En, hoe is het met Wolf?

Da’s natuurlijk een vraag die ik heel vaak krijg, logisch ook.

Wel, we kunnen voorzichtig optimistisch zijn: we zien lichte verbetering! Als in: hij kan meer, hij doet meer, hij wil meer. Bart is vorige week op “oudercontact” gegaan, en daar kregen we vooral te horen dat Wolf een ongelofelijk positief ingestelde jongen is, en dat dat zijn revalidatie meer dan ten goede komt.

Hij werkt keihard in de kine en gaat er tot het uiterste, hij rust wanneer hem dat opgedragen wordt, doet goed mee als hij kan, en ook mentaal heeft hij intussen de coping mechanisms meer dan onder de knie.

Om maar iets te zeggen: vorig weekend vroeg hij of hij zaterdag – Merel en Kobe waren naar een verjaardagsfeestje – met de fiets naar Jens mocht, in Mariakerke zo’n vier kilometer verderop. Hij nam wel Barts elektrische fiets, maar toch: in de paasvakantie zou hij dat niet gekund hebben. Meer nog: achteraf vertelde hij dat ze met een gans groepje hadden afgesproken en naar ‘t stad waren gefietst, om daar rond te hangen zoals alleen veertienjarige jongens dat kunnen, en er een Moochie te eten. Ik was blij, ik was echt blij voor hem.

Is hij graag in het Zeepreventorium? Goh ja, het is vooral niet thuis, zegt hij, en dat blijft moeilijk. Maar hij heeft er vrienden, een goed ritme, fijne opvoeders, en ook de school valt goed mee. Alleen altijd die vis… Stel u voor: ge krijgt lasagne, en dan blijkt daar vis in te zitten! En ja, hij mist zijn broer en zijn zus verschrikkelijk, en dat geldt in de twee richtingen.

Gelukkig hoeft hij zijn liefje niet al te veel te missen: tot hiertoe hebben ze eigenlijk zo goed als elk weekend afgesproken, en hebben ze het immense geluk dat we elkaar kennen en dat haar papa de goedheid heeft om haar altijd naar hier te brengen.

De dokters zijn intussen ook gematigd positief, en spreken ervan dat hij, als het zo blijft evolueren, wellicht al met de herfstvakantie thuis zal zijn, in plaats van de kerstvakantie. Ge hebt er geen idee van hoe hard ik dat hoop…

Rein Decoodt – Terug!

Als Véronique me belt met de vraag of ik mee ga naar theater/film/tentoonstelling, dan zeg ik zo goed als nooit nee, want ik weet dat het interessant zal zijn, en dat onze smaken gelijk lopen.

Om acht uur zaten we dus samen op de tribune van Bij’ de Vieze Gasten voor een monoloog die uitverkocht was, en ik begrijp prima waarom. Ik was ook wel stevig onder de indruk.

Zoals de website vermeldt: In 2009 trekt de jonge actrice Rein Decoodt door Mexico. Vanuit het niets wordt ze overvallen door endocarditis, een boosaardige bacterie die haar lichaam en geest teistert van kop tot teen. Na een lange strijd weet ze dat ze niet meer zal worden wie ze was. Zowel fysiek als psychisch is haar ‘zijn’ getekend door onzichtbare en zichtbare littekens.

En jawel, het is Rein zelf die het stuk brengt, die op een bepaald moment haar tekst even kwijt is, maar die dat zonder meer gewoon terug oppikt. Chapeau, als je weet dat geheugenproblemen maar een van de weinige problemen zijn waarmee ze sindsdien te kampen heeft.
Ze brengt het relaas van haar ziekte en de manier om ermee om te gaan, heel eenvoudig, bijna onderkoeld, en net dàt maakt de kracht uit van dit stuk. Je zou het heel melodramatisch kunnen brengen, tranentrekkerig, maar precies dat doet ze niet, waardoor je op een gegeven moment als publiek toch gewoon met tranen in de ogen zit.

Bewondering. Dat is uiteindelijk wat overblijft na deze voorstelling. Een mateloze bewondering voor een jonge actrice en hoe ze zich, na een onnozele bacterie en de verwoestende impact daarvan op haar lijf en geest, door het leven slaat. En warempel opnieuw op de planken staat, dat ook.

Ik weet niet wanneer Rein deze monoloog nog eens brengt, maar als u hem kan zien: gewoon doen. Echt.

(zwart-witbeeld van Fred Debrock)

365 – 01 juni 2018 – nat

*trekt sandalen en regenjas uit, droogt handen en voeten af, trekt sokken, schoenen en een droge jeans aan* Bon, bij deze is dus empirisch bevestigd dat mijn regenjas een goeie is voor op de fiets. Hmpf.

Examens

Goh ja, ze zijn er weer, die examens. Allez ja, bijna. Maandag moeten ze allemaal gekopieerd en ingediend worden, en dus ben ik volop bezig. Ik zit zelfs bijzonder goed op schema: dat van de zesdes is al af, en daarnet ben ik naar ‘t koor geweest, maar wilde ik nog verder doen daarna, en dus zijn mijn vijfdes ook gewoon klaar. Net geen middernacht, maar bon.

Het is wel een beetje vreemd: er is nu nog een week les, en dan heb ik de maandag de ganse dag examen, en dan op dinsdag in de namiddag nog les. De eerstes en tweedes beginnen namelijk pas op donderdag, en dus hebben die nog les.

Maar ‘t schooljaar zit er dus zo goed als weer op. En miljaar, ik weet dat ik het elk jaar zeg, maar da’s weer zo rap gegaan zeg! Zelfs met zo lang thuis te zitten met die domme rug…

Toonmoment en bijhorend stadsgeloop

Kobe had vandaag voor fagot een toonmoment in ‘t stad: niet in de Drabstraat, zoals de vorige keer, ook niet in de Poel zelf, maar wel op de hoek van de Ramen, in het foyer van een serviceflatgebouw. Wijs hoor!
Hij moest er een uurtje op voorhand zijn om nog even door te spelen, en intussen dronken Merel en ik een koffie op het terras van – waar anders? – de Labath er schuin tegenover. Toen Kobe moest spelen, kwam hij ons halen, en namen we onze drankjes gewoon mee.

Na zijn optredentje  brachten we de fagot opnieuw naar de auto – dat ding is loodzwaar! – en gingen een ijsje halen. Ha ja, tradities zijn er om in ere te houden.

Het was er ook ideaal weer voor, om, gezeten op het muurtje van de Graslei onder de grote paraplu die dienst deed als parasol, te genieten van zo’n ijsje.

Geef toe?

Tuinmannen

Ik mag dan geleerd hebben op school dat het tuinlieden moeten zijn, dat woord is te onnozel om dood te doen. Dus hebben we vanaf vandaag tuinmannen.

Ik moest het onder ogen zien: onze tuin is niet groot, maar door mijn kapotte rug was hij aan het verwilderen. Als in: het onkruid op het voetpad stond hier en daar een meter hoog – gene zever, van dat groot gras – de haag moest gesnoeid worden, er stond sowieso overal onkruid, de kamperfoelie groeide me boven het hoofd, en overal moest er verse schors komen. Veel werk, dus.

Een maand of twee was er al iemand komen kijken, die had toegezegd, maar uiteindelijk toch afgehaakt. Een paar weken geleden stond er iemand anders, en die zag het wel zitten.

Vandaag zijn die mannen dus langs geweest: het voetpad is weer spic en span, alle onkruid onder de haag is weg, zo goed als alle onkruid uit de borders is weg, en daar zijn ze met zijn tweeën bijna een ganse dag mee bezig geweest. Om maar te zeggen: veel werk. Maar wel proper werk.

Blij dat ik het zelf niet meer hoefde te doen :-p