Een dagje om te bekomen

Gisteren waren we thuis om vijf uur en had ik al meteen een eerste was ingestoken en nog buiten gehangen: Wolf vertrekt donderdag alweer naar Barcelona en had schrik dat hij zijn kleren niet ging hebben. Yeah right, als er iets is dat ik hier eigenlijk nooit laat liggen, is het wel de was.

Een tweede wasmachine was geprogrammeerd om klaar te zijn tegen negen uur deze morgen, en dan heb ik de was van gisteren binnengehaald en de nieuwe al buitengehangen. Ik wilde me haasten, aangezien het morgen al kan regenen, vandaar. Een derde machine hing ook nog buiten voor de middag, en toen gingen we eten in Zomergem op uitnodiging en kosten van ons pa.

Bart moest deze voormiddag namelijk naar zijn moeder en kon niet tegen een deftig uur koken. En ik kan dat ook niet als ik mijn vader moet halen, dus kon ons pa niet komen eten. Goh, had Bart gezegd, als hij ons nu gewoon eens uitnodigt om in Zomergem in de Scheve Zeven te komen eten die zondag? Ik stelde het al lachend voor aan ons pa en hij ging zonder meer akkoord. Leuk!

Wolf had al andere plannen met Arwen en was niet mee, maar wij gingen dus rustig in de Scheve eten.

De stoverij – of steak – met frietjes deed deugd na alle pasta, pizza en mozzarella.

Tegen goed drie uur waren we opnieuw thuis, helemaal loom van het eten, en kon ik de vorige was inhalen en de nieuwe uithangen. En dan nog eentje.

Resultaat: tegen het einde van de dag had ik alle vakantiewas er door gedraaid, nu enkel nog wat losse stukken en de lakens van de housesitters, en ik ben er. De valiezen zijn ook uitgeleegd, het huis is op orde en eigenlijk voelen we ons gewoon weer helemaal thuis.

Met een hoop herinneringen rijker, dat wel.

Nest

Vandaag werd een thuishangdagje. Letterlijk. Mijn lijf schreeuwde moord en brand van alle inspanningen van de vorige dagen, en dus werd de zetel mijn habitat. En duidelijk niet alleen dat van mij: de kinderen genoten ervan om in elkaars buurt te zijn, en besloten om ook met zijn drieën fijn te zetelhangen. Ze babbelden, speelden, computerden, en hingen rond.

Toen ik vroeg wat ze wilden eten, zei Wolf: “Pizza”, al lachend want dat hadden ze vrijdag blijkbaar ook al gegeten. En toen zei Kobe, die dat van zijn broer trouwens niet had gehoord: “Pizza”. En toen werd het een running gag, en jawel, wat hebben we gegeten? Pizza ^^ Ik kan niet zeggen dat ik dat erg vond, want dan hoefde ik niet eens te koken, en voor 17 euro eten voor ons allemaal, netjes aan huis gebracht? Dik in orde!

Op en bepaald moment hebben we zelfs lekker samen met zijn vieren gehangen, op en over elkaar. Het doet zo ongelofelijk veel deugd dat “mijne nest” weer compleet is, en dat we zelfs gewoon niks te doen hebben behalve gewoon bij elkaar zijn.  Ik ben blij dat Wolfs eerste week meteen ook gewoon een vakantieweekje is, want anders werd het meteen druk. Nu is het nog wennen met opnieuw drie kinderen, maar er is niemand rouwig om. Gelukkig…

Thuis! (maar ikke niet)

Het werd een gewone lesdag vandaag, maar zo vlak voor een vakantie hebben de leerlingen er echt geen zin meer in. Ik sloot de dag af met een documentaire over Pompei, een zeer interessante die perfect aansluit bij de les, en dat was ideale timing.

Daarna spoedde ik me naar huis, begon nog extra gerief te verzamelen voor het weekend, liet om half vijf Jarne binnen, de jonge figurant die met mij meerijdt, en gooide Merel in heksenkleedje af bij Lieze. Ha ja: ik weg, Kobe naar de muziekles en Bart en Wolf nog niet thuis: ik kon dat kind toch moeilijk alleen laten? Gelukkig ging Els met haar drie dochters net een spokentocht doen in Tielt, en was er nog een plaatsje extra voor Merel.
Jarne laadde alle gerief in de auto – da’s de deal: hij moet als student geen nafte betalen, maar helpt me wel met in- en uitladen, iets wat ik als ouwe kapotte doos niet meer kan – we gooiden Kobe nog af op zijn muziekles, en reden door naar Gouvy of all places, net tegen de grens met Luxemburg.

Bart had om twee uur een vergadering in Brussel, en ging daarna Wolf ophalen met al zijn spullen in De Haan. Ik geloof dat het zes uur was tegen dat Bart daar was, maar daar was niks aan te doen. Ik had ervoor gezorgd dat Kobe terug naar huis kon met zijn lerares fagot, want het was bijzonder moeilijk in te schatten wanneer Bart en Wolf thuis gingen raken. En Merel ging afgezet worden na de spokentocht. Enfin, weer een regeling om u tegen te zeggen dus.

En intussen reden Jarne en ik in de gietende regen naar Leuven, stevig wat file trotserend. Het was vijf uur toen we hier vertrokken, het was tegen zevenen toen we in Lovenjoel een tent konden ophalen. Een korte stop in de plaatselijke Delhaize voor proviand later reden we verder, alweer in de gietende regen. Fijn hoor! Nog wat file later was het tegen negen uur voor we het terrein konden opdraaien. Vier uur in de auto, ingespannen rijden in de regen, ik was verdomd blij dat Jarne meegereden was. Want intussen waren we voluit aan het geeken geslagen: hij mag dan een ingenieur zijn, hij is blijkbaar al even zot van talen als ik. En samen hebben we de speciaal voor Haven ontworpen taal, het Eshki Ganu, zitten ontleden, vier uur aan een stuk. Ik heb een goed geheugen voor de woorden en morfemen, en hij kan de tekens lezen en omzetten naar woorden. Samen zijn we er dus niet slecht in, in dat taaltje.

Enfin, toch blij dat we er waren. Er werd geïnstalleerd bij de Akata, ik trok mijn winteroutfit aan, en tegen elf uur, toen de meeste mensen waren aangekomen, konden we eindelijk in game. Wat resulteerde in spel tot half vier, maar bon.

De stress viel subito presto van mij af. Zalig toch?

Bijna…

Morgen komt Wolf definitief naar huis, eindelijk, na zes maanden Zeepreventorium. We zijn hier al weken aan het aftellen, maar morgen vertrek ik net op een weekendje larp, helaas. Ik ga Wolf dus niet zien voor zondagavond, en ja, daar voel ik me wel een beetje schuldig over. Bart gaat hem ophalen zodra hij terug is van Brussel, want de trein lukt niet met al het gerief dat Wolf nog moet meebrengen.

Ik heb vandaag mijn larpgerief verzameld, en ik heb vooral ook vanillewafels gebakken voor hem. Allez, ik weet eigenlijk niet of hij die ook lust, maar ik weet dat Merel ze met plezier zal binnenspelen, en dat Wolf het gebaar wel zal appreciëren.

Na zes maanden, eindelijk mijn nest weer compleet. Ik kijk daar enorm, maar enorm naar uit: mijn zoon terug in mijn huis. Oef.  En als je je afvraagt of ook Kobe en Merel ernaar uitkijken:

Terug thuis, back to reality

Jawel, het mag op vakantie nog zo goed zijn, een eigen bed is toch veel waard…

Tegen half negen rolde ik eruit, Bart ging om koffiekoeken en deed daarna boodschappen, en ik gooide me op de gigantische stapel was. De onderbroeken die ik gisterenavond nog buiten had gehangen, waren intussen droog, net zoals de zwembroek, de kousen en een paar T-shirts. Goed bezig!

Om half elf zetten Wolf en ik aan naar het Zeepreventorium, dik tegen zijn goesting. Om twee uur file te omzeilen reden we binnendoor, waardoor we er pas tegen twaalf uur waren, maar dat was gelukkig geen probleem. Ik knuffelde, zwaaide, en ging dan maar geocachen in de buurt. In De Haan zelf was er geen parkeren aan, dus geen foto van mijn beeld deze keer. Ik reed dan maar naar de Vuurtorenwijk van Oostende, de rechteroever, waar het strand altijd bijzonder rustig is, om daar twee geocachen te zoeken die ik de vorige keer niet gevonden had. De eerste was geen enkel probleem, maar bij de tweede, midden in de duinen, had er zich toch wel een ouder koppel te slapen gelegd nét op het punt waar hij lag, zeker? Dju!

Ik deed nog een mooie wandeling langs de vuurtorens zelf, en zocht nog een paar mooie exemplaren in het park langs de tram, zeven exemplaren in totaal, zodat ik pas kwart over vier opnieuw thuis was. Meteen kon ik een was binnenhalen, een verse was ophangen, en nog eentje draaien. Het moet vooruit gaan, tiens!

Eten ’s avonds deden we buiten, heerlijk koel, en dan keken Bart en ik met Kobe nog naar een film, terwijl Merel al in bed zat.

Toch vreemd, hoe snel een mens zijn oude routine weer oppikt…

Toch weer thuis, oef

Vannacht had ik eindelijk geslapen zonder pijnstilling, en de pijnstilling die ik eventueel nog krijg, is niet meer via baxter. Da’s al iets.
Na het ontbijt kwam een vriendelijke zorgkundige binnen, en toen ik vroeg of ik eventueel, met ondersteuning, kon douchen, zag ze dat meteen volledig zitten. Ze zette de douche klaar, bleef netjes in de buurt, en waste mijn benen, want bukken gaat uiteraard nog niet. Maar eindelijk had ik wel weer proper haar, en een douche is toch nog iets anders dan een wasbeurt in een bed. Oef.

Ik geef het wel toe: ik was stikkapot daarna, en lag eigenlijk bijna weer te zweten van de inspanning, maar bon, we zijn toch alweer zo ver. Ik heb dan maar meteen ook een losse broek aangetrokken, dat geeft ook al een ander gevoel dan een slaapkleedje.

Kort na de middag kwam dan de dokter nog eens langs. Intussen wisten we al dat zijn vier dochters nog les hadden gekregen van mij, en was hij lang niet meer zo afstandelijk als eerst. Oef. Bleek dat hij vond dat ik het niet slecht deed, en dat ik eigenlijk wel naar huis mocht morgen. Als ik wou, mocht ik gerust ook nog blijven tot maandag, daar had ik alle reden toe, maar aan de andere kant, als ik dacht dat ik thuis uit de voeten ging kunnen, mocht ik wel naar huis, mits de nodige aandacht en pijnstilling. In het weekend ging hij toch niet langskomen: hij was niet van dienst, en ging vrolijk naar zee in dat prachtige weer. Groot gelijk!

Bon, hij was nog niet goed en wel weg, of ik zat te denken: waarom wachten tot morgen? Mag ik dan vandaag niet naar huis? Ik rolde voorzichtig uit bed, en ging met mijn stok tot op de gang. Ik zag hem nog net lopen, en een verpleegster rende nog achter hem aan voor mij. En jawel, als ik het zag zitten, mocht ik zelfs vandaag nog naar huis. Alleen moest de kinesiste nog even met mij wat trappen doen, om zeker te zijn dat dat lukte.

Bart maakte een gaatje in zijn drukke agenda en kwam me halen. Ik geef het toe: het kwartier zitten in de auto deed me geen goed, maar mijn eigen huis met mijn eigen mensen, da’s toch wel beter, ja.

En nu rusten. Geloof me, ik ben zodanig bang van de pijn, dat ik echt niet de intentie heb om me veel te verroeren. Echt niet.

Van elanden, chemiedozen en Dr. Who

Dat het een rustige tweede kerstdag ging worden, dat wisten we al. Geen verplichtingen, geen boodschappen, geen uitjes, gewoon thuis. Voor de kinderen vertaalde zich dat in een pyjamadagje ^^

Kobe en Wolf waren al vroeg in de weer met de chemiedoos, en amuseerden zich kostelijk.

En daarna werd het een gedoe met elanden. Kobe heeft er een hele grote bijgekregen – Opaland – en een paar kleinere, samen met een elandenmuts, en toen werd er plots een elandenboerderij gemaakt. En daarna een knuffel- en kussen”zwembad”, waar dan eerst Kobe, en dan Wolf onder kwam te liggen. Enfin, ze hebben zich geamuseerd, en hadden veel te warm van het zeulen met al dat gerief.

En intussen kon ik eindelijk wat blogachterstand inhalen, en stond de Sonos vrolijk te spelen. De leukste cadeautjes zijn die waarvan je pas beseft dat je ze echt wel wilde, wanneer je ze krijgt. En dat geldt dus voor mijn eigen streaming box in de living, zodat ik mijn favoriete muziek van Spotify of de radio gewoon via mijn computer kan laten spelen in de woonkamer. Of waar ik het ding ook zet, eigenlijk. Dikke kus, liefje!

En toen was er ’s avonds nog de nieuwe kerstaflevering van Dr. Who, een ideaal einde van de dag.

Enfin, heerlijk rustige familiedag dus. Zalig.

Thuis :-)

Het werd nog even spannend deze morgen: toen Bart me belde, wist hij te vertellen dat hij vannacht nog koorts had gehad, en dat ze dus nog niet zeker waren of hij wel naar huis mocht. De stagiair van dienst durfde de beslissing niet nemen, ze gingen eerst de chirurg zelf contacteren. Bon, we moesten dus nog wachten.

Merel had intussen haar pakje van Omaly opengemaakt, en was vol plezier aan haar nieuwe puzzels begonnen. Mét resultaat!

IMG_2851

Kobe had de smaak te pakken gekregen, en was ook een puzzel gaan halen, waar Merel ook een handje mocht helpen.

IMG_2852

En toen ging de telefoon: Bart om te zeggen dat hij wel degelijk naar huis mocht, maar dat hij eerst nog zijn ontslagbrief van de dokter moest krijgen. Yay!

We kleedden ons aan, ruimden op, aten overschotjes, en net toen we aan tafel gingen, belde Bart: of we hem kwamen oppikken. Uiteraard!

Thuis ging hij onmiddellijk liggen: hij was uitgeput en misselijk, maar wél thuis, en ik genoot.

De kinderen puzzelden verder, we maakten broodpudding, en papa sliep.

IMG_2853

En ’s avonds lagen ze alle vier naast elkaar in de zetel tv te kijken. Heerlijk gewoon. Dit is pas écht kerstmis voor mij.

Hij is terug thuis!

Deze voormiddag zat ik op hete kolen: ik liep rond in een examenlokaal, maar wist dat intussen mijn ventje geland was op Zaventem, de trein nam naar Gent, en dan de taxi naar huis. Gelukkig kon ik dat volgen via Twitter, want je moet stil zijn in zo’n examenlokaal, maar je kan wel heel af en toe eens je telefoon checken.

Enfin, om kwart over twaalf de laatste leerling buiten gezet, en richting Wondelgem gevlamd, om daar mijn liefste in de armen te vallen, en dan iets te gaan eten in de buurt. Ha ja, want quasi aansluitend reed hij naar Mechelen om daar deel te nemen aan een debat, en hij ging pas tegen een uur of acht terug thuis zijn. Doodop wegens de verregaande jetlag.

Hij heeft dus in de zetel in mijn armen liggen slapen.

Maar morgen na de middag trek ik erop uit naar Poort, tot zondagmiddag. En volgende week is hij quasi elke avond weg 🙁

Veel gaan we elkaar ook weer niet zien dus. Maar ik ben al dolblij dat ik ’s nachts, als ik wakker lig, zijn zachte adem naast me zal horen. Ik heb dat gemist, echt.

Terug thuis

Zo’n zalige rustig nietsdoendag, heerlijk! Niet dat we ginder veel poot hebben uitgestoken, en ook: nietsdoen is relatief. De valiezen zijn zo goed als leeg, sommige zitten alweer op hun plaats, was één, twee en drie zijn al gewassen, lijngedroogd en opgevouwen, was vier is nog aan het wapperen, was vijf zit klaar.

Er zijn boodschappen gedaan en er is gekookt, er zijn Skylanderkaarten gelamineerd en uitgesneden, de mailbox is gelezen, Twitter en Facebook zijn weer geüpdated, de poes is uitgebreid vertroeteld, er is aan de telefoon gehangen met mijn ma, en er is geslapen. In de zetel. Als middagdut.

Eigenlijk doet het toch wel deugd, zo weer thuis zijn.