Street Art Wondelgem deel 3

Eerder had ik al twee reeksen van vijf labcaches gelegd om de muurschilderingen hier in Wondelgem in de, jawel, verf te zetten. Begin juli was me dat eindelijk gelukt, maar je kan dus niet onbeperkt labcaches leggen: je krijgt maar om de drie maanden een nieuwe credit. Ik moest dus wachten tot eind augustus, en toen werkte de rug niet mee.

Vandaag zag ik het eigenlijk wel zitten om eventjes de fiets op te gaan, door het vernieuwde parkje van den Dries te fietsen en nog vijf nieuwe labcaches aan de vijf volgende kunstwerkjes te maken. Ver is de afstand niet, maar dat is ook niet meteen de bedoeling: ik wil gewoon de aandacht trekken op de schilderingen. Geef toe: er zitten pareltjes tussen!

En na afloop ging ik nog even op een bankje daar aan den Dries in het zonnetje zitten om nog een paar Pokémons te vangen. Ha ja, die beesten vangen zichzelf niet. Dat is duidelijk.

Vaandel voor de Black Wolves (soortement handleiding)

Ik heb me weer iets laten aanpraten, maar later daarover meer. Laat het nu volstaan om te zeggen dat ik aangesloten ben bij een nieuwe larpcompagnie, The Black Wolves, en dat we dus dringend een vlag ofte vaandel nodig hadden.

Say no more!

Ik was eerder al langs de stoffenwinkel gepasseerd en had daar enkele meters lichtgrijze, weerbestendige stof gekocht – dus ja, iets polyesterachtig denk ik.

Vandaag begon ik dus aan dat ding.

1. Stof plat leggen, vaandel dubbelzijdig aftekenen met stofkrijt of zo. Eén zijkant ga je later dubbel vouwen, zodat dat alweer een kant minder is die je moet afzomen en naaien.

2. Uitknippen (duh) met de stofschaar

3. Tekening maken in potlood: krijt veeg je uit met je handen, en stift of stylo is moeilijker uit te wassen en zie je te goed als je foutjes maakt. Ik zette er mijn laptop met de tekening naast en probeerde zo goed mogelijk met lijnen en afstanden te werken. En ja, ik vind het wel goed gelukt, ja.

4. Inkleuren met textielverf, de lijnen eventueel eerst met textielstift.

5. Vaststellen dat je niet voldoende textielverf hebt, de lijnen dan maar afwerken met textielstift en het excuus bedenken dat jullie nog maar een beginnende groep huurlingen zijn die nog niet veel fondsen heeft en dat verf duur is.

6. Grondig strijken zonder stoom met een doek tussen, zodat je zowel de verf als de stift fixeert.

7. Alle kanten grondig surfileren – jawel, niet lui zijn en niet overslaan! – en dan netjes samennaaien aan de averechtse kant, behalve de bovenkant.

8. De goede kant naar buiten draaien, de punt goed stevig scherp maken en er een knikker of zoiets ingooien, zodat de punt naar beneden blijft hangen.

9. Vijf – in dit geval toch, kan ook meer of minder zijn – strookjes van 18 op 10 cm uitknippen, surfileren, omvouwen en die vouw strijken, en dan omzomen.

10. De vijf strookjes met de meetlat over de bovenkant van je vlag verdelen, vastspelden en de hele bovenkant vaststikken met de lusjes erin. Tip: strijk ook de om te vouwen rand van je vlag zelf plat, zodat je perfect uitkomt en daar niet mee moet prutsen.

Nog eens een mutsje

Jawel, nog eens een mutsje voor het dochtertje van een fijne collega. Ik was het even vergeten en heb dan nog snel eentje gemaakt. Goed gelukt, denk ik dan.

Naailes

Wolf heeft een favoriete broek en heeft er nu twee van datzelfde model bij gekocht. Op zich geen probleem, alleen is hij niet zo groot en moeten de broeken dus ingelegd worden. Hij ging dat snel even zelf doen, zei hij. Juist ja.

Maar ik ben van het idee dat mijn kinderen zo zelfstandig mogelijk moeten zijn, en dus deed ik Wolf mijn naaimachine naar beneden halen en deed een grondige uitleg aan hem en Merel. Ik heb de broek voor hem ingespeld, hij heeft ze dan afgesneden, gesurfileerd en ik heb ze dan uiteindelijk ingelegd, want als het je allereerste keer achter een naaimachine is, is dat nog niet zo evident.

Merel heeft intussen wat losse lapjes gezocht en een aantal dingen zitten naaien, gewoon als oefening. Zelf heb ik dan meteen ook de kap van een van haar vestjes genaaid, en nieuwe broekzakken voorzien voor een van Kobes jeansbroeken. Man, is me dat gepruts!

Bon, ik weet nu ook wel dat, als er iets moet genaaid worden, de kinderen nog steeds bij mij gaan komen aankloppen, maar ze kunnen nu al een draad in het machien steken, de tegendraad koppelen en basis rechtdoor naaien of surfileren. En de rest? Dat is ondervinding, ervaring en prutsen, zoals ik het geleerd heb.

Basis opvoeding, iemand?

Vest nummer drie

Ik had voor mezelf al de lange vest in het paars gehaakt en voor Gwen de korte versie in blauw.

Peggy vond die zo leuk dat ze die ook wel wilde, maar dan niet zo lang als de mijne, maar ook niet zo kort als die van Gwen, en met iets minder wijde driekwartsmouwen. Euh, ja zeker? Ik begon vrolijk te haken en twee weken later kon Peggy ze trots showen. Ik had wel haar boezem wat verkeerd ingeschat, zodat de boord een stuk breder moest, maar dat vond ze juist goed want zo heeft ze ook meer kraag in haar nek waardoor ze geen sjaaltje hoeft te dragen. Ze is toch niet van plan om ze vaak dicht te doen, ze wilde ook geen knoopjes. Bon, alweer een blij iemand dus, en dat voor zo’n twaalf euro aan garen.

Ze had ze de volgende dag toch al aan, zodat ze ze precies wel leuk vond. Alvast een goed teken.

Nog meer mutsjes, jawel

Muts zeven, acht en negen, meer bepaald.

Een van mijn collegaatjes was ook bevallen van een prachtige dochter, maar toen had ik er nog niet aan gedacht om mutsjes te maken. Ze had nog een mutsje te goed, vond ik, en ik heb er dan maar meteen twee gemaakt, eentje voor moeder en dochter, of voor de dochter voor als ze wat groter is. Ik had haar ook naar de kleuren gevraagd, en dat mocht dus wit met dat oudroze zijn.

Ik had ook al eerder geponeerd dat wie zo’n mutsje wil, dat maar hoeft te vragen. Annelies had er prompt eentje besteld in blauw met een geel bloemetje, de kleur van de sportclub van de kinderen, vermoed ik.

Al bij al dus weer een paar fijne mutsjes erbij. En als er nog liefhebbers zijn: laat maar weten!

Haakproject: een nieuwe vest

Ik vond in de Zeeman deze zomer grote bollen wol in het perfecte auberginekleur, het kleur waarin mijn haar altijd is als het net geverfd is.

Ik keek even rond en vond een heel fijn patroon om te haken. Liever haken dan breien, inderdaad, want zo kan je minder steken laten vallen én ik kan dat rustig doen terwijl ik plat in de zetel lig, terwijl je voor breien toch wat rechter moet zitten.

Het leuke eraan is dat je zelf alles kan bijstellen: langere of kortere mouwen, wijder of minder wijd, langere of kortere vest op zich… Ik opteerde voor de zeer wijde versie, die vlot tot over mijn kont kwam, want dat is nu eenmaal mijn stijl.

Ik had zelfs het geluk de perfecte knopen te vinden, want ja, ik wil ze ook dicht kunnen doen. Kostprijs van de wol? Rond de tien euro, denk ik, quasi niks dus.

En ik heb ze volledig kunnen haken terwijl ik aan het lezen was of aan het tv kijken. Win-win, zou ik zo zeggen.

Glazen theelichtjeshouders

Het hoeft in de creaclub niet altijd haken en breien te zijn, toch? Allez ja, de leerlingen zelf – meestal tussen de 20 en de 30 stuks, afhankelijk van het weer – doen een beetje vanalles: tekenen, diamond painting, kruisjessteek, scrapbooken, dat soort dingen. Jammer genoeg hebben we amper 25 minuten, veel kunnen we dus niet doen.

Vandaag had ik aangekondigd in de planner – ja, we hebben een eigen item daar – dat we glaasjes gingen versieren, en dat ze zelf glaasjes moesten meebrengen en papieren servetjes met een tekening op. Ik had nog een restje behangerslijm staan, en ik had ook wel dikke penselen mee.

Op zich is dat dus poepsimpel: je haalt de servetjes uit elkaar tot je enkel nog de flinterdunne, bedrukte laag hebt, en daar knip je het stuk uit dat je wil. Je smeert je glaasje in met behangerslijm en plakt daar dan de servet op – voorzichtig, want dat papier is al superdun, als het dan nog nat wordt van de lijm, scheurt dat quasi meteen.

Netjes laten drogen, theelichtje in, en hoppa, een zelfgemaakt houdertje. Er was een behoorlijk aantal leerlingen dat vrolijk mee deed en daar zaten echt leuke dingen tussen.