Wijsheidstanden

Toen we vorige week met zijn allen op controle gingen bij de tandarts, stelde ze dat zowel Wolf als Kobe wellicht binnenkort problemen gingen krijgen met hun wijsheidstanden: die dingen liggen vaak verkeerd, zitten scheef en beginnen dan te duwen tegen de achterste kiezen, dat je behoorlijk veel pijn kan krijgen. Beter voorkomen dan genezen, vond ze, die tanden gaan vroeg of laat toch ambetant beginnen doen.

Bon, wij vandaag dus naar de stomatoloog in het Jan Palfijn. Daar ging het verbazingwekkend vlot en efficiënt. “Ha, een doorverwijzing van de tandarts? Goed, dit zijn foto’s, en ja, ze heeft gelijk. Alle vier in één keer onder algemene verdoving, of liever twee per twee onder plaatselijke? Het is sowieso vijf dagen ziekteverlof. Allebei onder volledige verdoving? Prima, kies maar een donderdag wanneer het het beste past. Misschien niet bij de start van het academiejaar voor onze kersverse student?
Bon, 20 oktober is prima, ik neem hen dan na elkaar en dan kunnen de broers samen op één kamer bekomen en ’s avonds naar huis. Dit zijn de papieren, dat is dan geregeld!”

En dat was dat. Effectief.

Tandartsbezoekje

Grote vakantie en dus ook tijd voor de halfjaarlijkse tandartscontrole. De afspraak lag al enige tijd vast: met vier na elkaar is dat ook geen evidentie.

Merel kreeg een pluim omdat ze zo goed poetst, maar moet wel eens langs bij de orthodontist: haar tanden staan echt scheef. Saar heeft meteen ook twee melktanden getrokken – Merel was een beetje gedaan – en de laatste dag van de vakantie volgt er nog eentje. Bij mij moet er dan een gaatje gevuld worden, meh.

Wolf had een schitterend gebit en onderhoudt het ook zeer goed, Kobe kreeg de opmerking dat hij iets beter mag poetsen. Maar vooral: ze moeten beide naar de stomatoloog wegens wijsheidstanden die voor problemen gaan zorgen. Die afspraak ligt ook al ergens eind augustus vast, toch voor een intakegesprek en dan kijken wat er precies nodig is.

Allez hup, al een chance dat we Dentalia Plus hebben, denkt ne mens dan.

Rondje tandarts

Maandagmorgen was er plots een stuk tand weg. Als in: een spie zoals van een taart uit een grote kies rechts onder. Hmmm?

Ik belde de tandarts en die kon daar pas volgende week woensdag iets aan doen. Tsja, dan moest dat maar zeker? Ik hoopte vooral dat ik er intussen geen pijn in ging krijgen. Maar de tand was echt wel scherp en mijn tong was inmiddels al wat geïrriteerd.

Bon, ik ken mijn tandarts ondertussen al een beetje, weet dat het vooral een no nonsense vrouw is en stuurde haar een mailtje met de uren waarop ik deze week nog beschikbaar was, en de vraag om –  mocht er iemand afzeggen door bijvoorbeeld corona, weetuwel – me er alsnog ergens tussen te pakken. En jawel, woensdagmiddag verscheen er, zonder extra uitleg, gewoon een afspraakbevestiging voor de donderdagmorgen negen uur. Dik in orde, meer moest dat niet zijn. Ik bevestigde dat ik de mail gezien had, en donderdag zat ik dus ’s morgens bij haar in de stoel. Ze zag dat er rechtsboven ook nog een vulling was losgekomen, ging me eerst nog een extra afspraak geven, maar besloot toen dat ze dat eigenlijk wel in één keer kon. En ging toen als een bezetene verwoed aan het werk.

Het resultaat was dat ik om kwart over elf met een nog half verdoofde kaak voor de klas stond en dat de naam “Propertius” misschien toch niet helemaal zuiver klonk, tot jolijt van mijn vijfdes. Maar oef, tandproblemen toch weer eventjes afgewend. Mijn tandarts is de beste.

Van tandartsen, kappers en cursussen.

Dat het gisteren een goed gevulde dag was, en dat mijn rug het zal geweten hebben!

Ik kon gelukkig wel nog uitslapen en op het gemak ontbijten, maar tegen half twaalf zat ik bij de kapper om het vorige week ontdekte gaatje te laten repareren. Echt, ik prijs me gelukkig met mijn tandarts: no nonsense, een zeer gerichte uitleg en verder niks. Geen pijn, geen overbodig iets, gewoon in orde.

Bon, thuis had Bart gekookt en tegen één uur stonden Merel en ik bij de kapper. Bij haar moesten gewoon de puntjes eraf, bij mij wilde ik terug naar mijn oude kapsel: lang aan beide kanten werkt niet voor mij. De ene kant krult onverbeterlijk alle kanten uit, en ik vind dat ik eruit zie als Charlotte Kiekeboe.

Nog wat later kwam mijn collega Latijn op werkbezoek: we hebben een nieuw leerplan en dus moeten we ook een nieuwe cursus hebben. Ik heb gelukkig al het materiaal van een collega uit Deinze kunnen krijgen, maar nu moeten we dat nog naar onze eigen hand zetten. We zijn een goed paar uur bezig geweest, maar het resultaat van hoofdstuk één mag er wel al zijn. Gelukkig maar.

En toen, toen ben ik plat gegaan. Het is Bart die Wolf naar en van de rugby gebracht heeft, voor mij was het welletjes.

Ik ga proberen dinsdag te starten, maar dan gaat de rug toch nog iets beter moeten zijn dan nu: dit hou ik (nog) niet vol.

Hmpf.

Tandarts

Zoals altijd gaan wij met zijn allen twee keer per jaar op tandartscontrole. Deze vakantie was het er nog niet echt van gekomen, tot ik vorige week plots merkte dat ik een stukje tand kwijt was van mijn laatste kies rechtsboven. Geen idee hoe het komt, maar mijn tanden lijken gewoon af te brokkelen. Ik heb niet vaak gaatjes, maar wel regelmatig dat er ergens een stukje afbreekt. Mja…

Enfin, de kinderen kregen elk een controle en werden goed bevonden – zoals het hoort, eigenlijk – en bij mij werd die tand dus gelukkig weer in orde gezet. Ik had al schrik dat het stuk te groot ging zijn en dat de tand dus eruit ging moeten, maar als je aan je tanden voelt met je tong, lijkt elk gaatje en elk stukje wel gigantisch. En ik had blijkbaar ook een beginnend gaatje in een van de onderste kiezen.

Dat lijf van mij, dat valt echt uit elkaar he.

Maar bon, we zijn daar dan ook weer van af, pijnlijke rug of niet. Ik kan dus wel eventjes in de auto of een klein eindje stappen, maar veel mag het echt niet zijn. Hmpf. Dat belooft voor de eerste lesweken.

Tandartsdinges

Met zijn vieren naar de tandarts, zoals tweemaal per jaar standaard gebeurt hier ten huize. Wolf had erop aangedrongen: zijn tanden zijn nu nóg niet allemaal uitgekomen, en die beugel, wel, daar wil hij eigenlijk niet te lang meer mee wachten. Ik snap dat best: anders zit hij aan ’t unief nog met zijn beugel.

Enfin, niemand had gaatjes, en bij Merel heeft ze een melktand getrokken die geklemd zat tussen de andere tanden, maar die al lang los zat en daarom zelfs wat pijn deed. Merel was er niet gerust in, maar al bij al leverde het geen enkel probleem op.
Bij mij is er wat tandsteen verwijderd, bij Wolf zijn er twee groefjes gedicht en heeft ze voor de zekerheid nog een fotootje getrokken van die tanden die maar niet willen doorkomen.

En ik betaalde maar liefst 235 euro. We gaan wel 225 euro terugkrijgen, gelukkig maar. Lang leve de ziekteverzekering. Ugh. En we zijn weer goed voor een half jaar.

Tandengedoe

Dat Wolf een beugel nodig heeft, dat weten we intussen al eventjes. Deze ochtend kon hij naar de tandarts om de twee overblijvende melktanden te trekken. Jawel, hij is veertien en die twee tanden blijven koppig staan. En eventjes naar de tandarts is niet zo eenvoudig, want hij zit nog in het Zeepreventorium uiteraard. Gelukkig kon Saar deze morgen zich vrijmaken voor hem, om kwart voor negen, en werd hij vakkundig van twee tanden ontdaan.


Daarna heb ik hem naar het station gevoerd, zodat hij de trein kon nemen. Ha ja, want ik moet zelf lesgeven om tien over tien, en heen en weer naar De Haan lukt dus niet. Gelukkig vindt hij die trein niet erg, en kan zijn lijf dat intussen probleemloos aan.

Hij zei wel dat hij er nog serieus veel last van had, dat het stevig pijn deed, en dus niet echt zo vlotjes was. Tsja. Maar bon, nu dit grondig laten genezen, zijn nieuwe tanden de tijd geven om erdoor te komen, en dan gaan we naar de volgende fase van zijn beugel. Hij heeft nog even respijt dus.