Japan – dag 11: gewelddadig thema

Deze ochtend, in een stralend Kyoto, stond ik iets voor acht al in de tempel naast het hotel. Ha ja, die was gisteren al dicht, en ik vond het nu toch te onnozel dat we heel Kyoto afgekletst waren om dan die tempel naast de deur te negeren. Het was overigens een bijzonder grote tempel, met twee grote hallen. In de ene was een dienst bezig en kon ik even niet binnen. Het was wel mooi om al die monniken in hun zwart-witte pijen te zien, maar uit respect heb ik ze niet op foto. En eigenlijk vond ik deze tempel veruit de mooiste…

Om kwart over acht zat ik met de rest van het gezin aan het ontbijt, waar Kobe zich de ochtendlijke, vers in de steenoven gebakken pizzaatjes liet welgevallen. Yup, een bijzonder fijn hotel, dit is top. Jammer dat we weg moeten dus…

Maar om kwart over negen werden we verwacht in het Samourai & Ninja Museum voor een rondleiding en een initiatie zwaardvechten. We kregen allemaal een gi en een hakama aan, mochten even met echte zwaarden poseren, en kregen dan een houten zwaard om een aantal basis kamai’s aan te leren. Mijn rug vond dat niet zo wijs, zodat ik de oefenposes niet mee deed, alleen de stukjes op snelheid. Ha ja, ik heb niet voor niks zo veel jaar nin jitsu gedaan, en de basis kwam snel terug, ja. Wel eens amusant.

Aansluitend gingen we met onze volle rugzakken – de valiezen hadden we gisteren al richting Hiroshima gestuurd – de bus op naar het station. De shinkansen allemaal goed en wel, maar je verliest telkens wel een uur tussen reservatie en effectieve rit, en door de JR railpas kan je niet onlin reserveren. Nu, deze keer konden we die tijd goed gebruiken door in het station – denk: gigantisch winkelcentrum en talloze restaurantjes, in vrijwel elke stad – een Italiaans pastaatje te gaan eten.

En dan dus een tweetal uur de trein op, naar Hiroshima – met de klemtoon op de o, niet de i. Voor wie zich afvraagt of je dan niet gewoon gezellig naar buiten kan kijken om te genieten van het landschap: dit is wat je meestal ziet. Ik heb drie willekeurige foto’s genomen.

Maar bon, tegen een uur of drie waren we in het Hilton in Hiroshima. Zeker geen slecht hotel, verre van, maar niet te vergelijken met de prachtige Japanse stijl van het Kanra in Kyoto. We zaten op de 17de verdieping, wat wel een fijn uitzicht gaf.

Waar we deze ochtend in Kyoto nog in de stralende zon liepen en we het eigenlijk nog vrij warm hadden, zaten we hier in de regen. Dat lieten we niet aan ons hart komen: goed voorzien namen we de bus richting Hiroshima Memorial Museum, en ja, dat kwam even hard binnen. Zelden zo’n stilte geweten in een zo enorm druk museum, want ook hier was het aanschuiven. Maar die beelden, die foto’s, die voorwerpen, die massale vernietiging en dat onnoemelijk leed…

In de plensende regen liepen we verder langs de monumenten, onder andere langs het Children’s Monument met de talloze kraanvogels, en langs de Koepel, het enige gebouw in de buurt van het hypocentrum – hypo betekent onder, want de bom is in de lucht ontploft – dat min of meer is blijven rechtstaan. Aangrijpend, stuk voor stuk.

Nat gingen we terug naar het hotel, om daar dan ter plekke iets te eten. We waren niet onder de indruk: kleine porties zodat we allemaal nog een dessert namen, en bovendien echt wel duur. Maar wel gemakkelijk en droog, natuurlijk.

En buiten was intussen de natte nacht gevallen over Hiroshima.

15.000 stappen.

Japan – dag 6: een verloren dag

Om half negen zaten we aan een uitmuntend ontbijt en vonden we het eigenlijk jammer dat we hier al weg moesten: wat een hotel! En dan hadden we nog verkeerd begrepen dat het eigenlijk hier was dat we een privé onsen hadden moeten boeken, maar we hadden onze bikini’s en zo niet mee, en naakt zagen de kinderen niet zitten. Maar eigenlijk hadden we er ook niet echt tijd voor…

Om half tien stonden we buiten, iets later zaten we op de bus naar Gora station, waar we een kabeltreintje naar boven namen, waar een kabellift is met spectaculair uitzicht op de Fuji, een meer en een vulkanisch landschap dat bevreemdend aandoet.

Boven bleek de wachtrij voor de kabellift nog mee te vallen: een goed half uur. Mijn rug was daar niet zo blij om, maar bon, dat moest dan maar. Alleen… er kwam al een waarschuwing dat het bijzonder hard aan het waaien was en dat het niet erger mocht worden. En ja hoor, nog vier wagentjes voor ons misschien, en ze sloten de boel af. Hadden we voor niks staan wachten. Ze konden ook niet zeggen hoe lang ze gesloten zouden blijven. We bleven nog een half uurtje zitten – de files aan de bushalte waren immens want iedereen moest terug natuurlijk – en namen dan dat kabeltreintje maar terug naar beneden.

Daarna zaten we een dik half uur opnieuw op dat fijne zigzagtreintje van gisteren, en we hebben duidelijk twee ingenieurs in spe mee: toen er werd omgeroepen dat er een hellingsgraad was van 8% en de ene kant van de trein 2,50 meter hoger was dan de ander, begonnen ze allebei prompt uit te rekenen hoe lang die trein dan wel was. Zucht.

Soit, in Odawara konden we een eerste stukje shinkansen nemen, maar eerst overvielen we een 7-Eleven om er iets van middageten te scoren. Een restaurant hoefde niet, dat zijn we intussen wat beu. Maar erg gezellig was het allemaal nu ook weer niet.

Bon, de eerste shinkansen op, en dan een tweede direct naar Nagoya, in totaal een 270 kilometer op zo’n anderhalf uur. Uitzicht was er niet echt, alleen industrieterreinen en lage wolken.

En dan, jammer genoeg, nog een uur op een lokale trein met de layout van een metro. Meh. We waren dan ook doodop tegen dat we in het donker in Nagakutsawa waren, en daardoor viel ook het hotel op het eerste zicht nogal tegen.

De kamer is inderdaad klein – Tokyo-klein – maar wel gerieflijk en proper.

En toen kwamen we eerst even bij – de rug deed gemeen zeer – haalden we beneden een avondsnack, liepen nog even naar de lokale 7-Eleven voor meer snacks, en dat was dat. Alleen Kobe zocht nog even de onsen op, wij zagen dat niet meer zitten.

Een verloren dag dus. Tsja. Net geen 10.000 stappen.