Japan – dag 7: zeiknat

Dit hotel is iets helemaal anders dan het vorige: het is in orde hoor, daar niet van, maar qua stijl is het eerder eco-hipster-backpacker. Het is dan ook ingericht met veel blank hout en dergelijke, aandacht voor ecologie, en ook het ontbijt had wat van die stijl.

De dag beloofde niet veel goeds qua weer: het zag er nat uit, en het voorspelde niet veel goeds.

En net vandaag stond een stevige natuurwandeling op het programma: een stuk van de Nakasendo Juku, zo’n acht kilometer van Magome naar Tsumago, twee traditionele maar zeer toeristische dorpjes, want die trail is zeer bekend. Bart en Arwen hadden voor de zekerheid goedkope maar stevige regenjasjes gekocht in de 7/Eleven, de rest vertrouwde op de waterdichtheid van de kleren. Wel… Ik kan u bij deze melden: in drie uur zware regen blijft niks droog, ook niet de inhoud van de normaal gesproken waterdichte rugzakken. En mijn dure Rains regenjas? Zo lek als een zeef.

Het begon nochtans goed, de sfeer zat erin op de bus.

En die sfeer, die bleef er eigenlijk wel in, hoe nat we ook werden. Alleen het laatste half uur was er wat te veel aan: omhoog-omlaag, sop-sop-sop, en geen idee of we wel een bus gingen hebben waar we geen half uur in de kou gingen moeten op staan wachten. Ik was nat tot op mijn vel, letterlijk: ik kon zelfs onderbroek en beha uitwringen.

Zo hard regende het dus:

Maar ik heb me echt geamuseerd, het was prachtig en ik ben blij dat we het gedaan hebben. In Tsumago gingen we vijftig minuten moeten wachten en konden we dus snel een udon gaan eten in een traditioneel restaurant, waar ze blijkbaar dit soort nattigheid wel gewoon zijn, want er waren handdoeken en dergelijke voorzien. Alleen die vijftig minuten bus terug naar Nakasendo was lastig en koud.

In het hotel zette Bart me meteen onder de douche, want ik was aan het bibberen. Maar ook hier zijn ze dit weer precies wel gewoon: er is een ontvochtiger in de kamer, en je kon aan de receptie gewoon schoenendrogers lenen. Moh…

En toen we allemaal opgedroogd waren, de natte kleren in de wasmachine en daarna droogkast zaten, was er tijd voor een stevige, zeer lekkere pizza wat verderop in de straat.

En toen had ik precies weer wat energie, want ik ben nog een uur gaan geocachen in de donkere, verlaten straatjes van Nakatsugawa, want intussen was het wel gestopt met regenen. En om tot rust te komen, ben ik nog even in yukata tot aan de onsen gegaan, waar ik helemaal alleen was en heb liggen drijven in het hete water.

Een fijne afsluiter van een toch wel waterachtige dag.

25.500 stappen.

Zelfgemaakte en vooral zelfgebakken pizza’s

Het is niet dat we onze pizza anders niet bakken hoor, maar ik bedoelde deze keer in het kleine houtoventje dat Bart twee jaar geleden kreeg voor vaderdag. Bart maakt zelf het deeg met van die ultrafijne pastabloem en verse gist, ieder belegt zijn eigen pizza naar smaak, en Wolf bakt ze dan in het oventje. Dat is precisiewerk, want op een tiental seconden gaat de pizza van nog net niet genoeg naar ‘oeps de rand is verbrand’. Bart ziet het dan ook niet zitten om ze zelf te bakken, hij doet al genoeg, en vorige week zondag waren het dus pizza’s in de gewone oven.

Maar het is echt niet te vergelijken qua smaak, als ik eerlijk ben: zo’n houtoventje, gebakken op steen, is iets compleet anders. Wolf en Kobe stookten, bewaakten de temperatuur, schoven, draaiden, bekeken en bakten. En het zag er heerlijk uit!

Een dagje Brussel met Gwen

Het gebeurt niet vaak – om niet te zeggen nooit – dat Gwen in de week tijd heeft. Deze keer was het eigenlijk ook per toeval: in de voormiddag gaf ze een nascholing voor Latijn – waar ik dus naartoe ging – en in de namiddag zou ze diezelfde nascholing geven voor Grieks. Alleen… daar waren maar twee inschrijvingen voor, zodat ze het geannuleerd heeft, begrijpelijkerwijs. En dat zorgde er meteen voor dat haar woensdagnamiddag vrij kwam, een unicum!

Zij nam wel een trein drie kwartier vroeger dan ik, ik mag haar dan nog graag zien maar dat had ik er nu ook weer niet voor over, temeer omdat ik dan drie kwartier daar op archislechte stoelen moet zitten.

Soit, ze gaf een steengoede opleiding rond evaluatie en differentiatie – ik ga ze op school ook proberen geven – en tegen goed één uur sloten we daar af. We gingen dan maar iets verderop naar een Italiaantje waar ze nog niet was geweest, maar waar de pizza’s bijzonder lekker zijn, geloof me.

Een korte treinrit van Noord naar Centraal later liepen we de stad in: ik wilde een paar labcaches oppikken en vooral even langs de C&A passeren, want mijn twee roterende jeansbroeken waren allebei op hetzelfde moment aan het doorscheuren aan de binnenkant van mijn billen: in de ene zat wel degelijk een gat, bij de andere waren de vezels zich nog net met een laatste krachtinspanning aan elkaar aan het vastklampen. Bon, ik kocht meteen twee jeansbroeken, en wij kunnen vanaf nu ook verklaren dat we eens in de Brusselse Nieuwstraat zijn geweest. Not impressed, BTW. En verder hingen we gewoon heerlijk de toerist uit.

Enfin, er volgde nog een fijne koffie, en tegen zessen kwam Wolf ons oppikken aan Gent-Dampoort. Een hele stevige dag, eentje waarbij mijn rug niet kon rusten, integendeel, maar ik heb er wel intens van genoten.

Vetgemest

Ja ik weet het, ik ben een veel te grote snoeper en weeg daardoor 35 kilo te veel… Ik heb ook gewoon de pech een traag metabolisme te hebben, waardoor alles ook veel langer blijft plakken. Tsja.

Maar hier ten huize wordt het me ook niet makkelijk gemaakt om niet dikker te worden: Bart kookt bijzonder goed en graag, en vindt het een punt van eer zijn gezin goed en gezond te voeden. En als het lekker is, eet je gewoon te veel, toch? En de zondagen zijn het ergst…

Het begint hier op zondag al met het ontbijt: versgebakken croissants en chocoladebroodjes, nog warm uit de oven, met een zachtgekookt eitje met soldaatjes.

En dan had Bart pizzaiola gemaakt, een grote pan heerlijk Italiaans voedsel dat nog beter smaakte dan het eruit zag, met rucola en versgeraspte parmiggiano.

Op zondag is er ook altijd taart bij de koffie, en dan ’s avonds maakte Bart pizza’s, deze keer niet met het steenoventje, maar in de gewone oven, kwestie van niet in de regen te moeten gaan staan. Maar man… Oh, en tussendoor had hij ook nog koekjes gebakken.

Nee dames, ge krijgt hem niet. Hij is van mij ^^

Gezapige zondag

Ik voelde me absoluut niet in orde: een vreselijke verkoudheid, moe, lamlendig… Het mocht dan nog prachtig weer zijn, geocachen zat er voor mij vandaag niet in, ook al omdat de rug op de rand van kraken staat.

Ik was dan ook blij dat Wolf gisteren bij Arwen was gaan slapen en deze voormiddag dus opa kon gaan ophalen. Een gemak, zo’n zoon met een rijbewijs, ge hebt er geen gedacht van!

Maar het was dus prachtig weer, en we hebben wel binnen gegeten omdat onze buitentafel echt maar voor vier personen is: vijf is al lastig, zes is quasi ondoenbaar. Maar voor taart en koffie kan het perfect, natuurlijk. En toen bleven Merel en Wolf gezellig met opa buiten zitten kletsen – Kobe was naar de scouts – en ik weet eigenlijk niet wie daar het meest deugd van heeft gehad: de kinderen of opa.

En toen ging Bart nog pizza maken en hebben we ons pa maar meteen uitgenodigd om mee pizza te eten. Hij kon niet rap genoeg “ja” zeggen, om eerlijk te zijn.

Enfin, fijne dag, alleen jammer dat ik me mottig voelde. Maar ons pa heeft ervan genoten, en dat is het belangrijkste.

Vaderdagcadeautje

Bij Arwen thuis hebben ze sinds enige tijd een klein pizza-oventje, en Wolf was daar razend enthousiast over. De foto’s die hij doorstuurde, spraken ook boekdelen.

Laat het nu net vaderdag zijn, en laat Bart nu de laatste weken in de pizza’s gevlogen zijn… De som was snel gemaakt en dus stonden er hier drie pakketten te blinken: eentje met het oventje zelf, eentje met twee specifiek daarvoor bedoelde houten plankjes, en een met de stalen pizzaschep. Ha ja, want dat is niet inbegrepen in het oventje.

Bart had gelukkig de bui al voelen hangen en had de nodige ingrediënten meegebracht, zodat hij ’s middags al deeg stond te kneden en ’s avonds uitgebreid stond uit te rollen.

Wolf ontfermde zich over het oventje: het bereikte fluks de 500° en dus werd de eerste pizza erin geschoven. Euh… Het deeg is blijkbaar bij Arwen veel dikker, waardoor de pizza’s daar zo’n achttal minuten moeten bakken. Hier keek Wolf na amper een minuut, en toen was mijn pizza al verbrand. Niks ergs, ik kon gewoon de kantjes eraf halen. En daarna ging het beter en beter.

En de smaak? Niet te vergelijken, exponentieel beter dan een diepvriespizza of zelfs eentje gebakken in een gewone oven.

Ik voel nog veel pizza’s aankomen…