Ontbijten en geocachen in Dordt

Om negen uur gingen de wekkers af, maar waar ik op tien minuten klaar ben – als ik niet moet douchen tenminste – doen de beide dames hier in huis er vlotjes anderhalf uur over. Tsja. Ik ben geen ochtendmens, maar als ik wakker ben, moet het wel vooruit gaan.

Kwart over negen liep ik dus met een blije Ella langs een hele mooie vliet een beetje verderop, een ochtendwandeling van zo’n drie kwartier.

Bij mijn thuiskomst waren de dames nog verre van klaar, en we hadden tegen elf uur afgesproken bij Hanneke, zo’n drie kilometer verderop. Ha, dacht ik, ideaal voor een fietstochtje en intussen wat geocaches oppikken!

Ik ging dus de fiets op en genoot van het toch wel groene Dordrecht: het stadscentrum is eigenlijk niet zo heel groot, maar de rand wel. Ik vermoed dat het te vergelijken is qua grootte met Gent. En ja, wel een paar caches gevonden.

Tegen half twaalf zaten we met zijn allen aan tafel bij Hanneke, die een meer dan royaal ontbijt/brunch had voorzien: rozijnenbrood, wit brood, kadetjes (of hoe die dingen ook heten), bruin brood, drie soorten toost, gekookte eitjes, gesneden tomaat en komkommer, een massa beleg, zowel zoet als hartig… Ik heb, zoals eigenlijk al het hele weekend, weer veel te veel gegeten, maar het smaakte ook zo…

Tegen tweeën kwam Arend Mireille ophalen en reden Caterina en Sabrina ook naar huis. Ik volgde op de fiets, maar toch net iets trager.

Tegen kwart voor drie zat ik met fiets en al in de auto, maar omdat ik nog mijn cacheboek wilde ophalen in Antwerpen, niet wist of Philip het zelf al opgehaald had en ik niet meteen antwoord kreeg, reed ik nog even de impressionante Dordtse brug over om in Zwijndrecht nog een paar fijne caches te vinden.

Kwart over vier stond ik in Antwerpen aan het Galgeweel om er in het cafetaria mijn geliefde cacheboek terug in handen te krijgen, zocht ik nog een drietal caches op Linkeroever, en draaide ik tegen zessen de straat in.

Doodop, ook al had ik bijzonder goed geslapen ’s nachts.

Maar zo’n weekenden, daar zeg ik niet nee tegen!

Introductie Antwerpen

Eind mei, na het concert van Anouk, had Philip vastgesteld dat ik écht wel geen bal kende van Antwerpen, als ik zelfs bij het zien van de voetgangerstunnel verbaasd uit de lucht viel. Ja, ik wist dat die bestond, nee, ik had die nog nooit gezien. En ik wist al helemaal niet dat dat ding zo’n megaliften had.

We spraken toen af dat hij me vandaag een rondleiding voor beginners zou geven in Antwerpen. Ik had meteen voorgesteld om de fiets mee te brengen, want dan kan je veel meer zien. Hij had dan ook minutieus alles voorbereid, een hele route uitgestippeld en me vooral de architecturale parels laten zien, zoals ik aangegeven had.

Het begon al goed: ik vond de park&ride niet van Linkeroever. Tsja, op een bepaald moment staat die niet meer aangegeven en mijn gps stuurde me de andere richting uit. Maar bon, kwart over tien stapten we beiden op de fiets om te beginnen met de nieuwbouwwijk naast de Blancefloerlaan met de namen van de opvarenden van de Belgica. Al meanderend kwamen we uit aan het Galgeweel, waarvan het me verwonderde dat het eigenlijk zo dicht bij Antwerpen centrum (of dorp) ligt. En daar zochten we, jawel, een geocache! Philip had het vroeger ooit al wel eens gedaan en wist dat ik een fervent cacher ben, en dus had hij meteen ook een aantal caches in de route opgenomen. Maar hoe lief, hoe de max is dat zeg!

We fietsten verder langs Linkeroever, namen de fietserstunnel naast de Kennedytunnel – zot jong, nooit geweten dat daar nog een extra tunnel lag! – en hadden daarna het meest indrukwekkende zicht op Antwerpen over de Schelde heen. Jong, een gids als Philip die alle plekjes weet zijn én er dan ook nog stapels weetjes over kan vertellen: onbetaalbaar! Zeker als ge ondertussen ook nog dik onnozel doet, de hele tijd zit te lachen en u de max amuseert.

We fietsten langs de nieuw aangelegde kaaien ’t stad binnen, en hij liet me allerhande mooie gebouwen en pleintjes zien, waaronder uiteraard het standbeeld van Nello en Patrache van aangetrouwde familie Batist Vermeulen (hij is getrouwd met de zus van mijn schoonzusje, getrouwd met mijn jongste broer).

De kathedraal staat deels in de steigers, maar er stond wel een knap gedicht op de omheining.

De Vlaeykensgang was nog zoiets waar ik nog nooit van gehoord had, behalve dan het restaurant natuurlijk.

En toen dachten we er plots aan dat we misschien wel Lorre in zijn nekvel konden stekken voor een lunchke. Hij had al gegeten, maar zag het volledig zitten om mee een terrasje te doen. We liepen eerst tot aan de Stadsfeestzaal, maar behalve heel mooi was het er ook drukkend warm, zodat we toch maar terugkeerden naar de Graanmarkt en er iets aten in de Wasbar.

Intussen had ik vastgesteld dat ik mijn cachelogboek blijkbaar vergeten was op een elektriciteitskot aan het Galgeweel, waarop we Philips nauwkeurige planning door elkaar gooiden en opnieuw naar Linkeroever reden, deze keer via de roltrap van de voetgangerstunnel. Knap!

Helaas, geen cacheboek meer te bespeuren. Ik heb grondig gevloekt en ik hoop maar dat iemand het meegenomen heeft en me contacteert, mijn gegevens staan erin.
We staken opnieuw de Schelde over via de fietserstunnel en reden terug de stad in voor meer mooie gebouwen en uitzichten, inclusief het Steen, het oudste houten gebouw van Antwerpen, de Carolus Borromeus – fijne akoestiek in de kapel – en een speciale graffito.

Toen was het tijd voor koffie, dus reden we naar Coffeelabs.

En toen ging de tocht verder, door een stukje unief, langs prachtige gebouwen, tot iets voor zessen in de brouwerij De Koninck. We dronken iets en tegen half zeven zaten we aan tafel in “The Butcher’s Son” voor een bijzonder lekkere maaltijd. Goeie keuze, Philip.

Waarom aten we nu zo vroeg? Wel, Philip had plannen met het avondlicht, en hij had groot gelijk! Eerst verloren we een dik uur op de Cogels-Osylei – die gebouwen! Die poëzie! –  iets wat ingecalculeerd was, en dan verder via Berchem naar het water, richting het Eilandje.

Daar gingen we niet naar de top van het MAS – dat kende ik al – maar gewoon de zonsondergang over het water. Machtig.

Als afsluiter gingen we nog iets drinken op de Stadswaag, fietsten toen door de voetgangerstunnel terug naar Linkeroever, pikten er nog in het donker een laatste cache op, en tegen half een zat ik in mijn auto richting Gent. Met een grote glimlach op mijn gezicht en zo’n 40 kilometer op de teller.

Philip, mocht ge het nog niet weten: ge zijt de max!

Nachtkronieken

Ik ben al twintig jaar een larper, maar waar ik al die tijd nog nooit aan meegedaan had, was de Camarilla, ofte Vampire The Masquerade. Voor wie ooit de tv-reeks “Kindred: the Embraced” heeft gezien: dat is gebaseerd op dit spel. Ik kende de wereld en de basis wel al, door al tabletop Vampire te spelen, maar het live spel, dat nochtans al lang bestaat, was me onbekend.

Op Omen had een van de andere spelers me aangesproken, en gevraagd of ik het niet zag zitten om eens te figureren om de Antwerpse Nachtkronieken: ze hebben er regelmatig extra mensen nodig, en het is één zaterdag per maand. Ik zei niet nee, omdat ik eigenlijk wel nieuwsgierig was.

En dus ben ik rond een uur of zeven naar Antwerpen Linkeroever gereden, als zuster Hermine, en heb me eigenlijk wel goed geamuseerd. Zo’n avondje lijkt in quasi niks op een gewone larp: er wordt niet gevochten, en het is vooral een gigantisch politiek spelletje, maar er zat wel degelijk spanning in. En massa’ s intrige, zelfs voor een doodgewone non. Allez ja, vampiernon.

Ideaal als ontspanning, en helemaal weg van de gewone realiteit. Knap!