De beste van de wereld

En met die titel bedoel ik dan ‘man’, en het feit dat ik die heb 🙂

Oordeel zelf. Maandag ging ik om half vijf Wolf afhalen van zijn dagkamp, samen met zijn vriendinnetje. Na haar afgezet te hebben, zijn we doorgereden naar de parkeergarage van de Vrijdagmarkt (waarom is dat eigenlijk zonder -s? Iedereen in Gent spreekt van de VrijdagSmarkt) om dan met Kobe in de buggy naar Bataclan te gaan. We waren door omstandigheden vrij laat, wat ervoor zorgde dat we pas na zeven uur terug thuis waren.

Toen we rond kwart voor zes op Bataclan waren aangekomen, had ik hem nog gebeld met de vraag of hij niet afkwam. Nee, zei hij, zijn arm deed teveel zeer. Daarop had ik hem gevraagd of hij toch nog even langs de winkel wilde gaan om hesp en kaas, want ik ging macaroni (met hesp en kaas dus) maken.

Toen we dus thuiskwamen en beide kinderen moe en hongerig waren, stond Bart ons met een grote glimlach op te wachten. De tafel stond gedekt, en hij begon vanalles uit de ijskast te halen: een bord met allerhande soorten vlees, netjes opgerold, koude patatjes in de mayonaise, garnalen in de roze saus, versgekookte eitjes, een kom sla, tomaatjes met zelfgemaakte balsamicovinaigrette, gesneden meloen… En dat allemaal op het onverwacht, na een zware werkdag, in de warmte, mét een bijzonder pijnlijke arm!

Geef toe: ik heb gewoon de beste!

(Ik heb dan een dag later macaroni gemaakt, een van zijn lievelingskostjes, met later een witte Magnum als dessert, en hete compressen voor zijn blauwe arm. Ik moet hem toch vertroetelen, nietwaar?)

12 jaar

Vandaag is het exact 12 jaar geleden dat ik in een prachtige witte jurk liep te glunderen. Ik heb er geen idee van welk jubileum dat zou moeten zijn, en het kan me ook geen barst schelen.

Ik weet alleen dat ik, moest ik het kunnen/moeten herdoen, opnieuw onmiddellijk ja zou zeggen.

Meer moet dat niet zijn, toch?

Communicatiefoutje

Omdat onze beide koffiemachines kapot zijn en het Saeco service center ze komt ophalen, waren Bart en ik deze morgen druk bezig de machine die hier staat (oud beestje) in te pakken.

Daarna gaat hij Wolf en Kobe een zoen geven, geeft me een knuffel en vraagt: “Zal het hier lukken?” Waarop ik verwonderd: “Ja hoor”.

Hij verdwijnt met de koffiemachine richting auto, terwijl ik met Kobe op de arm nog even boven zijn schoentjes haal.
Terug beneden, hoor of zie ik Bart niet meer. Tiens. Ik ga even kijken in de garage, wacht even (hij is wellicht nog aan het sukkelen met die grote doos), vraag dan aan Wolf waar papa is.

“Papa? Die is toch al weg?”

Ehm. Even de telefoon gepakt, en ja hoor, Bart was al vrolijk aan het rijden. Daar stond ik, in mijn slaapkleedje, klaar om te douchen, met een ingepakte baby op de arm :-p

Gelukkig heb ik een hele lieve man die dan toch nog Kobe is komen ophalen, zodat ik ongestoord kon douchen.

Mja, ochtendcommunicatie, niet onze sterkste kant.

Ruzie

Wolf over zijn megacool kartonnen speelhuisje:

“Maar als Marthe komt, dan gaan we dat huisje wegzetten, he mama, want anders maken we weer ruzie!”

Tsja, zelfkennis op die leeftijd…

Windmolentje

Ik ben weer emotioneel vandaag.

ms102_a.jpgDaarnet ging ik mijn inktpatronen (examens moeten geprint worden, weetuwel) laten bijvullen in Evergem, en parkeerde ik zodoende aan het tegenoverliggende kerkhof.
Toen ik terug in mijn auto stapte, zag ik uit mijn ooghoeken in de halve schemering iets bewegen. Ik keek iets scherper door een getraliede opening in de kerkhofmuur, en zag een vrolijk roze windmolentje draaien in het speelse briesje. Een windmolentje waarvan ik dergelijke exemplaren al drie jaar aan een stuk in onze tuin heb staan, tot groot jolijt van mijn twee jongens.

En toen moest ik slikken: het stukje achterkant van de bijhorende zerk dat ik nog net kon zien, had de vorm van een teddybeer. Hoe vreselijk moet het zijn voor die ouders, en hoe graag moeten ze dat kind gezien hebben, als ze de moed hebben om een vrolijk windmolentje aan het grafje van hun kind te zetten.

Eventjes bleef ik gewoon zitten in mijn auto.

Toen reed ik naar huis, naar mijn wachtende examens en mijn twee rustig slapende zoontjes, en ik voelde me eventjes de gelukkigste moeder ter wereld.

Fiets

Daarnet heb ik Kobe voor het eerst met de fiets naar de opvang gebracht. Het is heerlijk weer, en aangezien hij volledig zelfstandig kan zitten, zag ik niet in waarom hij niet in het fietsstoeltje zou kunnen.

Ik vond het heerlijk, en wel hierom: toen ik een tiental meter ver was, en we dus op “snelheid” kwamen, hoorde ik een zacht gegiechel achter me. Ik keek half om, en ik zag een klein gezichtje met een ongelofelijk stralende glimlach, en kleine handjes wapperend in de wind.

Je zou voor minder met de fiets gaan, nee?

Moederdag

Hoewel ik de laatste tijd echt geen zin heb om veel te bloggen, kon ik dit echt niet voorbij laten gaan: ik was zó trots en voelde me zó geliefd 🙂

Bart heeft me gisteren namelijk laten slapen, en verdween met beide kinderen naar beneden. Ik draaide me nog even om in ons grote bed en knorde genoeglijk.
Iets na negen werd ik wakker van kleine trippelende voetjes, een zacht (nat) kusje op mijn kaak, en een klein stemmetje dat vroeg: ‘Mama? Ben jij al wakker?’ Door mijn wimpers heen zag ik twee helderblauwe ogen, twee blozende kaakjes, en vooral een bijzonder verwachtingsvolle blik. ‘Ja he, mama, jij bent wakker hé!’ Ja dus :-p

Hij stond erop dat ik dadelijk naar beneden kwam, want de koffiekoeken waren klaar, en de tafel was gedekt, en hij had véééééél cadeautjes die écht niet meer konden wachten. Gedecideerd nam hij me bij de hand, leidde me de trap af, en stond me nog nét toe dat ik even richting toilet verdween (waarbij hij geduldig bleef wachten).

Beneden wachtte me dan ook een verrassing: papa had de tafel buiten gedekt (en ik weet wat voor een hekel hij heeft aan buiten eten): onderleggers, een enkele roos in een vaasje op tafel, de baby netjes aangekleed in zijn stoeltje, een glas versgeperst fruitsap, vers gebakken croissants, en een grote caffè latte met opgeschuimde melk, precíes zoals ik hem graag heb. Ik werd toen al helemaal week van binnen, en het leukste moest nog komen: de cadeautjes!
Uiteraard mocht Wolf eerst, en hij overhandigde me een groot pak in een vrolijk doorschijnend papier. Eerst en vooral zat er een klein zelfgemaakt zeepje in, en een grote tekening: iets met waterverf, waar hij een hartje uit had geprikt, en door dat gat kwam er rood papier opgebold. Op een opgeplakt hartje stond een tekening van mezelf (nooit geweten dat ik vijftien vingers had) met de woorden ‘Ik hou van jou’. Het bijhorende versje werd prompt opgezegd 🙂 Het mooiste was echter een schilderij, canvas op triplex opgespannen: een grote gele zonnebloem op een heloranje achtergrond, met een hart van zonnebloempitjes. Ik wil niet weten hoeveel werk zijn juffen daar hebben ingestoken…
Van Bart kreeg ik twee geschenkbonnen voor één van mijn favoriete winkeltjes, BAT in de Kortemunt.
En van Kobe kreeg ik ook iets: vorige week had de crèche gevraagd om een lichtgekleurd effen kledingstuk mee te brengen. Vandaag kreeg ik het terug, netjes ingepakt en met een lekstok in de strik (die prompt werd geclaimd door Wolf natuurlijk). Er stond een grote opdruk op, een foto van mijn in een varkentje geschilderde Kobe 🙂 Op de achterkant staat dan, netjes in een vierkantje geschreven, met roze letters: “Mijn mama heeft een super lief klein knorretje”.

Enfin, nodeloos om te zeggen dat mijn dag eigenlijk niet meer stuk kon. Om eerlijk te zijn, ik geniet er nog steeds van 🙂

moederdag.jpg

[Wijvenweek] Wat mannen niet begrijpen

Ik heb een bijzonder begrijpende echtgenoot, eentje die eigenlijk geen woorden nodig heeft om te begrijpen hoe ik me voel, en waar ik behoefte aan heb. Ik weet het, ik heb blijkbaar een uitzondering vast. En toch zijn er dingen die hij niet begrijpt of niet kan, maar dat verwoordt hij dan zelf (een bericht op zijn blog van in december):

Wij mannen zijn waardeloos.

We bouwen luchtkastelen met bedrijven en netwerken, RSZ en BTW, cash-flow en return on investment. We spreken van micro- en macro-economie, en doen alsof we de wereld laten draaien.

Maar, lieve vrouw, het zijn fantomen en spiegelingen. Enkel bedoeld om te verdoezelen dat als het er echt op aankomt we er niet veel van bakken.

Als om halfvijf ’s nachts onze vier maanden oude baby ziek is en zijn bedje onderkotst, dan wordt pijnlijk duidelijk hoe waardeloos we zijn.

Dan zitten we slaapdronken als een harige aap op de rand van het bed. En we zien hoe jij de baby troost, zijn kleertjes ververst, de kots van de vloer opveegt, zijn matrasje omdraait, verse lakentjes uit de kast haalt, zijn bedje opnieuw opmaakt, zijn snotneusje schoonmaakt, hem terug onderstopt en zachtjes troost. Dan kijken we me onze onderkaak naar voren hoe jij plots als een Indische godin acht armen en handen blijkt te hebben.

Dan hebben we precieze, doelgerichte orders nodig. Niet ‘haal eens verse kleren’, maar wel ‘haal in de lange kast van de kleine slaapkamer, tweede schuif rechts, een wit onderhemdje van de linkse stapel’. Want wij mannen, wij weten nooit iets liggen.

En je zal zien, lieve vrouw, dat dit net de nacht is waarin we onze lievelingspyama aan hebben, die pyama die vijftien jaar oud is en net een paar keer te veel gewassen. Waarvan de rekker het eigenlijk begeven heeft, maar die we niet kunnen opgeven omdat hij te vertrouwd aanvoelt. En dan kunnen we niet snel om zo’n wit onderhemdje lopen, want dan hebben we één hand nodig om onze pyamabroek op te houden. Wij zijn echt waardeloos.

En als alles dan voorbij is, dan houden we jou en de baby stevig vast, tot jullie in onze armen zachtjes in slaap vallen.

Want dat, beste schat, is ongeveer het enige wat wij mannen wel kunnen: jullie liefdevol vasthouden. Daar zijn we nu eens niet waardeloos in. 

Weet je? Ik zie hem graag…

Mijn twee schatten :-)

De foto is speciaal getrokken voor een goeie vriendin in den Ameriek, maar ik vond hem zelf zó wijs dat ik hem u niet wilde onthouden. Van enige misplaatste moederlijke trots is – uiteraard – totaal geen sprake :-p

tweebroertjes.jpg

Content

Bart heeft me daarstraks gebeld, zo rond twintig over zeven.
Ik was, op totaal onverwacht verzoek, met Wolf naar mijn ma gereden, zodat hij daar kon spelen met zijn neefje Alexander. Allebei waren ze wildenthousiast, en ik vond het ook best leuk. Aangezien ik erover had getwitterd, had ook Bart dat gelezen. Toch handig, zo’n Twitter :-p

Hij wilde weten hoe we het stelden (ikke met een verstuikte voet, Kobe met een bijna-longontsteking), en vroeg heel liefjes of ik het niet erg zou vinden dat hij met een paar mensen op restaurant zou gaan, aangezien hij die dag nog niet gegeten had. Uiteraard vond ik dat niet erg. Meer nog, ik ben zelfs blij 🙂 Het is al lang dat ik vind dat Bart iets van een hobby zou moeten hebben, iets dat vooral niet Netlash-gerelateerd is, en waardoor hij zou kunnen ontspannen en zich amuseren. Alleen… hij is eigenlijk in niet veel anders geïnteresseerd dan alles wat met het web te maken heeft, de achterliggende mechanismen, how to beat the system en dergelijke. Tsja, dat komt ervan als je van je hobby je beroep maakt natuurlijk.

In elk geval zit ik nu alleen thuis, liggen de kinderen netjes te slapen, en vind ik dat eigenlijk wel wijs. En ik hoop vooral dat het hem smaakt 🙂