Kut met peren

Maar dan zonder de peren.

Nee, vandaag was een dag om te vergeten. Het een na het andere ging fout, waarvan sommige dingen buiten mijn wil om, maar sommige ook door mijn eigen toedoen, en dan zit je met een slecht gevoel opgezadeld natuurlijk.

Het begon al vanmorgen: ik sprong op de fiets om naar school te gaan, op tijd maar zonder grote marge zoals altijd bij mij, en een paar straten verder viel mijn achterband plat. Juij. Mijn fiets daar gewoon laten staan vond ik geen optie, ik ben dus maar op een drafje met de fiets aan de hand naar huis gelopen, alles uit de fietstassen in de auto gegooid en naar school gevlamd. Twee minuten te laat, wat perfect mee viel, maar wel buiten adem, met een zere rug en volledig in het zweet. Niet leuk om zo te moeten beginnen. Meh.

Het vervolg was al niet veel beter: ik had materiaal bij om in de speeltijd te kopiëren maar blijkbaar werkte de verbinding met de computers niet, zodat ik helaas niet kon kopiëren. Ik heb dan maar les gegeven via de beamer, maar voor Latijnse teksten is dat ver van ideaal. Ook al niet bevorderlijk voor het humeur.

Ik had dan een uur toezicht in een klas met aanvullend een half uur toezicht op de speelplaats, waardoor ik pas om half twee kon eten, snelsnel op tien minuten.
Na de les ben ik dan naar Zomergem gereden om toch nog wat spullen voor ons pa op te halen – hij had gisteren zelf alles mee, dacht hij, maar dat was blijkbaar niet helemaal waar – was al halfweg toen ik een belletje kreeg van Kobe dat hij zijn boekentas in mijn auto had gelegd maar dat zijn fietssleuteltje daar nog in zat, waardoor ik mocht terugkeren. Intussen maakte ik via Whatsapp nog eventjes stevig ruzie met mijn oudste broer.
Ik reed dan maar door naar het ziekenhuis om die dingen naar ons pa te brengen, bleef nog even om hem gezelschap te houden, en realiseerde me pas daarna dat Merel eigenlijk om half zes blokfluitles had gehad, en dat ik die compleet vergeten was. Juist ja. En vorige week had ze ook al geen les gehad wegens personeelsvergadering.

Ik haastte me op de valreep nog naar de bibliotheek, had nog snel ergens brood opgepikt en we aten, en tegen kwart voor acht viel mijn euro dat ik misschien toch best mijn fiets naar de fietsenmaker bracht, die was open tot acht uur. Wolf trok schoenen aan, stak met enige moeite mijn fiets in de koffer en we vlamden naar de fietsenmaker. Om daar met de fiets in de hand vast te stellen dat die uitzonderlijk vandaag gesloten was. Zucht. Fiets dan maar opnieuw in de koffer, het zal dan voor donderdag zijn.

Dat soort kut.

Ik ben thuis onder een dekentje in de zetel gekropen. Het was genoeg voor vandaag. Meh.

Opname. Opnieuw.

Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat ons pa al een paar weken manisch loopt. Hij had beterschap beloofd, ging zijn pillen extra stipt innemen en was zich vooral bewust van het probleem. Hij sliep amper nog: ging laat slapen, werd dan midden in de nacht wakker en ging rondspoken, en was vooral heel erg manisch bezig: plots moest zijn huis opgeruimd worden, kasten geleegd, kaders opgehangen, dat soort dingen, terwijl hij daar de vorige twee jaar gewoon niet naar omgekeken heeft.

Hij ratelde ook aan een stuk door, maar was de vorige twee zondagen eigenlijk best nog haalbaar, ondanks wat Jeroen beweerde. Vorige week maakte ik een afspraak met hem: hij ging deze week zijn slaappatroon regulariseren, want op deze manier stevent hij weer op een hartinfarct af, zijn lichaam kan zijn manische geest helemaal niet volgen. En als het niet in orde zou zijn, dan zou ik opnieuw met hem via spoed naar het ziekenhuis gaan om hem opnieuw te laten opnemen. Hij zag daar gelukkig het redelijk van in en ging akkoord.

Gisteren was hij… ongenietbaar. Ratelen, herhalen, blijven hameren op bepaalde dingen, ruzie zoeken… Zo manisch als de pest, hij heeft er anderhalf uur over gedaan om zijn bord leeg te eten, tot ik me ronduit kwaad heb gemaakt en hem het zwijgen heb opgelegd tot zijn eten ten minste op was.

Eerst pruttelde hij nog wat tegen, maar ik denk dat hij zelf genoeg aanvoelde dat hij helemaal fout bezig was, en dus stond hij hier deze morgen om twintig over negen. Helaas, we hadden afgesproken tussen acht en half negen omdat ik eigenlijk om tien over tien moet beginnen lesgeven op maandag. Maar hij was echt niet in orde: hij had vrijwel niet geslapen, had bijna geen evenwicht en beefde enorm. Hij voelde zich ook gewoon slecht, en ik mag er niet aan denken hoe hij nog met zijn auto tot hier is geraakt.

Soit, we gingen binnen via Spoed, de nodige onderzoeken werden uitgevoerd en zijn dokter werd ingelicht – ze was helaas op een congres, hoorde ik achteraf, en kon daarom niet onmiddellijk komen kijken – er werd een kamer op Neurologie geregeld, maar het bleef maar duren. Ik belde naar school om mijn zesdes een taak te geven, maar tegen elf uur liet ik ons pa toch in veilige handen achter op Spoed en reed alsnog naar school.

Om half één – ik moest lesgeven tot 12.05 uur, heb dan een uur permanentie waarvoor ik verontschuldigd werd, en moet dan om 13.45 uur voor de klas staan – stond ik terug in het ziekenhuis alwaar ons pa intussen op een kamer lag. Ik ging dan maar een broodje halen in het ziekenhuisrestaurant en at dat op bij een slapende pa, want die was intussen niet alleen doodop, er was ook een soort last van zijn schouders gevallen, zei hij. Ik vermoed dat hij zelf maar al te goed wist dat hij externe hulp nodig had, maar dat in zijn manie niet wilde aanvaarden. Al een chance dat hij naar mij wil luisteren en maar al te goed beseft dat ik het beste met hem voor heb, ook al kan ik daarvoor beenhard zijn.

En geloof me, er is bij mij ook een enorm gevoel van opluchting: ik maak me al drie weken serieus zorgen om hem, en nu weet ik dat hij tenminste veilig is. Oef.

Hopelijk slaap ik nu zelf ook wat beter.

EDIT: geslapen als een roosje vannacht. Echt.

Fake it till you make it

Ik heb het hier al een paar keer gehad over mijn oud-leerling Kamiel: hij filmde me ooit als een werkje voor het RITS, ging daarna effectief voor de televisie werken, bedacht toen het format “Sorry voor alles” én won daarmee gewoon een Emmy.

En nu heeft hij een boek uit, dat hij nota bene binnenkort zelfs voorstelt in het Sportpaleis. Heb ik het boek al gelezen? Nee, het moet nog uitkomen én ik moet nog in de boekhandel geraken ook. Tsja. En dan hem er ooit een krabbel in laten zetten, dat ook natuurlijk.

Maar ik ben er nu al zeker van dat het goed is: Kamiel heeft zo’n goed gevoel voor humor, zo’n creatieve geest en zo’n knappe manier van schrijven dat ik er nu al gewoonweg zeker van ben dat het goed is. Maar ik hou u op de hoogte zodra ik het boek gelezen heb, geen probleem.

Intussen: bent u op zoek naar een leuk cadeautje dat voor een keertje geen fles wijn hoeft te zijn? Rep u dan naar een boekhandel of leun achterover in uw zetel met de smartphone in de hand om het online te bestellen.

Zeg dat ik het u gezegd heb.

 

Pleidooi voor de Kindle

Sinds ik weer gigantisch aan het lezen ben, is mijn Kindle voor mij onmisbaar.

Indertijd was ik niet helemaal overtuigd: ik hou wel van het gevoel van een papieren boek, en ik hoor ook dat als voornaamste argument bij veel mensen: ik wil een boek kunnen voelen.

Vergeet dat dus maar. Ik dacht dat ook. Maar laat mij even de voordelen opsommen van een e-reader:

– het weegt minder dan het gemiddelde boek.
– op één toestel kan je makkelijk 1000 boeken meenemen. Geen gezeul meer in de valies voor op vakantie, en je hebt altijd keus te over.
– op een minuut of drie heb je vers leesvoer. Geen gedoe meer met bibliotheken of boekhandels: ofwel leen je het boek van iemand anders en sleep je de file gewoon naar je ebook, ofwel koop je het en verzendt Amazon het automatisch naar je Kindle. Meestal ook voor minder geld dan de papieren versie.
– het is milieuvriendelijker, en je hebt geen plaats in je boekenkast nodig.
– de lichtfunctie: je scherm licht op in een intensiteit die je zelf kiest. Ik kan probleemloos lezen in de volle zon zonder dat het stoort, maar ik kan ook in bed liggen lezen op de zwakste lichtsterkte zonder dat het Bart stoort. En als je in de zomer op je terras zit en het begint te schemeren, hoef je ook geen licht te halen of aan te steken.
– de woordenboekfunctie. Serieus. Ik lees vrijwel uitsluitend in het Engels, en elk woord dat ik niet ken, klik ik gewoon aan: onmiddellijk krijg ik de Engelstalige definitie. Dat werkt trouwens nog beter in het Frans, aangezien mijn Frans stukken slechter is en ik “La Peste” van Camus, of “La Carte et le Territoire” van Houellebecq toch in de originele taal wilde lezen. Zodra je een boek in een bepaalde taal op je Kindle zet, installeert hij ook automatisch het juiste woordenboek. De kinderen hebben me daar trouwens al gigantisch mee uitgelachen: ik was een papieren boek aan het lezen, en tikte volautomatisch op de pagina voor een mij onbekend woord. Juist ja.
– het is waterdicht, dus ook geschikt om buiten tijdens een pasjescontrole te staan lezen als het regent. Of buiten in de zomer in een zwembadje.
– het is praktischer in bed: niet alleen hoef je geen nachtlampje aan te steken, maar als je, zoals ik, vaak van die dikke turven leest, dan zijn die bijzonder onpraktisch om op je zij in bed te liggen lezen. Zo’n Kindle dus niet.

Nadelen:
– het is vrij duur in aanschaf (140 euro momenteel).
– je moet het om de twee weken (afhankelijk van hoeveel je leest natuurlijk) opladen, en dat vergeet ik soms wel. Maar gelukkig laadt het ding bijzonder snel op.
– het is kwetsbaarder dan een gewoon boek.

Dat laatste heb ik nu dus mogen ondervinden: ik had de mijne al van begin 2013, heb hem al overal meegezeuld en intensief gebruikt, en nu zat hij plotseling gebarsten in mijn tas. Toegegeven, zonder hoesje – ik heb er twee en vergeet ze meestal – en dat was dus blijkbaar geen goed idee.

Ik heb me meteen een nieuwe besteld bij Amazon.de, en die zou over een paar dagen moeten toekomen. Gelukkig heb ik nog papieren boeken genoeg liggen zodat ik niet zonder lectuur val, maar toch: ik mis mijn Kindle.

Nooit gedacht, destijds, dat ik dit nog zou zeggen.

Vel

Gisteren stuurde Véronique me een berichtje: of ik niet mee ging naar een toneelvoorstelling bij De Vieze Gasten? Ik zag geen enkele reden om nee te zeggen, wel integendeel, en dus tuften we deze avond samen naar de Brugse Poort voor de voorstelling “Vel”.
Zoals de perstekst zegt:

‘Vader en dochter’ spelen ‘moeder en zoon’ op het toneel.
De zoon speelt gitaar, een soundtrack bij een film, met muzikale stiltes, met zang.

 “Het spijt me jongen, dat ik niet. Dat ik achteraf. Er zijn zoveel dingen. Die je niet. Waarover je. Die gebeuren. Je denkt: nu moet ik… Dit had ik anders. Dit had ik niet. Niet zo. Maar je hebt… En toch heb ik ook. Maar geaarzeld. Hoe moet je denken… over dingen die je niet… Ik heb nooit. Sommige dingen. Je bent niet voorbereid. Je moet.

De dokters weten wat ze zeggen.
Ze zeiden me dat het beste.
En ik knikte.”

Een moeder vertelt het verhaal van haar kind.
Een dochter speelt deze prachtige tekst van Elvis Peeters, los-vast gebaseerd op het verhaal van haar vader.

spel Anna Carlier | muziek Chris Carlier | tekst Elvis Peeters

Concreet zagen we een heel aangrijpend stuk waarin een moeder vertelt hoe haar jonge kind volledig verbrand raakt en hoe ze daarmee probeert om te gaan. En vooral: hoe de tiener die uit dat kind opgroeit, er niet mee kan omgaan.
De muziek die erbij gebracht werd door vader op gitaar, dochter op basgitaar en een drumcomputer lag me totaal niet, maar het stuk zelf kroop wel onder je, welja, vel.

Aansluitend reden Véro en ik nog naar de Burgstraat omdat daar, in de bar Mirwaar, een fijne maat van haar plaatjes draaide. Letterlijk: er staan bakken vol singeltjes op de toog en je mag zelf kiezen wat ze draaien.

Heel lang zijn we niet gebleven want de stoelen bij De Vieze Gasten zijn nu niet bepaald van die kwaliteit dat mijn rug er vrolijk van wordt, en mijn rug is sowieso niet veel waard op vrijdag na een stevige lesdag, maar we hebben zelfs zelfs eventjes staan dansen.

En meteen hebben we ook besloten dat we vaker samen op de lappen gaan, en dat we dan ook steevast een hoed gaan dragen. We gaan dan op hoedenzwier. Dik in orde!