Vol-au-vent

Ik weet niet meer hoe we erop kwamen, maar het ging hier vorige week over zelfgemaakte vol-au-vent, en hoeveel lekkerder die is dan gekochte, zelfs die van de markt.

Bart had het snode plan opgevat om er dus toch zelf eens te maken, op voorwaarde dat ik me over de kip zelf ging ontfermen, want dat was een brug te ver voor hem.

Zaterdagavond stonden we dus gezellig samen groenten te snijden: hij voor de bouillon, ik voor een pompoensoepje. De hoevekip vloog voor een dik uur in de pot en mocht dan afkoelen, zondagvoormiddag had ik ze dan maar te ontbenen en de bechamelsaus te maken met de zelfgetrokken bouillon: Bart was vroeg opgestaan en had al balletjes gerold, champignons gesneden en al de rest van het werk gedaan.

En het resultaat? Echt, dat is exponentieel veel beter dan voorgemaakte vol-au-vent, het heeft geen vergelijk. Ons pa en Wolf kregen elk nog een portie mee, wij hadden er nog over voor woensdag. Dik, maar meer dan dik in orde.

Oh, en het recept? Dat is van – wie anders? – Jeroen Meus. Veel werk, maar een ongelofelijk dikke aanrader.

Garenperikelen

Merel wil graag dat ik een gilet voor haar brei, of zoals ze het zelf zegt als rasechte Swiftie: een cardigan. Een patroon hadden we samen online gevonden, en ze was zot van het garen dat ik gevonden had in de Zeeman en waarmee ik al een mutsje had gebreid. Alleen… dat was een wintergaren met beperkte beschikbaarheid. Hmm.
Ik reed naar de Zeeman in Sleidinge waar ik de originele bol garen – ik mag het geen wol noemen want het is synthetisch – gevonden had, maar helaas. Nog een paar Gentse Zeemans – Zeemannen? – afgebeld, even binnengesprongen in die in de Wondelgemstraat, en jawel, nog drie bollen! Maar dat is minstens eentje te kort, helaas.
Ik deed een oproep op Facebook:
“Vriendjes, mijn dochter vraagt uw hulp. Ze wil graag dat ik een gilet voor haar brei en heeft fantastisch garen gevonden – vindt ze – maar we hebben één bol te kort en niks meer te vinden in het Gentse. Wie passeert eens langs een Zeeman om te kijken of er nog ergens een bol Cynthia ligt? Mijn – en vooral Merels – dank zal groot zijn!
Of pak maar meteen twee bollen!”
Meteen werden alle mogelijke Zeemans ten lande afgeschuimd: Gent, Lochristi, Roeselare, Antwerpen centrum (2), Wetteren, Zottegem, Vilvoorde, Mechelen, Tienen, Evergem, Zelzate, Ronse, Oudenaarde, Tielt-Winge, Leuven, Strombeek, Rotterdam, Ekeren…  Ik heb geschifte maar o zo wijze vrienden.

Helaas, helaas. Ik had al overlegd met Merel en desnoods gingen we de mouwen dan wel in een effen kleur breien, want dit ging niet meer lukken.
En toen kreeg ik plots een maffe foto uit Lommel:
Er was er nog eentje bemachtigd, jawel!
Intussen zit ik al zo ver, en Merel is laaiend enthousiast. Gelukkig maar.
Nog eens dankjewel, Jytte!

Moestuinvijvertjes

Bart heeft de hele zomer lang ongelofelijk veel deugd gehad van zijn twee moestuinbakken: vooral de sla deed het zeer uitbundig. Hij gaf ze dan ook consciëntieus water.

Alleen…

De laatste tijd heeft nu niet bepaald de zon veel geschenen, integendeel. Bart heeft nu geen moestuinbakken, maar moestuinvijvertjes, want die zijn heel netjes, heel mooi waterdicht gemaakt met van dat vijverzeil.

Bart heeft nog geprobeerd om te hozen, maar dat hielp weinig tot niks. Uiteindelijk heeft hij een mes gepakt en opzij onderaan een gat gestekt. Misschien gaan we dat nog betreuren in de zomer, maar nu heeft vooral de ene bak toch wel een halve dag staan “piesen”.

Hoe zou het intussen nog zijn met het grondwaterpeil?

Wafels!

Zo af en toe moet ne mens gewoon eens wafels bakken, toch? Zomaar, zonder reden, omdat ze lekker zijn.

Mijn eigen Tefal wafelijzer is niet zo’n bijzonder snel geval, maar dat ouwe ding van ons ma, haar Nova: de allerbeste, knapperigste wafels ever!

Ik heb meteen ons pa gevraagd om ook te blijven eten, en hij zei absoluut geen nee, zelfs niet na het succulente middageten met beenhammetjes en chocolademouskes. Ik snap dat wel, ja.

Schoorsteenveger

Ja, die mannen bestaan nog, ze zijn zelfs wettelijk verplicht. Alleen zijn het geen sexy jonge gasten in een zwart kostuum met hoge hoed en vegen op hun gezicht, zoals in die Britse musicals.

Nee, onze schoorsteenveger had een speciale roetzuiger, borstels op stokjes en een bouwvakkersdécolleté. Sympathieke mens, daar niet van.

Hij koterde in de schouw van de kachel en verklaarde dat hij niet verder kon. Logisch ook, daar zit een knik, en boven achter Merels kast zit een schuifje om de rest van de schouw te kunnen kuisen. Bart wist dat blijkbaar absoluut niet. Bon, wij naar boven, Merels kast versleept en schuifje open geprutst. Toen was er geen enkel probleem meer, verklaarde de man, al was het echt wel nodig dat de schouw eens onder handen was gepakt.

Daarna installeerde hij zich in de garage waar een gelijkaardig schuifje hem toegang verschafte tot de schouw van de verwarming, iets wat een pak makkelijker bleek. We hadden ook geluk met het weer: de verwarming stond nog uitgeschakeld. Die schouw was wel vaker schoongemaakt, elke keer dat er een onderhoud was van de ketel.

Soit, dat hebben we dan ook weer gehad.

 

Kerselaartjes

Bart is nog altijd verwoed met de tuin bezig, en ik vind dat helemaal niet erg.

Na de verschillende bessenstruiken  kwamen er vandaag twee boompjes bij. In samenspraak, uiteraard, want deze zijn wel invasief in het grasveld. Dat grasveld hadden we destijds voorbehouden voor rugby en voetbal en andere spelletjes, maar echt veel is dat niet gebruikt.

En nu staan er dus twee laagstam kerselaartjes. Over een jaar of vijf zouden ze vruchten moeten dragen, en ik kijk daar nu al naar uit. Ik hoop alleen maar dat ze ook willen groeien, dat ze het zien zitten in onze tuin. Bart geeft ze in elk geval al alle goede zorgen en de juiste grond en bemesting en zo.

Op hoop van zege dus.