Te lang…

Goh, Jeroom, ik heb het net echt even moeten opzoeken, want ik kon gewoon niet geloven dat het vandaag al vijf jaar is. Ik kijk naar je zoon, en ik zie de pretlichtjes in jouw ogen. Meer nog, ik kijk naar Wolf en ik zie diezelfde pretlichtjes.

Je zou trots zijn, Jeroom. Bijna zo trots als Bart zou zijn, mocht hij jou zijn nieuwe kantoren kunnen laten zien, of een uitleg geven rond de expansie van zijn bedrijf.

Maar je zou nog veel trotser zijn, mocht je je kleinkinderen zien. Je zou ze niet meer herkennen, Jeroom, zo gegroeid en veranderd zijn ze, en elk met een heel eigen persoonlijkheid.

Je zou knikken, Jeroom, en het goed vinden.

Ik mis je, schone vader. Het leven zou mooier zijn, zou voller zijn, mocht je er nog zijn. Maar in ons hart ben je er nog steeds bij, weet je. En meer kan ik momenteel niet verlangen.

22 jaar is onvoldoende.

Bart schreef deze morgen op mijn Facebook:

22 jaar is onvoldoende.

Ik kan er namelijk niet genoeg van krijgen om je graag te zien.

Hoe je met je tong klakt en ‘Tsk, alleé, geeft dat hier’ zegt als ik worstel met een fysieke taak en hoe je die doos dan als vanzelfsprekend gewoon open doet.

Als ik bij het avondeten grappig meen te zijn, hoe je dan toch giechelt als een bakvisje met mijn dad-jokes terwijl de echte tieners rond de tafel met hun ogen rollen.

Hoe je aanvoelt dat ik even alleen moet zijn als ik na een werkdag zotgeraasd thuiskom.

Dat je ondanks mijn neurotische voorkeur voor clean desks en lege oppervlakten er toch volhardend in blijft slagen van ons huis een warm nest te maken.

Ik weet dat ik ’s avonds vaak al uitgeteld in bed lig te slapen op het moment dat jij pas energie krijgt om nog duizend dingen te doen en te vertellen. Maar als ik ’s morgens (of zoals jij het noemt: ’s nachts) aan mijn dag begin, lig ik eerst nog even te kijken naar de slapende jou, hoe je lippen Morpheus zelf lijken te kussen en hoe je dijen van tussen de lakens glooien, en ik kan er niet genoeg van krijgen.

Jij hebt geen werk en hobby’s; jij Geeft Les! en Onderhoudt de Website! en Geocacht! en Zingt! In! Een! Koor! en Larpt! en ik kan niet genoeg krijgen van de intensiteit waarmee jij leeft. Diezelfde hoofdletters en uitroeptekens voel ik ook elke dag in je zorg voor onze kinderen en mij.

Ik kan er niet genoeg van krijgen hoe je met getuite lippen en gekantelde heupen aan me vraagt over kleedjes en hoedjes en bloesjes ‘Is dit mooi?’ en ach dan ben ik waardeloos want ik vind ze allemaal mooi op jou.

Ik kan je niet beloven dat ik er de rest van jouw leven zal zijn om je graag te zien; maar ik zal dat vol overgave doen voor de rest van het mijne.

22 jaar is onvoldoende.

Ik krijg er niet genoeg van om je graag te zien.

Ik las het, en schreef terug:

Dan slaap je op je trouwdag tot negen uur, kom je met een slaaphoofd aan je computer om te kijken of de bib vandaag nog open is, en lees je de prachtigste ode aan jezelf. En dan zit je, nog in je slaapkleedje en helemaal slaapwarm, te huilen voor je scherm.

Dank je, mijn lief.

Dank je, om mijn rustpunt te zijn. Al heel mijn leven raas ik maar door omdat ik overloop van energie, enthousiasme, ergernis en frustratie, maar zodra ik bij jou ben, ben ik als een ballon die leegloopt, een puddinkje dat inzakt. Ik hoef maar eventjes je armen rond me te voelen, en mijn wereld is weer oké.

Dank je, om mijn rots in de branding te zijn, wanneer mijn lijf het weer eens opgeeft. Hoe vaak heb jij nu al met mij in het ziekenhuis gestaan? Voeten, enkels, rug, stem, kaak… En jij kijkt naar me, schudt je hoofd, en bent er. Ook als ik twijfel of het dit keer nog wel goed komt.

Dank je, om zelf een tomeloos vat van doorzettingsvermogen te zijn. Twaalf jaar geleden bespraken we het nog samen: of het een goed idee was om als zelfstandige in bijberoep te beginnen, en of we dan de zolder konden inrichten als kantoor. Ja, zei ik vanuit mijn hart, ga ervoor, liefje, want dat is jouw passie. En twaalf jaar later loop ik met mijn vader door een gloednieuw gigantisch kantoor waar al meer dan honderd man onder jou werkt, en springt mijn hart bijna uit mijn borstkas van trots. En heb ik mijn pa wel een keer of tien aangestoten: da’s die van mij, hé! De mijne!

Dank je, om al 22 jaar te blijven proberen orde in mijn chaos te brengen. Ik doe mijn best, liefje, maar clean desk zal me echt nooit lukken. Dat zit niet in mij, vrees ik. Maar telkens wanneer ik de garagepoort hoor opengaan, en jij iets later de woonkamer binnenkomt, maakt mijn hart een sprongetje. Je zucht, puft, zet je spullen weg, en ploft in de zetel. Dan weet ik dat ik je even moet laten bekomen van die zotgeraasde dag, en dan ben ik blij dat er dit rustgevende, zij het rommelige huis is.

Dank je, om telkens opnieuw van die onnozele opmerkingen en dwaze grapjes te maken. Je doet me lachen, en da’s niet om jouw woorden, maar om dat kleine twinkeltje in je grijze ogen, en dat krullen van je ene mondhoek. En je gevatte opmerkingen, die doen gewoon mijn hart smelten.

Dank je, om me telkens weer voor voldongen feiten te stellen als het op plannen aankomt. Als het aan mij lag, zouden we nooit georganiseerd ons kot uitkomen. Maar jij, jij stuurt me bericht dat ik een bepaalde avond vrij moet houden, en dan doe ik dat. Zeg ik plannen af, probeer ik haakjes te vinden om de kinderen aan te hangen, mensen te zoeken met wie ze kunnen meerijden, dat soort dingen. Want aan de praktische kant had je alweer niet gedacht, liefje. Maar dat los ik met plezier voor je op. En ook wel een beetje grommelend, dat ook.

Dank je, om me geduldig mijn ding te laten doen. Om in je broodnodige weekends toch de kinderen voor je rekening te nemen, zodat ik ergens in een of ander Vlaams bos het stof uit wat orken hun gat kan kloppen, of een weekend de longen uit mijn lijf kan zingen, of god-mag-weten-welke onnozeliteit kan uithalen.

Dank je, mijn lief, om 22 jaar geleden met mij ervoor te gaan. Ik kijk om me heen, en zie een warm huis voor drie kinderen en onszelf, een gelukkig gezin. Dit is meer dan waar ik 22 jaar geleden had van durven dromen.

Ik weet niet waar we over 22 jaar zullen staan, mijn lief. Wellicht niet meer hier, want mijn rollator zal niet compatibel zijn met die trappen, en tegen dan is dit huis ook veel te groot voor ons. Maar ik weet wel dat het samen zal zijn. En weet je? Dan maakt het me eerlijk gezegd ook niet veel uit waar we zijn. Zolang ik maar bij jou ben.

Want je hebt gelijk, mijn lief. 22 jaar is onvoldoende.

Vakantiegevoel. Allez ja, buitenlandse vakantie.

‘t Moet er natuurlijk weer om doen: de dag dat we met de fiets op zwier willen, is het amper 16° en hangt er een motregen. Allez ja, zelfs geen mot, maar bon. We klagen hoegenaamd niet over het water in de lucht, dat mocht zelfs  bakken meer zijn, maar uitnodigend was het niet, zeker niet als ge een auto staan hebt.
We hebben na de middag die dan maar gepakt, want ik wilde toch nog even langs de C&A om te kijken of ze nog een zwarte korte jeans hadden voor Wolf – de zijne is foetsie, spoorloos verdwenen. Ik wilde zelf eigenlijk ook wel eens een bermudajeans: ik heb spuuglelijke benen, maar ik trek me er niet te veel meer van aan, en wil in Rhodos niet altijd met een jeans lopen.

Dus ja, twee van die broeken gekocht in de C&A, niks meer voor Wolf, en dan zijn we maar doorgereden naar de Wondelgemstraat: donderdag vertrekt Kobe op kamp, en zijn haar was alweer op het langste. Dat groeit, man, dat groeit, ik ben daar stikjaloers van.

Het leuke aan de Turkse kapper is dat ge daar in het rijtje kunt wachten zonder fysiek aanwezig te zijn ^^ We wipten binnen, zagen dat er nog twee man voor ons was, vroegen om ons daarna te noteren, en gingen dan maar vieruurtjes halen bij de Turkse bakker, en karpouz (watermeloen) bij de Turkse kruidenier, en dan nog wat kleinigheden in de Zeeman, zoals nieuwe cachepotjes. Toen we terug bij de kapper kwamen, zat er al drie man achter ons :-p

Enfin, met een versgeknipte en stralende Kobe weer naar huis, en een zuiders vakantiegevoel.

De Haan en Bredene

Awel, het was echt fijn om gisterenavond Wolf nog thuis te hebben, en te zien hoe hij deze morgen nog aan het spelen en onnozel doen was met Merel en Kobe.
Tegen half elf zijn we in de auto gestapt, en we waren er ietsje te laat – hij moest binnen zijn om half twaalf – omdat er nog file stond wegens een ongeluk in Jabbeke. Niet dat ze moeilijk deden, gelukkig maar.
Ik ging in en rond Bredene nog wat caches zoeken: eentje die de teloorgang van de oude architectuur aankaartte, eentje in een compleet verloren hoekje bos, eentje (een earth cache) die me wees op het bestaan van fossiele duinen, en dan nog twee losse.

Tegen een uur of twee stond ik weer thuis met een stevige honger, op tijd om nog wat was op te vouwen en dat soort onzin, en dan om acht uur opnieuw op het koor te staan. Ha ja, repetitie voor onzen Djiezes natuurlijk. De repetitie van morgen is verzet naar donderdag: voetbal, weetuwel? Tsja…

Zomerse zondag

Zondag, en dus cachedag met mijn pa. Maar eigenlijk was het gewoon te warm om lang rond te lopen in de zon, en daarbij, om twee uur moesten we mijn allerliefste, maar ook vuile dochter ophalen aan het station. Ze was blij ons terug te zien, maar blijkbaar ook behoorlijk moe. Môh, wie had dat gedacht…

We dropten haar in de douche, lieten haar daarna spelen met Wolf, Kobe en Arwen, en ik ging met ons pa op stap. Bart was gisteren al de hele tijd op zijn nieuwe kantoor, want dit weekend is de grote verhuis. Alle bureaus moeten voorzien zijn van bureaulampen die nog volledig in elkaar moeten gezet worden, en alle schermen moeten van hun vaste poot af en gemonteerd worden op een beweegbare arm. Bart had er al bleinen van op zijn vingers.

Ons pa was bijzonder curieus en ik ook, en dus reden we naar dat nieuwe kantoor. We kregen de volledige rondleiding mét deskundige uitleg, en waren allebei serieus onder de indruk. En ik zwol van trots, dat ook. Da’s wel degelijk mijne vent die dat allemaal doet he!

Eerst waren we langs de Offerlaan gepasseerd om daar een cache op te pikken en aan mijn vader het executieoord te laten zien. Hij kende dat helemaal niet…

Na ons bezoekje aan het kantoor reden we naar de Peperbus op de Isabellakaai om ook daar naar een cache te zoeken. Ik had er al eens gestaan, maar toen niks gevonden. Ook vandaag leek het een vruchteloze speurtocht te worden, maar dankzij een hulplijntje naar een bevriende cacher hadden we hem alsnog in handen. Aansluitend begaven we ons naar de Coupure om er een van mijn caches te herstellen. Die was losgetrokken door iemand die niet gezien had dat hij moest draaien, en dus foetsie.
Ik toonde ons pa meteen ook even de oude sluis daar, het sluiswachtershuisje, én het mooie monument voor de Joodse oorlogsslachtoffers.

Toen was het welletjes, ook al vrij laat, en reden we naar huis. Aangezien het al voorbij etenstijd was, vroeg ik ons pa maar meteen om te blijven eten, en dat aanvaardde hij met graagte. We posteerden de tafel in de schaduw, en dat was doenbaar.

Tegen negen uur brachten Wolf en ik Arwen naar huis, en reden we via Vinderhoute terug om daar in de vallei van de Oude Kale, jawel, nog een cache te zoeken in de prachtige velden. We genoten allebei van de invallende schemering, de frisse lucht, en de heerlijke zomerse geuren.

Een mooie afsluiter voor een typische zondag.