Sneeuw, jawel

Het zal vermoedelijk niemand verbazen dat het vandaag over sneeuw gaat. Die hadden ze immers met veel bombarie aangekondigd, en dan vooral ook het feit dat het de komende dagen gaat blijven vriezen en dat die sneeuw dus gaat blijven liggen. Da’s al een behoorlijk tijdje geleden…

Ons pa durfde het – terecht – niet aan om zelf met de auto tot bij ons te komen. Ik twijfelde even, maar toen ik hoorde dat net nu zijn chauffage het begeven heeft en hij dus in de kou zit, ging ik hem fluks halen. De warmte deed hem zichtbaar deugd, net zoals het gezelschap.

En intussen viel er poedersneeuw. Helaas niet van die mooie dikke vlokken zoals die ene zaterdag een paar weken geleden, maar van die sneeuw waar geen zak mee te beginnen valt: je kan er amper een sneeuwbal mee maken. Op de stenen bleef ze eerst ook niet liggen, zeker niet op ons terras, behalve dan op één steen. Begrijpe wie begrijpen kan, wij hebben er alvast geen uitleg voor.

De kinderen trokken naar buiten en Wolf had een groots plan opgevat: een heuse glijbaan! En dan echt wel eentje met een ramp, iets met de bank en een stoel en zo. Ze hebben er veel meer werk aan gehad dan gedacht, net omdat het geen poedersneeuw is, maar ze hebben zich wel keigoed geamuseerd. Ze hebben er zelfs de bolderkar bij gehaald om sneeuw te verzamelen, want een grote sneeuwbal rollen als basis lukte niet.

En intussen deed moeder wat schoolwerk en bakte ze een speculoosbrood. Ha ja, want ik ging ons pa echt niet naar huis sturen om daar in de kou te gaan zitten eten. Hier had hij zich bij de haard geïnstalleerd, hij slaagde er gewoon niet in om warm te blijven.

Al bij al een fijne winterzondag.

Goat it an?

Deze morgen zat ik plots te denken. Ja, dat gebeurt me heel af en toe wel eens.

Je zal nu, in dit vriesweer met de belofte van een koudegolf, maar een Fries zijn met een sprankeltje hoop op een Elfstedentocht.

Bij de laatste editie, in 1997, was je 15 en mocht je nog niet deelnemen. Evert Van Benthem, de winnaar van 1985 en 1986, is je grote held, zijn foto hangt al eeuwen boven je bed.

Sindsdien heb je elke winter weer getraind, gehoopt, geschaatst, gekluund. Je werd 25, je werd 30, en intussen ben je er 39. Veel tijd is er niet meer voor jou, als je die schaatstocht van 200 kilometer ooit nog wil rijden, de Tocht der Tochten.

En dan is er 2021 en een sprankeltje hoop op voldoende ijsdagen. Hier heb je al die jaren voor getraind, voor gezweet. Ja, het is nog wachten op de kwaliteit van het ijs en het aantal ijsdagen, en liefst geen sneeuw, maar toch is er die hoop.

En dan mag het niet omwille van corona.

Dan eet je als Fries toch uit pure frustratie je eigen schaatsen op? Ja toch?

Kutwinter

Ik heb het gehad met die winter. Normaal gezien vind ik winter absoluut niet erg, het is een kwestie van induffelen. Maar dan moeten er wel van die prachtige winterse helblauwe luchten zijn, de laagstaande zon, de vrieskrakende adempluimen.

Ik snak naar deftige wandelingen in dat soort lucht, in dat soort licht. Maar het enige dat we krijgen, is regen. Regen, en van die vaalgrijze luchten. Wandelen in dat weer, daar is gewoon geen lol aan. Ik had gehoopt in de kerstvakantie te kunnen gaan geocachen, maar het is gene vette geworden, de tweede week heeft het quasi onophoudelijk geregend.

Vorige week sprong ik nog een gat in de lucht omdat ik eindelijk nog eens met de fiets naar school kon. De zon scheen van geen kanten, maar het was tenminste droog.

Gisteren scheen dan eindelijk eens de zon. Mijn zesdes zaten met half dichtgeknepen ogen, maar niemand vroeg om de zonwering naar beneden te laten, iedereen genoot er zichtbaar van. Helaas, tegen dat ik goed en wel thuis was, begon het alweer te overtrekken. Echt…

Ik ben wel nog snel even de tuin ingedoken, gewoon om te kijken of daar misschien al sporen van de nakende lente waren. En jawel, de narcissen en de tulpen zijn aan het schieten en de botten van de japonica zijn aan het zwellen.

Oef.

Eén dagje sneeuw

Sneeuw, ik vind het aan de ene kant wel leuk, maar als je de baan op moet, hoeft het voor mij echt niet.

Maar zo één dagje fijne, goeie, stevige sneeuw, en dan de volgende dag alles weer, yup, daar ben ik wel fan van! Onze verplaatsingen vandaag hebben we grotendeels naar morgen uitgesteld, en tegen een uur of vier heb ik de kinderen buiten gejaagd. Wolf was jammer genoeg niet thuis, want dat zou extra pret opgeleverd hebben.

Een echte sneeuwman zagen ze niet zitten, maar ze hebben wel kleine Harry en vooral grote Greta gerold.

Gezellig buiten nieuwjaren

Eigenlijk was het al ergens voor de herfstvakantie gepland, denk ik: Merel zou eens een nachtje gaan logeren bij Marne, en dus Roeland en Sarah. Coronagewijs was dat misschien niet evident, maar ze zijn allebei jonger dan 12, op zich kon het wel, vonden we. De meisjes hebben al zo weinig…

Helaas, toen zaten we plots in quarantaine en kon het uiteraard niet. Meh. En toen stelde Sarah opnieuw de vraag: of ze dit weekend niet mocht komen? Goh, uiteraard! Merel werd dus opgepikt door haar meter om 19.00 uur aan haar dansles, tetterde blijkbaar honderduit in de auto richting Deinze, en genoot ervan om eindelijk haar nichtje nog eens terug te zien.

Vandaag zetten wij (= de rest van het gezin) dan aan tegen een uur of vijf richting datzelfde Machelen: Roeland had me verzekerd dat ze een fijn winterterras hadden en dat er hapjes gingen zijn, en nieuwjaarsbrieven. Ideaal!

En effectief: zij hebben buiten op hun terras hun partytent opgezet met drie terraswarmertjes – lang leve de overschot van de zonnepanelenelektriciteit die toch op moest – en het was er bijzonder gezellig. Sarah had een schitterend hapje voorzien: een brie, omgeven door kleine broodjes, die je gewoon in je oven moet zetten. Dat ga ik ook eens zoeken, zeg!

En Roeland had dan nog een zalige lasagne voorzien, we hadden meer dan genoeg gegeten!

En intussen werd er buiten op het bevroren gras gevoetbald en onnozel gedaan, ik had de indruk dat de jongens daar ook wel eens nood aan hadden.

Tegen half tien zijn we aangezet richting huis, met de wetenschap: ook in de winter kan het best aangenaam zijn om buiten te zitten! Al is Bart het daar nog steeds niet volmondig mee eens.

Geocachen in Zingem

Sinds Véronique verhuisd is naar Ronse, zie ik haar nog amper. Heel begrijpelijk, maar wel heel erg jammer. Ik mis mijn maatje wel een beetje, ja.

Gisteren belde ik haar: dat het vandaag stralend weer ging zijn, en of ze geen zin had om te geocachen? Het antwoord liet niet lang op zich wachten, en dus spraken we af zo’n beetje in het midden, namelijk aan de Schelde in Zingem.

Het werd een prachtige wandeling met Véro, Peter, Léonore, Sophia, Merel en ik. En mooi verstopte en gemaakte caches, dat ook: 12 stuks met een bonus. En nog wat losse ertussendoor. Ik genoot intens.

We startten kwart voor twee en waren tegen half vijf terug aan de auto, waar een thermos nog redelijk warme chocomelk op ons wachtte, samen met een hoop frangipannekes. Ook Merel zei het: een pràchtige dag, in heel fijn gezelschap.

Dit is voor mij pas echt vakantie, geloof me.