Van tandartsen, kappers en cursussen.

Dat het gisteren een goed gevulde dag was, en dat mijn rug het zal geweten hebben!

Ik kon gelukkig wel nog uitslapen en op het gemak ontbijten, maar tegen half twaalf zat ik bij de kapper om het vorige week ontdekte gaatje te laten repareren. Echt, ik prijs me gelukkig met mijn tandarts: no nonsense, een zeer gerichte uitleg en verder niks. Geen pijn, geen overbodig iets, gewoon in orde.

Bon, thuis had Bart gekookt en tegen één uur stonden Merel en ik bij de kapper. Bij haar moesten gewoon de puntjes eraf, bij mij wilde ik terug naar mijn oude kapsel: lang aan beide kanten werkt niet voor mij. De ene kant krult onverbeterlijk alle kanten uit, en ik vind dat ik eruit zie als Charlotte Kiekeboe.

Nog wat later kwam mijn collega Latijn op werkbezoek: we hebben een nieuw leerplan en dus moeten we ook een nieuwe cursus hebben. Ik heb gelukkig al het materiaal van een collega uit Deinze kunnen krijgen, maar nu moeten we dat nog naar onze eigen hand zetten. We zijn een goed paar uur bezig geweest, maar het resultaat van hoofdstuk één mag er wel al zijn. Gelukkig maar.

En toen, toen ben ik plat gegaan. Het is Bart die Wolf naar en van de rugby gebracht heeft, voor mij was het welletjes.

Ik ga proberen dinsdag te starten, maar dan gaat de rug toch nog iets beter moeten zijn dan nu: dit hou ik (nog) niet vol.

Hmpf.

Tandarts

Zoals altijd gaan wij met zijn allen twee keer per jaar op tandartscontrole. Deze vakantie was het er nog niet echt van gekomen, tot ik vorige week plots merkte dat ik een stukje tand kwijt was van mijn laatste kies rechtsboven. Geen idee hoe het komt, maar mijn tanden lijken gewoon af te brokkelen. Ik heb niet vaak gaatjes, maar wel regelmatig dat er ergens een stukje afbreekt. Mja…

Enfin, de kinderen kregen elk een controle en werden goed bevonden – zoals het hoort, eigenlijk – en bij mij werd die tand dus gelukkig weer in orde gezet. Ik had al schrik dat het stuk te groot ging zijn en dat de tand dus eruit ging moeten, maar als je aan je tanden voelt met je tong, lijkt elk gaatje en elk stukje wel gigantisch. En ik had blijkbaar ook een beginnend gaatje in een van de onderste kiezen.

Dat lijf van mij, dat valt echt uit elkaar he.

Maar bon, we zijn daar dan ook weer van af, pijnlijke rug of niet. Ik kan dus wel eventjes in de auto of een klein eindje stappen, maar veel mag het echt niet zijn. Hmpf. Dat belooft voor de eerste lesweken.

Tandartsdinges

Met zijn vieren naar de tandarts, zoals tweemaal per jaar standaard gebeurt hier ten huize. Wolf had erop aangedrongen: zijn tanden zijn nu nóg niet allemaal uitgekomen, en die beugel, wel, daar wil hij eigenlijk niet te lang meer mee wachten. Ik snap dat best: anders zit hij aan ’t unief nog met zijn beugel.

Enfin, niemand had gaatjes, en bij Merel heeft ze een melktand getrokken die geklemd zat tussen de andere tanden, maar die al lang los zat en daarom zelfs wat pijn deed. Merel was er niet gerust in, maar al bij al leverde het geen enkel probleem op.
Bij mij is er wat tandsteen verwijderd, bij Wolf zijn er twee groefjes gedicht en heeft ze voor de zekerheid nog een fotootje getrokken van die tanden die maar niet willen doorkomen.

En ik betaalde maar liefst 235 euro. We gaan wel 225 euro terugkrijgen, gelukkig maar. Lang leve de ziekteverzekering. Ugh. En we zijn weer goed voor een half jaar.

Tandengedoe

Dat Wolf een beugel nodig heeft, dat weten we intussen al eventjes. Deze ochtend kon hij naar de tandarts om de twee overblijvende melktanden te trekken. Jawel, hij is veertien en die twee tanden blijven koppig staan. En eventjes naar de tandarts is niet zo eenvoudig, want hij zit nog in het Zeepreventorium uiteraard. Gelukkig kon Saar deze morgen zich vrijmaken voor hem, om kwart voor negen, en werd hij vakkundig van twee tanden ontdaan.


Daarna heb ik hem naar het station gevoerd, zodat hij de trein kon nemen. Ha ja, want ik moet zelf lesgeven om tien over tien, en heen en weer naar De Haan lukt dus niet. Gelukkig vindt hij die trein niet erg, en kan zijn lijf dat intussen probleemloos aan.

Hij zei wel dat hij er nog serieus veel last van had, dat het stevig pijn deed, en dus niet echt zo vlotjes was. Tsja. Maar bon, nu dit grondig laten genezen, zijn nieuwe tanden de tijd geven om erdoor te komen, en dan gaan we naar de volgende fase van zijn beugel. Hij heeft nog even respijt dus.

Abces

Hmpf. Dat moment waarop ge al een Tramadol binnen hebt, en nog een Dafalgan 1000 komt bijhalen omdat ge niet kunt slapen van de pijn. Meh. Het probleem is dat het dan nog minstens een uur duurt voor dat ook echt werkt. Lang leve Candy Crush in het midden van de nacht…

Maar bon, deze morgen moest ik de hele voormiddag mondeling examen afnemen. Een beetje suf, maar de pijn was haalbaar, en dus kon ik me gelukkig toch voldoende concentreren. Oef. En de resultaten waren allemaal prima.

Tussendoor had ik snel naar de tandarts gebeld, en die had gelukkig nog een plaatsje voor me om vier uur.

Ik dus naar ginder, enne, als zelfs uw tandarts verschiet van uw dikke kaak, dan weet ge dat het niet zo goed is. Ze keek, spoelde, en verklaarde dat het abces te diep zat, en dat ze het niet kon openen. Zwaardere antibiotica zou het werk moeten doen. Zucht. Toen ik echter voor haar neus aan haar bureau zat om te betalen, bleef ik een mega slechte smaak proeven, en had ik het gevoel dat de druk in de kaak lichtjes afnam. Toen ik dat voorzichtig opperde, sommeerde Saar me onmiddellijk weer in haar stoel: bij het spoelen bleek het plots toch opengegaan. Ze spoelde en duwde er zo veel mogelijk pus uit – god, vréselijk, het idee alleen al! – en ik voel me meteen al veel beter nu de druk weg is. Maar slecht dat dat smaakt, ge hebt er geen idee van…

Enfin, met de Augmentin 875 zou het toch moeten beteren, zeker in combinatie met de zware pijnstillers. Ze was er toch niet gerust in, want belde naar de stomatologe voor een snellere afspraak in plaats van pas vrijdag. Ik mag morgenmiddag gaan. Poeh.

Een gemak, jong, die wijsheidstanden…

Wijsheidstand nummer drie

In 2006 had ik aan de linkerkant al mijn twee wijsheidstanden laten uithalen, want die waren gemeen pijn beginnen doen.

Nu was ook de onderste tand aan de rechterkant beginnen pijn doen: hij zat namelijk met een heel klein hoekje achter mijn kaakbeen gehaakt, en begon te duwen. “Tsja”, had de tandarts gezegd, “laat die gewoon uithalen: dat zal niet veel werk zijn, maar het gaat u een hoop pijn besparen, want als dat plots begint pijn te doen, begint dat meestal meteen serieus veel pijn te doen.”

Afspraak bij de stomatoloog dus, in het Sint-Lucasziekenhuis. Dat ziekenhuis had ik nog niet gehad, dus waarom ook niet. Oorspronkelijk lag dat volgende week, tussen de examens door, maar blijkbaar was er een conferentie tussen gekomen, en was het verplaatst naar vandaag.

Soit, om 13.35 uur meldde ik me aan aan de balie voor een afspraak om kwart voor twee, maar… Niks in de agenda! Bleek het in de andere vestiging te zijn, een beetje verderop, de vroegere Volkskliniek. Intussen was het al kwart voor, en heb ik een sprintje getrokken naar de andere gebouwen. Daar moest ik dan weer wachten om me aan te melden, en het was dus iets over twee tegen dat ik boven stond.

Blijkbaar zat dokter De Latte volledig op schema, en had ze al de volgende patiënten genomen. Maar bon, ik kon ertussen: ik kreeg een spuit, en tien seconden later was de hele kaak al verdoofd. Een kwartier later stond ik alweer buiten, een stevig grote tand en een stukje kaakbeen armer, en een verdoofde mond en een zakje ijs rijker. Oh, en een ganse waslijst met richtlijnen, waaronder spoelen met mondwater, en pijnstillers.

Ik hield nog de hele avond ijs op de kaak, en langzaam was die aan het wakker worden, maar met die Ibuprofen viel dat nog mee.

Allez bon, ik ben benieuwd, met mijn historiek van ontstekingen.

Gevecht met epische proporties

Om kwart over tien deze morgen had ik een afspraak bij de tandarts: de vermaledijde, gebarsten, pijnlijke en intussen ook behoorlijk dure kies moest eruit. Ik had aan Saar, de tandarts, gevraagd of ze het zag zitten om hem te trekken, wel wetende dat het ding zeker en vast in stukken ging breken en voor moeilijkheden zorgen. “Ja hoor” had ze me verzekerd, “daar ben ik intussen behoorlijk ervaren en handig in geworden”. Een tandarts die van aanpakken weet, liever dat dan een stomatoloog te moeten inschakelen.

Enfin, zij mij verdoofd, en meteen kreeg ik ook al een waarschuwing: het zou geen pijn doen, maar wel verschrikkelijk kraken, en ook bloeden. Euh ja, dat had ik ook verwacht?

Ik zat eerlijk gezegd best op mijn gemak, want inderdaad, pijn deed het niet. Het ene stuk tand na het andere kwam eruit, maar die laatste wortel, die was van de recalcitrante soort. Volgens Saar zat hij los, maar had ze er geen pak op. Maar geen nood, hij ging en zou en moest eruit, daar moest ik niet aan twijfelen.

Wel… Saar ging zitten, stond recht, ging weer zitten, greep een andere tang, nog een andere, spoot alles nog eens schoon, depte, blies, bekeek alles van rechts onderaan, links boven, deed de stoel naar boven, weer naar beneden, weer naar boven, grabbelde nog een andere tang, trok, wrong, wrikte, wriemelde, keek van links onderaan, rechts bovenaan… en had het laatste stuk eindelijk mee! Ze nam voor de zekerheid nog even een röntgenfotootje om zeker geen botsplinters te laten zitten, depte alles nog eens schoon, stak er een bloedstelpend watje in, en zuchtte diep van opluchting. Meer dan een half uur had het geduurd, dat gevecht.

IMG_1078

“Oh”, merkte ze fijntjes op, “ik zou toch even in de spiegel kijken en een doekje nemen, moest ik van u zijn, want ik vrees dat ik u een beetje vuil heb gemaakt”. Euh… Ik zat onder het bloed, zo bleek.

Enfin, de tand is eruit, maar ik vermoed wel dat de pijn nog zal komen. Zoals zij aan dat bot heeft gewrikt, kan het niet anders dan dat mijn halve mond eigenlijk een blauwe plek is.

Meh.