Verjaardagsfeestje van Lieze

Een heus verjaardagsfeestje, met een meute kinderen binnen, dat is nog eventjes niet toegestaan. Maar Lieze, Merels beste vriendin al sinds de kleuterklas, werd vandaag 11 jaar. Het cadeautje had Merel al een maand of zo klaarliggen, feestje of niet. Ze was sowieso van plan om dat vandaag mee te nemen naar school, maar gisteren kwam dus de vraag of zij en Julie, de derde in het triumfeminaat, vandaag toch niet wilden komen spelen. Voornamelijk buiten, uiteraard, maar die drie hangen sowieso altijd aan elkaar, zoveel (meer) kwaad ging dat toch niet kunnen.

Merel stond erbij te juichen en vertrok vandaag dus zelfstandig met de fiets, het cadeautje in de fietstas. ’t Is wel een gemak, zo’n groter wordende dochter: ze moet niet meer overal naartoe gebracht worden, ze kan veel zelf.

Enfin, er werd druk gespeeld, gegiecheld, getaterd en vooral ook taart gegeten.

Het wordt stilaan tijd dat het ook voor de kinderen weer eens wat normaler wordt, voor ze er onderdoor gaan, maar een dag als vandaag, dat maakt veel goed. Gelukkig maar.

Lectuur: “The Spring of the Ram” (The House of Niccolò #2) van Dorothy Dunnet

Bij de nummer 1 van deze reeks had ik mijn bedenkingen: Dunnet schrijft schitterend, maar in vergelijking met haar vorige reeks The Lymond Chronicles viel deze wat lichter uit. Het probleem zat hem vooral in het hoofdpersonage: waar je eigenlijk meteen als een blok viel voor Francis Crawford, heeft Nicholas Van Der Poele lang niet diezelfde aantrekkingskracht. De plots zitten nochtans even vernuftig in elkaar, het verhaal is exotisch en goed geschreven, en toch…

Maar ik moet het toegeven: Nicholas wordt intrigerender naarmate het verhaal vordert. Is hij in het eerste boek nog de weesjongen die zich opwerkt van leerjongen tot baas van de ververij, dan krijgt hij hier veel meer vrij spel. Ja, zijn verleden achtervolgt hem nog steeds keihard, hij moet opboksen tegen vooroordelen en achterdocht, maar er komt meer en meer vlees aan het personage. Nicholas en zijn kompanen – of waren het nu toch babysitters? – verzeilen met enige omwegen in Trebizond – het huidige Trapzon in Turkije – dat zowat het laatste Byzantijnse bolwerk is. Hij moet opboksen tegen zijn rivalen en doet dat op een geniale, zij het bij momenten zeer gewaagde manier.

Het grote verschil met Lymond is dat die zich meteen “entitled” voelde, de macht nam en voor de directe aanpak koos. Nicholas heeft helaas dat privilege niet: hij wordt er steeds aan herinnerd dat hij van zeer lage komaf is en dus sociaal geen enkele status heeft. De directe aanpak zou hem meteen de doodstraf opleveren, en hij moet dus indirect te werk gaan. Steeds vraag je je als lezer af: was dit nu zo gepland, of is dit een samenloop van omstandigheden? Is Nicholas nu echt zo geslepen, of is hij toch nog naïef? Of ben je zelf als lezer nu naïef aan het zijn? Heeft hij nu de dood van bepaalde mensen op zijn geweten of niet?

Bij de Lymond Chronicles was het beste boek veruit hetgeen zich in de Levant afspeelde, aan het hof van sultans en emirs. Ook hier kan Dunnet zich helemaal laten gaan in het beschrijven van de Oosterse omgeving, al gaat ze niet zo ver als de vorige keer.

Al bij al levert het een intrigerend, bijzonder goed geschreven verhaal op. Maar, nog steeds: Lymond it ain’t.

Eerste officiële bezoek binnen!

Jawel, we halen alweer een mijlpaal vandaag!

Tweede Sinksen, en dus een ideale dag om Barts broer en diens gezin uit te nodigen om te komen eten. Bart had heerlijk gekookt – een rosbiefje met frietjes – en de kinderen genoten van elkaars gezelschap. Vooral Bo wou zijn peter Wolf nog eens zien, en de jongens hebben dan ook gevoetbald.

Buiten zitten zat er niet echt in: koud en soms ook nat, maar gelukkig mocht het ook alweer binnen, zij het met afstand.

Er was ook taart, uiteraard, en ook die ging vlotjes binnen.

Oh, en Merel en ik hebben een heel fijn cadeau gekregen van Else: een soortement doe-het-zelf bloemstuk. Ik dacht eerst dat Else met een pizzadoos binnenkwam, maar het was een ring, een assortiment droogbloemen en een handleiding. Het ziet er wreed wijs uit, Merel en ik gaan dat eens samen in elkaar steken. En dan vechten waar het mag hangen ^^

Enfin, fijne dag, voorwaar.

Parmenides

In het zesde ben ik momenteel weer bezig met Antieke Filosofie, en ik geef dat dus dolgraag. Je kan quasi geen enkele filosofie echt begrijpen zonder in te zien waar de denkprocessen vandaan komen, en die komen dus van die Grieken.

De leukste les is en blijft Parmenides en zijn leerling Zeno, gewoon omdat dat een gigantische mindfuck is, zoals de leerlingen het noemen.

Ik vat even de voorlopers samen (want ook Parmenides kan je niet echt begrijpen zonder zijn voorgangers):

  • de mens probeert de natuurverschijnselen en de realiteit om zich heen te verklaren met goden en mythes
  • Thales van Milete is een astronoom en kan dus zonsverduisteringen voorspellen. Ergo: geen goden. Er is een oerelement, en dat is water.
  • Anaximander: water is te concreet als oerelement, dat moet het onbepaalde zijn.
  • Anaximenes: Onbepaalde? Ja, zo kan ik het ook. Het oerelement is lucht: niet tastbaar zoals water, maar ook niet zo vaag als onbepaalde. En alles heeft lucht nodig, zonder ga je dood.
  • Pythagoras: Meh, oerelement: alles is wiskunde. En het getal 10. En wiskunde.
  • Heraclitus: Oerstof? Goh ja, als het moet, vuur dan. Maar als we dan toch met principes bezig zijn: alles is opgebouwd uit tegengestelden. Zonder dag geen nacht, zonder warm geen koud. Oh, en panta rhei, alles vloeit, alles verandert voortdurend.

En dan komen we bij Parmenides. Hij is de filosoof, hij weet het beter dan 99.99999% van de mensen, οἱ πολλοί. Je zintuigen bedriegen je, je mag enkel voortgaan op de ratio.

Over het heelal kan je drie dingen zeggen:
1. het is en het kan niet anders dan zijn
2. het is niet en kan onmogelijk zijn
3. het is en het is niet.

Stelling twee wijst hij af omdat er toch ergens iets bestaat, anders zouden we niet denken (cfr. Cogito ergo sum van Descartes).

Stelling drie is wat de meeste mensen denken: een kind bestaat niet, wordt geboren, groeit op en sterft. Bestaat niet, bestaat wel, bestaat niet meer.
Onzin, zegt Parmenides: want dan komt het vanuit stelling 2 en gaat terug naar stelling 2, en die heeft hij afgewezen.

Ergo, als je puur rationeel denkt (en uiteraard een denkfout maakt):
1. Het zijnde is eeuwig. Ha ja, want anders zou het ooit moeten begonnen zijn of eindigen en in stelling 2 zitten.
2. Het zijnde is onveranderlijk (Eat that, Heraclitus!). Want als het zou veranderen, zou het moeten veranderen naar het niet-zijnde, quod non.
3. Het zijnde is één. Want het alternatief is het niet-zijnde.

Conclusie: we zijn er helemaal niet. Of toch niet als individu, dat zijn maar onze zintuigen die ons iets wijsmaken. U bent er niet. U bent één met de laptop of gsm die u vasthoudt. En met de zetel. En met de bus. En met het coronavirus. En die beweging die u ziet? Quatsch, bestaat helemaal niet. Matrix, als het ware.

Bon, lees het nu maar eens opnieuw. Tenzij je Parmenides kent, natuurlijk. Het probleem is: puur theoretisch heeft hij gelijk, maar de werkelijkheid zegt uiteraard iets anders.

En dan zijn er de paradoxen van Zeno, waar je al helemaal grijs haar van krijgt. Ik pik de uitleg even van Wikipedia, want die is eigenlijk bijzonder goed:

De snelvoetige Achilles gaat een wedstrijd aan met een schildpad. De schildpad krijgt een voorsprong. Wanneer Achilles het punt A bereikt, waar de schildpad kort tevoren was, is de schildpad intussen bij punt B aangekomen. Arriveert Achilles bij dit punt B, dan is de schildpad intussen aangekomen bij punt C, enzovoorts.

De Schildpad daagde Achilles uit voor een hardloopwedstrijd. Hij beweerde dat hij zou winnen als Achilles hem een kleine voorsprong gaf. Achilles moest lachen, want hij was natuurlijk een machtige strijder, snel van voet, terwijl de Schildpad zwaar en langzaam was.

“Hoeveel voorsprong?” vroeg hij de Schildpad met een glimlach.

“Tien meter,” antwoordde deze. Achilles lachte harder dan ooit.

“Dan ga jij zeker verliezen, vriend” vertelde hij de Schildpad, “maar laten we vooral rennen, als je dat graag wilt.”

“Integendeel,” zei de Schildpad, “ik zal winnen, en ik kan het je met een eenvoudige redenering bewijzen.””

“Kom op dan,” antwoordde Achilles, die al iets minder vertrouwen voelde dan eerst. Hij wist dat hij de superieure atleet was, maar hij wist ook dat de Schildpad een scherper verstand had, en dat hij al vaak een discussie met het dier had verloren.

“Veronderstel,” begon de Schildpad, “dat u me een voorsprong van 10 meter geeft. Zou u zeggen dat u die 10 meters tussen ons snel kunt afleggen?”

“Zeer snel,” bevestigde Achilles.

“En hoeveel meter heb ik in die tijd afgelegd, denkt u?”

“Misschien een meter – niet meer,” zei Achilles na even nagedacht te hebben.

“Zeer goed,” antwoordde de Schildpad, “dus nu is er een meter afstand tussen ons. En zou u die achterstand snel inlopen?”

“Zeer snel inderdaad!”

“En toch zal ik in die tijd verder gegaan zijn, zodat u DIE afstand moet inhalen, ja?”

“Eeh, ja” zei Achilles langzaam.

“En terwijl u dat doet, zal ik een stukje verder gegaan zijn, zodat u steeds een nieuwe achterstand moet inlopen” ging de Schildpad stug door.

Achilles zei niets.

“En zo ziet u, elke periode dat u bezig bent uw achterstand in te halen zal ik gebruiken om een nieuwe afstand, hoe klein ook, aan die achterstand toe te voegen.”

“Inderdaad, daar valt geen speld tussen te krijgen,” antwoordde Achilles, nu al vermoeid.

“En zo kunt u nooit de achterstand inlopen,” besloot de Schildpad met een sympathieke glimlach.

“U heeft gelijk, zoals altijd,” besloot Achilles droevig – en gaf de race gewonnen.

Conclusie: de achterstand wordt kleiner, maar Achilles haalt de schildpad ogenschijnlijk nooit in. Dit is een paradox, want in werkelijkheid zou Achilles de schildpad wel inhalen.

(Door Daniele Pugliesi – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=27640179)

De hele uitleg waarom dit niet klopt (inclusief limieten en al dat soort dingen) staat op wikipedia uitgelegd.

Een ander pareltje van Zeno:

Een vliegende pijl neemt achter elkaar verschillende, nauwkeurig te omschrijven plaatsen in. Als we zo’n pijl op een ondeelbaar ogenblik beschouwen, bevindt hij zich op een vaste plaats in de ruimte. Alle eigenschappen van de pijl op dat moment zijn vast te leggen en te omschrijven. Ten opzichte van die plaats in de ruimte is hij dus in rust. Maar wanneer hij op elk moment in rust is, dan is hij ook gedurende de hele vlucht in rust. De pijl beweegt zich niet.

Tot in deze tijd hebben denkers zich over deze argumenten het hoofd gebroken.

Zeno’s paradoxen lijken vandaag misschien triviaal, maar ze vormden een groot probleem voor de filosofen van de oude tijd en de middeleeuwen. Pas in de 17e eeuw vond men een bevredigende oplossing in de wiskundige resultaten op het gebied van oneindige reeksen en calculus.

Naar moderne inzichten wordt de paradox opgelost door het fundamentele inzicht van de calculus dat een som van oneindig veel termen een eindig resultaat kan opleveren. Het oneindige aantal tijdsspannes dat Achilles nodig heeft om de vorige posities van de schildpad te bereiken, leveren bij elkaar opgeteld een eindige totaaltijd, en dat is inderdaad de tijd die Achilles nodig heeft om de schildpad in te halen.

De paradox van de vliegende pijl kan echter ook op een meer fysische wijze worden benaderd, en wel als een gevolg van een te beperkt begrip van de toestand van de pijl. Deze toestand werd geacht volledig te worden gekarakteriseerd door uitsluitend de plaats van de pijl. Daardoor kon er geen onderscheid gemaakt worden tussen toestanden waarin de pijl verschillende snelheden heeft. Dit laatste is pas mogelijk geworden in de newtoniaanse mechanica waarin de toestand wordt gekarakteriseerd door plaats en snelheid (c.q. impuls). Door deze generalisatie van het toestandsbegrip wordt de paradox geheel opgeheven. Ze is daarmee een illustratie van het feit dat paradoxen in het algemeen optreden als er begripsmatige problemen zijn in de theorievorming.

Het ontbreken van de snelheid in het antieke toestandsbegrip heeft mogelijk te maken met de afwezigheid van het begrip instantane snelheid dat pas kon worden geïntroduceerd na ontwikkeling van het wiskundige limietbegrip. De paradox van de vliegende pijl is daarvan echter onafhankelijk omdat ze ook optreedt wanneer we ons beperken tot constante snelheden.

Snapt u waarom dit een les is waaruit de leerlingen met koppijn naar buiten komen? Zalig, toch?

Antwerpen

Jawel, het komt nog goed met dat sociaal leven! Vorige week verschillende mensen op mijn terras, vandaag heb ik zelf de auto genomen richting Antwerpen.
Bart had zijn kasten uitgekuist en twee Macbooks gevonden die niet meer wilden opstarten, en ik had gevraagd of iemand daar nog iets mee kon doen. Philip zag dat onmiddellijk zitten, maar we wilden die dingen eigenlijk wel rap uit ons huis.
Rond een uur of vier reed ik dus richting Frankrijklei, naar Philips appartement, nog voor heel even toch. Nu mag je dus ook binnen mensen ontvangen, zolang je maar op afstand blijft, iets wat we dan ook deden. Ik zette me op ’t gemak in een zetel terwijl hij goulash maakte, en we kletsten honderduit. Alweer niet eens over larp, en daar ken ik hem tenslotte van.

Terwijl de goulash opstond, maakten we een wandelingetje doorheen de wijk, want het regende eens niet en ik wilde graag een labcache doen “Met de begijntjes op pad”. Ik heb er Spaanse omwallingen gezien waar ze zo ongelofelijk veel meer mee kunnen doen, en dan de buitenkant van het begijnhof en zo. Fijne wandeling, nog veel beter gezelschap.

En toen wandelden we over straat als twee moslims in de ramadan: ik met een boodschappentrolley vol gerief, hij met een grote kookpot ^^ Maar op die manier leerde ik ook eens Margaux kennen, Philips vriendin met wie hij binnenkort gaat samenwonen. We aten goulash, kletsen vooral over sterrenrestaurants en hadden een zeer gezellige avond.

Dikke merci, Philip! De volgende keer is bij mij!

Kleine meisjes worden groot

Zaterdag kreeg ik op GIFT van een oud-leerlinge twee hele fijne lichtenslingers. Ik had die gezien, ze woont vlakbij ons, en ik dacht dat het wel iets voor Merel ging zijn: blauwgroene blaadjes met lichtjes. Er bleek zowaar nog een tweede slinger bij te zitten, eentje met grote doorzichtige wasspelden om kaartjes en foto’s aan op te hangen.

Merel was door het dolle heen, en ging meteen zelfs haar kamer een beetje herinrichten. Een kader met een gedichtenposter die toch wat kinderlijk is qua tekening, mocht vertrekken. Het merendeel van haar knuffels heeft ook tijdelijk een ander onderkomen, en de lichtjes hangen op. Er hing al een lichtsnoer dat ze had ingepikt na kerstmis.

Tegen bedtijd kwam ze me halen: of ik niet eventjes wilde komen kijken.  En ja, ik was onder de indruk. Ze heeft duidelijk oog voor stijl, die dame.

En de kleinemeisjeskamer wordt langzamerhand een tienerkamer…

Nog meer sociaal gedoe en al!

Donderdag hadden Arend en Mireille hier gezeten en ’s avonds dan de DnD groep, gisteren kwamen op den bots Bart en Birgit met de kinderen langs. Hoezo?

Wel, ik had al gezien op Facebook dat ze een camper hadden gehuurd voor het lange weekend, en zaterdagmiddag las ik dat ze in ’t Drongengoed zaten, in Ursel dus, waar mijn grootmoeder woont. We kennen het Drongengoed, welja, goed, want een klein stukje ervan is zelfs eigendom van mijn grootmoeder en we gingen er vroeger vaak wandelen.

Ik wist dan ook dat ze eigenlijk evengoed via de R4 (en dus een 500 m van ons deur) terug naar Antwerpen konden rijden en ik nodigde hen uit om op ons terras een warme koffie of thee of zo te komen drinken. Tot mijn vreugde gingen ze daar gretig op in, en dus zaten ze tegen half vier hier onder ons partytentje met respectievelijk een koffie, thee en glas rosé.

Kaat en Dries, hun kinderen, waren blij met de wifi, ons kinderen kwamen wel even hallo zeggen, maar dat was dat. Bart, tot mijn grote verbazing en nog grotere tevredenheid, nam warempel een stoel en zette zich erbij. Er waren hapjes, er was drank, en er was vooral heerlijk gebabbel over vanalles en nog wat. We hebben het zelfs niet over larp gehad, en dat is een kunst met larpers onder elkaar. Het voelde warempel bijna normaal aan!

Alleen begon het op een bepaald moment te gieten en bleek onze partytent toch niet helemaal waterdicht: de regen komt er als een fijne nevel doorheen, waardoor je toch nog kletsnat wordt. Een eerste bui hebben we nog overleefd, een tweede bui was er te veel aan en dus reden B&B rond half zes alsnog verder richting Antwerpen.

Maar ik, ik vond het supergezellig, zelfs in de kou en de nattigheid.

Bedankt, Bart en Birgit! Hopelijk kunnen we dat binnenkort eens herhalen zonder afstand en in beter weer!