Nog wat handschoentjes

Nu ik toch bezig was en Arwen duidelijk fan is van die dingetjes om in de auto te dragen, haakte ik nog wat van die polswarmertjes, maar dan met een duimpje voor haar.

En dan ook nog, met een overschotje katoenen garen, een paar voor mezelf. Als ik naar tv kijk, is zo’n paar zo goed als af op een avond. Tsja.

Polswarmertjes voor Merel

Bloed zweet en tranen hebben die dingen me gekost. Nee, eigenlijk geen tranen, maar zelfs bloed want ik heb in mijn vingers gestekt bij het samennaaien. Maar wel zweet en frustratie en ergernis, en ik ben blij dat ze zo goed zijn uitgedraaid!

Merel had me dus enkele maanden geleden gevraagd of ik vingerloze handschoentjes voor haar wou maken. Heel eenvoudige, zonder kabels of versiering, gewoon rechttoe rechtaan. Ze koos een patroontje, ik bestelde een goeie kwaliteit garen, en dat was dat, dacht ik. Ik bedoel maar: ik kan een hele pull breien op tien dagen, dan zou zo’n paar handschoentjes ook wel lukken zeker?

Euhm.

Dit was prutswerk met rondbreinaalden nr. 3, en ik kon het niet terwijl ik naar tv keek. Luisteren, dat ging, maar verder moest ik er mijn aandacht bij houden. Dat betekent dus ook extra tijd voorzien, en daar had ik vaak geen zin in. En die duimpjes? Probeer eens rond te breien met in totaal een steek of twaalf… Ik denk dat ik vijf of zes keer herbegonnen ben met de duimpjes omdat ik altijd wel ergens een steek liet vallen of een foutje maakte.

Soit, ze zijn af, Merel vindt ze echt leuk, en ik vind ze goed gelukt.

Maar geloof me: ik maak die niet nog eens opnieuw. Als er iemand nog een paar wil, dan moet je me een haakpatroon bezorgen. Never again!