Onverwachte cadeautjes

Ik had het er eigenlijk nog niet over, maar in de krokusvakantie was ik even bij een collega langsgewaaid met een gigantische hoeveelheid kleren van Merel en Kobe die te klein waren geworden, maar wel nog perfect bruikbaar.
Zij woont in een van de minder gegoede wijken van Gent en heeft buren die, door een zwaar ziek kind, alle extraatjes wel kunnen gebruiken.

Zelf is ze behoorlijk creatief, en ik kreeg prompt een envelop in handen gestopt. Hmm? Een onverwacht cadeautje, zijnde allemaal verschillende handgemaakte enveloppen en envelopjes in allerhande formaten, en vooral ook een opbergertje voor een wegwerpmondmasker. We hadden er zo eentje gekregen van Scholengroep en dat had ze nagemaakt in een veel leuker motiefje.

Altijd fijn als je zomaar, onverwacht, zoiets leuks in handen wordt gestopt, toch?

Dankjewel, Isolde!

Een cape: de heel eenvoudige werkbeschrijving

Ik had het in 2016 al over hoe je zelf een poepsimpele cape maakt met kap. Ik had er toen wel de beschrijving bij gestoken hoe je het doet, maar niet met foto’s. Nu had ik al een hele tijd geleden stof gekocht voor een cape voor Wolf, maar het was er nog niet van gekomen die ook effectief te maken. Veel werk is dat nochtans niet: op een uurtje is dat klaar, van begin tot einde. Hij kreeg de cape dus als kerstcadeautje, maar mocht zelf nog de kleur van de kraag en de sluiting kiezen.

Op zich zijn die capes zowat het simpelste dat er is, als je een beetje rechtdoor kan stikken met een naaimachine.

Je neemt een rechthoekige lap stof, breedte zo lang als je je cape wil hebben (voor mij dus 1.50 meter, voor de kinderen uiteraard een pak korter), en de lengte exact twee keer de breedte. Je neemt een stuk touw en een krijtje, en tekent een perfecte halve cirkel af op je stof. Met hetzelfde middelpunt teken je dan ook nog een kleine halve cirkel voor de halsuitsnijding.

Je knipt de halve cirkels zeer zorgvuldig uit, want de twee overblijvende, min of meer driehoekige stukken heb je nodig voor de kap.

Nu heb je twee opties: ofwel een kap met een zéér lange punt of eentje met een kortere punt.

Voor de lange punt: je legt de twee weggeknipte stukken op elkaar (als het goed is, zijn beide rechte zijden exact even lang) en stikt één van de rechte zijden aan elkaar. Je vouwt het resultaat open en maakt een mooie ‘zoom’ rond de gezichtsuitsnijding (of werkt met een bies). Daarna leg je het opengevouwen stuk op de halsuitsnijding, en past een beetje tot je het juiste plekje vindt waar de kap even breed is als de halsuitsnijding. Teken dat af, knip uit en naai vast langs de halsuitsnijding. Daarna nog het overblijvende stuk van de kap dichtnaaien, en voilà, een kap met een heel lange staart.

Voor de kortere punt: neem een van de weggeknipte stukken, vouw dat dubbel en stik de schuine kant samen. Maak een mooie zoom rond de gezichtsuitsnijding of werk met een biesje.

Leg nu je ‘hals’ op de ronde halsuitsnijding van de cape, teken af, knip en naai samen.

Wil je toch ruimer rond het gezicht, neem dan de beschrijving voor de langere punt, maar knip de punt eventueel wat bij.

Voor de afwerking kan je de cape nog een mooie zoom geven, of een biesje, of om het even wat. Je kan ook met wol en een grove biessteek een tekening op de rug maken. Zelf heb ik bij de volwassen capes zo’n nepbonten kraag genomen die je soms bij winterjassen krijgt en die vastgestikt aan de kraag, aan de binnenkant. Dat geeft een mooi effect als de kap naar beneden is en een lekker warm gevoel aan je nek als je de kap opzet.

Een lichte cape kan je gewoon twee haakjes geven als sluiting, of een mooie knoop, of een houtje-touwtje. Voor de zware varianten maak je ter hoogte van de schouders aan de binnenkant twee zeer lange, zeer stevige linten vast. Op die manier kan je die knopen rond je lichaam in plaats van jezelf de keel dicht te snoeren. Voor een versie die wat openhangt, knoop je de linten eerst onder je armen door, kruisen op de rug en een knoop vooraan. Als het koud is of het regent, knoop je de linten vooraan over de borst, en knoop je ze achter de rug. Heel stevig, en vooral geen druk aan je keel.

Enfin, een ideetje voor in deze lockdowntijden?

 

Piano stemmen

Toen we hier meer dan 20 jaar geleden zijn komen wonen, heb ik de piano van mijn ouders meegebracht. Ginder werd er toch niet op gespeeld en ik vond het een mooi ding. Trouwens, ik kon het wel gebruiken om koorpartijen in te studeren. We hebben hem toen ook uitgebreid laten stemmen door een vriend van mijn schoonouders die effectief pianostemmer van beroep was.

Nu, vandaag had Merel een notenleerles gekregen via de computer en moest ze ook een taak maken. Ze snapte iets niet helemaal van tonica’s en medianten en dominanten, en dus sloeg ik de piano open en een akkoord aan (zeugma, iemand?).

Oi! Mijn oren!

Het was duidelijk lang geleden dat ik hem nog gebruikt had, want hij stond kattevals. De meeste noten worden gevormd door drie snaren, en zodra er daar ééntje van ontstemd is, klinkt het afgrijselijk. Het was ook niet één noot die ontstemd stond, het leek wel een kattenparadijs.

Bon, de voorkant er dus uitgehaald, de stemsleutel genomen en puur op het gehoor proberen bijstemmen. Het is een kwestie van bepalen welke van de snaren voor het auditieve ongemak zorgt en die dan terug goed te zetten. Staat elke noot dan juist? Nee, want ik zorg er enkel voor dat de drie (of twee) snaren per noot gelijk staan. Zijn ze alle drie wat gezakt, dan blijf ik er af, want dan begint het moeilijk te worden. Tenzij het de spuigaten uitloopt natuurlijk. En om Wolfs stembakje te halen, daar was ik dan weer te lui voor. Maar een akkoord klinkt nu weer als een akkoord, en een Für Elise klinkt nu niet meer alsof ik Beethoven post mortem een hartverzakking wil doen krijgen.

En Merel? Die stond erbij, keek ernaar met open mond, en vond dat allemaal vree wijs. En sloeg daarna prompt een mooi akkoord aan. Met dominant.

Nog een rokje!

Merel was zo blij met haar rokje, dat ze graag nog eentje in het zwart wou ook. Ik had nu toch gewone zwarte katoen liggen, van de mondmaskers, en dus gingen we aan het werk. Mijn bevallige assistente tekende en knipte de zakken – oh ja, het is een modelletje mét zakken! – ik knipte en naaide de rechthoeken, de boorden en prutste de rekker op zijn plaats, en voilà, een tweede rokje met voldoende stof deze keer en dus nog zwieriger. En ze staat er beeldig mee!

Roze rokjes

Toen ik de pedaal van de naaimachine van ons ma liet repareren, heb ik meteen ook mijn 50 jaar oude Bernina binnengestoken, ook voor nazicht van zowel de kapotte pedaal als de machine zelf. Ik kon een nieuwe pedaal online bestellen voor zo’n 200 euro en dan nog niet eens zeker zijn dat het goed ging zijn. Maar deze enthousiaste kerel heeft dus de condensator van de pedaal vervangen, de hele machine nagekeken, de condensatoren daar vervangen en het hele ding gesmeerd en gekuist. Resultaat: het loopt als een vliemke! En ik gebruik om eerlijk te zijn toch liever de Bernina dan de Singer van mijn ma: de motor is veel krachtiger en ze is simpeler om te bedraden en zo.
Intussen is dus wel de machine van ons ma binnen voor onderhoud wegens een slecht contact aan de spoelopwinder. En zo blijven we bezig, dus.

Maar bon, ik had dus al eerder een roze mondmaskertje gemaakt voor Merel en die was ronduit zot van de stof. Het is iets dat ik letterlijk op zolder had liggen, geen idee eigenlijk waar die nog vandaag komt.

Ik heb dan online om een patroon voor een zwierig rokje met rekker gevraagd – dat was wat Merel zelf wilde – en Patricia stuurde me de link voor de @skirtalert van Bel Étoile. Ik ging nog op zoek naar een rekkerband van 2 cm, vond die simpelweg in de Delhaize, en ging aan het werk. Ik had dan ook de alleraardigste naaiassistente die patronen voor de zakken knipte, speldjes aangaf, dingen uitmat en gewoon voor een opgewekte sfeer zorgde.

Drie kwartier of zo later had ik een bijzonder vrolijke dochter in een roze rokje. Het is wel niet zo zwierig geworden als bedoeld omdat ik niet voldoende stof had, maar bon, ik vind het wel mooi, en vooral: Merel vindt het mooi.

En meer moet dat niet zijn.

Bad karma?

Zucht. Bart is daarstraks gestruikeld over de kabel van mijn naaimachine, waardoor die nu definitief de geest heeft gegeven. Als in: de kabel is uit de gesealede behuizing van de naaimachinestekker gesnokt. Drie machines in huis en geen van drie nog bruikbaar wegens dode pedalen/stekkers. En geloof me, als je nog een pedaal kan vinden van zo’n oud beestje, vragen ze er meer dan 100 euro voor, vlotjes. Daarvoor kan ik al een goedkope nieuwe machine vinden tegenwoordig.
Maar bon, ik belde naar de Singerwinkel hier in Gent, en die heeft niet alleen een zeer enthousiaste verkoper, maar ook gewoon de juiste stekker in huis. Vandaag binnensteken, morgen afhalen, zei hij. En ik mocht ook de oude Bernina meenemen waarvan de pedaal kortsluiting geeft. Hij wou de machine zelf ook zien, want blijkbaar zijn die oude Bernina’s allemaal verschillend en kan een universele pedaal ervoor zorgen dat die motor zichzelf opblaast. En laat dat nu net de kracht van dat oude beestje zijn, die sterke motor.
Dat ding weegt wel ongeveer 15 kilo, de fiets was dus geen optie. Maar Merel en ik kleedden ons beiden op, trokken een bijpassend mondkapje aan, en reden fluks naar de Steendam.
Geef toe, we zagen er fantastisch uit, toch?

Daar wist de man ons te vertellen dat het niet echt zo heel erg druk was en dat hij eigenlijk de pedaal wel kon repareren binnen het half uur. Ik stemde meteen opgetogen toe en stelde Merel voor om in ’t stad te gaan. Toen ik haar zei dat er wellicht geen ijsjes gingen zijn, verzekerde de volgende klante me dat ze wel open waren hoor, ook de Damass. Merel en ik dus daar naartoe, en effectief: ijsjes! Met afstand en handschoenen en mondkapjes, maar ijsjes, yay! We liepen dan maar naar de Graslei en gingen vijf minuten zitten op het muurtje. Ja, we wisten dat het niet mocht, en effectief, er zijn zowel zwaantjes als Draken als een gewone politieauto gepasseerd, dus stonden we meer recht dan dat we zaten.

En we kwamen ook wel wat bekenden tegen, dus al bij al werd het een uur voordat we terug waren. Niet dat dat erg was in dat zalige weer. Het deed vooral ook gigantisch veel deugd om eindelijk eens een vleugje normaliteit te hebben: rondlopen in ’t stad en een ijsje eten. Ook al waren alle winkels nog dicht, waren er geen terrasjes en zag je overal mondmaskers. Het deed gewoon deugd.

We hadden een bijzonder fijne namiddag én ik heb opnieuw een werkende naaimachine! Dik in orde, toch?

Mondmaskertijd

Ik had het al een tijd zitten zeggen dat ik mondmaskers ging maken. Bart had er niet veel vertrouwen in en bestelde er zelf al een aantal, maar intussen ben ik er – zij het met enige hindernissen – aan begonnen. Ik had nog een paar stofjes liggen, maar de jongens en Bart vroegen vooral zwart, en dat had ik niet meer. Tenzij in van die dikke dikke stof, en dat is ook niet de bedoeling of je kan niet meer deftig ademen.

Merel en ik gingen daarom deze middag de fiets op. Allez ja, ook weer een regeling zoals de vorige keer: we fietsten samen tot aan de voet van de fietsbrug, zetten daar haar fiets stevig op slot, en dan ging ze achterop, de brug over, het ziekenhuis door en zo naar de Sleepstraat. Alwaar, tot mijn verbazing, geen rij stond. Voor 18 euro heb ik twee meter zwarte katoen, een meter paarse katoen, een meter streepjes, een meter paarse bolletjes en 10 meter ronde zwarte elastiek. Ik vind dat persoonlijk  niet slecht, nee.

En toen fietsten Merel en ik terug naar haar fiets en vonden we dat het dringend tijd was voor een koekje. Of twee. Of drie :-p

Enfin, ik heb nu dus stoffen en ik kan eraan beginnen. Ik heb er intussen wel al een paar, kijk maar. Een blauwtje en een knalroze voor Merel, ook al hoeft zij dat eigenlijk niet te dragen. En Wolf probeerde het even op een alternatieve manier, maar vond dat precies niet zo comfortabel.