Confituur, opnieuw van eigen kweek

Vorig jaar was het me niet gelukt: doordat het voorjaar zo warm en droog was, hadden we bijna geen aardbeien. Maar dit jaar begon Wolf er zich mee bezig te houden, zodra die ellendige kou voorbij was. Hij heeft ze tijdens zijn examens alle dagen uitvoerig water gegeven, hij werd daar zen van, zei hij.

Het resultaat was véél aardbeien (en véél slakken) maar wel met een zure nasmaak, en veel later dan anders. Vandaag heb ik een goeie kilo uit eigen tuin in de confituur gedraaid, en dat geeft toch echt ongelofelijk veel smaak.

Hopelijk volgend jaar opnieuw: Wolf ziet het zitten om ze opnieuw onder handen te nemen. Dit jaar is hij trouwens op een bepaald moment zelf naar de Brico om slakkenkorrels gereden: hij was die beesten kotsbeu.

Ik hou hem alvast niet tegen. Hij is dan ook zowat de grootste afnemer van mama’s confituur.

Nazgûl in de doos

Zo’n kattenjong, dat heeft niet veel nodig om te spelen. Ge geeft dat gewoon een opengevouwen cornflakesdoos, en dat is een paar uur zoet.
En wij eigenlijk ook.

Promotie 2021

Het was een knappe proclamatie vandaag, waar we met een gans leerkrachtenteam veel werk in gestoken hebben.
Er waren verschillende emotionele momenten, maar vooral ook een schitterende promotor in de vorm van oud-leerling Senne Guns. Die nam mijn verslagen op de website eigenlijk behoorlijk op de korrel, maar dan op een heerlijke manier. Goed gelachen!

Maar wat ik vooral onthouden heb, is een stukje van de speech van twee leerlingen. Zij zeiden dat ze onze school vooral warm vonden, met luisterende leerkrachten, een van de weinige scholen waar de leerkrachten zo dicht bij hun leerlingen staan, een tweede thuis. En nee, die speech wordt hen echt niet voorgekauwd.

Awel, er zaten nog ontroerende momenten in het geheel, maar dat zal me bijblijven. Echt. Bedankt, lieverds, om ook ons door dat loodzware jaar heen te loodsen. Het werkt in twee richtingen.

Ik ben trots op mijn atheneum.
Oh, en mijn verslag? Dat kan je hier nalezen op de site van de school, uiteraard.

Lectuur: “Scales of Gold” (The House of Niccolò #4) van Dorothy Dunnet

Boek vier in de reeks, en Dunnet slaagt er opnieuw in het hoge niveau van het vorige boek aan te houden. Net zoals bij The Lymond Chronicles speelt elk boek zich op een andere plaats af.

In boek 1 ontpopt Claes zich tot Nicholas en legt hij de funderingen van The House of Niccolò in Brugge en Firenze. In boek 2 zit hij in de oosterse sferen van Trebizond, boek 3 speelt zich af op Rhodos en vooral Cyprus.

Boek vier neemt Nicholas mee naar Afrika, en meer bepaald via de westkust naar Timboektoe. Het is eigenlijk zijn bedoeling om via het westen een route te vinden naar Ethiopië, maar dat kost hem bijna zijn leven. Nu, dat leven is wel meermaals in gevaar, soms door inheemse stammen, soms door zijn aartsrivaal in de Afrikaanse wateren.
En dan is er nog steeds zijn vader Simon de St. Pol die hem, nu ja, niet genegen is.

Nicholas komt meerdere malen in gevaar, moet herstellen in Timboektoe en blijft daar dan ook meerdere maanden alleen achter, bij zijn vriend Loppe, aka. Umar. Hij is er in goede handen, maar doet vooral aan introspectie.
Op die manier is hij een veranderd man wanneer hij uiteindelijk terug in Brugge aankomt. Is dat ten goede of ten kwade? Dat kom je in dit boek niet echt te weten.
Maar dat zijn persoonlijke leven een heel nieuwe wending neemt, dat is bijzonder duidelijk op het einde van het boek. Ik ben benieuwd hoe hij daarop zal reageren, en dus, ja, een cliffhanger voor het volgende boek.

Het zijn steengoeie boeken, meesterlijk geschreven, en toch… toch… Intussen weet ik wat het probleem is: Nicholas is niet sympathiek. Je leeft niet met hem noch met een van de andere personages echt mee. In The Lymond Chronicles leefde je echt mee met Crawford, hoe leep en geslepen en moordlustig die soms ook was. En er was ook altijd Jerott, of Philippa, die je niet anders dan sympathiek kón vinden.

Maar dit, dit ontbreekt hier. Misschien dat het nog komt, maar na een dikke 2500 bladzijden is het er alvast nog steeds niet.

 

Zomerse zondag

Een zomerse zondag om duimen en vingers bij af te likken.

Zo was er de zelfgemaakte confituur en daarna een koud buffet om u tegen te zeggen. Mijn echtgenoot is echt wel de max.

En toen trokken ons pa en ik er nog op uit om de rest van de geocache in  park Halfweg te gaan zoeken. Helaas, de cachegoden waren ons niet goed gezind: de servers lagen plat! Geen mogelijkheid dus om de tussenpunten te gaan zoeken. Twee van de vijf ontbrekende tags konden we nog lokaliseren door op het gevoel af te gaan, en jawel, ook de uiteindelijke cache kon ik vinden puur op ervaring. We vonden er wel een enorme twaalfstammige boom – je moet de tweede foto met ons pa erbij maar eens bekijken – en een handgekapte prauw. Wijs!

We hadden alweer een zeer fijne wandeling, maar ik heb er helaas ook reuzeberenklauw gespot. Gelukkig werd die blijkbaar al regelmatig afgedaan, ’t stad moet er dus wel van weten. En ja, die is dus vlotjes drie meter hoog he!

Plots stonden we ook tussen de schapen: de Gentse stadsherder kwam even langs met de beestjes, die in de zomer sowieso gebaseerd zijn aan de Watersportbaan.

Aansluitend was er ook nog taart in de tuin met Marleen: die kwam haar verjaardag vieren ^^

 

Vanitas vanitatum

Ik moest al eventjes naar de kapper, en ook Merels topjes moesten dringend bijgeknipt worden om het haar weer gezond te zetten.

Toen ik daarbij de suggestie maakte om mêches, ofte highlights, zoals het nu standaard genoemd wordt, in haar haar te steken, begon ze gewoon letterlijk op en neer te springen.

En dus zaten we deze namiddag bij de kapper en zat Merel te glunderen dat het niet meer mooi was. Of eigenlijk net wél mooi.

De kapper had het niet gebrusht omdat Merel sowieso had afgesproken met Lieze en Julie om te komen zwemmen en dat dan een beetje overbodig zou zijn.

Na een kwartier dook er plots nóg een vriendinnetje op: Kobe had aan Kaat gevraagd of ze ook niet kwam zwemmen. Ze hadden beiden blijkbaar geen zwaar examen, zodat dat zwemmen wel moest kunnen. Tsja…

Tegen ijsjes werd er ook geen bezwaar gemaakt.

En Merel viel tegen de avond gewoon uitgeput in de zetel. Hoe zou dat komen, denk ik?

Adventure labcache Wondelgemse gebouwen

Halverwege mei was ik gaan rondrijden in Wondelgem om de nodige info te verzamelen voor een Wondelgemse labcache. Toen had ik vastgesteld dat je niet zomaar een labcache mag leggen, maar dat je daarvoor een uitnodiging moet krijgen of je kandidaat stellen. Hmpf.

Maar eigenlijk kwam die toestemming er vrij snel, en eerder deze week zette ik de labcache op poten. In tegenstelling tot een gewone cache heb je hier geen fysieke cache zodat de cache ook niet moet goedgekeurd worden door Groundspeak. Ze laten enkel wel ervaren cachers toe en vertrouwen op je kennis.

Toen het rondje er helemaal lag, heb ik wel een paar bevriende cachers gecontacteerd met de vraag of een van hen een testrun wilde doen: dat kan namelijk wel. De Evergemse Luc deed hem deze ochtend en gaf me de nodige feedback: vier punten waren prima, de vijfde locatie vond hij wat veraf, en het was ook jammer dat er geen bonus te vinden was, een effectief fysieke cache waarvan je de coördinaten te weten komt wanneer je de labcache oplost.

“Goh”, stuurde ik hem, “zin om af te komen en samen op zoek te gaan naar een bonuslocatie?” Een kwartier later stond Luc met de fiets voor mijn deur en toerden we samen rond. Het dienstencentrum werd vervangen door Kasteel Morek en we toerden rond tot we aan een bospaadje een ideale boom vonden, niet te ver van de Dries. De Dries zelf was geen optie omdat daar al een fysieke cache ligt.

Ondertussen heb ik ook een fijne babbel gehad met Luc en deed het wel deugd om ook wat feedback te krijgen.

En nu maar hopen dat de bonuscache snel goedgekeurd wordt, zodat alles online kan.

Vaderdag

Bart had me op voorhand gevraagd hoe lang hij verondersteld werd te slapen. Goh, toch zeker tot negen uur. Want pas tegen dan was de tafel gedekt, het fruitsap geperst, de eitjes gekookt, de watermeloen gesneden en de koeken gebakken. De immense pot fruitsla hadden we gisteren al gesneden.

Bon, het was dik in orde, en Bart glunderde gepast. Merel had een fijn kaartje en een stel bikkels voor hem, van mij kreeg hij zijn favoriete matcha thee en de kinderen hadden samengelegd voor een heel dikke en vooral zware houten snijplank die hij graag wilde.

Iets over elf kwam mijn vader dan toe, maar voor hem had ik (nog) geen cadeautje, maar wel een eerste restaurantbezoek in anderhalf jaar.

Ver moesten we niet gaan: de vroegere Rotan is nu de Brasserie Wondelgem, zowat op het einde van ons straat. En jawel, ook ons pa glunderde boven een grote steak met frietjes.

De kinderen vonden het ook prima, maar er werd wel verder gestudeerd in de namiddag, terwijl opa zich installeerde in de tuin.

En later werd er zowaar nog gezwommen: het water was net warm genoeg, zeiden ze, al vond Wolf dat nu niet meteen en bleef hij niet lang in het water.

Maar ik ben wel blij dat we ons de voorbije dagen de moeite hebben gedaan het zwembadje op te zetten.