijn.

Gisterenavond hadden we  nog maar eens vastgesteld dat één groot brood tegenwoordig voldoende is voor het avondeten, maar dat er dan niks meer overblijft voor het ontbijt. En terwijl de kinderen normaal gesproken altijd fan zijn van cornflakes, hadden ze daar intussen wat genoeg van. En dus stelde ik voor: “Wat als ik morgenvroeg eens van die pancakes bak?” Meteen enthousiaste gezichten, dus deze morgen zocht ik nog even het recept van Nigella Lawson dat ik destijds had gebruikt. Simpeler kan eigenlijk niet. Ik geef het even mee.

Ingrediënten:

  • 2,5 theelepel bakpoeder
  • snuifje zout
  • 1 koffielepel suiker
  • 2 losgeklopte eieren
  • 30 gr. boter (vloeibaar of gesmolten en afgekoeld)
  • 300 ml melk
  • 225 gr gewone bloem
  • een beetje boter om in te bakken
  • Het gemakkelijkste is – en dat heb ik ook gedaan – alles gewoon in de blender doen en mixen, en dan heb je meteen ook een kan. Maar als je het met de hand doet, maak dan een kuiltje in de bloem, doe er het bakpoeder, zout en suiker bij, klop er de eieren door, de gesmolten boter en melk, roer goed totdat er geen klodders meer zijn, en giet het in een kan, dat werkt veel beter dan een pollepel. Je giet dus telkens een geut in een pan tot je iets hebt van zo’n 8 cm à 10 cm doorsnede.
  • Bak ze in een goed hete pan in een klein beetje boter. Wanneer bij het bakken de bovenkant wat belletjes vertoont maar nog niet helemaal gestold is, kan je ze al omdraaien. De andere kant heeft ook maar even nodig, dus let op dat ze niet aanbranden.
  • Als je het echt op de Amerikaanse manier wil doen, stapel ze dan op een bord – ze blijven echt lang warm – en overgiet ze met warme esdoornsiroop. Wij aten ze met kandijsiroop, veel lekkerder!

De calorieën mag je niet tellen, maar man, het was gigantisch lekker!

Lasagne van courgetterolletjes

Ik ga proberen om dit jaar op donderdagavond zelf te koken. Wolf eet sinds dit jaar buiten school – omdat al zijn vrienden dat ook doen – en eet dus doorgaans ’s middags een broodje. Kobe eet wel nog warm en Merel, tsja, die eet warm, maar haar vriendinnen eten boterhammen en dan wil ze graag ook een keertje bij hen zitten.
Op maandag en dinsdag kan Wolf nog een maaltijd krijgen van de zaterdag en de zondag, Bart maakt extra porties. Op woensdag kook ik zelf, en op donderdag ga ik dus ook proberen te koken, zodat Wolf dan ook op vrijdag nog iets warms te eten heeft. ’t Is allemaal een kwestie van planning.

Ik had nog twee courgettes in de ijskast liggen van Marc, en die mochten stilaan op. Ik ben even gaan zoeken en kwam uit op een soortement lasagne met courgettebladen in plaats van pasta. Allez ja, ’t zijn rolletjes, maar dat maakt niet uit.

Een aanrader, wel eventjes werk, maar zeer lekker bevonden. Ik geef het recept hier even mee, voor vier personen.

Voor het gehakt:
500 gr gehakt
1 ei
2 teentjes look, geperst
250 gr ricotta
1 handje basilicumblaadjes
Voor de lasagne:
2 courgettes
2 blikken tomatenblokjes
1 el oregano
2 teentjes look, geperst
100 gr gemalen kaas
2 el geraspte Parmezaanse kaas
peper
zout

Bereiden:

Neem een grote kom en meng daarin het gehakt met het ei, de teentjes look, de ricotta en de basilicumblaadjes.

Snijd met een dunschiller dunne sliertjes van de courgettes.

Leg twee sliertjes naast mekaar en leg er een lepeltje van het gehaktmengsel op. Maak er nu rolletjes van.

Neem een grote ovenschaal. Giet er de tomatenblokjes in en breng deze op smaak met peper, zout, oregano en look.  Schik er de courgetterolletjes in en bedek met een laagje gemalen kaas en geraspte Parmezaanse kaas.

Plaats de schotel gedurende 40 minuten in een voorverwarmde oven van 180 graden.

Worstjes met boontjes en patatjes

Sommige recepten zijn zo van die nostalgische dingen, gerechten die ons ma maakte, die misschien niet altijd even verantwoord zijn, maar die wel ongelofelijk hard onder de noemer comfortfood vallen.

Iets waar wij kinderen ongelofelijk zot van waren en dus gigantisch vragende partij, was dus worstjes met boontjes en patatjes. Ons ma kon dat niet genoeg maken, als het aan ons lag. Gelukkig is het iets dat niet zo veel tijd of werk vraagt.

Eind augustus bleef ons pa bij ons eten op een doodgewone woensdag, en ik dacht: waarom maak ik dit niet? Hij was enthousiast, en de kinderen ook trouwens.

Bon, recept dus. Allez ja, richtlijnen ^^

  • gebakken patatjes. Best de gekookte patatjes eerst goed laten afkoelen voor je ze bakt. Ze mogen goed lekker bruin gebakken worden.
  • boontjes. Ik neem, voor ’t gemak, altijd een blik bonen, maar ik stoof eerst een stevige ui voor ik er de bonen bij kiep om ze op te warmen. Peper en zout uiteraard ook.
  • worstjes: doodgewone zwanworstjes in drie stukjes gesneden. Ik weet het, dat is eigenlijk niet echt verantwoord vlees, maar geef toe, dat is toch machtig lekker voor een keertje?

Wanneer alles goed warm is, gewoon samen in één pot kieperen en opdienen. Om een of andere reden deden wij daar thuis massa’s azijn bij. Wolf vond dat vreemd, maar probeerde het even, en gaf ons groot gelijk: met azijn bij is dat extra lekker.

Laat eens weten of je het uitgeprobeerd hebt, en of het in de smaak is gevallen.

Cake met wortel en speculoos

Ik had deze namiddag afgesproken om koffie te gaan drinken bij Charlotte en Thomas en vooral hun stralende baby Athena te gaan begroeten. Zo geschiedde, en het werd vakkundig vastgesteld dat het inderdaad een pracht van een baby is, een ode aan de godin waardig.

We kletsten honderduit, dronken koffie en aten cake. Niet zomaar cake, nee, ik had er deze namiddag nog met Merel gebakken, zodat ik met een nog warme cake kwam aanzetten bij Charlotte.

Hij werd geproefd en goedgekeurd, het was op aanraden van Chantal, mijn kuisvrouw.

Het recept vond ik terug op Njam, maar ik heb er, zoals bij al mijn cakes, nog een scheut melk aan toegevoegd. Dat maakt de cake net iets smeuïger, iets minder droog. Ik zou zeggen: doe er uw voordeel mee!

Oh, en blijkbaar is het verplicht om er de mop van de worteltjestaart bij te vertellen. *rolt met ogen*

Ingrediënten

400 gr zelfrijzende bloem
4 eieren
100 gr blonde kandijsuiker
100 gr griessuiker
200 gr boter
200 gr fijngeraspte wortelen
200 gr fijngemalen speculaas

Bereiden:

Klop de boter samen met de twee soorten suiker tot een romige massa, voeg er een voor een de eieren aan toe onder voortdurend kloppen.

Meng de zelfrijzende bloem onder het beslag en spatel er tot slot de fijn geraspte wortelen onder.

Vet een cakevorm in met wat gesmolten boter en bestrooi met een beetje griessuiker, klop de overtollige suiker uit de vorm.

Lepel een laag van het cakebeslag over de bodem van de bakvorm en bestrooi met wat fijngemalen speculaas, herhaal dit tot het beslag en de speculaas zijn opgewerkt. Haal een mes door het beslag om de cake mooi te ‘marmeren’.

Verwarm de oven voor op 170°C en bak de cake in circa 40 minuten af in het midden van de oven. Controleer of de cake gaar is door er met een mes of breinaald in te prikken, wanneer er geen beslag meer blijft aankleven is de cake gaar.

Laat de cake afkoelen op een rooster.