Een paar cachekes in Zomergem

Tegenwoordig rijdt ons pa niet meer zelf met de auto: het ding weigert te starten, en ik vind dat niet slecht. Ons pa zijn reactievermogen is niet meer denderend, hij heeft parkinson en zijn ogen zijn ook niet altijd even scherp. En hij is tachtig, dat ook.

Ik ga hem nu elke zondag zelf halen in Zomergem en breng hem dan rond half zes weer terug. Vandaag was dat iets vroeger, want het was nog steeds prachtig weer en we wilden nog een paar caches in Zomergem oppikken. Eentje lag aan de Azijnwegel, waar ons pa meteen ook de naam van kon verklaren, en eentje een eindje verder in de Karel Lodewijk Ledeganckstraat, een van Zomergems bekende inwoners.

Lang hield ons pa het niet uit, en na 500 m vroeg hij al of het nog ver was, maar op zich geniet hij er telkens toch weer van, van onze korte wandelingen. Oh, én van het zoeken naar de cache, want hij zoekt zeer actief mee, gelukkig maar.

Etentje met Gwen en Erik

De vorige keer dat ik iets ging drinken met Gwen stelden we vast dat het eigenlijk wel leuk zou zijn om nog eens samen iets te gaan eten met de mannen erbij. Datum vastgelegd, en dat was dat.

Enfin, dat was nog buiten een restaurant gerekend, want dat viel wat meer tegen. Uiteindelijk vond Gwen nog een tafeltje in Alain Provist in Sint-Amandsberg, vlak bij hen. Voor ons was het parkeren iets moeilijker, maar bon.

Het werd een gezellige avond met fijne gesprekken, af en toe een stevige discussie en vooral met het gevoel dat er mensen zijn die je al 30 jaar kent, met wie je een half leven hebt gedeeld, en dat je dat nog steeds bijzonder fijne mensen vindt.

Missie geslaagd.

Lectuur: “De Schaduw van de Wind” van Carlos Ruiz Zafón

“Het lot staat meestal om de hoek te wachten. Alsof het een pooier is, een hoer, of een loterijverkoper: de drie meest gebruikte incarnaties. Maar waar het niet aan doet, zijn huisbezoekjes. Je moet er zelf achteraan gaan.”

Na de immense stapel pagina’s van Dorothy Dunnett wilde ik toch weer even terug naar een klassieker, eentje van de BBC-lijst. Mijn keuze viel op dit boek, en jawel, terecht een klassieker. Ik heb het bijzonder graag gelezen, al vragen de stijl en de inhoud wel een beetje inspanning.

Daniel Sempere wordt als jongen meegenomen door zijn vader, een boekhandelaar, naar het Kerkhof der Vergeten Boeken om daar een boek te vinden dat zielsverwant is met hem. De jonge Daniel haalt er De Schaduw van de Wind van ene Julian Carax uit de rekken, en haalt zich daarmee een hoop problemen op de hals. Want wanneer hij wil achterhalen wie die Carax eigenlijk was, komt hij te weten dat er iemand is die alle boeken van Carax opkoopt, zoekt, steelt en vernietigt. Hmm? Het houdt Daniel niet tegen om zich te verdiepen in de verdwenen Carax en diens leven te proberen reconstrueren. Maar net daardoor verzeilt hij zelf in een onoverzichtelijk kluwen waarbij zijn eigen leven een parallel lijkt te vormen met dat van Carax.

Uiteindelijk wordt het hele mysterie opgelost door een lange brief – ja, dat had wel eleganter gekund, ja – van een van de personages waardoor je eindelijk te weten komt wat er vroeger allemaal is gebeurd met Carax. En dan moet Daniels leven zelf nog opnieuw op de sporen geraken natuurlijk.

Zafón schrijft vooral een bijzonder bloemrijke taal, die wat doet denken aan Márquez, maar dat komt uiteraard ook door het magisch realisme dat beide auteurs aanhangen. De personages verliezen zich al eens in filosofische overpeinzingen en van de eerste tot de laatste hanteren ze dezelfde barokke taal, maar dat stoorde me eigenlijk niet. En dat de plot een beetje deus ex machina-gewijs opgelost wordt, eigenlijk ook niet.

Ik heb alvast genoten van het boek, ja. En ik heb nog maar eens beseft dat ik dringend eens naar Barcelona moet. Al ben ik blij dat het daar nu niet meer zo grimmig is als ten tijde van de burgeroorlog.

 

Rondje Rieme, deel drie

Ik zat alleen thuis, het ging niet regenen, het waaide fantastisch en ik had efkes genoeg van het cursus schrijven, en dus ging ik nog het laatste stukje van het Rondje Rieme doen dat ik al een stuk met de fiets en een stukje met ons pa had gecached.

Ik stapte de auto uit, hield mijn gezicht naar de zon en oordeelde dat ik geen extra jas nodig had, dat het meer dan warm genoeg was met mijn dikke gilet. Ja hoor. Al na een dikke vijf minuten stappen kwamen er dikke dikke wolken opzetten, nog tien minuten later hield ik mijn vest stevig tegen mij aan en nog wat later ging ook de kap op tegen de regendruppels. Meh. Maar ik waaide wel helemaal uit, kreeg het warm van het stappen, verzamelde een prachtig veldboeket en vond meteen ook alle caches.

Rondje Rieme? Afgewerkt!

Skydiving!

Een vrije maandag – de facultatieve vrije dag die iedere school krijgt om naar believen in te richten – en ik zit helemaal alleen thuis. Merel is naar school, en de drie heren des huizes zijn, jawel, gaan parachutespringen!

We zijn niet echt op vakantie kunnen gaan dit jaar, maar net zoals vorig jaar wilde Bart dan vooral ervaringen opdoen, dingen die de kinderen wellicht niet meer zullen vergeten. Denk vorig jaar de ballonvaart of dit jaar het varen met de boot of de indoor sky dive. Toen was Merel nog mee, maar uit een echt vliegtuig springen, nee, daar bedankte ze voor, ook al mocht het wel al op haar leeftijd. En voor mij was het sowieso een no-go met die rug van mij. Zelfs zonder die rug, denk ik dan…

Maar bon, de drie heren reden richting Theux (Spa) en kregen er de volledige uitleg, briefing, pakken, alles erop en eraan. De bedoeling was om te springen om twee uur, maar net toen ze naar het vliegtuig liepen, kwam het bericht dat het leger het luchtruim had afgesloten tot vijf uur. Blijkbaar kan dat zomaar. Hmpf. De jongens zijn dan maar gaan rondlopen in Spa en zo, hebben zelfs een poging gedaan om een cache te vinden voor mij, en om vijf uur gingen ze alsnog de lucht in.

Elk sprongen ze uiteraard in duo, met een begeleider dus, en Bart heeft meteen ook betaald voor een cameraman per persoon, zodat hun sprong ook vastgelegd werd. Zalig, toch?

Alleen staan de filmpjes van Wolf en Kobe op Wolfs gsm, en die is momenteel een beetje gecrasht. Hopelijk later dus meer.