Stampvolle dag!

Het was een dag waarin ik nauwelijks tijd had om adem te halen, gelukkig werkte de rug wel mee.

Het begon al heel erg goed: Kobe had het eerste uur dispensatie en bakte, zoals beloofd, Amerikaanse pancakes. Hij deed zelfs zijn best om ze in vormpjes te bakken, maar dat is niet zo eenvoudig.

Daarna fietste ik, aangezien het een stralende ochtend was, vrolijk rond een uur of acht naar school.

Er volgden twee uur les, een uur vergadering die uitliep tot in de pauze zodat ik nog net tijd had om snelsnel een koffie te halen, en daarop opnieuw twee uur les.

Daarna wipte ik binnen bij de directie om snel de mogelijkheden voor een uitvaart (aka honderd dagen) en een schoolbal te bespreken in deze coronatijden, werkte ik op minder dan tien minuten een spaghetti naar binnen, en repte me naar een klaslokaal om er met de zesdes de uitvaart van dit jaar te bespreken.

En toen ging alweer de bel en spurtte ik naar buiten om mijn tweedes op te halen voor twee uur les, waarna ik nog een kwartier toezicht had aan de fietsenpoort.

En toen, toen kon ik fluitend in de stralende herfstzon naar huis fietsen, en ik genoot intens.

Uitvaart

Neenee, maak u geen zorgen, nikske begrafenis! De uitvaart waarover ik het heb, is de naam binnen de GO!-scholen voor de 100 dagen. Al een aantal jaar doe ik daar de begeleiding van, al hebben ze me dit jaar eigenlijk niet veel geconsulteerd. Ik heb ze vooral laten doen, en het viel allemaal best mee.

Het thema was “Kinderseries”, maar veel inspiratie had ik niet, en ik ben dan maar gegaan als Roodkapje van de Sprookjesboom. Och ja…

De show zelf was best wel oké. Ik heb al beter gezien, maar zeker ook al veel slechter. En de opkuis was ook vrij snel gedaan, al was er alweer een grote groep die er zeer snel vanonder was gemuisd. Jammer, jammer.

Leuk was wel dat ze me dit jaar voor het eerst gevraagd hebben een speech te houden voor mijn zesdes. Pas op, het is pas de vierde of vijfde keer dat dat gebeurt, ze hebben dat maar een paar jaar geleden ingevoerd. Maar mijn zesdekes wilden dus graag dat ik hen besprak, en dat heb ik dan ook maar gedaan. Met veel inside jokes, natuurlijk.

“Toen ik vorig jaar voor het eerst mijn huidige zesdes in de klas kreeg, zat ik al snel met de handen in het haar. Wat was me dat, zeg?

Een zootje ongeregeld met een grote bek of een kritische blik, en geen flauw idee waar al die grammatica eigenlijk voor moest dienen. En vertalen? Latijn? Zijt ge zot, of wa?

Ik slikte, en nam me voor er het beste van te maken.

Intussen zijn we bijna twee jaar verder, en ik ga telkens weer met een grote glimlach naar mijn kleine klasje. Maar, al  zijn ze met niet zo veel, ze tellen allemaal voor twee.

Neem nu de Grieken. Standaard saaie mensen, wordt wel eens gezegd. Huh, was dat maar waar. Want om te beginnen is er James. Of Gwendolyn. Of nee, toch maar James. Al was ik deze week toch eventjes de kluts kwijt. Wat was het nu? Toen bleek het genderswitchdag te zijn, en dat verklaarde veel. Maar hoe je hem ook noemt, de glimlach, het enthousiasme en de inzet zijn er zo goed als altijd. Gelukkig maar.

Rosalie, dat is een ander paar mouwen. Want als zij slecht gezind is, zal je het merken ook: ze steekt haar gevoelens niet bepaald weg. Haar meningen ook niet, trouwens: je zal steevast weten wat ze over een bepaald onderwerp denkt, en ze trekt zich niks aan van wat een ander daarvan zegt. Chapeau!

En dan is er natuurlijk ook Saurelle: de rustige standvastigheid binnen de woelige Griekjes. Tenzij er per ongeluk een kat binnenwandelt in het lokaal: haar gegil doet zelfs nu nog het haar op mijn armen rechtstaan, en mijn les was meteen om zeep.

Naast de Grieken heb ik ook de infame Latijn-Moderne Talen. Dat infame, dat heb ik vooral van horen zeggen, want ik moet het toegeven, in mijn les zijn het meestal lammetjes, ja, zelfs Edis.

Om te beginnen is er onze Sloveense schone, Lejla. Ik dacht dat dat zo’n braaf verlegen stil meisje was, maar zet haar naast Noussaïba, en zo stil is ze niet meer, zeker als beide dames op de kap van de heren kunnen zitten. Want ja, ook Noussaïba durft al eens haar prachtig gestifte mondje opentrekken tegen haar klasgenoten, zeker als daar een vrouwonvriendelijke opmerking is gekomen. Weet je, Noussaïba? Ik zie de heren hun ogen al op voorhand fonkelen van de voorpret, want ze weten maar al te goed hoe jij zal reageren. Al verschieten ze nog wel eens als jij ze een lap met je pennenzak geeft.

Aan Ramses zal het niet liggen. Die zit doorgaans zeer rustig de rots in de branding van de klas te wezen. Hij zegt niet veel, of het zou een gevatte opmerking in het oor van Nathan moeten zijn. Ik vind het soms jammer dat ik niet kan horen wat je zegt, Ramses, want aan Nathans ingehouden lach te zien, is het er soms gewoon klop op. Wat die lach betreft, de jouwe is intussen legendarisch. Jouw geluidloze manier van schateren is zo ongelofelijk aanstekelijk, dat ik er zelf al de slappe lach van gekregen heb. Héérlijk gewoon!

Milan is dan weer een beetje het tegenovergestelde: zo rustig als Ramses is, zo hyper kan Milan bij momenten zijn. Ik snap het niet, Milan: heb jij op het einde van een schooldag geen stijve nek? Want je zit meer achter je te kijken om toch maar commentaar te kunnen geven tegen je klasgenoten. Of om daarna bij je buur te kijken wat je nu ook weer moest opschrijven, of waar we zitten, of wat er gezegd werd, of waarover het ging, of… Als het maar geen wiskunde is…

Gelukkig is er ook Nathan, samen met Ramses het tegengewicht voor al het verbale geweld van de rest van de klas. Van aan de zijlijn bekijkt hij rustig de wereld, denkt er het zijne van, en geeft af en toe gevatte commentaar. En al eens een correct antwoord, dat ook.

Oeps, heb ik nu per ongeluk Jibbe overgeslagen? Sorry, blondie, ik wilde je niet wakker maken! Al mag het gezegd worden: je Latijnse grammatica heb je bijzonder goed opgefrist, en voor een keer is dat niet sarcastisch bedoeld.

En dan, ja, dan is er nog Edis. De nagel aan mijn doodskist. Gelukkig was ik vroeger een gothic en heb ik het wel voor doodskisten. Edis, je bent blijkbaar een man van vele gezichten. Mijn collega’s kunnen maar niet geloven dat jij in mijn klas een lammetje bent, wanneer je tenminste niet te laat bent, of aan het ruziemaken met Léon. En ik kan dan op mijn beurt bijna niet de halve horrorverhalen geloven over jouw gedrag in combinatie met andere, niet nader genoemde klassen. Ik kijk er al naar uit om jou een extra jaartje in mijn klas te hebben!

En hoe zou ik hem nog kunnen vergeten, de man van de Latijn-Wetenschappen! Oh dèè! Raar maar waar, de klasbepalende factor is bij mij niet Edis, maar wel deze jongeman. Want ik heb nog maar het woord ‘toets’ uitgesproken, en ik krijg al een hele litanie van Léon! “Maar mevrouw!! Nog een toets, of wa? Allez, dat is toch niet meer normaal? Weet gij wel hoeveel toetsen wij hebben? En hoeveel werk? En dan begin ik nog niet eens aan dat boek voor Frans, want allez zeg, dat kan toch niet! Dat wij een boek moeten lezen voor Frans! Stel u voor zeg!” Weet ge, Leon, met uw gewurtel kunt ge een ganse kolonie konijnen voor jàren in leven houden! Aan de andere kant, met een paar verse aardbeien ben je wel stil te krijgen.

Maar…

Ik voelde me oprecht vereerd dat ze mij vroegen om hen hier even door de mangel te halen. Want, hoe je het ook draait of keert, het zijn mijn zesdekes. Mijn zesdes, die misschien wel een stevige mening hebben, maar bij wie ik me telkens weer welkom voel, ongeacht de toetsen. Mijn Latinisten, die trouw elke woensdag taart meebrengen. Mijn lieverds, bij wie ik tot rust kom.

Weet je, in het begin van het vijfde had ik nooit gedacht dat ik dit nog zou zeggen, maar – en ik meen het uit de grond van mijn hart – ik ga jullie missen. Echt waar. En ik hoop dat jullie ons hier op school ook niet snel zullen vergeten.”

 

Familie-etentje

Elk jaar komen we rond Jerooms sterfdatum samen om hem te herdenken. De vorige jaren was dat telkens in de vooravond een jaarmis in Louise-Marie om dan daarna sandwichen te gaan eten bij Nelly.

Uiteraard gaat dat nu niet zomaar, aangezien zij nu in een serviceflat woont. Bart en Koen hebben haar kunnen overtuigen om het bijwonen van de jaarmis te laten vallen – het is niet alsof er nog iemand van de kinderen katholiek is – en gewoon gezellig samen iets te gaan eten in Kruishoutem. Daarna bezoeken we dan het graf van Jeroom, en vervolgens gaan we nonkel nog even ambeteren, want die is nog aan het revalideren in een RVT in Kruishoutem.

Voor mij was er dus een kink in de kabel gekomen door de uitvaartdienst voor Erik, waar ik eigenlijk graag bij was geweest. Maar ik kan me natuurlijk niet in twee splitsen, en Bart had erop aangedrongen dat ik mee ging eten, want dat dat anders niet in goede aarde ging vallen. Dat snap ik.

Ik ben dus inderdaad mee gaan eten, maar ik was er echt met mijn gedachten niet bij, sorry. De locatie – de Zandvlooi in dezelfde straat als de ouderlijke boerderij – was nochtans niet mis, net zoals het eten.

Na het dessert ben ik dan ook naar Antwerpen gereden, waar na de dienst alle larpvrienden uitgenodigd waren in The Geeky Cauldron, het café dat Erik mee heeft helpen inrichten en waar veel larpers kind aan huis zijn.
Er was nog een man of dertig, schat ik, en dat deed deugd.

Ik ben er blijven hangen tot rond een uur of acht, heb toen zijn beste vriend naar huis gebracht, en heb toen nog een paar caches gezocht tot het begon te regenen.

Intense dag, dat zeker.

 

Vaarwel, Erik

Weet je, Erik…

Je hebt verdomd veel fijne vrienden. Ik was er niet bij bij je afscheid zelf, maar ik heb erover gehoord, ik heb sommige teksten gelezen, en het was misschien ook maar best dat ik er niet bij was, lieverd.

Ik was er wel toen we met een grote groep jou herdachten bij een glas, en ik vond het vooral fijn dat ik toen niet eens sterk hoefde te zijn. Dat ik daar gerust even mocht breken zonder dat iemand daar van opkeek. En dat er meer dan één schouder was die mijn tranen opving.

Ik denk niet dat je ooit beseft hebt wat je teweeg zou brengen.

Erik, jij lieve godverdomse klootzak. Ik mis je nu al.

Uitvaart 2019

Opgestaan met een serieus mottig gevoel – allez, eigenlijk voel ik me al de hele week niet ideaal – en met stevige buikkrampen. Nog niet het soort dat me alle vijf minuten naar het toilet doet crossen, maar wel het soort dat me alle vijf minuten even naar adem doet happen.

Was het niet dat het vandaag Uitvaart (= 100 dagen) was op school en ik dus niet echt les moet geven, alleen maar toezicht moet houden, ik was thuis gebleven. Meh.

Maar bon, om half negen was ik op school omdat Kobe naar Velzeke ging – en ik dat dus moest missen – en ik stond om kwart over negen afwezigheden op te nemen in de grote zaal. Met een half oog volgde ik de generale repetitie, ging af en toe wat liggen, hielp hier en daar, deed toezicht, en keek in de namiddag met genoegen naar de show. Die goed was. Echt goed: weinig scoutsdingen, veel knappe vondsten, enfin, een goeie show.

Het verslag met foto’s daarvan heb ik hier gezet.

Uitvaart 2018 (a.k.a. 100-dagen)

Alweer die tijd van het jaar, ja. Nu zal het rap beginnen gaan, en voor we het goed en wel weten, is het weer grote vakantie.

Maar vandaag was er dus nog de Uitvaart. Het is het eerste jaar in tijden dat ik eigenlijk zo goed als van niks wist. Ik ben degene die die Uitvaart begeleidt, maar behalve het podium bestellen heb ik dit jaar zo goed als niks moeten doen. Tsja, wel zo gemakkelijk, maar aan de andere kant: zou het wel goed zijn? Zou het er niet over zijn? Waren ze op tijd klaar?

Allez ja, gisterenavond tijdens de doorloop zag ik dat het goed was, en heb ik al smakelijk gelachen met sommige filmpjes. Ze waren bijzonder origineel dit jaar, het mag gezegd zijn.

De halve voormiddag heb ik overigens gezocht naar mijn nonnenoutfit, de kleren die ik aandoe als ik non ga spelen bij Camarilla. Ik had die blijkbaar netjes in de kast gehangen, waar ik een keer of drie gekeken heb, maar die plakte aan een ander kledingstuk en viel dus niet op. Grmbl.

Enfin, de fijne filmpjes en foto’s kan u op de schoolwebsite bekijken, en wel hier. Ik geef u hier alvast een van de foto’s mee.

Uitvaart (100 dagen) op school

Al sinds een aantal jaar ben ik degene van de leerkrachten die de zesdes begeleid bij het organiseren van hun uitvaartshow. Veel houdt dat niet in: podium bestellen bij Stad Gent, en verder vooral zorgen dat ze met alles rekening houden, af en toe eens voor de praktische kant een vergadering bijwonen, en de dag zelf toezicht houden en bijspringen waar nodig.

Dit jaar hadden ze ons gevraagd om de kleren uit ons eigen middelbaar aan te trekken. Euh… Mijn eigen groene schooluniform heb ik destijds zo snel mogelijk weggedaan, en ik vrees dat ik daar niks meer van heb liggen. En zelfs al had ik het nog, ik kon er toch aan geen kanten meer in.

Soit, ik heb dan maar eens nagedacht, en kwam uit bij mijn new-waveperiode uit het zesde. Een pardessus zoals destijds die van mijn grootvader heb ik niet meer, maar ik had nog wel mijn lange leren jas, mijn favoriete pull van destijds, en een bus haarlak. Een en ander leidde tot een behoorlijk grappig resultaat, toch voor iemand van 45. Maar bon ja, voor de leerlingen is het bijzonder amusant als je als leraar daarin mee gaat.
Ze hebben me trouwens ook bijzonder treffend nagedaan, compleet met moonboot, rode haar en ‘Odi et Amo’ op mijn bord…

Het verslag, de filmpjes en de foto’s kan je hier vinden. En ja, het was goed, beter dan vorige jaren.