Londen dag 4: wat minder en dan een knaller!

We gingen opnieuw ergens ontbijten, en stelden opnieuw vast at we daar gewoon meer voor betaalden dan een lunch. Tsja. Maar het was wel lekker.

We namen de underground richting Camden omdat ik daar zo goede herinneringen aan heb uit vervlogen tijden, maar die tijden bleken wel degelijk vervlogen. Camden is niet meer het walhalla van de alternativo’s, goths en punks, maar een gigantische toeristenval met voornamelijk goedkope eetstandjes en souvenirbrol. En veel te druk ook nog eens. We liepen wat rond, ik stelde vast dat mijn favoriete gothwinkel The Black Rose blijkbaar al jaren weg is, dat de Cyberdog nu vooral voor ravers is en dat verder de prijzen behoorlijk hoog liggen. Ik heb er wel de max van een paarse hoed gekocht, en nog afgedongen van 35 naar 30 pond, wat wel de prijs is voor een degelijke hoed uit 100% wol. Yup, in mijn nopjes.

Maar nog voor de middag maakten we dat we daar weg kwamen en spoorden richting St.James Park, om daar in een echte pub ons te goed te doen aan een pie. Vandaar liepen we naar Buckingham Palace om dat toch ook eens gezien te hebben, liepen de Mall af en kwamen uit op Trafalgar Square, waar we oog hadden voor de fijne verkeerslichten.

We keken even rond, aanschouwden Nelson,s Column en gingen dan naar Cecils Court, een straat die bekend staat om haar fijne antiquarische boekenwinkels. Dat had Merel toch zo opgezocht. Alleen bleek het eerder een straatJE en waren een winkel of vier-vijf en dat was het. We waren niet bepaald onder de indruk.

Tegen dan waren we allebei al wat moe, en we wilden vooral ook op tijd op het appartement zijn om nog wat te rusten, iets te eten en op tijd op West End te zijn, hier dus ongeveer terug. We namen de metro richting Euston en stelden vast dat dat niet hetzelfde is als Euston Square en dat je daar een vijftal minuten bovengronds moet voor een aansluiting. Ideaal voor een ijskoffie in zo’n straatstandje dus. Oh, en opnieuw enkele boodschappen voor het avondeten en morgen het ontbijt.

Het uurtje rust deed deugd: we fristen ons op, ik trok zelfs een kleedje aan, en iets over half zeven gingen we de deur uit. Ik had gerekend op een half uur verplaatsing – de show begon om half acht – maar dat was dus een behoorlijke misrekening, zeker omdat we plots tien minuten moesten wachten op een volgende metro. Ouch. Het zorgde ervoor dat we buiten adem, op een holletje maar wel nog op tijd kwamen voor Hadestown, het aangepaste en naar musical vertaalde verhaal van Orpheus en Eurydice. En ja, het was ook écht goed! We hadden ook degelijke plaatsen, al was ik blij dat ik geen 2 meter ben want dan had ik niet in die stoel gepast.

Behoorlijk onder de indruk van zowel het spektakel zelf als van de zangprestaties. Wanneer de gefilmde versie in oktober uitkomt op de Engelse markt, ga ik toch eens kijken of ik dat kan vastkrijgen en eventueel tijdens uren studie of zo aan mijn leerlingen voorschotelen.

We liepen op het gemak door de drukte terug naar de underground, waren tegen goed half twaalf thuis, en dat was dat voor dag vier.

Daens

Nee, Bart en ik zijn standaard niet zo’n fans van musicals. Ik durf al eens naar het theater gaan, maar musicals? Hmmm….

Maar nu werden we uitgenodigd op een van de avant-premières van Daens The Musical, van Studio 100. Het bleek zelfs de eerste voorstelling met publiek te zijn, om zeker te zijn dat alles naar behoren werkte en de techniek niet moeilijk deed. Let wel: de zaal zat volledig vol.

En zaal, dat mag je letterlijk nemen. Ik vermoed dat de totale ruimte ongeveer zo groot is als een voetbalveld. Je krijgt er ook eerst een hele uitleg over, en dat blijkt ook nodig: de tribunes zijn in 10 stukken verdeeld die elk onafhankelijk van elkaar rijden, met telkens een begeleider op. En rijden doen ze ook, ja: zowel het decor als de tribune rijden vrijwel continu rond, waardoor je niet langer het effect hebt van een toneelstuk maar eerder dat van een film. Je verliest er ook wel een beetje de persoonlijke betrokkenheid door, dat ook.

En hoe lossen ze het geluid dan op, als de tribunes continu van plaats veranderen? Wel, iedereen heeft een individuele koptelefoon die je naar believen luider of stiller kan zetten. De muziek, ingespeeld door het Brussels Symphonic onder leiding van Dirk Brossé, is opgenomen natuurlijk, maar de acteurs zingen wél live, met microfoon. Ik heb regelmatig tijdens de massascènes mijn koptelefoon afgenomen om het koor live te horen zingen, en dat is wel magisch, ja.

Het decor is eigenlijk standaard vrij eenvoudig: een hoop panelen met daarop projectie, maar wel op zo’n manier dat het gewoon echt lijkt. Alle panelen achteraan met een landschap, en je zit in de velden. De panelen door elkaar met glasramen of zuilen, en je waant je in een kerk. Goh, en daar rollen ze natuurlijk dan ook wel een preekstoel en de nodige kerkstoelen voor naar binnen, het zijn niet enkel de panelen. Maar er gaat een serieuze kracht uit van die projecties. Zo kan je een huis laten branden, zeker als je daarnaast ook nog, Rammsteingewijs, vlammen laat omhoogspuiten uit de grond en rookmachines gebruikt.

De term spektakelmusical is dus zeker gerechtvaardigd. En Peter Vandevelde, ook wel gekend als Piet Piraat, kan wel een stukje zingen en acteren ook. Het verhaal is gekend natuurlijk, maar het is knap gebracht.

Om kort te zijn: Bart en ik zijn er niet met grote verwachtingen heen gegaan, maar zijn zeer verbaasd en tevreden en zelfs geïmponeerd teruggekeerd. Ik durf zelfs stellen: ik zou er met plezier geld voor betaald hebben, en dat was bij pakweg Cirque du Soleil niet meteen het geval.

Dus ja, is dit soort dingen je ding? Ga er dan voor, je zal zeker niet teleurgesteld worden.