Lectuur: “The Spring of the Ram” (The House of Niccolò #2) van Dorothy Dunnet

Bij de nummer 1 van deze reeks had ik mijn bedenkingen: Dunnet schrijft schitterend, maar in vergelijking met haar vorige reeks The Lymond Chronicles viel deze wat lichter uit. Het probleem zat hem vooral in het hoofdpersonage: waar je eigenlijk meteen als een blok viel voor Francis Crawford, heeft Nicholas Van Der Poele lang niet diezelfde aantrekkingskracht. De plots zitten nochtans even vernuftig in elkaar, het verhaal is exotisch en goed geschreven, en toch…

Maar ik moet het toegeven: Nicholas wordt intrigerender naarmate het verhaal vordert. Is hij in het eerste boek nog de weesjongen die zich opwerkt van leerjongen tot baas van de ververij, dan krijgt hij hier veel meer vrij spel. Ja, zijn verleden achtervolgt hem nog steeds keihard, hij moet opboksen tegen vooroordelen en achterdocht, maar er komt meer en meer vlees aan het personage. Nicholas en zijn kompanen – of waren het nu toch babysitters? – verzeilen met enige omwegen in Trebizond – het huidige Trapzon in Turkije – dat zowat het laatste Byzantijnse bolwerk is. Hij moet opboksen tegen zijn rivalen en doet dat op een geniale, zij het bij momenten zeer gewaagde manier.

Het grote verschil met Lymond is dat die zich meteen “entitled” voelde, de macht nam en voor de directe aanpak koos. Nicholas heeft helaas dat privilege niet: hij wordt er steeds aan herinnerd dat hij van zeer lage komaf is en dus sociaal geen enkele status heeft. De directe aanpak zou hem meteen de doodstraf opleveren, en hij moet dus indirect te werk gaan. Steeds vraag je je als lezer af: was dit nu zo gepland, of is dit een samenloop van omstandigheden? Is Nicholas nu echt zo geslepen, of is hij toch nog naïef? Of ben je zelf als lezer nu naïef aan het zijn? Heeft hij nu de dood van bepaalde mensen op zijn geweten of niet?

Bij de Lymond Chronicles was het beste boek veruit hetgeen zich in de Levant afspeelde, aan het hof van sultans en emirs. Ook hier kan Dunnet zich helemaal laten gaan in het beschrijven van de Oosterse omgeving, al gaat ze niet zo ver als de vorige keer.

Al bij al levert het een intrigerend, bijzonder goed geschreven verhaal op. Maar, nog steeds: Lymond it ain’t.

Lectuur: “Niccolò Rising” (The House of Niccolò #1) van Dorothy Dunnet

Mja.

Het is geen Lymond.

Maar eigenlijk is dit echt wel weer een steengoed boek van Dorothy Dunnet. Het speelt zich iets vroeger af dan The Lymond Chronicles, en meer bepaald zelfs in Brugge, wat het wel een extra charme geeft, ja. Dunnet heeft, net zoals bij de vorige boeken, zeer grondige research verricht, zoveel is zeker.

Alleen… ook hier duurde het minstens 200 bladzijden voor ik wat in het verhaal kwam, moet ik toegeven. Ze wisselt weer complete slapstickmomenten – een race doorheen de straten van Brugge op een kaalgeplukte struisvogel, iemand? – af met behoorlijk spannende passages, maar misschien ben ik te snel na de Lymonds om hieraan te beginnen. Het lijkt wel meer van hetzelfde, opnieuw een jong knap hoofdpersonage – maar wel met een compleet andere achtergrond – dat zich een recht op een eigen leven moet banen doorheen stapels tegenslagen en persoonlijke vijanden, met een buitengewone intelligentie. De plot zit opnieuw zeer ingenieus in elkaar, met onverwachte maar niet onlogische wendingen, politieke intriges doorheen gans Europa, persoonlijke vetes en Brugse besognes.

Maar vooral: Nicholas, hoe charmant hij ook moge zijn, is geen Francis Crawford of Lymond. Claes is gewoon te braaf, te… Ja, braaf is echt wel het woord. Hij steekt stommiteiten uit maar vooral, hij bijt niet van zich af, waar Lymond veel harder was.

Ga ik de reeks verder lezen? Ja, echt wel, het blijven steengoeie boeken, geschreven op een hoog niveau. Maar Lymond Chronicles it ain’t…