Omen X: de bedenkingen

Zoals altijd schrijf ik een bedenking bij het evenement, en ik zet ze dan ook maar eventjes hier neer.

Ik zit nog steeds in een fijne buzz, en dan durf ik al eens iets neer te schrijven.
Het was een rare Omen, met veel frustratie, maar aan de andere kant was het voor mij een ongelofelijk egostrelend weekend. Serieus…

– het begon al met het feit dat de spelleiding mij dit soort rollen toebedeelt en telkens weer verwacht dat ik dat met enige panache neerzet. Tsja. Ik denk wel dat de Teef er stond. Ik heb me er in elk geval goed mee geamuseerd. Bedankt voor het vertrouwen, spelleiding!

– het feit dat mijn hele lieve medefiguranten me effectief het beste bed naast het stopcontact hadden gereserveerd, het zelfs verschoven hadden en al. Jullie zijn de max, en voor mijn lijf houdt het het weekend speelbaar. Echt, merci! (En nu maar hopen dat mijn rugspecialist er nooit achter komt wat larp is)

– het feit dat Twee Teven mee wil op gevaarlijke missie omdat de beloning wel eens een extra Teef kan zijn. Dat dan al schaterend uitspelen, en er een toevallig passerende wesp aan toevoegen. Raf, ge hebt een zalige, zieke geest! En dan bleek het nog Twee Teven zijn eerste (deftige) keer te zijn. Te veel eer! Merci, Drie Teven (en een Wespke)!

– de commodore die met zoveel aplomb de Teef zijn waren wil laten zien, dat die prompt door haar stoel slaat. De waren mogen er zijn, btw. Koen, you rock as usual.

– een ingame middagdutje doen op een grasveld, en uiteindelijk een gans roedel om u heen verzamelen: het heeft wel iets.

– een fijne first-time jonge figurant als lijfwacht/snoepje meekrijgen, merken dat die gast dat bijzonder goed doet, en dan iemand anders horen zeggen dat hij chance heeft dat hij voor zijn eerste larp met mij mag spelen: het doet wat met een ego. Svenn, Ge zijt een schatje! Ook al hebt ge me een heuse kiwiplantage opgeleverd. Mij shockeren, het is niet velen gegeven.

– de hele Korda crew, met als hoogtepunt de zaterdagavond. Dat was me het feestje wel, heren, Melanthios waardig! Het feit dat iedereen muisstil was als ik aan het zingen was: heerlijk! En het feit dat ik telkens spontaan de beste stoel kreeg, waardoor mijn rug nu eigenlijk niet echt lastig doet: dikke dikke merci. Dat is heel erg geapprecieerd.

– als outsider een welbepaalde cupcake krijgen en er tien minuten over doen om die opgegeten te krijgen omdat ge er gewoon te veel naar zit te staren. De knapste cupcake ooit. Korda ftw!

– te horen krijgen dat de Teef haar eigen ballade zal krijgen. Echt. Serieus.

– als ouwe doos het bloempje van de jonker van Korda mogen plukken (in samenwerking met Isabella): alweer een egostrelend moment. We hebben ervoor moeten werken om hem zo ver te krijgen, maar de jonker is eindelijk een man. Zijn vader zal trots zijn! Mathias, ge zijt ne crème om mee te spelen.

– van twee prachtige dames de outgame toestemming krijgen om hun lentebloesem te bestuiven (aka motorboaten) en daar nog niet eens op in kunnen gaan zijn: het is frustrerend. Volgende keer beter!

– het door Harry schitterend gespeelde verdriet van de Rekel: een hondstrouwe Ranae voor wie de Teef de enige ware was, het is me wat. En dan maar uithuilen op mijn boezem.

– de algemene bezorgdheid bij iedereen over mijn rug: hartverwarmend. Ja, ik ga nu de rest van de week heel veel plat liggen en heel braaf zijn, maar het is het meer dan waard. Bedankt dat jullie het me allemaal mogelijk maken te blijven larpen.

Dan ga ik nu mijn hoofd buigen over antieke filosofie en moeite doen om de naam Melanthios niet te laten vallen in mijn discours over het epicurisme, hedonisme en carpe diem. Maar die grijns, die krijgen ze deze week alvast niet meer van mijn gezicht.

Voor lust en genot!

De Teef.

Omen X: Finnsburg

Jawel, opnieuw larptijd, en opnieuw mijn favoriete larp.
Helaas mocht ik deze keer niet mijn favoriete figurantenrol spelen, vrouwe Olga Vedorsdotter, want die was blijkbaar ergens anders naartoe.

Ik kreeg wel, zoals quasi altijd, een weekendrol. De spelers wilden naar de stad Finnsburg maar kwamen voor gesloten poorten te staan en moesten dus noodgedwongen in het gehucht buiten de muren blijven, waar twee dievenbendes de plak zwaaiden. En jawel, typecasting: ik speelde de Teef, de leider van de ene bende, getrouwd met de leider van de andere, en met een piepjonge lijfwacht/minnaar. Enfin, het is me het rolletje wel, maar ik amuseer me in elk geval bijzonder goed. Zeker als je als de Teef aan een kampvuur verzeilt, veel te lang blijft hangen, door een stoel slaat en dat soort onzin. Het was een memorabel dagje.

Van Moeders en Burggravinnen

Omen blijft voor mij toch de beste larp van het moment: donker, gritty, en met soms keihard spel.

Mijn rollen lagen ook nogal ver uit elkaar, wat soms voor schizofrene toestanden zorgde. Aan de ene kant was er een non, Moeder Mabelia, een en al zorgzaamheid, gewijd aan Tallathan, en sterk gekant tegen de overheersing. Oh, en een overtuigd flagellante. Ik vraag me soms toch af wat de spelleiding denkt…

Aan de andere kant was er alweer burggravin Olga, keihard, bitch, en duidelijke overheerser, zonder enig mededogen. En ronduit héérlijk om te spelen, echt waar. Eigenlijk was het de bedoeling dat ze pas morgenvroeg ten tonele verscheen, maar blijkbaar was ze al na het avondeten gewenst. Ik denk mijn grijns veelzeggend was, toen spelleiding me opriep om al over te schakelen.

En om een of andere reden wordt ze door de plaatselijke bevolking nog sympathiek bevonden ook. Ik snap het soms niet…

Een beetje haastig…

Dat het een dag was van haasten, vliegen en zenuwachtige dinges. Maar dat had ik er wel voor over, want Omen en al…

Ik gaf twee uur zesdes en meteen ook een herhalingstoets, die tegen ’s avonds dus al verbeterd moest zijn. Daarna kwamen twee uur eerstes, wier korte toetsje ik in de speeltijd nog kon verbeteren en ingeven. Het vijfde lesuur had ik geen les, zodat ik dan al een aantal herhalingstoetsen erdoor kon jagen.
Daarna was er toezicht en nog meer verbeterwerk, en dan nog twee uur tweedes met alweer een klein toetsje. Moet ik zoveel toetsen geven, vooral op het laatste nippertje? Goh, nee, maar met die kleine toetsjes kunnen ze hun punten ophalen, dus ja…

Soit, ik kwam thuis tegen vier uur, ging meteen aan mijn bureau zitten, en verbeterde de rest. En gaf toen de punten in, maakte rapportcommentaren op, en stuurde alles door. En toen was het dus al vijf uur, en kon ik mijn larpgerief beginnen inladen. Gelukkig hielpen Wolf en Kobe me, want alleen zou het nog langer geduurd hebben.

Soit, het was rond zessen tegen dat ik eindelijk vertrok, en dus acht uur voor ik in Leuven stond. Lang leve het drukke verkeer…

In De Kluis waren helaas alle goeie kamers al bezet, maar ik kreeg nog een plekje in het chaletachtige gebouw, Berkenhof. Tsja. Ik had mijn elektrisch deken mee, en gelukkig hielp een vriend me uitladen, zodat ik uiteindelijk nog vrij snel als non in het spel stond. En meteen alle stress van me afgleed.

Omen VIII

Jawel, opnieuw larptijd, en dan nog wel Omen, mijn grote favoriet!

“Lukt dat wel met die rug?” hoor ik u denken.

Awel… Ik heb twee weken geleden Haven al voorbij moeten laten gaan, maar dat kon ook niet anders: er zijn intussen twee recuperatieweken voorbij, én ik was er een speler, full fighter. Onmogelijk, dus.

In deze live werd ik door spelleiding gecast als mijn politieke rol die ik al één volledig weekend, en twee avonden heb gespeeld, en die ik doodgraag speel. Ik wist dus op voorhand dat ik regelmatig kon gaan liggen, dat mijn aanwezigheid niet de hele tijd was vereist, en dat ik niet hoefde te vechten. Voeg daar dan nog bij dat het voor een keer niet in het verre Limburg was, maar wel in Zedelgem bij Brugge, op een 40 minuten rijden, en ja, ik zag het dus zitten.

Gisterenavond kon ik door een speltechnische reden – ik kon een stuk fysiek niet mee doen, en bleef dan maar in spelkot – het grootste deel van de avond niet mee maken, en mijn rug deed het eigenlijk prima. Er waren ook goeie bedden, en mijn gezelschap had ongelofelijk goed voor me gezorgd. Merci, vriendjes!

En vandaag? We sliepen tot negen uur, ontbeten, en ik ging vanalles onderzoeken, praten met een hoop mensen (en lang nog niet voldoende mensen), allianties smeden, af en toe even liggen als een dikke kat in een hoop bont in het spelkot, en ik deed zowaar een lange vergadering mee. Rond twee uur lag ik in mijn bed, met een rug die het allemaal uitgehouden had, tot mijn zeer grote verbazing.
Ja, ik heb geen afstanden afgelegd, ben op geplaveide stukken gebleven (en heb dus een hoop actie en lol gemist in het bos en bij de tentenkampen) en heb massa’s dingen gemist, daar ben ik zeker van, maar ik had beloofd me koest te houden, en ik ben zelf ook veel te bang om te hervallen.

Ik had in het begin zelfs geen zwaard aan, maar toen zelfs spelleiding opmerkte dat ik er zo ‘naakt’ uitzag zonder zwaard, ben ik er toch maar eentje gaan halen. Ik heb het niet gebruikt, maar het voelde wel goed aan.

Maar vooral: het heeft me immens deugd gedaan om nog eens buiten te komen en weer eens iets te doen. Eindelijk.