Nog eens een mutsje
Naailes
Wolf heeft een favoriete broek en heeft er nu twee van datzelfde model bij gekocht. Op zich geen probleem, alleen is hij niet zo groot en moeten de broeken dus ingelegd worden. Hij ging dat snel even zelf doen, zei hij. Juist ja.
Maar ik ben van het idee dat mijn kinderen zo zelfstandig mogelijk moeten zijn, en dus deed ik Wolf mijn naaimachine naar beneden halen en deed een grondige uitleg aan hem en Merel. Ik heb de broek voor hem ingespeld, hij heeft ze dan afgesneden, gesurfileerd en ik heb ze dan uiteindelijk ingelegd, want als het je allereerste keer achter een naaimachine is, is dat nog niet zo evident.
Merel heeft intussen wat losse lapjes gezocht en een aantal dingen zitten naaien, gewoon als oefening. Zelf heb ik dan meteen ook de kap van een van haar vestjes genaaid, en nieuwe broekzakken voorzien voor een van Kobes jeansbroeken. Man, is me dat gepruts!
Bon, ik weet nu ook wel dat, als er iets moet genaaid worden, de kinderen nog steeds bij mij gaan komen aankloppen, maar ze kunnen nu al een draad in het machien steken, de tegendraad koppelen en basis rechtdoor naaien of surfileren. En de rest? Dat is ondervinding, ervaring en prutsen, zoals ik het geleerd heb.
Basis opvoeding, iemand?
Vest nummer drie
Ik had voor mezelf al de lange vest in het paars gehaakt en voor Gwen de korte versie in blauw.
Peggy vond die zo leuk dat ze die ook wel wilde, maar dan niet zo lang als de mijne, maar ook niet zo kort als die van Gwen, en met iets minder wijde driekwartsmouwen. Euh, ja zeker? Ik begon vrolijk te haken en twee weken later kon Peggy ze trots showen. Ik had wel haar boezem wat verkeerd ingeschat, zodat de boord een stuk breder moest, maar dat vond ze juist goed want zo heeft ze ook meer kraag in haar nek waardoor ze geen sjaaltje hoeft te dragen. Ze is toch niet van plan om ze vaak dicht te doen, ze wilde ook geen knoopjes. Bon, alweer een blij iemand dus, en dat voor zo’n twaalf euro aan garen.
Ze had ze de volgende dag toch al aan, zodat ze ze precies wel leuk vond. Alvast een goed teken.
Nog meer mutsjes, jawel
Muts zeven, acht en negen, meer bepaald.
Een van mijn collegaatjes was ook bevallen van een prachtige dochter, maar toen had ik er nog niet aan gedacht om mutsjes te maken. Ze had nog een mutsje te goed, vond ik, en ik heb er dan maar meteen twee gemaakt, eentje voor moeder en dochter, of voor de dochter voor als ze wat groter is. Ik had haar ook naar de kleuren gevraagd, en dat mocht dus wit met dat oudroze zijn.
Ik had ook al eerder geponeerd dat wie zo’n mutsje wil, dat maar hoeft te vragen. Annelies had er prompt eentje besteld in blauw met een geel bloemetje, de kleur van de sportclub van de kinderen, vermoed ik.
Al bij al dus weer een paar fijne mutsjes erbij. En als er nog liefhebbers zijn: laat maar weten!
Haakproject: een nieuwe vest
Ik vond in de Zeeman deze zomer grote bollen wol in het perfecte auberginekleur, het kleur waarin mijn haar altijd is als het net geverfd is.
Ik keek even rond en vond een heel fijn patroon om te haken. Liever haken dan breien, inderdaad, want zo kan je minder steken laten vallen én ik kan dat rustig doen terwijl ik plat in de zetel lig, terwijl je voor breien toch wat rechter moet zitten.
Het leuke eraan is dat je zelf alles kan bijstellen: langere of kortere mouwen, wijder of minder wijd, langere of kortere vest op zich… Ik opteerde voor de zeer wijde versie, die vlot tot over mijn kont kwam, want dat is nu eenmaal mijn stijl.
Ik had zelfs het geluk de perfecte knopen te vinden, want ja, ik wil ze ook dicht kunnen doen. Kostprijs van de wol? Rond de tien euro, denk ik, quasi niks dus.
En ik heb ze volledig kunnen haken terwijl ik aan het lezen was of aan het tv kijken. Win-win, zou ik zo zeggen.
Glazen theelichtjeshouders
Het hoeft in de creaclub niet altijd haken en breien te zijn, toch? Allez ja, de leerlingen zelf – meestal tussen de 20 en de 30 stuks, afhankelijk van het weer – doen een beetje vanalles: tekenen, diamond painting, kruisjessteek, scrapbooken, dat soort dingen. Jammer genoeg hebben we amper 25 minuten, veel kunnen we dus niet doen.
Vandaag had ik aangekondigd in de planner – ja, we hebben een eigen item daar – dat we glaasjes gingen versieren, en dat ze zelf glaasjes moesten meebrengen en papieren servetjes met een tekening op. Ik had nog een restje behangerslijm staan, en ik had ook wel dikke penselen mee.
Op zich is dat dus poepsimpel: je haalt de servetjes uit elkaar tot je enkel nog de flinterdunne, bedrukte laag hebt, en daar knip je het stuk uit dat je wil. Je smeert je glaasje in met behangerslijm en plakt daar dan de servet op – voorzichtig, want dat papier is al superdun, als het dan nog nat wordt van de lijm, scheurt dat quasi meteen.
Netjes laten drogen, theelichtje in, en hoppa, een zelfgemaakt houdertje. Er was een behoorlijk aantal leerlingen dat vrolijk mee deed en daar zaten echt leuke dingen tussen.
366 – 22 oktober 2024 – theelichtje
Nog meer gerenoveerde bankjes
Ik schreef het al eerder: in de vakantie ben ik begonnen met het renoveren van de hele oude schoolbankjes in het kleine lokaaltje Klassieke Talen. Ik vind ze prachtig en nieuwe, grotere banken passen er niet in en zouden er ook gewoonweg niet thuishoren. Maar die oude banken mochten dus wel eens een opfrisbeurt krijgen.
Het verloopt in stagekes: stap één kan ik enkel doen als het niet regent en één van de werkmannen me heel eventjes kan helpen: het bankje moet buiten en dan kan ik daar alles afschuren. Dat schuren duurt niet lang, het duurt eigenlijk langer om alles naar buiten te slepen en daarna weer op te ruimen.
Stap twee is het opvullen met houtvulmiddel van alle gaten en beschadigingen. Dat moet dan drogen, dus daar zit wat tijd tussen. Daarna schuur ik dat een klein beetje op en vul nog eens bij. Vervolgens wordt er nog eens geschuurd, alles netjes ontstoft en komt er een laag vernis. En dan nog een laag vernis. En pas dan, dan kan het bankje weer naar boven.
Al die stappen duren niet lang, ik ben telkens misschien tien minuten bezig, maar er zit wel behoorlijk wat droogtijd tussen, en dus telkens een andere dag. Gelukkig zijn de werkmannen ongelofelijk behulpzaam: ik heb mijn eigen hoekje in het werkkot waar het bankje mag blijven staan, samen met al mijn materiaal. En ik heb altijd wel een behulpzame collega die eventjes met zijn spieren wil rollen en dus een bankje van boven naar beneden brengt en vice versa.
Geef toe: het verschil is behoorlijk groot: op de eerste foto zie je de twee eerste bankjes al afgewerkt. Allez, het blad dan toch.
Het afgewerkte bankje zet ik hier dan ook wel eens, ik ben er voorlopig nog aan bezig…
Kampeerstoel
Ik had ooit eens een kampeerstoeltje gekocht om te gebruiken op mijn toezicht op school: ik kan geen half uur aan een stuk rechtstaan, zeker niet als ik daarna nog moet lesgeven en niet kan gaan liggen.
Kobe had die daarop ooit eens meegenomen op kamp, maar het stoeltje had dat niet overleefd. Vorig jaar waren we samen naar de Decathlon getrokken en had ik een nieuwe, iets grotere en duurdere voor mezelf gekocht en had Kobe de standaard vuilblauwe gekocht. Wolf had die in het begin van de vakantie mee naar Assen, voor UGent Racing, en daar was het stoeltje verdwenen. Niet verwonderlijk: iedereen heeft daar dezelfde, en wie zegt dat dat specifieke stoeltje het uwe is?
Soit, vorige week gingen ze dan op kosten van Wolf een nieuwe halen – dat was de afspraak: kapot of kwijt? Nieuwe voorzien – en dat werd meteen een beige, steviger geval voor hen beiden. Maar ze hadden geen zin om er hun naam op te zetten, en dus kwam de vraag of ik dat niet wilde ‘versieren’, zodat het eigenaarschap niet ter discussie kwam.
Wolf gaf me een tekening en ik zette die er met de vrije hand op. Niet dat het moeilijk was, het steekt niet zo nauw bij een bergketen, maar bon.
Het stoeltje is alleszins levend en wel van een scoutsweekend in de Hoge Rielen terug meegekomen, dus dat zit wel snor.







