Geocachen in Gent centrum

Nee, ik heb er geen nieuwe caches ontdekt, al zijn er nog een paar wandelingen die ik nog moet doen.

Maar het is nu al behoorlijk lang dat ik 7 verschillende sluizen in Gent van een cache heb voorzien, met elk een code. De bedoeling was al bijzonder lang om er nog een achtste sluiscache bij te leggen en dan een bonus, eentje die je maar kan vinden al je alle andere acht caches hebt gevonden.De locatie voor die laatste had ik al lang in gedachten: het Sluizeken, en dan meer bepaald het stukje wandelpad langs het water. Daar staat een paar prachtige oude bomen, ideaal voor een cache. Alleen weet ik niet hoe voorbijgangerbestendig die cache daar zal zijn.

Soit, in het prachtige weer ben ik de fiets op gegaan, heb eerst de cache aan de Tolhuissluis vernieuwd – doosje was aan het doodgaan – en ben daarna doorgefietst naar het Sluizeken om daar dus een voorlopige cache weg te steken. Ik wil er eigenlijk iets speciaals van maken, maar eerst wil ik zeker zijn dat de cache daar niet snel verdwijnt. Er is nogal wat passage langs dat wandelpad, en in de zomer zit er ook regelmatig volk te chillen.

Ik fietste verder naar de Sint-Jorissluis aan de Reke om er een nieuw logrolletje te voorzien. Het potje was nog prima, maar het was vochtig van binnen en er zat te veel brol in. Uitgekuist, en verder.

Volgende stop was de Scaldissluis aan de Oude Beestenmarkt, want daar was de cache alwéér verdwenen. Serieus zeg! Ik denk dat ik vorige keer een meter of 5 duct tape heb gebruikt om hem vast te plakken, en blijkbaar zijn er nog steeds mensen die vinden dat ze hem moeten lostrekken. Enfin, poging elvendertig.

De tocht ging verder richting Rabot, want daar wil ik een achtste cache met code wegsteken. Het is geen echte sluis geweest, wel een keersluis, maar het is zo een mooi gebouwtje dat ik er wel de aandacht op wil trekken.

Mooi plekje gevonden, en dan vrolijk naar huis gefietst, zodat ik op tijd was om om vier uur DnD te spelen met Jesse en co.

Yup, fijne en vooral ontspannende namiddag gehad. Lang leve de elektrische fiets!

 

Dood.

Ik lig in mijn zetel, en ik ben niet van plan er vanavond nog uit te komen. Of zelfs maar een teen te verroeren.

Laat ons stellen dat ik er een klein beetje over ben gegaan vandaag. Klein beetje maar.

De voormiddag was weliswaar rustig, maar toch weer meer dan gewoon in de zetel liggen: met Wolf naar de Poel rijden, en een uurtje rustig in de Labath een manuscript zitten verbeteren, met een grote latte erbij. Thuis had Bart het eten al op tafel, en maar goed ook: om kwart over een stapten Wolf en ik alweer in de auto, richting OpenSchoolDag.

Ik geef toe: daar was ik een beetje over in mijn gat gebeten, jawel. Toen vorige week namelijk de dienstnota verscheen over de Openschooldag, zag ik dat ik zonder boe of ba gewoon was ingeschakeld op school, en dan nog voor een dubbele taak: zowel de medebar als het nemen van foto’s. Prompt mailde ik terug: dat ik nog steeds 100% in ziekteverlof ben, en met reden. Dat mijn lijf dat niet aankan, en dat ik dus niet van plan was de hele tijd te blijven. Ik kreeg een verontschuldigend mailtje terug: dat ze dachten dat ik sowieso kwam, en dat ze me daarom hadden ingeschakeld. Ik was er echt niet mee gediend: ik doe al, ondanks mijn ziekteverlof, de website en de rest van de communicatie, de flyers, de brochures, de integratielesjes: was een simpel telefoontje dan zo veel gevraagd misschien? Toen ik iets later dan de adjunct aan telefoon had, heb ik hem dat ook nog even meegedeeld.

Maar bon, tegen half twee stond ik dan toch op de OpenSchoolDag, waar mijn collega’s al volop bezig waren met leerlingen, en waar ik maar plaats moest nemen achter de bar. Een lieve, fotogekke collega kreeg mijn fototoestel in handen, en trok maar liefst 400 foto’s: mooi meegenomen!

IMG_4556

Ik had gedacht van om half vier weg te gaan, een half uurtje te gaan liggen thuis, en dan te zorgen dat ik om 16.45 uur op de generale repetitie zou zijn voor ons concert morgen. Niet dus: er was echt veel volk, en ik bleef maar uitleg geven en mede schenken. Ik ben ook gaan zitten en voor een stuk blijven zitten, want het ging gewoon niet meer. Om vijf uur ben ik dan echt weggevlucht, terwijl Wolf achterbleef om in mijn plaats op te ruimen.

Ik ben nog even langs huis gegaan om een kwartiertje te gaan liggen en de pijn te laten wegebben, maar uiteindelijk stond ik om half zes dan toch weer op de generale repetitie, tot half acht. Toen konden ze me ongeveer samenvegen. Ik ben naar huis gereden, heb gegeten, en lig nu dus in de zetel. Pompaf. Plat.

’t Zal straks wel weer beteren hoor, maar nu nog eventjes niet.