Tandartsdinges

Met zijn vieren naar de tandarts, zoals tweemaal per jaar standaard gebeurt hier ten huize. Wolf had erop aangedrongen: zijn tanden zijn nu nóg niet allemaal uitgekomen, en die beugel, wel, daar wil hij eigenlijk niet te lang meer mee wachten. Ik snap dat best: anders zit hij aan ’t unief nog met zijn beugel.

Enfin, niemand had gaatjes, en bij Merel heeft ze een melktand getrokken die geklemd zat tussen de andere tanden, maar die al lang los zat en daarom zelfs wat pijn deed. Merel was er niet gerust in, maar al bij al leverde het geen enkel probleem op.
Bij mij is er wat tandsteen verwijderd, bij Wolf zijn er twee groefjes gedicht en heeft ze voor de zekerheid nog een fotootje getrokken van die tanden die maar niet willen doorkomen.

En ik betaalde maar liefst 235 euro. We gaan wel 225 euro terugkrijgen, gelukkig maar. Lang leve de ziekteverzekering. Ugh. En we zijn weer goed voor een half jaar.

Tandengedoe

Dat Wolf een beugel nodig heeft, dat weten we intussen al eventjes. Deze ochtend kon hij naar de tandarts om de twee overblijvende melktanden te trekken. Jawel, hij is veertien en die twee tanden blijven koppig staan. En eventjes naar de tandarts is niet zo eenvoudig, want hij zit nog in het Zeepreventorium uiteraard. Gelukkig kon Saar deze morgen zich vrijmaken voor hem, om kwart voor negen, en werd hij vakkundig van twee tanden ontdaan.


Daarna heb ik hem naar het station gevoerd, zodat hij de trein kon nemen. Ha ja, want ik moet zelf lesgeven om tien over tien, en heen en weer naar De Haan lukt dus niet. Gelukkig vindt hij die trein niet erg, en kan zijn lijf dat intussen probleemloos aan.

Hij zei wel dat hij er nog serieus veel last van had, dat het stevig pijn deed, en dus niet echt zo vlotjes was. Tsja. Maar bon, nu dit grondig laten genezen, zijn nieuwe tanden de tijd geven om erdoor te komen, en dan gaan we naar de volgende fase van zijn beugel. Hij heeft nog even respijt dus.

Abces

Hmpf. Dat moment waarop ge al een Tramadol binnen hebt, en nog een Dafalgan 1000 komt bijhalen omdat ge niet kunt slapen van de pijn. Meh. Het probleem is dat het dan nog minstens een uur duurt voor dat ook echt werkt. Lang leve Candy Crush in het midden van de nacht…

Maar bon, deze morgen moest ik de hele voormiddag mondeling examen afnemen. Een beetje suf, maar de pijn was haalbaar, en dus kon ik me gelukkig toch voldoende concentreren. Oef. En de resultaten waren allemaal prima.

Tussendoor had ik snel naar de tandarts gebeld, en die had gelukkig nog een plaatsje voor me om vier uur.

Ik dus naar ginder, enne, als zelfs uw tandarts verschiet van uw dikke kaak, dan weet ge dat het niet zo goed is. Ze keek, spoelde, en verklaarde dat het abces te diep zat, en dat ze het niet kon openen. Zwaardere antibiotica zou het werk moeten doen. Zucht. Toen ik echter voor haar neus aan haar bureau zat om te betalen, bleef ik een mega slechte smaak proeven, en had ik het gevoel dat de druk in de kaak lichtjes afnam. Toen ik dat voorzichtig opperde, sommeerde Saar me onmiddellijk weer in haar stoel: bij het spoelen bleek het plots toch opengegaan. Ze spoelde en duwde er zo veel mogelijk pus uit – god, vréselijk, het idee alleen al! – en ik voel me meteen al veel beter nu de druk weg is. Maar slecht dat dat smaakt, ge hebt er geen idee van…

Enfin, met de Augmentin 875 zou het toch moeten beteren, zeker in combinatie met de zware pijnstillers. Ze was er toch niet gerust in, want belde naar de stomatologe voor een snellere afspraak in plaats van pas vrijdag. Ik mag morgenmiddag gaan. Poeh.

Een gemak, jong, die wijsheidstanden…

Wijsheidstand nummer drie

In 2006 had ik aan de linkerkant al mijn twee wijsheidstanden laten uithalen, want die waren gemeen pijn beginnen doen.

Nu was ook de onderste tand aan de rechterkant beginnen pijn doen: hij zat namelijk met een heel klein hoekje achter mijn kaakbeen gehaakt, en begon te duwen. “Tsja”, had de tandarts gezegd, “laat die gewoon uithalen: dat zal niet veel werk zijn, maar het gaat u een hoop pijn besparen, want als dat plots begint pijn te doen, begint dat meestal meteen serieus veel pijn te doen.”

Afspraak bij de stomatoloog dus, in het Sint-Lucasziekenhuis. Dat ziekenhuis had ik nog niet gehad, dus waarom ook niet. Oorspronkelijk lag dat volgende week, tussen de examens door, maar blijkbaar was er een conferentie tussen gekomen, en was het verplaatst naar vandaag.

Soit, om 13.35 uur meldde ik me aan aan de balie voor een afspraak om kwart voor twee, maar… Niks in de agenda! Bleek het in de andere vestiging te zijn, een beetje verderop, de vroegere Volkskliniek. Intussen was het al kwart voor, en heb ik een sprintje getrokken naar de andere gebouwen. Daar moest ik dan weer wachten om me aan te melden, en het was dus iets over twee tegen dat ik boven stond.

Blijkbaar zat dokter De Latte volledig op schema, en had ze al de volgende patiënten genomen. Maar bon, ik kon ertussen: ik kreeg een spuit, en tien seconden later was de hele kaak al verdoofd. Een kwartier later stond ik alweer buiten, een stevig grote tand en een stukje kaakbeen armer, en een verdoofde mond en een zakje ijs rijker. Oh, en een ganse waslijst met richtlijnen, waaronder spoelen met mondwater, en pijnstillers.

Ik hield nog de hele avond ijs op de kaak, en langzaam was die aan het wakker worden, maar met die Ibuprofen viel dat nog mee.

Allez bon, ik ben benieuwd, met mijn historiek van ontstekingen.

Gevecht met epische proporties

Om kwart over tien deze morgen had ik een afspraak bij de tandarts: de vermaledijde, gebarsten, pijnlijke en intussen ook behoorlijk dure kies moest eruit. Ik had aan Saar, de tandarts, gevraagd of ze het zag zitten om hem te trekken, wel wetende dat het ding zeker en vast in stukken ging breken en voor moeilijkheden zorgen. “Ja hoor” had ze me verzekerd, “daar ben ik intussen behoorlijk ervaren en handig in geworden”. Een tandarts die van aanpakken weet, liever dat dan een stomatoloog te moeten inschakelen.

Enfin, zij mij verdoofd, en meteen kreeg ik ook al een waarschuwing: het zou geen pijn doen, maar wel verschrikkelijk kraken, en ook bloeden. Euh ja, dat had ik ook verwacht?

Ik zat eerlijk gezegd best op mijn gemak, want inderdaad, pijn deed het niet. Het ene stuk tand na het andere kwam eruit, maar die laatste wortel, die was van de recalcitrante soort. Volgens Saar zat hij los, maar had ze er geen pak op. Maar geen nood, hij ging en zou en moest eruit, daar moest ik niet aan twijfelen.

Wel… Saar ging zitten, stond recht, ging weer zitten, greep een andere tang, nog een andere, spoot alles nog eens schoon, depte, blies, bekeek alles van rechts onderaan, links boven, deed de stoel naar boven, weer naar beneden, weer naar boven, grabbelde nog een andere tang, trok, wrong, wrikte, wriemelde, keek van links onderaan, rechts bovenaan… en had het laatste stuk eindelijk mee! Ze nam voor de zekerheid nog even een röntgenfotootje om zeker geen botsplinters te laten zitten, depte alles nog eens schoon, stak er een bloedstelpend watje in, en zuchtte diep van opluchting. Meer dan een half uur had het geduurd, dat gevecht.

IMG_1078

“Oh”, merkte ze fijntjes op, “ik zou toch even in de spiegel kijken en een doekje nemen, moest ik van u zijn, want ik vrees dat ik u een beetje vuil heb gemaakt”. Euh… Ik zat onder het bloed, zo bleek.

Enfin, de tand is eruit, maar ik vermoed wel dat de pijn nog zal komen. Zoals zij aan dat bot heeft gewrikt, kan het niet anders dan dat mijn halve mond eigenlijk een blauwe plek is.

Meh.

 

Tandperikelen, deel twee én drie

Eind november was ik beginnen sukkelen met een kies rechtsboven: die was serieus zeer beginnen doen, en de tandarts had vastgesteld dat die tand afgestorven was en dus ontzenuwd moest worden om erger te voorkomen. Dat was dus op maandag: ze had me pijnstillers – doe ik niet aan, als ik het kan vermijden – en een driedaagse antibioticakuur voorgeschreven. En een afspraak met de endodontoloog op 19 december. Hmm, oké dan.

Alleen… die tand bleef gevoelig, en het kaakbeen bleef pijn doen. Ik kreeg dus een tweede kuur voorgeschreven, want de ontsteking moest echt wel weg. En toen… viel de tijdelijke vulling eruit, en voelde ik de wattenbol zelfs zitten. Euh… De tandarts nam me er snel tussen, deed opnieuw medicatie in de tand zelf om de nog resterende zenuwen plat te gooien, en vulde hem opnieuw op. En vond het verdacht dat de tand bleef pijn doen, en drong dus aan bij de endodontoloog om alles veel sneller af te handelen. Die kon er me uiteindelijk gisteren nog bij nemen, in plaats van 19 december.

Ik stond dus om negen uur in Lovendegem, en werd daar zeer vriendelijk en professioneel ontvangen. Mijn tand werd met een rubberen doek vakkundig afgeschermd van alle vocht, en ik geef het toe, dat is een pak aangenamer dan zo’n zuiger in je mond, en alle gruzels en boorrestanten en dergelijke. Ik weet ook niet wat voor soort verdoving die man gebruikte, maar ik voelde niks, en toch was mijn mond niet verdoofd zoals anders, en dus zeker niet scheef.

IMG_10

Hij bekeek de foto’s en de tand zelf, en zei al van in het begin dat hij er niet zeker van was dat de tand te redden zou zijn: er schoot echt niet veel meer van over, en de kans zat er ook in dat er een barst in zat. Het zou sowieso een kroon worden, er was te weinig van over om hem deftig op te vullen. Maar om te beginnen bekeek hij via de microscoop – wijs ding, jong! – wat er nog aanwezig was van zenuw. En jawel, er zat nog een behoorlijk stuk zeer geïrriteerde zenuw in die nauwelijks te pakken was. De tand heeft namelijk niet gewoon vier wortels, maar twee ervan zijn vergroeid met elkaar. ’t Moest weer lukken… Enfin, een kwartier later was al het zenuwweefsel verwijderd, alles gespoeld, en… waren er duidelijk niet één, maar twee barsten te zien.

Die ene barst liep helemaal tot beneden, wat betekende dat de tand niet meer te redden was: het zou problemen blijven geven, en wellicht zelfs een stevig abces.

Blah.

150 euro later wist ik dus dat mijn tand nog moest getrokken worden door de tandarts. Ha ja, want dat ging de endodontoloog niet zelf doen: daar had hij geen tijd voor, en het was niet zeker dat de tand er in één stuk ging uitkomen, en dan ging het extra lang duren. Hij maakte de tand gewoon proper, vulde hem op met een stevige voorlopige vulling, en waarschuwde me er zo min mogelijk op te bijten, want dat bij elke beet de barst een miniem beetje openging, en voor pijn zou zorgen.

Ugh.

Oh, enne… De alleenstaande, overblijvende kies achteraan moest ook in de gaten gehouden worden: die had ook niet gewoon drie wortels zoals standaard, maar de drie waren samengesmolten tot één kegel, waardoor hij niet bepaald muurvast zit. En als ik geen brug of implantaat voorzie, zou het best wel eens kunnen dat hij ooit afbreekt wegens te weinig steun.

Allez hup.

Kosten dus.

Ik word echt, maar echt oud: kapotte rug, eerste tand kwijt… Binnenkort een vals gebit en een looprek?

Tandperikelen

Nu dat weer…

Gisteren, zondag dus, kreeg ik plots tandpijn. Ja, echt. De pijn verkroop echter de hele tijd: soms onderaan, soms bovenaan, dan weer mijn ganse kakement, dan weer tot in mijn sinussen… Zeer vervelend!

Ik belde dus deze morgen naar mijn tandarts, en die had om kwart over vier een kwartiertje de tijd, net genoeg om te kijken wat er precies scheelt en om me van de pijn af te helpen. Definitieve oplossingen volgen dan later wel.

Bon, ik dus met een zere kaak en een klein hartje richting tandarts. Die zag niet zo meteen een gaatje of zo – wat me ook zou verwonderd hebben, ik ga twee keer per jaar op controle – en nam dus een paar foto’s. Ook daarop was niet veel te zien, en dus begon ze met vloeibare stikstof op een watje te testen welke tanden nog gevoelig waren en welke niet. En jawel, bij een zwaar gevulde kies bovenaan – tand 26, FYI – kwam er geen reactie. “Goh”, zei ze, “ik vertrouw het niet, ik ga die vulling uitboren, en kijken of die tand nog reageert. Als dat het geval is, dan heb ik hem gewoon maar weer op te vullen. En als hij niet reageert, dan weten we dat hij ontzenuwd moet worden”.

Juist. Zij begint te boren, ik voel niks. Ze boort verder, ik voel niks. En dan volgt een eureka; “Ziet ge’t wel! Ik zit erdoor, en dan moet dat normaal gezien een klein beetje bloeden, maar dat doet niks! Die tand is zo dood als een pier! Nog een chance dat ik verder zocht, want ge zoudt vannacht nogal plezier gehad hebben!” Euh…

Ze heeft de tand in de drie wortels dan maar volgespoten met een vreselijk vies medicijn, er een bol watten in gepropt, en de tand opgevuld, met een verwijzing naar een endodontoloog. Huh? Blijkbaar is dat een tandheelkundig specialisme, want kiezen ontzenuwen, dat doet ze niet zelf meer. Die mensen zijn daar in gespecialiseerd, maar het gaat wel 400 euro kosten, met een 200 euro terugbetaald. Slik. Tsja…

Het zal wel moeten, zeker, als ik de tand wil houden?

En dan nu een antibioticakuur, want het feit dat zelfs mijn kaakbeen al pijn deed, zegt niet veel goeds.

Allez hup, nu dat weer dus.

Doktersdagje

Om tien uur zaten Kobe en ik bij de tandarts, en Merel was voor de gezelligheid ook mee. Ja, die vindt de tandarts bijzonder leuk, om een of andere reden. Kobe vond het minder, want ook al had hij deze keer geen gaatjes, zijn tanden waren blijkbaar slecht gepoetst, en er moest ook een tand uit. Een van zijn melkkiezen zat een beetje los, maar had een lange, lange wortel en ging dus lastig doen bij het uitvallen. De nieuwe tand zat al netjes klaar, en dus heeft de tandarts hem gewoon uitgetrokken.

Na de middag werden we verwacht bij dr. Van der Looven, Wolfs revalidatiespecialiste. Ze keek, en zag dat het goed was, maar dat er nog een lange weg te gaan was. Enfin, eerst keek haar assistent, luisterde, onderzocht, en zei toen dat hij toch even met haar ging overleggen. Een twintigtal minuten later kwam hij terug met de boodschap dat we meteen naar haar bureau mochten doorschuiven, dat ze hem zelf toch nog even wilde onderzoeken. Maar ze zei ook meteen dat ze al een gans andere Wolf zag dan eind juni. Aangezien het, langzaam maar zeker, vooruit gaat, wil ze bij de behandeling blijven: nog steeds vrij zware maar specifieke pijnstillers, en kinesitherapie. En vooral geduld. Dat bewees ze door hem zonder meer vrij te schrijven van de schoolse sportlessen tot eind 2017. Voor de rest moet hij vooral zelf aanvoelen wat lukt en wat niet lukt, en veel proberen bewegen.

IMG_0039

Aangezien we aan het proberen zijn om zo lang mogelijk minstens één geocache per dag te vinden – een streak – liepen we daarna even tot aan de vroegere ingang van het UZ, aan de De Pintelaan. Daar zit er namelijk een cache, een “bizar cacheke”. Nu bleek dat toch wel aan het Bizar Café te zijn, zeker? En in dat café verkopen ze geen alcohol, maar wel ijsjes! Ik had nog op voorhand gezegd tegen de kinderen dat we een ijsje konden gaan eten, als ik in de buurt iets van ijsjes vond. Karma, jong! Kobe liep dus terug naar de auto om mijn handtas te halen, en we aten op ons gemak een ijsje. Een bespreking van de locatie krijgt u later nog.

IMG_0046

Enfin, we reden fluks weer naar huis, want intussen was het al tegen zessen, aten, en om half acht zat ik met Wolf bij de kinesist. ’t Is bijna zo erg als tijdens het schooljaar, momenteel…

Maar er is tenminste verbetering in zicht, en daar zou ne mens alles voor doen.