Dierenarts voor Gandalf

Vorige week zat ik nog met Nazgûl bij de dierenarts wegens een blaasontsteking en de bijhorende plasjes overal.
Vandaag ben ik met Gandalf even langsgeweest: hij moet zijn ‘stokjes’ niet meer hebben en loopt precies vrij mager. Het is niet dat hij meer slaapt dan anders, hij blijft dezelfde grote zaag, maar we waren er niet helemaal gerust in.

Ik kan niet zeggen dat hij moeilijk deed toen ik hem in de kattendraagmand zette, maar ik moet wel zeggen dat hij verdomd luid kan miauwen! Enfin, de dokter onderzocht hem, zei dat hij eigenlijk zeer gezond was, dat zijn tanden in orde waren, maar dat de kans groot was dat hij wormen had wegens eigenlijk in de laatste 8 jaar nooit ontwormd. Hmmm, dat zou inderdaad best wel eens kunnen.

Ik terug naar huis van Lovendegem met Gandalf, en zijn ongenoegen over de kattenmand werd zo mogelijk met nog meer decibels geuit. Ik had dan ook verwacht dat hij er onmiddellijk zou uitspringen, maar nee hoor: ik zette de mand neer, deed ze open, en Gandalf bleef eventjes gewoon zitten kijken. Toen stapte hij er omzichtig uit en besnuffelde het vermaledijde ding grondig. Om het dan hooghartig de rug toe te keren en, met de staart kaarsrecht in de lucht, aan de deur te miauwen om naar boven te mogen.

Katten. Bah.

McDonalds en zo

Deze voormiddag moest ik nog maar eens introductielesjes geven aan twee klassen van onze lagere school. Ik doe dat niet graag, maar het is wel levensnoodzakelijk voor mijn vak. En dit jaar mocht ik hen ook een volledig lesuur bezighouden in plaats van 35 minuten. Dat scheelt een pak, geloof me.

Het was ook de eerste keer dat ze feedback moesten invullen, en de algemene commentaar was eigenlijk een beetje: “Ik wist niet dat Latijn eigenlijk niet zo moeilijk is, alleen veel werken.” Goeie punten voor mij, dus ^^

Het zorgde er wel voor dat ik pas om twintig over twaalf thuis was, een beetje laat om te beginnen koken. Het waren ook enkel Merel en ik die thuis waren – Wolf in Italië, Kobe in Engeland – en ik had haar McDonalds beloofd. Het is dus onvoorstelbaar hoe hard dat kind kan stralen he…

Ze heeft trouwens een van mijn vestjes ontdekt: een goudkleurig bolerootje dat ik eigenlijk zelf nooit draag, maar ooit gekocht had voor het koor Furiant, toen ze wilden dat iedereen zwart droeg met een gouden toets. Het is een kringwinkelvondst en bleef in mijn kast hangen. Tot nu dus: ze ziet er ook fantastisch mee, goud is duidelijk haar kleur.

Ze wordt groot, die dochter van me.

Respect

Deze week moet ik enkel in 1 en 2 lesgeven: mijn zesdes (en dus ook Wolf) zitten in Italië, de vijfdes hebben een projectweek. Aangezien zij bijna altijd een volledige dag weg zijn en ik die eerste graad nog heb, kan ik hen niet mee begeleiden. In de plaats daarvan heb ik regelmatig toezicht bij de projectweek van de derdes.

Het probleem – nu ja, probleem niet echt – is dat ik het merendeel van die derdes niet ken en dus ook niet weet wat voor vlees ik in de kuip heb. Zo had ik gisteren een aanvaring met een jongen die ik dus ook niet ken. Hij verweet me gebrek aan respect voor een simpele terechtwijzing. Nu ja, dat soort dingen gebeuren. Ik vond het wel jammer, want als er nu een ding is dat ik bijzonder belangrijk vind, is het wederzijds respect. Mijn eigen leerlingen weten dat.

Maar vandaag, na de les bij mijn tweedes, ging ik langs de schoolpoort van de tweede graad buiten. Daar stond een hoop derdes nog te kletsen, waaronder een deel van de groep die ik gisteren dus begeleid had. Sprak een van die gasten – die ik dus niet ken – me aan: “Ha mevrouw, weet ge nog dat we vorig jaar eens samen een raid van Pokémon Go gedaan hebben? Ik speel het niet meer, maar als gij het nog speelt: ik heb wel een paar legendaries die ge moogt hebben!”
Ik moest lachen, bleef even staan babbelen, vond het ietwat vreemd maar wel amusant, en ging toen naar huis.

Pas achteraf is mijn euro gevallen dat dat gasten van de groep van gisteren waren. Zij hadden niks ‘misdaan’, hadden dus ook niks om zich voor te verontschuldigen, maar ik vermoed dat dit hun manier was om te tonen dat zij wel respect hadden, en dat zij vonden dat dat wederzijds was.

Puberjongens: een ras apart, niet altijd even makkelijk, maar zo ongelofelijk dankbaar om mee te werken.

Jaarring!

Afgelopen weekend heb ik met mijn koor Cantandum twee concerten gezongen: Jaarring om seizoenen.

Dat concert was oorspronkelijk gepland voor juni 2020 en daarna een paar keer uitgesteld. Deze keer is het gelukkig wél kunnen doorgaan, op zaterdagavond en zondagavond. Het was een uitdagend programma met heel uiteenlopende stijlen, maar ik heb me eigenlijk fantastisch geamuseerd. Het is zalig om te zien hoe je beetje bij beetje als groep beter wordt, hoe alles begint te klinken, hoe stukken die je in het begin maar niks vond, uiteindelijk ongelofelijk mooi worden.

Ik heb er zelf echt van genoten, en ik had de indruk dat dat ook gold voor ons publiek.

BTW, we zingen het nog eens op 30 april in de kerk in De Pinte, als benefiet voor Oekraïne. Allen daarheen!

Vette Veemarkt

Zoals altijd ging ik ook vandaag ons pa ophalen in Zomergem. Hij had me gewaarschuwd: het is Vette Veemarkt, ge kunt niet parkeren.
En toen stond ik in zijn straat en zag ik de melkkoeien al lopen op ’t dorp, en zijn we nog even tot ginder gewandeld.
Op het ene plein stonden de melkkoeien met hun overvolle uiers klaar voor keuring, op de markt stonden de prijsbeesten onder de dikbillen. Jeroen stond er, zoals altijd, met een soortement tombola: je moet het gewicht van twee varkens raden en wie er het dichtst bij zit, wint een half varken, of zoiets.

Naar de tractors, de schapen en kleine huisdieren zijn we niet meer gaan kijken, daarvoor was het te koud en te veel wind. Maar het is echt nog een andere wereld: zo is er een wedstrijd “om ter langst aan de pijpen van een boerenoveral blijven hangen” en dergelijke.

Het gaf me een enorm gevoel van nostalgie, maar tegelijk ben ik blij dat ik er weg ben, uit dat dorp. Ik ben duidelijk meer een stadsmens, zoveel is duidelijk.