Een kot voor Wolf…

Ik word oud, man, ik word zo oud…

We – Bart, Wolf en ik – zijn vandaag namelijk voor een kot gaan kijken. Wolf heeft beslist dat hij burgerlijk ingenieur gaat studeren, zoals ik hier al schreef. Nu is er aan Barts kantoor een volledige nieuwe wijk aan het komen, waarvan sommige delen zelfs al in gebruik zijn genomen. Een van de buildings daar is een kotgebouw aan het worden met drie types koten: de eenvoudige, met een gemeenschappelijke keuken, toilet en douche; de luxekoten met ofwel een toilet ofwel een douche; en dan de studio’s met een eigen toilet, douche en kleine keuken.

We waren niet van plan om voor een studio te gaan – de prijzen zijn de moeite: gewoon kot (met telkens EGW en vaste kosten inbegrepen) 500, luxekot 600, studio 700 euro per maand – maar toen we het zagen, zijn Bart en ik gewoon overstag gegaan, ook al vroeg Wolf daar niet expliciet om. Er was nog maar één studio afgewerkt, de rest is nog casco, maar het zou eind augustus af moeten zijn.

Wolfs kot is dus een studio op het vijfde verdiep, niet met zicht op het water, maar met zicht op de andere kant: de ene aan het water lag naast de gemeenschappelijke keuken, en dat lijkt me ook niet ideaal. De meubels zijn niet verplaatsbaar, er is een keuken, een bureau en een bed, maar er is nog voldoende plaats voor een zeteltje ook. De layout is niet die van op de foto hierboven maar met een bureau voor het venster en daarvoor wat meer ruimte.

Hij ziet het volledig zitten.

Ik word oud…

Laboratorium

“Goh”, verzuchtten de jongens, “hadden wij maar een labo, een plekje waar we kunnen experimenteren met de nieuwe stiftenmaker, of met klei of andere dingen, en dat we dan alles gewoon kunnen laten staan zonder elke keer alles te moeten opruimen en de volgende keer weer van nul te moeten beginnen…”

Hmm, dacht ik, daar zit wat in. Ik heb namelijk een larpkot boven: een stukje van de vroegere zolder, naast onze kamer, dat eigenlijk nog niet is afgeslagen of afgewerkt. Er ligt een vloer in van OSB-platen, en het schuine deel van het dak is min of meer geïsoleerd met de overschot van de rest van de zolder, maar dat is het zowat. De rest is blote, ongeïsoleerde buitenmuur, en er zijn geen vensters, alleen maar veel stof. Er ligt vooral heel veel rommel: drie tafels, vol met computeronderdelen, dozen stofresten om larpkleren te maken, kabels en larpgerief, en er staat een kledingrek met larpkleren. Oh, en nog een rek met larpgerief ook. Vandaar uiteraard de naam “larpkot”, want ik heb in die twintig jaar vooral heel veel gerief verzameld.

Er mocht wel eens in opgeruimd worden, ja.

Vol goeie moed togen we aan het werk: eerst de zolder ontdoen van alle lege dozen van spullen waarvan de garantie inmiddels overschreden is, en dan de computerdinges uit het larpkot naar de zolder. Verder alles opruimen, opkuisen, stofzuigen, leegmaken, van plaats verhuizen, nog eens afkuisen, nog eens stofzuigen, de tafels nog eens afkuisen, tapijt leggen, stofzuigen, en een staande lamp installeren, samen met een klein elektrisch vuurtje.

Het resultaat na een paar uur stof eten, weg van het daglicht, mocht er best zijn:

De jongens zijn content, ik heb ze al een paar uur niet gezien, er is een hoop speelgoed al naar ginder verdwenen, en ik heb lang verloren gewaand larpgerief teruggevonden. Man, maar ik heb kostuums zeg!

Enfin, iedereen content.