Lectuur: “Caprice and Rondo” (The House of Niccolò #7) van Dorothy Dunnet

Aangezien het hier momenteel vooral all work and no play is, valt er niet zoveel te beleven en val ik terug op boekbesprekingen. Nu, ik zat daar toch serieus mee achterop, dus dat is niet zo erg.

Deel zeven van deze reeks krijgt opnieuw van mij vijf sterren. Het blijven kleppers van boeken, maar Dunnet weet opnieuw van begin tot einde te boeien. Nicholas is verbannen uit Schotland, niet alleen door de heersers maar eigenlijk ook door zijn eigen familie en vriendenkring: hij is grandioos over de schreef gegaan. Hij bevindt zich dan ook als een bijna andere persoon in Polen, tot hij Julius en Anna opnieuw tegenkomt en quasi gedwongen wordt opnieuw Nicholas te worden. Hij trekt met Anna zelfs naar Rusland, al was het maar om ver weg van zijn familie te blijven en hen niet in gevaar te brengen. Helaas, de nodige verwikkelingen brengen hem toch terug naar Vlaanderen, waar hij uiteindelijk een reeks ontdekkingen en onthullingen doet die een groot deel van de overkoepelende plot oplossen en die me af en toe met open mond naar mijn scherm deden staren. Serieus zeg! De ‘vijand’ blijkt een compleet onverwacht iemand te zijn, en gelukkig heeft hij nu wél Gelis aan zijn kant.

Opnieuw weet Dunnet er de spanning meer dan in te brengen, maar vooral: een hele hoop losse draadjes worden hier opgepakt en aan elkaar geknoopt, irrelevante details uit de vorige boeken blijken dan toch belangrijk te zijn, en het personage van Nicholas wordt eindelijk volwassen en krijgt meer diepgang.

De moeite waard? Meer dan.

Lectuur: “To Lie with Lions” (The House of Niccolò #6) van Dorothy Dunnet

Na het intermezzo van The Broken Earth Trilogy en een klassieker en een lectuurlijstboek ben ik toch weer teruggegaan naar The House of Niccolo van Dorothy Dunnet. Die boeken zijn een stevige tijdsinvestering, maar zo goed…

Was het vijfde boek uit de reeks een overgangsboek dat “maar” vier sterren kreeg van mij, dan ga ik hier voluit weer voor de vijf sterren. Wat. Een. Intrige! Wat. Een. Spanning!

Nicholas bevindt zich opnieuw in Schotland, waar hij ook zijn jonge zoontje én zijn vrouw heeft geïnstalleerd. Gelis vindt het niet fijn, maar heeft geen keuze. Alleen blijkt het Schotse hof niet voldoende voor Nicholas: hij trekt naar IJsland met alle gevaren en problemen van dien, een paar prachtige beschrijvingen en een bloedstollend avontuur. Echt, je waant je in het landschap en je leeft bijzonder intens mee. Dunnet op haar best!

Het spel tussen Nicholas en Gelis gaat ook verder, op soms behoorlijk boosaardige wijze, en waar het me de vorige keer nog irriteerde, wordt het hier gewoon intrigerend. Het is ook onvoorstelbaar hoe ver Nicholas gaat en hoe meedogenloos hij kan zijn in het bereiken van zijn doelen.

Het enige jammere is dat Nicholas blijkbaar een wonderkind is dat in bijna niks niet de beste is: hij spreekt talloze talen, kan vechten en paardrijden als de beste, tekent prachtig, zingt op goddelijke wijze, en dan spreken we nog niet over zijn bovennatuurlijk talent met cijfers. Soms werkt dat wel eens op de zenuwen, ja.

Maar verder? Niks dan lof voor deze reeks. Echt.

 

Lectuur: “Vissen praten niet” van Tine Bergen

Ik schrijf deze bespreking dik 2.5 maanden nadat ik het gelezen heb, en ik had al geen flauw idee meer waarover het ging. Op zich zegt dit eigenlijk genoeg, als je weet dat ik van sommige boeken jaren na datum nog perfect de hoofdpersonages en de plot kan opsommen.

Ik heb het dus weer even opgezocht: Flo is een kleuterjuf wier man gestorven is, en daar blijft ze het – logischerwijs – moeilijk mee hebben. Het boek begint wanneer de politie aan haar deur staat in verband met de dood van de vader van een van haar kleuters. Blijkbaar had ze meer contact met die vader dan ze eerst laat uitschijnen. Arthur, zijn zoontje en een van haar kleuters, staat namelijk regelmatig vol blauwe plekken. Dat had ze dus in het voorjaar ontdekt en dat kon ze niet zomaar naast zich neerleggen. Meer nog, het lot van het kleutertje wordt een ware obsessie voor haar, met stalkerneigingen en dergelijke tot gevolg.

Het verhaal speelt zich grotendeels af als flashback vanop het politiekantoor: beetje bij beetje kom je te weten wat Flo die zomer allemaal heeft uitgespookt aan zee, met haar vriendin, en hoe haar man gestorven is.

Is het spannend? Bij momenten wel, ja, en het einde is ronduit verrassend. Maar Flo is zo’n vervelend mens dat je niet de neiging hebt je in het personage in te leven. De setting is wel heel herkenbaar: aan de Vlaamse kust, of in een Vlaams appartement, en dat is wel fijn.

Is het een aanrader? Meh. Waarom ik het dan gelezen heb? Wel, Wolf moest het lezen voor Nederlands, en dan lees ik gewoon mee. Tsja. Maar als je houdt van Nederlandstalige thrillers, dan is deze zeker niet slecht.

Lectuur: “Cold Comfort Farm” van Stella Gibbons

Dit boek stond op mijn leeslijst der klassiekers en werd daarom ook toegevoegd, al had ik er nog nooit van gehoord, om eerlijk te zijn.

Achteraf gezien verwondert me dat ook niet: ik vind het niet bepaald een topper. Niet slecht, uiteraard niet, maar ook zeker niet wow. Maar voor een boek uit 1932 is het nog verrassend actueel, eigenlijk.

Flora Poste is een verwend kind van een jaar of 19 dat wees wordt, en dan niet goed weet waar of bij wie ze gaat wonen en op wiens kosten ze zal leven en haar uitgebreide sociale leven zal onderhouden. Na een aantal humoristische overwegingen trekt ze in bij een boerenfamilie die blijkbaar verwanten zijn, maar die ze voor de rest van haar noch pluimen kent.

Zodra ze de Cold Comfort Farm betreedt, maakt ze het tot haar missie om de mensen daar op te voeden en vooral een goede hygiëne aan te leren. Al bij al slaagt ze erin om tegen het einde van het boek alle personages op het juiste (of toch een beter) pad te krijgen en een beter leven te bezorgen.

Het boek is duidelijk een parodie op pakweg Far from the madding crowd van Hardy, of al die romans uit die tijd die het boerenleven schetsen en de high society van het toenmalige Engeland. De personages zijn karikaturen, de plot voorspelbaar, maar alles is gedrenkt in een fijne humor, dat wel, en dat maakt het heel leesbaar. Maar om het te bestempelen als een klassieker? Hmm…

Lectuur: “The Stone Sky” (The Broken Earth #3) van N.K. Jemisin

Oi, ik zit precies een beetje achter met mijn boekbesprekingen. Vooruit met de geit dus!

The Stone Sky is het derde boek van de Broken Earth Trilogie die ik hier al gedeeltelijk besproken heb, en waarbij ik dus verder ga op die besprekingen.

In dit derde boek krijg je drie hoofdpersonages uit wier standpunt je de gebeurtenissen meemaakt: nog steeds Essun, die intussen een Tienring of hoger is, en haar dochter Nassun die minstens even sterk is maar absoluut niet formeel getraind. Daarnaast krijg je nog een derde verhaal dat – en het duurt eventjes voor je dat ook echt door hebt – de oorsprong van de hele samenleving en het probleem vertelt, aan de hand van een personage dat duizenden jaren later wel degelijk nog rondloopt en een impact heeft op beide hoofdpersonages.

Waar boek twee een overgangsboek was, brengt boek drie echt alle losse draadjes samen en breit die tot een fantastisch mooi, consistent geheel. De emoties gaan diep, het voelt, ondanks het science fictiongehalte, ook allemaal heel echt aan, en het geeft ook een ongelofelijk mooi beeld over moeder- en vaderschap.

Alle vragen die zich stelden in de eerste twee boeken, worden hier beantwoord en het is een pracht van een finale. Het boek bleef ook nog echt lang in mijn systeem hangen, ook al was ik intussen al lang in een ander boek bezig. Mijn gedachten keerden regelmatig terug naar de verhaallijnen, de emoties, de pijn, tsja, alles eigenlijk.

En dat, dat definieert in mijn ogen toch wel een goed boek, ja.

Lectuur: “The Obelisk Gate” (The Broken Earth #2) van N.K. Jemisin

Boek twee van The Broken Earth, en de wereld is uiteraard zoals ik hem hier heb beschreven.

Hoewel… (Spoiler alert!)

Alabaster Tenring heeft in het vorige boek de wereld, euh, kapot gemaakt, als die al niet kapot was. Hij heeft namelijk The Fifth Season of all seasons veroorzaakt door het continent in twee te scheuren, met een verwoestende reeks uitbarstingen en aslaag tot gevolg.

En nu, nu moet Essun uiteraard met de gevolgen leven, zeker wanneer Alabaster haar als mogelijke opvolger probeert op te leiden om diezelfde wereld toch maar te redden.

En intussen is er de tegenwerking van de guardians en vooral ook het lot van haar dochter, een zo mogelijk nog sterkere orogene met een heel eigen willetje.

Het verhaal meandert tussen de twee personages, waarin al van in het begin duidelijk is dat die twee plotlijnen elkaar onlosmakelijk beïnvloeden en ook zullen samenkomen. De wereld blijft geniaal in elkaar zitten, met alle twijfels en problemen die een uiteenvallende samenleving met zich meebrengt. Het ecologische en racistische thema blijft sterk aanwezig, maar toch opnieuw net onderhuids.

Helaas is dit vooral een overgangsboek: alles uit het eerste boek wordt nu in stelling gebracht voor de grote finale in boek drie. Je voelt de richting waarin het zal gaan, maar qua einde kan het nog alle kanten uit, want Jemisin is niet bang om een personage te laten sterven, of haar hoofdpersonages onpopulair te maken door hen zelf ook ganse dorpen te laten uitmoorden.

Intrigerende lectuur, en eigenlijk loopt het dus naadloos over in boek drie. Later meer, dus.

Lectuur: “The Fifth Season” (The Broken Earth #1) van N.K. Jemisin

Geen idee meer hoe of wat, maar het was Jonas die dit aan het lezen was, behoorlijk goed vond, en waardoor ik dan maar dit als volgende reeksje las.
Stevige science fiction, die wel zwaar op de maag ligt.

De premisse is dat de aarde kapot is: er is – voor zover we weten – maar één continent meer, dat voortdurend geteisterd wordt door aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en tsunami’s. Om de zoveel tijd is één van die uitbarstingen gewoon zodanig groot dat het het hele ecosysteem van de aarde verstoort, en zelfs het leven van de mensen in gevaar brengt: een fifth season. Winters die jaren duren, aslagen die vrijwel alle begroeiing onmogelijk maken, gebrek aan licht waardoor sowieso niks meer groeit…

Maar de dieren zijn geëvolueerd, waardoor de meeste soorten erin slagen deze catastrofale periodes te overleven. En ook de mens is blijkbaar geëvolueerd, want er bestaan nu orogenes, mensen die de vijandelijke aarde kunnen beïnvloeden, aardschokken tegen gaan en uitbarstingen stil leggen. Alleen kunnen ze die dan ook veroorzaken, wat hen letterlijk levensgevaarlijk maakt, en waardoor ze vaak, zodra het geweten is dat ze een orogene zijn, gelyncht worden. De meeste worden meegenomen door guardians om een formele opleiding te krijgen tot ze ongevaarlijk zijn voor de maatschappij en ingezet kunnen worden waar nodig.

Bon, dat is dus de wereld, en dat is behoorlijk wat.

We volgen drie personages: eentje in het heden, eentje in het verleden en eentje in de jij-vorm geschreven, wat soms wel vreemd aandoet. Maar geloof me, daar is een reden voor en die wordt in de loop van het boek wel duidelijk.
Jemisin ontrolt haar wereld beetje bij beetje door de ogen van de drie personages die alle drie orogenes zijn: een kind, een jonge vrouw en een moeder die haar zoontje kwijtspeelt.

Meer kan ik eigenlijk niet vertellen zonder echte spoilers, maar het is een op zijn minst intrigerende wereld. Jemisin schrijft vlot met telkens een licht andere stijl per personage. En de wereld zit bijzonder goed in elkaar, ik heb in elk geval geen hiaten ontdekt. En uiteraard is dit een commentaar op racisme, ecologie, overlevingsstrategie, maar dat ligt er niet vingerdik op.

Ik heb alvast genoten en begin meteen aan deel twee.

Lectuur: “The Unicorn Hunt” (The House of Niccolò #5) van Dorothy Dunnet

Boek 1 en 2 van deze reeks gaf ik vier sterren, boek 3 en 4 vijf. Dit boek gaat terug naar de vier sterren: het leek me eerder een overgangsboek dan wat anders, en de plotopbouw kon me minder boeien.

Nicholas trekt, na de onthulling op het einde van boek 4, naar Schotland met een volledig plan in zijn hoofd. Alleen komen we als lezer absoluut nog niet te weten wat dat plan nu precies inhoudt, terwijl het voor de buitenwereld toch soms rare beslissingen oplevert. Hij trekt een tijd op met het frivole Schotse hof, komt nog maar eens in aanvaring met Simon, maar slaagt er ook in Anselm Adorne, een vroegere medestander, tegen zich op te zetten. Iets wat wellicht nog veel meer gevolgen zal krijgen dan in dit boek alleen al.

Uiteindelijk gaat hij op zoek naar een verloren lading goud, maar tegelijk ook naar zijn zoon, ook al is hij er nog steeds niet zeker van of die wel bestaat. Wellicht is dat dan ook de reden voor de titel: ook van de eenhoorn is het niet duidelijk of die bestaat. Die zoektocht brengt hem van Schotland naar Brugge, Tirol, Cairo, de Sinaïberg, opnieuw naar Cyprus en uiteindelijk Venetië voor een bloedstollende finale. Ondertussen heeft Nicholas blijkbaar ook een gave voor wichelen ontdekt, iets wat toch wat vreemd aandoet in de voor de rest hyperrealistische setting.

En toch…

Toch bleef ik wat op mijn honger zitten. Het gedoe met Gelis begint op de zenuwen te werken, de stapels personages maken het soms wat moeilijk, en af en toe doet Dunnet er gewoon te lang over.

Verfrissend was dan weer het personage van Katelijne Sersanders. Benieuwd wat daarmee gaat gebeuren. Wordt dit Lymonds’ Philippa uit deze reeks?

Bon, wordt duidelijk vervolgd, want er liggen massa’s plotlijnen open.

Lectuur: “Life of Pi” van Yann Martel

Deze stond op mijn lijst van te lezen klassiekers, vandaar. Ik kende de premisse al: jong gastje overleeft schipbreuk met een tijger in zijn bootje. De film had ik nog niet gezien, maar ik vroeg me al af hoe je in hemelsnaam anderhalf uur kunt vullen met tijger en bootje. Wel, vrij vlot, eigenlijk.

Het begint met de oudere Piscine – Pi dus – die het verhaal vertelt van zijn jeugd, en hoe hij op een schip terecht komt waarmee ook wilde dieren worden vervoerd. Een van de meer opvallende trekjes hierin is dat Pi blijkbaar zowel christen als moslim als hindoe is, en dat in India. Dat zorgt uiteraard voor de nodige problemen, en ik snap ook nog steeds niet helemaal de relevantie hiervan. Ja, Pi zal in zijn bootje troost putten uit zijn geloven, maar dat is het wel zowat. Misschien om aan te tonen dat hij over nogal wat fantasie beschikt?

Enfin, de dierentuin van Pi’s vader sluit en het gezin verhuist naar Canada. De dieren worden verkocht en sommige daarvan, waaronder dus de tijger, gaan mee op het schip. Om onduidelijke redenen zinkt het schip halverwege de reis en Pi is de enige overlevende, samen met oorspronkelijk een tijger, een hyena en een gewonde zebra. Oh, en een orang-oetang, dat ook. Na verloop van tijd blijft enkel de tijger over, en eigenlijk is dat, ondanks alle gigantische problemen die dat met zich meebrengt, wel Pi’s redding geweest: het is maar dankzij Richard Parker dat hij de wil behoudt om te overleven.

Na 227 dagen spoelen ze eindelijk aan in Mexico, waarbij de tijger zonder omkijken in de jungle verdwijnt en zo Pi’s hart breekt. Zijn vader had het hem in het begin nochtans nog gezegd: je kan geen vriendschappelijke relatie opbouwen met een wild dier…

In het begin vond ik het boek wat langdradig, maar vreemd genoeg, zodra ze op zee zitten en er eigenlijk dus vrijwel niks te beleven valt, is dat niet meer het geval. Martel kan schitterend vertellen, de spanning in kleine details steken en je soms gewoon ook ontroeren. Af en toe verliest hij zich in (pseudo-)filosofische bespiegelingen, dat wel.

En het einde? Dat is gewoon mooi…

Enfin, geen dikke aanrader, maar zeker geen slecht boek.

 

Lectuur: “Scales of Gold” (The House of Niccolò #4) van Dorothy Dunnet

Boek vier in de reeks, en Dunnet slaagt er opnieuw in het hoge niveau van het vorige boek aan te houden. Net zoals bij The Lymond Chronicles speelt elk boek zich op een andere plaats af.

In boek 1 ontpopt Claes zich tot Nicholas en legt hij de funderingen van The House of Niccolò in Brugge en Firenze. In boek 2 zit hij in de oosterse sferen van Trebizond, boek 3 speelt zich af op Rhodos en vooral Cyprus.

Boek vier neemt Nicholas mee naar Afrika, en meer bepaald via de westkust naar Timboektoe. Het is eigenlijk zijn bedoeling om via het westen een route te vinden naar Ethiopië, maar dat kost hem bijna zijn leven. Nu, dat leven is wel meermaals in gevaar, soms door inheemse stammen, soms door zijn aartsrivaal in de Afrikaanse wateren.
En dan is er nog steeds zijn vader Simon de St. Pol die hem, nu ja, niet genegen is.

Nicholas komt meerdere malen in gevaar, moet herstellen in Timboektoe en blijft daar dan ook meerdere maanden alleen achter, bij zijn vriend Loppe, aka. Umar. Hij is er in goede handen, maar doet vooral aan introspectie.
Op die manier is hij een veranderd man wanneer hij uiteindelijk terug in Brugge aankomt. Is dat ten goede of ten kwade? Dat kom je in dit boek niet echt te weten.
Maar dat zijn persoonlijke leven een heel nieuwe wending neemt, dat is bijzonder duidelijk op het einde van het boek. Ik ben benieuwd hoe hij daarop zal reageren, en dus, ja, een cliffhanger voor het volgende boek.

Het zijn steengoeie boeken, meesterlijk geschreven, en toch… toch… Intussen weet ik wat het probleem is: Nicholas is niet sympathiek. Je leeft niet met hem noch met een van de andere personages echt mee. In The Lymond Chronicles leefde je echt mee met Crawford, hoe leep en geslepen en moordlustig die soms ook was. En er was ook altijd Jerott, of Philippa, die je niet anders dan sympathiek kón vinden.

Maar dit, dit ontbreekt hier. Misschien dat het nog komt, maar na een dikke 2500 bladzijden is het er alvast nog steeds niet.