Tripje Ronse en Huise

Nelly klaagde erover dat ze al zo lang de kinderen niet gezien had, en gelijk had ze! Maar er was altijd wel eentje op kamp of zo, of we waren zelf op zwier, en met die corona is dat ook niet zo evident.

Soit, vandaag pakten we ons samen, ondanks mijn mottig gevoel, en reden we naar Ronse. Zij had koffie, wij hadden de taart mee. Eigenlijk had ze ons willen uitnodigen om er ’s middags te blijven eten, maar het restaurant is blijkbaar niet open op maandag. En de rest van de vakantie is zo goed als volgeboekt, vrees ik.

Maar koffie was dus ook meer dan oké, en het was echt wel gezellig. We hebben gewoon zitten kletsen, Nelly was voor een keertje ook absoluut niet zenuwachtig en dus ook zeer aangenaam, en we zijn er bijna een uur blijven hangen. Dik in orde!

Daarna zijn we ook nog even tot in Huise gereden – het is bijna geen omweg, als je van Ronse komt – tot bij nonkel Staf. Die zit nu daar in een WZC, maar dat valt ook best mee, heb ik het gevoel. Hij was in elk geval druk bezig met zijn boekhouding, toen we daar onaangekondigd toestuikten. We mogen maar met twee tegelijk op zijn kamer, zodat we eigenlijk onmiddellijk verhuisden naar de cafetaria. Daar werd respectievelijk cola en Wortegemsen gedronken, en Staf was “in zijne vertel”. Alleen is het jammer dat 1) hij plat Kruishoutems spreekt 2) zijn tanden niet meer passen 3) hij van nature al mompelt.

Het resultaat was dat de kinderen er eigenlijk totaal geen barst van begrepen en ik regelmatig moest vertalen. Ha ja, boers is boers, en dat is in de grond niet zo verschillend van Zomergems. En ik ben, leraar zijnde, wel wat mompelaars gewend. Ik denk dat we er ook drie kwartier hebben gezeten, terwijl Staf vertelde over hoe hij gewond was geraakt door een stier, en ik dan ook het stierenverhaal uit mijn kindertijd vertelde. Oh, en Staf is echt nog wel bij de pinken. Ik vertelde dat ik dus als kind op de strozolder van bevriende boeren aan het spelen was en plots tussen twee balen stro door schoot. Zo rap of kijken mompelde hij; “Ja, ’t zou vandoage gelijk zo rap nie meer goan, als ik eu zie”. Zijn monkeltje en de twinkelingen in zijn ogen waren goud waard, zeker toen hij mijn gezicht zag. En de kinderen? Die hadden het niet verstaan, natuurlijk.

Enfin, een namiddagje familie met een goed gevoel. En met een deftige foto van oma met kleinkinderen.

Tochtje door Ronse

Het zijn geen Pasens meer zoals vroeger, zoveel is duidelijk. Vorig jaar “vierden” we nog Pasen achter de computer met Barts ma en broer, en mijn pa bleef braafjes en veilig thuis.

Andere jaren gingen we altijd, op Pasen zelf of op paasmaandag als het op zondag de Ronde was, naar Ronse bij Nelly, die dan een uitgebreide koude schotel of zo voorzag.

Helaas, ook dit jaar werd het eerder iets in mineur: we mogen Nelly maar bezoeken met twee extra bezoekers – Bart is haar knuffelcontact – en die moeten duidelijk boven de 12 zijn. Merel was geen optie, Kobe eigenlijk blijkbaar ook niet, en Wolf was de vorige keer rond nieuwjaar niet mee geweest, de keuze was dus snel gemaakt. Bart, Wolf en ik reden dus vandaag richting Ronse om eerst een kwartiertje te kletsen in de babbelbox. Daarna moest Bart nog een aantal dingen regelen voor zijn moeder, waardoor Wolf en ik een dik uur hadden om in Ronse wat caches te zoeken.

We gingen eerst nog eens op zoek naar de cache die aan een weefmachine zit, maar net zoals in 2016 moesten we het na een kwartier zoeken toch opgeven. Hmpf. Rotding.
Enfin, we deden een letterboxmulti, zagen dat de virtual die we gepland hadden, eigenlijk een hele wandeling was, en deden toen voor het eerst een labcache. Dat is een aparte app, eigenlijk, maar ongelofelijk leuk! Je krijgt een beginpunt en pas als je daar effectief op tien meter afstand bent, opent de app een uitleg en moet je een vraag beantwoorden. Heel vaak gaan labcaches dus om historische uitleg en dergelijke. Als je vraag 1 hebt beantwoord, krijg je toegang tot de tweede locatie, maar ook daar moet je effectief naartoe als je de vraag wil krijgen. Per opgeloste vraag krijg je trouwens een extra op je teller van gevonden caches. Zo gaat het snel, natuurlijk. En blijkbaar hebben de meeste labcaches ook een bonus, een effectief verstopt potje waarvan je de coördinaten maar krijgt als je de volledige labcacheronde hebt opgelost.

Wolf en ik hadden op dat moment niet zo heel veel tijd meer, zodat we de labcache in Ronse met de auto deden: ik reed tot aan de locatie, en van zodra ik de vraag kreeg, sprong Wolf uit de auto om het antwoord te zoeken.

Yup, dat was best wel amusant! Ik ga dat vaker doen, zo’n labcaches.

We pikten Bart om half vijf weer op, reden nog even langs nonkel Staf, en waren op het eind van de middag weer thuis.

Toch jammer dat het zo ver rijden is, he…

Nieuwjaren, deel twee

Na een rustige voormiddag reden we richting Ronse, om daar eens hallo te gaan zeggen tegen Nelly, zodat Merel haar nieuwjaarsbrief kon voorlezen.

Eigenlijk mochten Merel en Kobe zelfs gewoon niet mee binnen, ze hadden blijkbaar een uitzondering gemaakt voor de feestdagen, maar blijkbaar geldt 2 januari niet meer als feestdag. Bon, na enig aandringen en gezwaai met de nieuwjaarsbrief mocht het alsnog, maar dan per uitzondering. Oef.

We konden dus het volle kwartier blijven, er werd voorgelezen, even gebabbeld, en toen moest Bart nog wat dingen voor zijn moeder doen, waardoor wij een half uurtje moesten zoek zien te maken. Nu, als geocacher is dat niet meteen een uitdaging ^^

Iets verderop, op de industriële site van een oude ververij, lag er namelijk een cache die wij nog niet gedaan hadden. Het was koud, vochtig en grijs, maar wat een locatie zeg! Heel erg urbex: verschillende watervergaarbekkens, een wandelpad daarlangs, open ronde betonnen… euh, platformen of zo… Merel vond het meteen een ideale trouwlocatie en zette daar al een ganse boom over op, compleet met roze lopers en al.

De foto’s doen het eigenlijk totaal geen recht, maar bon. Na een half uurtje gingen we Bart weer oppikken en reden naar huis, netjes op tijd voor Merels dansles.

En toen zij goed en wel vertrokken was, stapte ik zelf weer in de auto en reed naar Gwen. We wilden deze vakantie eigenlijk samen met onze dochters gaan wandelen, maar in dat rottige weer was de goesting snel voorbij, en de tweede week gooiden allerlei onverwachte omstandigheden roet in het eten.
Ik heb me dan maar een goed uur bij haar in de tuin op het terras genesteld onder een terrasverwarmer, en we hebben eindelijk nog eens gezellig getetterd. Veel te weinig, eigenlijk, want er zijn nog massa’s dingen die we willen bespreken, maar bon, het begin is er al.

We gaan proberen dit vaker te doen, nu we toch niet kunnen gaan eten. Ik heb een terras met vuurschaal, zij heeft een overdekt terras met terrasverwarmer. Moet kunnen, dus.

En toen was er enkel nog een zalig rustige zaterdagavond. Dik in orde.

Luie kerstdag

We sliepen lang en zaten rond tien uur aan de ontbijttafel. Nu ja, ontbijt: het was de meegeleverde brunch van Publiek, en die was serieus de moeite!

Broodjes met rillette, pompoen met geitenkaas, scones met clotted cream and jam, eitjes,verse yoghurt met een citruscoulis en granola, kaasblokjes en druiven, en appelsapjes. Oh, en chocoladekoekjes, maar die heeft Kobe allemaal opgegeten ^^

Als het een brunch was, waarom zaten we dan zo vroeg aan tafel? Wel, Koen en Else gingen even langskomen met de kinderen om te zwaaien of iets te drinken op ons winterterras, afhankelijk van het weer.

Ik moest lachen: Bart ging vol goeie moed om half elf de stoelen afdrogen en zo, maar ik vond dat wat voorbarig, en terecht: iets later was het weer aan het gieten. Maar we hadden geluk: toen ze effectief toekwamen, was de zon net aan het schijnen! We zetten de keukenstoelen buiten, staken de vuurkorf aan en voorzagen in warme soep en knabbeltjes.

Echt eten deden we niet meer, wie wilde nam nog iets te knabbelen, en tegen twee uur reden we naar Omaly in Ronse. We konden haar een kwartiertje spreken in de ‘babbelbox’ maar we hadden geluk: de volgende afspraak was maar om vier uur, zodat we een half uur konden blijven.

En daarna? Toen was het tijd voor eventjes rustig in de zetel liggen, een spaghetti en – hoe kan het ook anders? – Die Hard met het hele gezin. De kinderen hadden die nog niet gezien.

Yippee-ka-yay, motherfucker!

Nieuwjaren in Ronse

Zag Nelly het vorige week nog niet zitten om mee te gaan op restaurant, nu was ze wel degelijk netjes opgekleed en klaar om in het restaurant van Triamant samen met ons te lunchen. Ze had de menu ook op voorhand besteld: paté als voorgerecht en een hertenstoofpotje met witloof en kroketjes. Een dessert hoefde niet, al had ze wel een digestief voorzien.

We aten namelijk taart op haar kamer, terwijl de nieuwjaarsbrieven werden voorgelezen en het nieuwjaarsgeld en/of cadeautjes werden uitgewisseld.

Merel kreeg zowaar een ticket om samen met Else en Liv naar Ketnet Musical te gaan, en ik wist dus niet dat dat kind zo hard kon glunderen…

Daarna ging Bart nog even nonkel Staf bezoeken en reed ik met de kinderen naar huis, maar eerst hebben we nog snel de cache opgepikt die achter Triamant ligt. Nog een chance dat ik Wolf mee had…

 

Kerstdag

Vanmorgen waren we allemaal op een redelijk uur op, gewassen, opgekleed en klaar. Bart reed al naar Ronse om er eerst nog bij zijn moeder langs te gaan, ik reed met de kinderen naar Zomergem om er mijn pa op te halen en ook naar Ronse te rijden.

We hadden er namelijk een restaurantreservering, Maison D., samen met Barts broer. Nelly zelf zag het niet zitten om mee te gaan, ze heeft nog te veel last van haar heup sinds ze recent weer gevallen is. Ons pa was meegevraagd, want anders zat hij toch alleen en hij genoot ervan. Lekker eten, fijn gezelschap: dik in orde.

Het eten was effectief ook zeer in orde, zij het een beetje traag. Allez, serieus traag. Het leverde ons om kwart na vier een telefoontje van Nelly op, waar we bleven. We gingen namelijk taart eten bij haar op het appartement, maar we gingen net nog maar aan het dessert beginnen.

Enfin, tegen vijf uur waren we bij haar om daar nog taart te eten, voor zover daar nog animo voor was: iedereen had eigenlijk al veel te veel gegeten. Ik heb dan maar wat taart meegenomen naar huis ^^.

Aansluitend reden we nog met zijn allen naar Huise om er hallo te zeggen bij nonkel Staf. Die zit daar nog wel eventjes, want zijn evenwicht is nog niet goed genoeg, en hij kan voorlopig ook nog niet voldoende stappen om terug naar huis te gaan.

Daarna klommen de kinderen allemaal bij Bart in de auto en reden ons pa en ik, via nog een fijn cacheke in Munte, terug naar Zomergem.

Lange, intensieve dag, maar wel een echte kerstdag. Zoals het hoort.

Ronsische omzwervingen

Véronique, mijn uitgangs-, theater-, geocache- en GIFTmaatje, is toch wel verhuisd naar Ronse zeker? Het is haar van harte gegund, zeker sinds ik foto’s gezien had van haar huis ginder: een pareltje van art déco met een hele fijne tuin en vooral ook heel veel plaats. De rit naar Gent heeft ze ervoor over.

Wij wilden het huis eens bekijken en vooral ook nog eens samen gaan geocachen met haar dochter en plusdochter, twee bijzonder fijne dames. Vandaag stonden we daarom rond kwart voor elf bij Omaly. Ha ja, we kunnen toch moeilijk naar Ronse gaan en niet eens binnenspringen bij mijn schoonmoeder, of wa? Die was verbaasd om ons te zien, maar vond het precies toch niet erg.

Tegen half twaalf stonden we dan bij Véronique en Peter, en de foto’s doen het huis eigenlijk nog onrecht aan. Ze heeft een zeer grote kelder, een ruime living, een apart salon, een ingerichte keuken, vier kamers, twee badkamers én daarboven eigenlijk nog een studio waar je perfect een AirBNB of zo kan van maken. Echt, man, zo’n huis zeg! En dan ook nog een mooie aangelegde tuin met open veranda, twee terrassen (waarvan eentje onder een pergola van blauwe regen en druivelaar) en een vijver. Ik kan perfect begrijpen dat ze daar gaan wonen is!

We aten pizza en gingen daarna een rondje geocachen in een oude spoorwegbedding, een prachtige wandeling eigenlijk. Zelfs de oudste zoon ging mee, maar de flessen water die hij mee had genomen, waren al na een half uur op: pokkeheet zeg! Zolang we in de schaduw liepen, viel het best mee, maar zodra je in de volle zon kwam, zweetten we ons te pletter. Het tochtje duurde twee uur, en dat was meer dan lang genoeg. Véro nam de foto’s…

We moesten daarna nog ergens zijn, dus vrij vroeg reden we eigenlijk al naar huis, zodat Kobe en Merel nog een snel afkoelend plonsje konden placeren. Een gerief, jong, zo’n zwembadje.