Balen

Zucht.

Ik baal als een stekker, maar het zat eraan te komen: de dokter heeft me twee weken thuis gezet. Eigenlijk wilde ze dat nog langer, maar ik wil mijn leerlingen minstens nog één keer zien voor de examens beginnen.

De rug doet het namelijk nog steeds absoluut niet, integendeel. Vorige week maandag was ik naar de arbeidsgeneesheer geweest, en die had me aangeraden om tegen de acute rugpijn – heviger dan anders – tien dagen ontstekingsremmers te nemen, zodat de veronderstelde ontsteking zou genezen. Alleen mag je dan misschien niet zo actief blijven als ik wel gedaan heb, denk ik dan. In de vakantie heb ik me koest gehouden, maar er waren de heftige repetities voor het koorconcert waar ik misschien wel koppiger geweest ben dan verantwoord was. Aan de andere kant: voor dat ene stuk waren we echt met weinig tenoren en konden ze me écht wel gebruiken. En als ik een engagement aanga, probeer ik me daar ook aan te houden.
Gisteren vroeg onze huidige – waarnemend want de eigenlijke directeur is ziek – directeur of het ging, en ik moest toegeven dat ik op mijn tandvlees zat, dat ik bij momenten misselijk was van de pijn, en dat ik de schoolraad ’s avonds niet zag zitten, maar die wel online vanuit mijn zetel wilde bijwonen. Nu, ze kent me ook wel al een beetje en zei dat mijn gezondheid prioriteit kreeg, dat ze begreep dat ik zo vlak voor de examens eigenlijk niet wilde opgeven, maar dat ik altijd online mocht lesgeven, dat ze dan wel voor de praktische kant gingen zorgen. Ze wist dat dat vlot ging van tijdens de coronaperiode, en als dat me zou helpen, dat dat dus ook kon.
Wel, dit is nog maar eens een bewijs van warme school. Echt, mijn school -welke tekortkomingen er ook mogen zijn zoals op elke school – mijn school is de warmste die ik ken. Zorgzaam, meedenkend, oplossingsgericht…
Gisterenavond zat ik dus vanuit mijn zetel de schoolraad te volgen, deze morgen gaf ik gewoon les, maar het ging moeizaam. En toen ging ik dus naar de dokter. Die gebood me onmiddellijk te stoppen met die ontstekingsremmers – uw lever en nieren reageren daar niet zo goed op, tien dagen is zowat de limiet -  en zette me thuis. Ze ging dat doen tot minstens begin december, maar op mijn duidelijke protest heeft ze dat beperkt tot en met de dinsdag, zodat ik nog drie dagen kan lesgeven en zowel mijn derdes, vijfdes als zesdes nog één keer in levenden lijve kan zien voordat ze examens hebben. Dat helpt altijd tegen de zenuwen en de stress, en vooral mijn derdes hebben daar nood aan, want die hebben nog nooit een examen Latijn gehad en zijn nu al aan het panikeren.
Ik mag dus ook online lesgeven aan mijn hogerejaars, en ik mag gelukkig ook nog uitstapjes doen, zolang ik maar mijn grenzen bewaak. Ik mag zelfs gaan larpen – oef! – omdat ik daar mijn eigen grenzen kan aangeven en kan gaan liggen wanneer ik dat zelf bepaal. Ik heb wel even moeten uitleggen wat larpen was, en ze moest lachen. Maar het mag dus, als ik zelf vind dat het kan.

Maar ik vind het ronduit klote. Ik wil werken, ik wil lesgeven, ik wil leven op mijn eigen tempo zonder dat mijn rug dat bepaalt. Of nog meer bepaalt dan dat hij nu al doet, want alle fijne dingen en feestjes en babyborrels de voorbije weken heb ik toch al moeten afzeggen. Geen Halloweenfeestje bij Bart en Birgit waar ik zo naar uitkeek en waar ik al helemaal een outfit voor had, geen babyborrel van de kleine Suze bij Philip en Margaux, wellicht ook geen Kommil Foo morgen met de Cultuurcel van de school.

Serieus.
Kloterug.

Eindelijk naar huis!

Vandaag ben ik – hopelijk voor de laatste keer – ons pa gaan ophalen in het ziekenhuis. Hij zat al netjes gepakt en gezakt, en ik had Kobe mee als lastezeltje, want mijn rug doet te lastig om alles zelf te dragen.

Ons pa glunderde: na bijna drie maanden in het ziekenhuis snap ik dat wel, ja. Ik nam hem eerst mee naar bij ons thuis, om daar in rasechte zondagse traditie te eten en kousen op te vouwen en blog te lezen. Zo hoort dat nu eenmaal.

En tegen half zes bracht ik hem naar Zomergem, waar Jeroen klaar stond om mee te helpen uitladen. Ons pa keek rond en zag dat het goed was, en genoot duidelijk van zijn eigen vertrouwde zetel.

Op maandag en donderdag komt er thuiszorg om hem te wassen, op dinsdag en donderdag komt er familiehulp om het huishouden te doen, boodschappen te halen, eventueel te koken en dergelijke dingen meer.
En één keer om de veertien dagen zou er een kuisvrouw komen .

Ik denk dat het zo wel gaat lukken, ja. Hij ziet het in elk geval zitten, en dat is het belangrijkste. En hij is weer thuis. Joechei.

Een dagje om te bekomen

Gisteren waren we thuis om vijf uur en had ik al meteen een eerste was ingestoken en nog buiten gehangen: Wolf vertrekt donderdag alweer naar Barcelona en had schrik dat hij zijn kleren niet ging hebben. Yeah right, als er iets is dat ik hier eigenlijk nooit laat liggen, is het wel de was.

Een tweede wasmachine was geprogrammeerd om klaar te zijn tegen negen uur deze morgen, en dan heb ik de was van gisteren binnengehaald en de nieuwe al buitengehangen. Ik wilde me haasten, aangezien het morgen al kan regenen, vandaar. Een derde machine hing ook nog buiten voor de middag, en toen gingen we eten in Zomergem op uitnodiging en kosten van ons pa.

Bart moest deze voormiddag namelijk naar zijn moeder en kon niet tegen een deftig uur koken. En ik kan dat ook niet als ik mijn vader moet halen, dus kon ons pa niet komen eten. Goh, had Bart gezegd, als hij ons nu gewoon eens uitnodigt om in Zomergem in de Scheve Zeven te komen eten die zondag? Ik stelde het al lachend voor aan ons pa en hij ging zonder meer akkoord. Leuk!

Wolf had al andere plannen met Arwen en was niet mee, maar wij gingen dus rustig in de Scheve eten.

De stoverij – of steak – met frietjes deed deugd na alle pasta, pizza en mozzarella.

Tegen goed drie uur waren we opnieuw thuis, helemaal loom van het eten, en kon ik de vorige was inhalen en de nieuwe uithangen. En dan nog eentje.

Resultaat: tegen het einde van de dag had ik alle vakantiewas er door gedraaid, nu enkel nog wat losse stukken en de lakens van de housesitters, en ik ben er. De valiezen zijn ook uitgeleegd, het huis is op orde en eigenlijk voelen we ons gewoon weer helemaal thuis.

Met een hoop herinneringen rijker, dat wel.

Nest

Vandaag werd een thuishangdagje. Letterlijk. Mijn lijf schreeuwde moord en brand van alle inspanningen van de vorige dagen, en dus werd de zetel mijn habitat. En duidelijk niet alleen dat van mij: de kinderen genoten ervan om in elkaars buurt te zijn, en besloten om ook met zijn drieën fijn te zetelhangen. Ze babbelden, speelden, computerden, en hingen rond.

Toen ik vroeg wat ze wilden eten, zei Wolf: “Pizza”, al lachend want dat hadden ze vrijdag blijkbaar ook al gegeten. En toen zei Kobe, die dat van zijn broer trouwens niet had gehoord: “Pizza”. En toen werd het een running gag, en jawel, wat hebben we gegeten? Pizza ^^ Ik kan niet zeggen dat ik dat erg vond, want dan hoefde ik niet eens te koken, en voor 17 euro eten voor ons allemaal, netjes aan huis gebracht? Dik in orde!

Op en bepaald moment hebben we zelfs lekker samen met zijn vieren gehangen, op en over elkaar. Het doet zo ongelofelijk veel deugd dat “mijne nest” weer compleet is, en dat we zelfs gewoon niks te doen hebben behalve gewoon bij elkaar zijn.  Ik ben blij dat Wolfs eerste week meteen ook gewoon een vakantieweekje is, want anders werd het meteen druk. Nu is het nog wennen met opnieuw drie kinderen, maar er is niemand rouwig om. Gelukkig…

Thuis! (maar ikke niet)

Het werd een gewone lesdag vandaag, maar zo vlak voor een vakantie hebben de leerlingen er echt geen zin meer in. Ik sloot de dag af met een documentaire over Pompei, een zeer interessante die perfect aansluit bij de les, en dat was ideale timing.

Daarna spoedde ik me naar huis, begon nog extra gerief te verzamelen voor het weekend, liet om half vijf Jarne binnen, de jonge figurant die met mij meerijdt, en gooide Merel in heksenkleedje af bij Lieze. Ha ja: ik weg, Kobe naar de muziekles en Bart en Wolf nog niet thuis: ik kon dat kind toch moeilijk alleen laten? Gelukkig ging Els met haar drie dochters net een spokentocht doen in Tielt, en was er nog een plaatsje extra voor Merel.
Jarne laadde alle gerief in de auto – da’s de deal: hij moet als student geen nafte betalen, maar helpt me wel met in- en uitladen, iets wat ik als ouwe kapotte doos niet meer kan – we gooiden Kobe nog af op zijn muziekles, en reden door naar Gouvy of all places, net tegen de grens met Luxemburg.

Bart had om twee uur een vergadering in Brussel, en ging daarna Wolf ophalen met al zijn spullen in De Haan. Ik geloof dat het zes uur was tegen dat Bart daar was, maar daar was niks aan te doen. Ik had ervoor gezorgd dat Kobe terug naar huis kon met zijn lerares fagot, want het was bijzonder moeilijk in te schatten wanneer Bart en Wolf thuis gingen raken. En Merel ging afgezet worden na de spokentocht. Enfin, weer een regeling om u tegen te zeggen dus.

En intussen reden Jarne en ik in de gietende regen naar Leuven, stevig wat file trotserend. Het was vijf uur toen we hier vertrokken, het was tegen zevenen toen we in Lovenjoel een tent konden ophalen. Een korte stop in de plaatselijke Delhaize voor proviand later reden we verder, alweer in de gietende regen. Fijn hoor! Nog wat file later was het tegen negen uur voor we het terrein konden opdraaien. Vier uur in de auto, ingespannen rijden in de regen, ik was verdomd blij dat Jarne meegereden was. Want intussen waren we voluit aan het geeken geslagen: hij mag dan een ingenieur zijn, hij is blijkbaar al even zot van talen als ik. En samen hebben we de speciaal voor Haven ontworpen taal, het Eshki Ganu, zitten ontleden, vier uur aan een stuk. Ik heb een goed geheugen voor de woorden en morfemen, en hij kan de tekens lezen en omzetten naar woorden. Samen zijn we er dus niet slecht in, in dat taaltje.

Enfin, toch blij dat we er waren. Er werd geïnstalleerd bij de Akata, ik trok mijn winteroutfit aan, en tegen elf uur, toen de meeste mensen waren aangekomen, konden we eindelijk in game. Wat resulteerde in spel tot half vier, maar bon.

De stress viel subito presto van mij af. Zalig toch?

Bijna…

Morgen komt Wolf definitief naar huis, eindelijk, na zes maanden Zeepreventorium. We zijn hier al weken aan het aftellen, maar morgen vertrek ik net op een weekendje larp, helaas. Ik ga Wolf dus niet zien voor zondagavond, en ja, daar voel ik me wel een beetje schuldig over. Bart gaat hem ophalen zodra hij terug is van Brussel, want de trein lukt niet met al het gerief dat Wolf nog moet meebrengen.

Ik heb vandaag mijn larpgerief verzameld, en ik heb vooral ook vanillewafels gebakken voor hem. Allez, ik weet eigenlijk niet of hij die ook lust, maar ik weet dat Merel ze met plezier zal binnenspelen, en dat Wolf het gebaar wel zal appreciëren.

Na zes maanden, eindelijk mijn nest weer compleet. Ik kijk daar enorm, maar enorm naar uit: mijn zoon terug in mijn huis. Oef.  En als je je afvraagt of ook Kobe en Merel ernaar uitkijken:

Terug thuis, back to reality

Jawel, het mag op vakantie nog zo goed zijn, een eigen bed is toch veel waard…

Tegen half negen rolde ik eruit, Bart ging om koffiekoeken en deed daarna boodschappen, en ik gooide me op de gigantische stapel was. De onderbroeken die ik gisterenavond nog buiten had gehangen, waren intussen droog, net zoals de zwembroek, de kousen en een paar T-shirts. Goed bezig!

Om half elf zetten Wolf en ik aan naar het Zeepreventorium, dik tegen zijn goesting. Om twee uur file te omzeilen reden we binnendoor, waardoor we er pas tegen twaalf uur waren, maar dat was gelukkig geen probleem. Ik knuffelde, zwaaide, en ging dan maar geocachen in de buurt. In De Haan zelf was er geen parkeren aan, dus geen foto van mijn beeld deze keer. Ik reed dan maar naar de Vuurtorenwijk van Oostende, de rechteroever, waar het strand altijd bijzonder rustig is, om daar twee geocachen te zoeken die ik de vorige keer niet gevonden had. De eerste was geen enkel probleem, maar bij de tweede, midden in de duinen, had er zich toch wel een ouder koppel te slapen gelegd nét op het punt waar hij lag, zeker? Dju!

Ik deed nog een mooie wandeling langs de vuurtorens zelf, en zocht nog een paar mooie exemplaren in het park langs de tram, zeven exemplaren in totaal, zodat ik pas kwart over vier opnieuw thuis was. Meteen kon ik een was binnenhalen, een verse was ophangen, en nog eentje draaien. Het moet vooruit gaan, tiens!

Eten ’s avonds deden we buiten, heerlijk koel, en dan keken Bart en ik met Kobe nog naar een film, terwijl Merel al in bed zat.

Toch vreemd, hoe snel een mens zijn oude routine weer oppikt…

Toch weer thuis, oef

Vannacht had ik eindelijk geslapen zonder pijnstilling, en de pijnstilling die ik eventueel nog krijg, is niet meer via baxter. Da’s al iets.
Na het ontbijt kwam een vriendelijke zorgkundige binnen, en toen ik vroeg of ik eventueel, met ondersteuning, kon douchen, zag ze dat meteen volledig zitten. Ze zette de douche klaar, bleef netjes in de buurt, en waste mijn benen, want bukken gaat uiteraard nog niet. Maar eindelijk had ik wel weer proper haar, en een douche is toch nog iets anders dan een wasbeurt in een bed. Oef.

Ik geef het wel toe: ik was stikkapot daarna, en lag eigenlijk bijna weer te zweten van de inspanning, maar bon, we zijn toch alweer zo ver. Ik heb dan maar meteen ook een losse broek aangetrokken, dat geeft ook al een ander gevoel dan een slaapkleedje.

Kort na de middag kwam dan de dokter nog eens langs. Intussen wisten we al dat zijn vier dochters nog les hadden gekregen van mij, en was hij lang niet meer zo afstandelijk als eerst. Oef. Bleek dat hij vond dat ik het niet slecht deed, en dat ik eigenlijk wel naar huis mocht morgen. Als ik wou, mocht ik gerust ook nog blijven tot maandag, daar had ik alle reden toe, maar aan de andere kant, als ik dacht dat ik thuis uit de voeten ging kunnen, mocht ik wel naar huis, mits de nodige aandacht en pijnstilling. In het weekend ging hij toch niet langskomen: hij was niet van dienst, en ging vrolijk naar zee in dat prachtige weer. Groot gelijk!

Bon, hij was nog niet goed en wel weg, of ik zat te denken: waarom wachten tot morgen? Mag ik dan vandaag niet naar huis? Ik rolde voorzichtig uit bed, en ging met mijn stok tot op de gang. Ik zag hem nog net lopen, en een verpleegster rende nog achter hem aan voor mij. En jawel, als ik het zag zitten, mocht ik zelfs vandaag nog naar huis. Alleen moest de kinesiste nog even met mij wat trappen doen, om zeker te zijn dat dat lukte.

Bart maakte een gaatje in zijn drukke agenda en kwam me halen. Ik geef het toe: het kwartier zitten in de auto deed me geen goed, maar mijn eigen huis met mijn eigen mensen, da’s toch wel beter, ja.

En nu rusten. Geloof me, ik ben zodanig bang van de pijn, dat ik echt niet de intentie heb om me veel te verroeren. Echt niet.

Van elanden, chemiedozen en Dr. Who

Dat het een rustige tweede kerstdag ging worden, dat wisten we al. Geen verplichtingen, geen boodschappen, geen uitjes, gewoon thuis. Voor de kinderen vertaalde zich dat in een pyjamadagje ^^

Kobe en Wolf waren al vroeg in de weer met de chemiedoos, en amuseerden zich kostelijk.

En daarna werd het een gedoe met elanden. Kobe heeft er een hele grote bijgekregen – Opaland – en een paar kleinere, samen met een elandenmuts, en toen werd er plots een elandenboerderij gemaakt. En daarna een knuffel- en kussen”zwembad”, waar dan eerst Kobe, en dan Wolf onder kwam te liggen. Enfin, ze hebben zich geamuseerd, en hadden veel te warm van het zeulen met al dat gerief.

En intussen kon ik eindelijk wat blogachterstand inhalen, en stond de Sonos vrolijk te spelen. De leukste cadeautjes zijn die waarvan je pas beseft dat je ze echt wel wilde, wanneer je ze krijgt. En dat geldt dus voor mijn eigen streaming box in de living, zodat ik mijn favoriete muziek van Spotify of de radio gewoon via mijn computer kan laten spelen in de woonkamer. Of waar ik het ding ook zet, eigenlijk. Dikke kus, liefje!

En toen was er ’s avonds nog de nieuwe kerstaflevering van Dr. Who, een ideaal einde van de dag.

Enfin, heerlijk rustige familiedag dus. Zalig.