Haven Mini

Ik was wel verbaasd toen ik ergens in december de uitnodiging kreeg: de mensen van de Blauwe Lotus (voor wie niet mee is: dat is een van de facties op de Havenlarp, waar ik die beschilderde met haar pluimen speel) wilden eens met ons samenzitten en dus een avond een mini plannen. Enkel Blauwe Lotus en Taoxka. Euh, oké dan?
Mireille, Sabrina en ik konden ons vrijmaken, net zoals een tiental mensen van de Lotus en twee van spelleiding. Jawel, het was gesanctioned met scenario en al.

We zaten in een kleine hoeve met slaapplaats in Rijmenam, en er is die avond vooral veel gediscussieerd en informatie samengelegd, wat wel eens nodig was, ja. Veel bijgeleerd, inderdaad.

Ook wel een fijne avond gehad, dat ook. En netjes tegen twee uur gaan slapen. Ik had nog getwijfeld of ik ’s nachts nog naar huis zou rijden, maar daar zag ik eigenlijk toch tegenop. Bart is grieperig, en morgen moet Kobe om tien uur in Sleidinge staan voor zijn GEJOconcert. Dan moet ik nog koken, de was doen en mijn vader ophalen, het wordt nog druk.

Goh ja, als ik hier dan om kwart voor negen kan vertrekken, moet dat wel lukken, zeker?

Parkje

’t Is prachtig weer vandaag, en ik ben dus met de fiets naar school gegaan. Maar eigenlijk had ik nog helemaal geen zin om weer gewoon binnen te gaan zitten na de les – op donderdag ben ik klaar met lesgeven om 12.55 uur – ook al ligt er een pak werk op me te wachten.
Ik ben dan maar even met de fiets in het parkje naast de school mijn caches gaan bekijken. Lees: gaan controleren of alles nog wel in orde was, of ze er nog zaten, nog droog waren en nog niet vol. Cache-onderhoud dus, zoals ik eind december al met ééntje ervan had gedaan.

Ik fietste van cache naar cache en stelde vast dat alles nog was zoals het hoorde. En stelde ook vast dat het park er in dit weer wel vreselijk modderig bij ligt: mijn jeans zat compleet onder de spatten, en op een bepaald moment dreigde ik zelfs vast te rijden met mijn fiets. Ugh.

Maar andere plekjes zijn dan wel weer prachtig. In elk geval genoot ik van het zalige weer en mijn elektrische fiets. Dat het maar snel lente wordt!

Gevuld dagje Brussel

Deze morgen zat ik om twintig over zeven al in mijn auto richting Dampoort Station. Omdat ik eigenlijk nooit op dat uur de Gentse binnenring op moet, had ik geen risico genomen qua files, wat ervoor zorgde dat ik gewoon vijfentwintig minuten te vroeg in het station stond. Du jamais vu!

Enfin, de trein op dus. Helaas was er even niemand te bespeuren op het perron en heb ik dan zelf maar mijn roltasje op de trein gezet. Geen goed idee, blijkbaar. Meh. Maar de roltrap naar boven werkte al. Naar beneden was er een lief jongmens om te helpen. Nog die chance.

Ik deed een klein ommetje voor een geocache en tekende om 9.00 uur netjes present in het Sint-Jan-Berchmanscollege voor de jurering van de Latijnolympiade, de Cicerovertaling. En blijkbaar zat ik in een goede groep, want we waren het telkens snel eens over de puntentoekenning, een paar kleine maar vruchtbare discussies niet te na gesproken.

Ik had er eigenlijk op gerekend dat we zouden bezig zijn tot een uur of drie ’s middags, en dan om half zes vergadering met het Certaminacomité. Ik had dus mijn computer meegebracht om eventueel nog wat te werken, maar toen bleken we iets over twaalven al klaar. Hah!

Ik ging met een paar anderen om een broodje, discussieerde nog even met de andere comitéleden over de nieuwe manier van jureren, en stelde toen vast dat het nog geen twee uur was, en ik dus dik meer dan drie uur had in Brussel voor mezelf.

Ik negeerde de miezerregen en ging op wandel richting enkele geocaches, maar wel vaagweg in de richting van de Bozar. Onderweg zag ik een paar mooie dingen, zoals de gedichten van Marguérite Yourcenar en dergelijke.

Toen ik een beetje uitgeregend in de Bozar binnenkwam, vond de rug het tijd voor een rustpauze, en dus installeerde ik me met mijn boek bij een koffie in het museumcafé.

En toen ging ik me verdiepen in de verschillen tussen Magritte en Dalí en stelde vast dat er vooral zeer veel gelijkenissen waren. Knappe tentoonstelling, echt de moeite.

Maar dat stilstaan en geslenter in een museum, dat is duidelijk redelijk funest voor een rug, zo bleek nog maar eens. Ik stapte toen stevig door, terug richting het college, maar de grens van het comfortabele was duidelijk overschreden. Ik had nog een dik kwartier op overschot en ben toen maar even gaan liggen, waar de rug duidelijk dankbaar voor was.

Bon, vergadering dus, en dan gaan eten in De Schieve Lat, een typische Brusselse brasserie met verrassend lekkere frieten en vol-au-vent.

Gwen en ik hebben ons dan nog gerept om een trein te halen om kwart over tien, en toen bleek volgens de app van de NMBS dat we in Sint-Pieters meer dan een half uur gingen moeten wachten voor we de verbinding met de Dampoort gingen hebben. Ugh. Dat kon mijn rug helaas niet meer hebben.

Ik heb dan Bart gebeld die ons is komen halen en ons naar de Dampoort heeft gevoerd, waar mijn auto stond. Alleen… bleek in Sint-Pieters dat er wel degelijk nog veel snellere aansluitingen waren, maar dat de app het niet nodig had gevonden ons die te tonen. Meh. Bart dus quasi voor niks laten komen. De lieverd…

Thuis ben ik plat in de zetel gegaan. Hopelijk draag ik hier morgen niet de gevolgen van, maar ik denk het niet: de rug is gewoon moe, maar niet geprikkeld.

Lectuur: de Rivers of London (Peter Grant) serie van Ben Aaronovitch

Birgit had me deze reeks aangeraden als lichtvoetig, makkelijk te lezen, en geschreven door een van de schrijvers van Doctor Who. Tsja, hoe kan een mens dan weerstaan?

Het gaat – alweer – om een hedendaagse wizard, maar dan weer in een compleet andere setting dan Harry Dresden of Matthew Swift. Peter Grant is namelijk een jonge politieagent die in de tovenaarswereld rolt, en vaststelt dat de Metropolitan Police in Londen blijkbaar ook een aparte afdeling heeft voor alles wat met het bovennatuurlijke te maken heeft. Zijn inspector is iemand die zo weggelopen lijkt uit de oerbritse films van na de wereldoorlog, strak in het pak en al. Uiteraard levert dit een pak bizarre situaties op, maar eigenlijk vooral een reeks politiedetectives van meer dan deftig niveau met een tovenaarsinsteek. En uiteraard ook een belangrijke rol voor de rivieren in Londen, maar dat moet u vooral zelf ontdekken.

Het leuke is ook dat de boeken wel degelijk verder bouwen op het overkoepelende verhaal, en dat het niet alleen om zeven romans gaat, maar ook daartussen een reeks graphic novels waarin ook dat overkoepelende verhaal verder loopt, en er zit zelfs een luisterboek tussen, maar daar ben ik nog niet geraakt.

Leest het vlot? Welzeker, je gaat je vrij snel identificeren met het hoofdpersonage, maar het zijn ook gewoon goed geschreven detectives, en meer moet dat niet zijn, vind ik.

Fijne vakantielectuur, niks hoogstaands, maar gewoon leuk. Een aanrader dus.

Gezellig zondagje

Ons pa ging vandaag op restaurant met zijn schoonbroers, en dus waren wij onder ons vijfjes. Bart besloot prompt dat hij niet ging koken, maar dat we ergens gingen eten, en reserveerde meteen een plekje in het restaurant onder de stadshal. Alleen hadden we er niet meteen aan gedacht dat het net dan nieuwjaarsdrink was van ’t stad Gent. Niet dat dat erg was, maar het was er wel een beetje druk.

Enfin, we aten er zeer lekker – het beenhammetje is er een sterke aanrader – en genoten van elkaars gezelschap.

Ik wilde om drie uur naar een toneelstuk in de NTG, en er was dus nog net genoeg tijd over om met het hele gezin in het reuzenrad te gaan dat al een hele tijd op de Korenmarkt staat.

Machtig zicht over het centrum, alleen vond ik het niet zo tof dat Bart plots begon te schommelen: hoogtevrees, it’s a thing.

Daarna reden zij weer naar huis, en ik, ik ging netjes op tijd naar de NTG, voor “Familie” van Milo Rau. Maar da’s voor een volgende post.

Toonmoment oude instrumenten: blazers

Merels blokfluitleerkracht had het al lang op voorhand aangekondigd: er zou een toonmoment zijn op vrijdag, en Merel zou ook een stukje moeten spelen. Niet dat ze al veel kan – ze is eigenlijk dit jaar weer vanaf nul begonnen met een nieuwe leerkracht en een nieuwe methode – maar toch. Deze toonmomenten vervangen eigenlijk de examens van vroeger, en maken de leerlingen meteen ook vertrouwd met een publiek en met de nodige stress.

Merel had eerst nog les van half vijf tot half zes, en intussen zat ik prinsheerlijk in de Labath, waar Merel me nog even vervoegde voor een warme melk met honing. Daarna hadden we nog een half uur zoet te maken, waardoor we in de C&A verzeilden en allebei een coole gilet meenamen. Merel ziet er op slag zo volwassen uit…

Enfin, toonmoment dus. Tot mijn grote verbazing was dat meteen een toonmoment – noem het gerust een klein concertje – met alle mogelijke oude en minder oude blaasinstrumenten, vaak begeleid op de klavecimbel. De max! Er waren de diverse soorten blokfluiten, al dan niet in combinatie, maar ook verschillende cornetto’s, iets wat ik nog niet kende en dat niks te maken heeft met ijsjes. Blijkbaar is het een oud houten blaasinstrument, licht gekromd, met een speelmanier tussen blokfluit en klarinet in. Oh, en ook bazuinen, de middeleeuwse vorm van trombones. Bizar, maar wel mooi! Ik dacht altijd dat die toeters die ze in de tekenfilms gebruiken om koningen aan te kondigen, bazuinen waren, maar dat zijn een soort simpele trompetten. Een bazuin is wel degelijk een schuiftrompet dus. Oh, en er bestaat dus ook een mega vierkante basblokfluit. Allez jong!

Enfin, leerrijke avond gehad dus. En een Merel die goed heeft gespeeld ^^

Vriendinnetje

Ik blijf dat raar vinden, dat je iemand een jaar niet gezien hebt, afspreekt en dan meteen gewoon bij elkaar in de auto stapt en begint te kletsen alsof het gewoon nog vorige week was dat je zitten tetteren hebt.

Ik heb dat met een aantal vriendinnen die ik al jàren ken, en in het specifieke geval van Sophie zijn dat er 36… Intussen slagen we er toch in om één keer per jaar af te spreken, meestal omdat één van ons een malheur heeft. In 2017 zat ik met mijn rug en kwam zij naar hier, vorig jaar had zij een galblaasoperatie gehad, en nu zat ze met haar voet in de plaaster wegens gebroken. Allez ja, intussen gelukkig een brace waar ze voorzichtig op mag lopen.

Ideaal excuus voor mij, dus, om vandaag even tot in Aaigem te rijden, haar op te pikken, en gezellig samen bij een uitstekende Italiaan in Lede te gaan eten. En intussen honderuit te kletsen over vooral ons familie – we kennen elkaar al zo lang dat we ook elkaars ouders en broers kennen, we zijn zelfs ooit samen op vakantie geweest – maar ook over het werk en alle mogelijke andere idiote onderwerpen.

Oh, en in Lede was er uiteraard een geocache die we niet konden laten liggen. Hehe.

Ik moest helaas om vier uur terug in Wondelgem staan om Kobe naar de fagotles te brengen, maar het deed deugd, elkaar nog eens zien.