Great Characters: Helena van Troje

In januari had ik de lezingenreeks “Great Characters” hier nog aangekondigd, maar naar de eerste aflevering over Orpheus kon ik al niet gaan: het was tegelijk ook de infoavond voor de nieuwe leerlingen bij ons op school. De vakgroep had van de directie al gedaan gekregen dat een van ons daar naartoe mocht gaan, en dat was dan Ellen, omdat zij degene is die het verhaal van Orpheus en Eurydice leest in de klas.

Bon, dinsdag kon ik er gelukkig wel bij zijn, al moest ik me behoorlijk reppen en was het eigenlijk net begonnen. Spreker van dienst was onze oud-leerlinge Berenice Verhelst, reden te meer om aanwezig te zijn. Zij had het over de fameuze Helena van Troje (of Sparta, zo u wil) en vooral hoe zij doorheen de eeuwen werd gepercipieerd. Wat heb ik ervan onthouden? Wel…

  • Eigenlijk is zij het slachtoffer buiten haar wil om: ze wordt door Aphrodite versjacherd als beloning voor Paris. Is ze verliefd op hem? Jazeker, maar ook dat is wellicht door toedoen van Aphrodite.
  • Ze is niet geliefd, noch door Trojanen, noch door Grieken, juist omdat ze hen allen in een oorlog heeft gestort. Aan de andere kant: wanneer ze naar het Trojaanse paard gaat, doet ze daar alle stemmen van de echtgenotes van de Grieken na, om een reactie uit te lokken. Daar lijkt ze aan de kant van de Trojanen te staan. Wanneer ze echter Odysseus die binnen de stadsmuren is, helpt, lijkt ze partij te kiezen voor de Grieken.
  • In de Odyssea wordt haar huwelijk scherp in contrast gezet met dat van Odysseus en zijn Penelope. Ja, ze is opnieuw thuis bij Menelaos, maar wat betekent dat voor haar, en voor hem?
  • In bepaalde periodes gaat het minder om haar moraliteit en meer om haar loyaliteit, in andere perioden weer andersom.
  • Volgens sommige verhalen is ze nooit in Troje geweest, maar zat ze in Egypte, en was haar verdwijning een voorwendsel voor de oorlog.
  • Volgens verschillende auteurs was ze helemaal niet zo mooi, maar had ze wel uitstraling.

Enfin, er zullen nog wel dingen geweest zijn, maar die heb ik helaas niet allemaal onthouden. Ik kan natuurlijk wel aan Berenice haar slides vragen, maar aan de andere kant: ik geef al eeuwen geen Grieks meer, het is niet alsof ik het nog zo nodig heb. Maar ik vond het wel interessant, zeker weten.

Vale, Liselotte

Goh, Liselotte…

Ik hoorde eerder deze week het nieuws, en ik was gewoon van slag. Echt. Weet je nog, vorig jaar in mei, hoe we elkaar na twintig jaar terugzagen op een lezing?

Jij was net begonnen in Sint-Bavo toen ik er zelf leerling was, en nee, ik heb nooit les gehad van jou. Maar je ging mee op Romereis, en die was wel memorabel. Goh, toen we daar in mei na die lezing honderduit zaten te babbelen, wist je me zelfs nog stoten te vertellen die ik had uitgespookt, en die ik me zelf niet eens meer herinnerde. Het was echt een zalige avond, en ik kwam met een goed gevoel thuis. Ja, je had me verteld dat je in ziekteverlof was, en dat je kanker had, maar je was vol goede moed: het ging wel goed komen. En ik, ik keek er al naar uit om nog eens met jou af te spreken om iets te gaan drinken of te gaan eten: twee leerkrachten Latijn onder elkaar, aan gespreksstof geen gebrek.

Ik was dan ook verwonderd dat je mijn mail niet beantwoordde, en ik vreesde al dat ik het verkeerd genoteerd had.

En dan kwam vorige week het nieuws. Ik was er niet goed van, en ik had je niet meer dan één keer teruggezien. Maar het doet wat met een mens om iemand zo gepassioneerd, zo vol leven, zo in een gelijkaardige situatie, te zien wegvallen.

Ik zette iets daaromtrent op mijn Facebook, en was geroerd door de reacties. Nogal wat mensen in mijn vriendenkring kennen jou, en het verdriet was dan ook gemeend. Het mooiste compliment was wel dat van Jolien, een jonge collega Latijn van jou, een paar jaar geleden mijn stagiaire. Zij schreef me: “Je deed me eigenlijk wel heel hard aan haar denken qua lesstijl 🙂 ze was een fantastische leerkracht 🙂” Ik las het, en kreeg zowaar tranen in mijn ogen.

Weet je, Liselotte: de volgende keer als ik weer eens enthousiast met handen en voeten een mythologisch verhaal sta uit te leggen in de klas, zal ik aan jou denken. Zie het als een klein eerbetoon. Je wordt gemist, door velen.

Ut requiescas in pace. Poma nondum mitia erant.

Een welbestede woensdag

Een prachtige woensdagmiddag, en vanaf morgen weer regen, en een heleboel redenen om in ‘t stad te moeten zijn: meer hadden Merel en ik niet nodig om de fiets op te gaan en effectief naar ‘t centrum te rijden. Enfin ja, zij nog steeds achterop, want zo goed kan ze nog niet fietsen.

We fietsten naar het MIAT om er eindelijk een cache op te pikken – deze keer vonden we hem meteen – en ook coördinaten van de brug te bepalen. De week voor de paasvakantie is er immers projectweek voor de vijfdes, en daarvoor had ik een aantal jaar geleden een GPS-tocht op poten gezet. Alleen bleek die te lang, en moet ik hem nu dus inkorten. En daarvoor heb ik een paar nieuwe coördinaatpunten nodig.

We fietsten verder langs het water naar de Veermanbrug voor alweer coördinaten, en vervolgden onze weg langs de Reep en de Bisdomkaai, over de heel erg drukke Korenmarkt, tot aan de fietsenstalling voor de Hema. Daar waaiden we binnen, want een ander doel vandaag was het vinden van stevige en vooral grote fietstassen voor Kobe. Zijn immense rugzak moet erin kunnen, en aan de andere kant dan zijn jas en turnzak. Meteen hadden we nog wat knutselgerief, stroopwafels en chocolade mee. Tsja.

We liepen verder de Veldstraat in om een ijsje te halen. Tradities zijn er om gerespecteerd te worden, vonden we allebei, en de Damass was nog niet open, maar aan de Australian stond een lange rij. We zijn daarna dan maar aan het water gaan zitten, op een trapje tegenover het Duivelssteen. Zalig.

En toen gingen we terug richting onze fiets, en besloten we om alsnog even in de C&A binnen te gaan: ik heb namelijk een chique zwarte broek nodig voor Roelands trouw, want de top heb ik al. Heel veel zin had ik er niet in, maar bon, het moet toch ooit een keer. En jawel, na wat zoeken vonden we de perfecte broek, en ik had meteen ook nog een witte bloes mee, iets wat ik eigenlijk al lang eens nodig had.

Het begon al te schemeren toen we terug thuis waren na opnieuw een fijn fietstochtje.

Win.

30 kilometer gefietst vandaag!

Jawel, 30 kilometer elektrische fiets op de teller vandaag. Daar ben ik eigenlijk wel trots op, hoe banaal dat voor andere mensen ook moge zijn. Maar met mijn rug vind ik dat al bij al niet slecht, nee.

Hoe kom ik nu aan 30 kilometer op een werkdag? Wel…

Ik moest lesgeven op school van 10.10 uur tot 12.05 uur, en reed met de fiets. 5 kilometer. Om twaalf uur moest ik echter richting ‘t stad geraken om daar mee te doen met het project van de eerstes, en een groep begeleiden in het Huis van Alijn. Aangezien ik nog altijd niet goed tegen de bus kan en het prachtig weer was, fietste ik uiteraard van Mariakerke tot op de Vrijdagmarkt. 5 kilometer.

Ik liep mee rond in het museum, keek rond, en wandelde dan met de leerlingen tot aan Sint-Jacobs, waar ik hen samen met de andere begeleider op bus 3 zette. En toen wilde ik wel eens zien wie het snelst zou zijn: de bus, of ik per fiets. Wel, tot mijn grote verbazing heb ik maar liefst 7 minuten moeten staan wachten aan de eindhalte tot de bus eraan kwam. 5 kilometer.

Ik wandelde met de leerlingen tot aan de school, en reed toen met Kobe naar huis. 5 kilometer.

Daar ging ik heel eventjes liggen – zo’n museum met zijn rechtstaan en slenteren is moordend voor de rug – hing toen het mandje weer aan mijn fietsstuur, haalde de fietstassen van mijn bagagedrager en bond er het kussentje op, en zette toen Merel achterop. Door een en ander hadden we behoorlijk wat vertraging en waren we eigenlijk al te laat. Op een kwartier stond ik met Merel aan de Poel. 5 kilometer.

Na haar blokfluitles reden we fluks terug naar huis, want veel tijd had ik eigenlijk niet: ik wilde om zeven uur op de Blandijn staan voor een lezing, maar daarover later meer. Enfin, we fietsten vrolijk terug naar huis: 5 kilometer.
Ik geef het toe, ik had ‘s avonds ook nog wel met de fiets naar de Blandijn kunnen gaan, maar ik had daar te weinig tijd voor, én het was welletjes geweest.

Maar ja, dertig kilometer, ik vind dat niet zo slecht. Ik heb er in elk geval bijzonder veel deugd van gehad.

Oogcontrole

Zoals elk jaar moest ik ook nu op standaard oogcontrole. Tsja, dat is zo als je glaucoom hebt natuurlijk.

Maar waar ik vroeger per definitie de auto nam, zag ik het deze keer volledig zitten om de fiets te nemen. Vreemd eigenlijk, dat ik dat vroeger niet eens in overweging nam, eigenlijk gewoon niet eens aan dàcht.

Ik was ‘s morgens al heen en weer gefietst naar school, en nu sprong ik dus op de fiets om via de Nieuwe Wandeling tot aan de kliniek te raken. Eigenlijk is dat niet eens ver, amper 20 minuten. Normaal gezien ben ik daar, met gezichtsveldmeting en al, buiten op een dik half uur, want de dokter werkt heel erg stipt. Alleen was de assistente nu die onderzoeken vergeten, en moest ik extra wachten. Een en ander zorgde ervoor dat ik niet om half vier aan school terug stond, zoals ik eigenlijk had afgesproken met Wolf. Die ging namelijk voor de allereerste keer fitnessen met Wout, en was natuurlijk, helemaal pubergewijs, zijn SNSpas thuis vergeten. Goed bezig, Wolf! We spraken dus meteen af aan de Stadion, en ik zette me prinsheerlijk op een bankje aan de Coupure, kijkend naar het toch wel serieus drukke fietsverkeer op die as.

Fietsen is duidelijk een kwestie van mentaliteitswijziging: vroeger stond ik er gewoon niet bij stil dat ik evengoed met de fiets naar het ziekenhuis kon gaan. Vandaag vind ik het vrij logisch, en genoot ik er zelfs van.

BTW, met mijn ogen is nog steeds alles in orde. Goed zo.