De Relieken part 3

Eergisteren was ik al een eind rond Deinze gaan fietsen voor de geocachingreeks De Relieken, vandaag breide ik daar nog een vervolg aan. Dat prachtige weer kan je nu eenmaal niet verloren laten gaan, toch?

Intussen had ik de raadsels die ik nog miste, kunnen oplossen dankzij medecacher Bergloper, en parkeerde ik opnieuw aan de kerk van Poesele. Vol goeie moed – het was alweer na drieën – stapte ik de fiets op, en meteen ook weer af: de ketting lag eraf! Op zich totaal geen probleem – ik kan een ketting met behulp van twee stylo’s of stokjes weer opleggen zonder mijn handen vuil te maken – ware het niet dat mijn ketting volledig in een plastieken omhulsel zit. En dat die kettingbeschermer stevig vastgevezen zat met inbusvijzen. Grr.

Ik keek rond en spotte wat verderop een camionette van een schilder/behanger. Ik daarnaar toe, want de garage stond open en de man in kwestie was effectief aan het behangen. De dame des huizes vertrok net richting kine en kon me niet helpen, maar hij had wel een alaambak bij. Helpen kon hij niet, want al behangend kon hij zich echt niet permitteren zijn handen vuil te maken. Begrijpelijk. Maar ik mocht dus wel het juiste sleuteltje uit zijn werkbak vissen, en ik toog aan het werk. Gene zever: het heeft zeker tien minuten geduurd voor ik die rotbeschermer los kreeg. De ketting zelf lag er op twee seconden weer op, dat wel. Maar die beschermbak terug op zijn plaats krijgen duurde nog eens tien minuten en mijn handen waren pottezwart. Ugh. Gelukkig kon de behanger me wel een vod geven, waarmee ik het ergste van mijn handen kon krijgen. Me binnenlaten kon hij uiteraard niet, zeker zonder de aanwezigheid van de eigenaars. Maar bon, iets over half vier kon ik alsnog op de fiets stappen, iets minder fluitgeneigd dan daarvoor.

Ik fietste doorheen de velden, stapte elke 200 meter af om een cache te zoeken en gelukkig ook te vinden, fietste verder, genoot van het mooie weer, fietste vooral ook langs de vaart, merkte dat die wind toch wel stevig was en dat het uiteindelijk toch wel meer dan frisjes begon te worden, en was blij dat ik tegen zessen terug aan de auto was. Opnieuw heerlijk uitgewaaid, heerlijk ontspannen, en blij dat ik van dat laatste goede weer had genoten.

Cachen met ons pa in Landegem en omstreken

De eerste prachtige zondag in toch wel een tijdje, en dus nam ik ons pa mee op sleeptouw om te gaan cachen. Ja, hij is nog duizelig, maar hij stapt ook niet of nauwelijks, dus dat heeft ook geen kans om te verbeteren. In het ziekenhuis liep hij een paar keer per dag de gang op en af, maar zelfs dat doet hij thuis niet. Daarom moest hij mee, maar ook geen lange einden aan een stuk.

Ik was hem gaan ophalen, en tegen drie uur zaten we al aan de taart en koffie, zodat we vrij snel met een omweg richting Zomergem konden. We reden eerst in Drongen naar de Campagne, omdat daar een nieuwe, knappe cache verschenen was. Van daaruit ging het verder naar Vinderhoute, naar de Oude Kalevallei. Daar heeft ons pa trouwens voor ’t eerst zelf de cache gevonden: ik had hem nog niet in het oog, en hij wees me er meteen op. Waar hij trouwens vroeger op een afstandje bleef staan, komt hij nu sowieso helpen om vast te houden, toe te schroeven, weg te steken, dat soort dingen. Dik in orde!

We reden verder richting Nevele om daar een cache op te pikken waarvan ik wist dat hij zo’n 300 meter via een wegel langs de Oude Kale van de parkeerplaats verwijderd lag. We zagen dat allebei volledig zitten, alleen… hebben we ons mispakt aan het wegeltje dat effectief vlàk naast de Kale liep, waarbij ik soms schrik had dat ons pa zijn evenwicht ging verliezen en in het water zou liggen. Daarnaast ging het bij momenten ook nogal op en af, want blijkbaar wordt dat stukje bos vooral gebruikt door mountainbikers. Tsja… Maar het werd wel een mooie wandeling.

Het terugkeren verliep langs de vaart.

Daarna passeerden we nog langs een cache die ik donderdag niet had kunnen oplossen, maar waarvan ik vandaag wel de oplossing wist. Ook hier liep ons pa mee het bos in om te helpen, en hij zag dat het een schoontjen was. Tegen dan was het zo goed als zes uur, gooide ik ons pa af bij hem thuis, en reed zelf ook huiswaarts. Alwaar ik weer op het ideale moment langs het sas passeerde, en er een prachtige zonsondergang zag.